Kiezen voor leraar: waar zijn de lerarenopleidingen?

Vorige week was ik voor het eerst op een beroepenmarkt, georganiseerd door twee middelbare scholen, op gepaste afstand van mijn dochter voor wie het allemaal bedoeld is. Honderden leerlingen en ouders waren daar, evenals veel lokale organisaties, hogescholen en universiteiten. De universiteiten sturen veelal studenten, die goed in staat zijn om vanuit eigen ervaring te vertellen over studies en studentenleven. Leraren in de dop, zou ik zeggen. Bij de meeste instellingen staat ook het complete aanbod aan studies. Een slimme voorlichter vraagt eerst naar profielkeuze en streept dan een aantal opties af.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Wegen naar het leraarschap – mbo

Stel je hebt het plan opgevat om leraar te worden. Hoe wordt je dat dan eigenlijk?

Een simpele vraag, maar het antwoord is dat zeker niet. Ik vroeg een vijftal experts die al meer dan 20 jaar actief zijn op het terrein van lerarenopleidingen om een simpel stroomschema te maken. Het antwoord verbaasde me zeer: enkelen vertelden dat ze zelf wel eens een poging hadden gedaan, maar steevast helemaal vastliepen. Er is géén overzicht en wie dat probeert te maken wordt direct ingehaald door de realiteit.

Ik vroeg naar een stroomschema voor de masteropleidingen: dus hoe kun je een 1e graad halen voor leraar in het voortgezet onderwijs? Welke “Wegen naar het leraarschap” zijn er?

Er zijn twee “hoofdroutes”: via het hbo en via de universiteit. De grootste stroom in het hbo krijgt een 2de graad, met een kleine stroom 1e graders (master). In het wo is het precies andersom: via een educatieve minor kun je daar ook een 2de graad halen.

Maar als je het precies wilt weten, wordt het al gauw heel ingewikkeld. Want met een 2de graadbevoegdheid uit het hbo, kun je niet zomaar doorstromen naar een master op de universiteit om daar een 1e graadbevoegdheid te halen. Veel schoolvakken zijn niet meer als zelfstandig vak te volgen aan een universiteit. En daarbij komt dat faculteiten eisen stellen aan de vakinhoudelijke kennis. Ook de NVAO, Inspectie en examencommissie kijken mee. Conversietabellen, pre-masterprogramma’s, schakelprogramma’s, toetsing van je vooropleiding middels EVC’s, examencommissies… het zijn slechts een paar aspecten die bepalen hoe de weg er uitziet. En dan heb je nog alternatieve trajecten als “Eerst de Klas” en onderwijstraineeships, die ook tot het leraarschap leiden.
Wegen naar het leraarschap mbo

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Het ideale curriculum

ONDERZOEK - Als je snel een fel en interessant debat wil, geef dan een groep de volgende opdracht:

“Stel het ideale curriculum voor de basisschool samen. Je mag maximaal 8 vakken voorstellen, met een totale lestijd van 32 uur per week. Geef door middel van de urenverdeling ook aan welke vakken je het belangrijkste vindt. Verdedig je keuze”. 

Een dergelijke opdracht kreeg ik ooit tijdens een college “Curriculumtheorie”, en ik kan me de felle discussie die ontstond nog goed herinneren. Het raakt aan fundamentele waarden van mensen, en wat men uit eigen opvoeding waardeert. Ik kan me óók herinneren dat we er eigenlijk niet goed uitkwamen: want bestaat het ideale curriculum eigenlijk wel?

De uitslagen van het Nationale School Onderzoek, onder 85.000 lezers van regionale dagbladen, deden me terugdenken aan dat college van 20 jaar geleden. Een lange lijst met wensen voor vakken, zonder dat er een duidelijke keuze te maken is.

Opvallend is het hoge percentage respondenten dat Engels verplicht wil stellen op de basisschool. En de opkomst van “sociale media” is goed terug te zien (63%). En blijkbaar gaat de wens om kinderen iets te leren over sociale media gepaard met de noodzaak om ze ook omgangsvormen te leren. Zou het een met het ander samenhangen?

Foto: Beeld: Project P copyright ok. Gecheckt 01-03-2022

Gezagsondermijnend gedrag van ouders

Vorige week zaterdag hoorde ik bij Argos op Radio 1 flarden van een interview met de journalist achter het verhaal van Volkert van der G. Hij had een verborgen camera en microfoon gebruikt. Steeds vaker gebruikt hij die middelen, zo gaf hij desgevraagd toe. Op iedere journalist zijn er vijf voorlichters in Nederland, die steeds beter getraind zijn in het vertellen van halve waarheden. Als journalist moet je dan met zwaardere middelen komen om de echte waarheid te achterhalen.

Soms denk ik dat het verhelderend zou zijn als leerkrachten ook een verborgen camera mee zouden krijgen, bijvoorbeeld bij interacties met ouders. CNV Onderwijs publiceerde een zeer interessant onderzoek over “gezag” op scholen, en “gezagsondermijnend gedrag”, waarin ook agressie door ouders een thema is.

De pers pikte het CNV onderzoek ook op, maar ging vooral in op leerkrachten die gepest worden, en dat ging nog fout ook. 1 op de 3 leraren zou gepest worden, was het eerste bericht. Toen bleek dat het ging om 1 op de 3 scholen, waar leraren gepest worden.

In de rapportage zelf staat dat 11% van de leerkrachten wel eens gepest wordt door collega’s. Als je heel graag nieuws wil brengen, is er altijd het risico dat de zaken worden opgeblazen. Ernstig is het wel, maar of het veel afwijkt van gemiddelden in andere sectoren betwijfel ik.

Quote du Jour | Niks hogerop!


 

Wat mij stoort is dat iedereen altijd maar ‘hogerop’ wil’.

In een interview met De Volkskrant hekelt minister Jet Bussemaker de vanzelfsprekendheid waarmee  middelbare scholieren na hun eindexamen voor de hoogste vorm van vervolgonderwijs kiezen.

Dan hebben we ambitieuze jongeren, is het weer niet goed.

Update: het citaat in context…

https://sargasso.nl/wp-content/uploads/2015/06/zesjescultuurbussem-e1433590555831.jpg

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Op zoek naar een nieuwe autoriteit

RECENSIE - De psycholoog Paul Verhaeghe zoekt een nieuwe invulling van autoriteit.

Sinds de jaren zestig in de vorige eeuw zijn allerlei vormen van autoriteit -kerk, staat, ouderlijk gezag- in het ongerede geraakt. Dat er niets voor in de plaats is gekomen zorgt echter voor allerlei conflicten, een zekere mate van maatschappelijke ontwrichting, en een hoop onzekerheid. Aldus de psycholoog en psychoanalyticus Paul Verhaeghe in zijn deze week verschenen boek  AutoriteitHet afscheid van traditionele autoriteiten zoals de pater familias, de religieuze leider, of de alwetende leraar heeft een gat geslagen in de regeling van de onderlinge maatschappelijke betrekkingen. In de opvoeding veroorzaakt dat veel ongemak en misverstanden. “Leerkrachten klagen dat ouders geen welopgevoede kinderen afleveren, ouders klagen dat de school hun kinderen geen discipline bijbrengt.” Opvoeding kan niet zonder autoriteit. Het grote misverstand is dat je kinderen op jonge leeftijd niet met autoriteit hoeft te confronteren. Kleuters mogen alles tegenwoordig, schrijft Verhaeghe, maar de onhandelbare tieners die daaruit voort komen worden streng aangepakt en als dat niet lukt sturen we ze naar de psychiater. Volgens hem is het veel logischer kinderen op jonge leeftijd grenzen te stellen, zodat ze zichzelf in de puberteit ook beter in de hand hebben als ze los gaan komen van het ouderlijke gezag.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Zesjesstudenten

DATA - Naar aanleiding van het voorpagina-artikel in de Volkskrant over masteropleidingen die zesjesstudenten weren, zijn vandaag al direct kamervragen gesteld:

Kunt u aangeven om hoeveel masteropleidingen het op dit moment gaat die studenten met een gemiddeld cijfer lager dan een zeven willen weren van een masteropleiding?

De vraag die natuurlijk direct opkomt, is om hoeveel studenten het dan gaat. De Kamervraag aan Minister Bussemaker is iets anders gesteld overigens, en die is nog lastig te beantwoorden denk ik, want het beleid wordt door de instellingen bepaald en niet door OCW.

Hoeveel studenten potentieel geraakt worden, zou ik ook graag willen weten. Hoeveel studenten halen gemiddeld een zes? Ik vond vooralsnog geen statistieken daarover. De opleidingen hebben deze informatie denk ik wel paraat, in hun studentvolgsystemen.


Dat leid ik tenminste af uit deze grafiek, die ik eerder heb besproken in het blad THEMA. De grafiek toont het gemiddeld aantal studiepunten dat leerlingen van een VO-school behalen in het eerste jaar na hun eindexamen. VO-scholen kunnen hiermee zien hoe succesvol hun leerlingen zijn in het vervolgonderwijs.

De grafiek illustreert de mogelijkheden die data bieden, als je afspraken maakt over koppeling van gegevens. Als de masteropleidingen het plan verder doorvoeren, ben ik benieuwd hoe ze de gegevens van de bacheloropleidingen gaan gebruiken. Kijken ze alleen naar cijfers van de bachelorscriptie, of naar gemiddelde op alle vakken? En gaan ze publiceren hoeveel studenten ze geweigerd hebben?

Quote du Jour | Eindexamen

Hoe wij toetsen is heel bepalend voor de inspanningen van leerlingen en voor wat leraren in hun les doen. Toetsen of examens zijn dan geen middel om te controleren of een leerling iets al beheerst, maar worden een doel op zich dat behaald moet worden.”

Hoogleraar onderwijskunde Rob Martens wordt in Trouw opgevoerd ter ondersteuning van de stelling dat het eindexamen zijn beste tijd gehad heeft.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: Partij van de Arbeid (cc)

Bussemakers banenmachine

ANALYSE - Minister Bussemaker belooft 4000 banen voor docenten in het hoger onderwijs. En we trappen er allemaal in.

“Geld studiebeurs naar 4.000 extra banen hoger onderwijs” kopte de Volkskrant gisteren, waarna het ‘nieuws’ door andere media vrolijk werd overgenomen. “Het overgrote deel van het geld dat vrijkomt door de invoering van het leenstelsel voor studenten, wordt geïnvesteerd in extra docenten op hogescholen en universiteiten. Het onderwijs kan zo kleinschaliger en intensiever worden. Op den duur kunnen er meer dan vierduizend nieuwe docenten worden aangetrokken.” Prachtig natuurlijk!

Maar… klopt dit wel?

Allereerst over de strategische agenda: het meerjarenplan van minister Bussemaker voor het hoger onderwijs. Control+F wijst uit dat het getal 4000 vier keer voorkomt, in combinatie met prachtige ‘als… dan-redenaties’ : “Wanneer structureel 60% van de middelen studievoorschot door instellingen wordt besteed aan het aannemen van extra docenten, kunnen oplopend naar 2025 bijna 4000 extra docenten worden aangenomen.”[1] En even verderop  “…daarom wil ik het mogelijk maken voor instellingen om structureel ca. 4000 meer docenten aan te nemen.”

Behalve dat de minister haar belofte heel wat vrijblijvender opschrijft dan de Volkskrant en de andere volgzame media, slaat het natuurlijk nergens op. Hoezo ‘het mogelijk maken?’ instellingen zijn al vrij om extra docenten aan te nemen. Graag zelfs! Bovendien weet Bussemaker zelf ook dat zij er weinig over te zeggen heeft. Het onderwijs kent namelijk een lumpsumfinanciering: een bak met geld die vanuit de Hoftoren wordt overgemaakt op de rekening van onderwijsinstellingen. En die mogen ermee doen wat ze willen. Slechts een klein deel van de bekostiging hangt af van prestatieafspraken: afspraken tussen de instellingen en het ministerie. Ironisch genoeg willen de hogescholen en universiteiten, alsmede een groot deel van de Tweede Kamer, daar juist vanaf.

Foto: SP (cc)

Studenten en keuzevrijheid

Als ik kijk naar mijn studententijd, dan besef ik me hoeveel keuzevrijheid ik had. Ik ben begonnen met studeren in 1999 en heb acht jaar over mijn studie gedaan. Dat was een keuze die ik kon maken.* Ik ben vroeg in mijn studie actief geworden bij verschillende studentenorganisaties, en merkte al snel dat ik daar minstens zo veel leerde als tijdens mijn studie. Ik koos daarom om een dozijn internationale studentenconferenties op mijn vakgebied te bezoeken en er een paar te organiseren, om actief te zijn in de studentenbeweging, om verschillende studentenorganisaties te besturen, om aan statuten te schrijven en om hoofdredacteur te zijn van een verenigingsblaadje.

Ook had ik veel keuze binnen mijn studie. Om, enkele verplichte werkgroepen uitgezonderd, wel of niet op college te verschijnen. Ik had de keuze om zelf mijn eigen scriptieonderwerp te kiezen, en dat helemaal vorm te geven naar mijn eigen wensen en interesses. Ik had bijna een volledig studiejaar aan vrijekeuzeruimte (39 van de 42 studiepunten die een jaar toen telde). Zolang ik beargumenteerde waarom een bepaald vak (van welke studie dan ook) voor mij nuttig en relevant was, kon ik volgen wat ik wilde.

Al deze keuzevrijheid is grotendeels verdwenen voor de meeste studenten van nu, tot mijn spijt. Veel opleidingen kennen een strenge aanwezigheidsplicht, en veel studies hebben een bindend studieadvies. Er is een harde knip tussen de bachelor en de master, dus een leuk mastervak ‘er bij’ volgen tijdens de bachelor is verboden. Studenten moeten vaak binnen een bepaalde tijd hun vakken halen anders vervallen de studiepunten, dus vakken erbij doen is sowieso iets dat wordt ontmoedigd. De vrije ruimte is daarnaast danig ingeperkt, vergeleken met toen ik studeerde. Wat er nog is, is vaak gegoten in een systeem van minors, waarbij studenten een hapklaar pakket van 30EC kunnen kiezen. Scriptieonderwerpen zijn bij veel studies niet meer vrij, maar dienen de onderzoekslijn van de opleiding te volgen of gekozen te worden van een lijst met onderwerpen.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Universidad de Antioquia (cc)

Eindexamen als ijkpunt

DATA - Op de schoolkalender bij ons thuis staat dat deze week de resultaten van de eindtoets bekend zullen worden. Het mag officieel niet meer de Cito-toets heten, en zoals bekend is het schooladvies nu leidend geworden.

Of hetzelfde gaat gebeuren met de centrale eindtoets in het voortgezet onderwijs, is onderwerp van een mooi artikel in de Volkskrant (betaalmuur) vandaag. De meningen verschillen, maar dat selectie aan de poort bij universiteiten steeds belangrijker wordt is wel duidelijk. Gegevens vanuit het voortgezet onderwijs zijn dan voor universiteiten en hogescholen interessant. Omgekeerd overigens ook lijkt me.

Voor het tijdschrift THEMA nr. 2 schreef de dataredactie over een nieuwe ontwikkeling: het uitwisselen van gegevens over leerlingen/ studenten tussen vo-scholen en universiteiten. Drie universiteiten experimenteren daarmee. Ze koppelen eindexamencijfers aan studiesucces en switch-gedrag in het hoger onderwijs.

Dat leidt tot interessante bevindingen. De vo-scholen die goed scoren op de Elsevier ranglijsten, leveren niet altijd de meest succesvolle studenten af. Mogelijk zijn ze teveel getraind voor het eindexamen, en missen ze zelfstandigheid die nodig is om succesvol te zijn op een universiteit.

De grafiek laat zien dat leerlingen met hogere examencijfers over het algemeen minder vaak switchen van studierichting. In de agrarische sector is het switch-gedrag over de hele linie lager. Mogelijk omdat men gerichter kiest of gewoon minder keuzemogelijkheden heeft.
OnderwijsInGrafieken Figuur 4 Eindexamencijfers en switchgedrag

Vorige Volgende