Klokwerk

308 Artikelen
38 Waanlinks
4.223 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Vanaf november 2018 overal te koop: "De wereld vóór God - Filosofie van de Oudheid", CJ Alders, aka 'Klokwerk'
softcover / hardcover / ebook: 392 pagina's

Kees Alders aka 'Klokwerk' studeerde af als theoretisch en sociaal psycholoog, en hield zich daarna tien jaar lang bezig met projectmanagement in de sociale zekerheidsbranche (communicatieprojecten en reorganisaties). Tegenwoordig heeft hij een eigen onderneming in webdesign: Klokwerk-design.

Daarnaast is Klokwerk altijd actief geweest in de lokale- en bedrijfspolitiek, en schrijft hij voor verschillende redacties. Verder houdt hij zich met de groep Postbanaal bezig met het op de planken brengen van een multi-mediashow. Als hobbyproject organiseert hij sinds 2012 intercambio-café Amsterdam.

Op Sargasso schrijft Klokwerk onder meer sinds 2012 de wekelijkse column 'politiek kwartier'. Daarnaast is hij bezig met een toegankelijk overzichtswerk over de filosofie van de oudheid.

Anderen over Sokrates

ACHTERGROND - [Een korte serie over de man die de Grieken en Romeinen aanduidden als de vader van de filosofie: de Athener Sokrates. ]

We kennen Sokrates vooral via het werk van Plato, vooral diens vroege werk. Hierin zien we Sokrates als een horzel om zijn gesprekspartners heen zoemen, hen bestokend met zijn lastige vragen. Deze dialogen hebben vaak geen duidelijke conclusie.

Andere tijdgenoten beschrijven Sokrates als iemand die aansluit op het relativisme van de sofisten. De toneelschrijver Aristofanes schreef een komedie waarin Sokrates een jongen leert drogredeneringen te gebruiken om zijn vader te slim af te zijn. De publicist Xenofon pocht daarbij dat Sokrates hem geadviseerd zou hebben bij handel en beleggingen. Volgens Plato en latere schrijvers zou Sokrates echter alleen in morele zaken geïnteresseerd zijn geweest. Om materiële zaken zou hij niets hebben gegeven, en om handel en beleggingen al helemaal niet.

De historische Sokrates

Welke versie van Sokrates historisch correct is weten we niet, maar hij is primair de geschiedenis ingegaan als een tegenstander van de sofisten met hun relativisme. Wat voor die stelling pleit, is dat Sokrates zich in tegenstelling tot de sofisten niet liet betalen als filosoof. Sokrates wilde volkomen onafhankelijk zijn en leefde van de wind, of van wat zijn vrienden hem gaven.

Foto: bron: Livius.org

Wie was Sokrates?

ACHTERGROND - [Een korte serie over de man die de Grieken en Romeinen aanduidden als de vader van de filosofie: de Athener Sokrates.]

Hij is vaak afgebeeld als een rondbuikige man, om aan te geven hoezeer Sokrates een man van de geest was en niet van het lichaam. Maar in werkelijkheid schijnt de filosoof een grote kerel geweest te zijn, met een gespierd lichaam dat vrijwel ongevoelig scheen voor honger, kou, dronkenschap en slaaptekort. Op dat lichaam stond een lompe lelijke kop, met een oog dat vreemd naar opzij kon draaien.

In zijn jonge jaren had hij als hopliet voor Athene in de oorlogen gevochten. Daarbij blonk hij uit door zijn uitzonderlijke moed en strijdlust.

Later schijnt hij geleefd te hebben van wat hij op straat vond of mensen hem gaven. Zeer tegen de wil van zijn vrouw Xanthippe liep hij in ongewassen lompen door de straten van Athene. Als hem een interessante gedachte inviel bleef hij soms urenlang midden op straat stilstaan om deze te overdenken. Beroemd werd hij echter door zijn constante neiging zijn stadgenoten overal over te ondervragen.

De mythe van Sokrates

Sokrates stelde dat hij letterlijk een roeping had, die als volgt tot hem was gekomen. Een vriend van hem hoorde ooit van het orakel van Delfi dat Sokrates de meest wijze persoon van heel Athene zou zijn. Sokrates vond dat zelf maar belachelijk. Hij meende juist dat hij helemaal niets wist! Daarom liep hij op mensen van de stad af waarvan hij vermoedde dat ze meer zouden weten dan hij. Maar door ze te ondervragen kwam hij erachter dat hun kennis stoelde op stellingen die ze uiteindelijk niet konden verdedigen. Misschien, bedacht hij, was het orakel wel tot zijn uitspraak gekomen doordat hij, Sokrates, tenminste nog wist dat hij niets zeker kon weten.

Foto: Bron: livius.org

Socrates’ Athene

ACHTERGROND - [Een korte serie over de man die de Grieken en Romeinen aanduidden als de vader van de filosofie: de Athener Sokrates.]

Athene versus Sparta

In de honderdvijftig jaar waarin Athene een democratie was en cultureel op haar hoogtepunt stond, was de stadstaat voortdurend in oorlogen verwikkeld. De grote rivaal was Sparta. De rivaliteit ging niet alleen om de macht in Griekenland. In de twee steden heersten verschillende culturen.

Sparta was gesticht door een Dorische stam die het schiereiland de Peloponnesos was binnengevallen en de plaatselijke bevolking aan zich had onderworpen. De Dorische beschaving gold destijds als streng en sober, en de Spartanen hadden deze eigenschappen verder gecultiveerd. De oorspronkelijke bewoners moesten het land  bewerken en de elite hield zich daarvan strikt gescheiden. Ze werkte niet, maar vormde het leger. Zij die er deel van uitmaakten, duidden elkaar aan als ‘gelijken’

In de Dorische cultuur was het land gemeenschapsbezit. Spartanen nuttigden de maaltijden gezamenlijk, en de jeugd kreeg een training waarbij samen in barakken werd geslapen. In de Spartaanse cultuur namen vrouwen aan veel ‘mannelijke’ activiteiten deel.

De verschillen met Athene waren enorm. In Athene was de zogenaamde oikos de hoeksteen van de samenleving: een soort kruising tussen een gezin en een klein bedrijf, gevormd door het huishouden van een landbezitter die de scepter zwaaide over vrouw, kinderen, slaven en ander personeel. In Athene hadden de vrouwen minder rechten dan de mannen en ze verrichten ook andere werkzaamheden. En waar de Atheense cultuur werd gekenmerkt door grote bouwwerken, theaterstukken en continu debat, focuste de Spartaanse cultuur zich op soberheid en discipline, en vervaardigde ze geen blijvende bouwwerken.

Foto: Bron: Livius.org

De sofisten 8: de geboorte van het relativisme

ACHTERGROND - We zagen in het vorige stukje dat dankzij Plato de sofisten de geschiedenis in zijn gegaan als immorele denkers. Dat het relativisme van de sofisten automatisch zou leiden tot moreel verval is echter geen onomstotelijke waarheid. Sofisterij leent zich wellicht goed voor immorele redeneringen zoals die van Kallikles en Thrasymachos, relativisme kan ook dienen als filosofische basis voor de democratie, zoals we bij Gorgias en Protagoras zagen. Dat lijkt mij toch een staatsvorm die vanuit de moraal best goed te verdedigen is.

Het nadeel van de absolute waarheid

Het gelijk van de sterkste is dan wel niet zo ethisch, ook het idee van een absolute waarheid kan zorgen voor narigheid. Filosofen die uitgaan van een absolute waarheid zijn net zo goed in staat gebleken om kwaadaardige theorieën te ontwerpen, of theorieën die misschien wel goed bedoeld zijn, maar amoreel uitpakken. Immers, wie de absolute waarheid meent te kennen, deinst er vaak niet voor terug om het als excuus te gebruiken om over mensen heen te walsen. Voorbeelden daarvan zijn er in de geschiedenis van de mensheid helaas te over. Waar regels in steen uitgehakt worden en als ‘heilig’ worden beschouwd, mag iedereen die het er niet mee eens is zich bergen. In die zin is een beetje relativisme al snel een stuk veiliger.

Foto: Bron: Livius

De sofisten 7: Goed is wat sterk is

ACHTERGROND - De meest markante sofisten die in Plato‘s werk naar voren komen, hebben wellicht nooit echt bestaan. In Plato’s dialoog Gorgias treedt de sofist Kallikles naar voren, en in Plato’s hoofdwerk Politeia (de Staat) komen we de sofist Thrasymachos tegen. We zullen ze als ‘filosofen’ bespreken, want wat Plato ze laat zeggen is interessant genoeg.

Kallikles en Thrasymachos

Deze twee houden allebei ongeveer eenzelfde soort pleidooi. Hun stelling is dat het goede gelijk is aan dat wat het sterkst is. Ze stellen dat wie door list en bedrog, of gewoon door bruut geweld, zijn rijkdom en aanzien weet te behouden, uiteindelijk bepaalt wat de norm is, en daarmee uiteindelijk het meest bijdraagt aan de samenleving.

Wanneer zo iemand ontmaskerd of overwonnen wordt, dan komt dat dus niet omdat zijn moraal niet deugt, maar omdat hij kennelijk niet listig en sterk genoeg was. Zij prediken daarmee dus een soort sociaal darwinisme avant la lettre.

Het is niet bekend of er werkelijk sofisten waren die prikkelende stellingen als die van Kallikles en Thrasymachos aanhingen. Het idee dat kracht bepaalt wat goed is, sluit wel aan op Gorgias’ en Protagoras’ mening dat de waarheid in het politieke discours tussen de mensen in ligt, maar is inconsistent met de bewering van Protagoras dat iedereen in principe evenveel recht op het morele en politieke gelijk heeft. Want in de optiek van Kallikles en Thrasymachos heeft de sterke meer aanspraak op dat recht dan de zwakkere.

Foto: Bron: Livius.org

De Sofisten 6: Een negatieve reputatie

ACHTERGROND - De sofisten waren vaak welgesteld en invloedrijk. Zij lieten zich voor hun onderricht betalen door politici. Succesvolle sofisten als Gorgias en Protagoras hadden relaties in de hoogste kringen.

Wiens brood men eet

Maar dat leverde hen ook politieke en filosofische tegenstanders op. Die verweten de sofisten werd dat zij niet zozeer op zoek waren naar waarheid en wijsheid, maar vooral naar geld.

Er valt wellicht wat te zeggen voor de stelling dat wie geld verdient met filosofie, moeilijk echt objectief kan blijven. Wiens brood men eet, diens woord men spreekt, nietwaar? Zeker als je sofist bent. En omdat er toch brood op de plank moest komen, hebben de sofisten zich vaak schuldig gemaakt aan simpelweg recht praten wat krom is. In het huidige taalgebruik is de term sofisme dan ook een synoniem van drogreden: een redenering die logisch en rechtvaardig klinkt, maar die volgens de wetten van de logica toch echt niet geldig is en eigenlijk ook nog eens immoreel.

Onze kennis van de sofisten heeft ons grotendeels bereikt via de latere filosoof Plato. Die zette zich sterk af tegen het moreel relativisme van de sofisten. En dit deed hij zo succesvol dat sofisterij sindsdien geldt als een amorele bezigheid, en tegengesteld aan wat de ware filosoof behoort te interesseren: het zoeken naar de absolute waarheid.

Foto: Bron: Livius.org

De Sofisten 5: Prodikos van Keos

ACHTERGROND - Uit de voorgaande blogs volgt dat voor de sofist alles relatief is. Wat waar is, hangt af van het oordeel van de gemeenschap. Dat kan natuurlijk veranderen. Een gedachte die prima paste bij de democratische maatschappij van die tijd.

Maar de democratie bevorderde niet alleen het relativistische denken over zaken als de waarheid. Het bevorderde ook moreel relativisme.

Prodikos van Keos

Dit komt het best tot uitdrukking in een citaat van de sofist Prodikos van Keos, waarin hij stelt dat er geen objectief kwade of goede zaken bestaan. Of iets goed of kwaad is, hangt volgens Prodikos af van het gebruik ervan.

Alles wat ten goede gebruikt kan worden, kan ook voor slechte zaken worden aangewend en andersom. Wij kunnen een wapen gebruiken om een weduwe en een kind te verdedigen, of om ze overhoop te steken en vervolgens te beroven. En met een kus kun je iemand liefhebben, of verraden. Kortom, er zijn geen goede of slechte dingen, enkel de intentie of toepassing van die dingen maakt ze ‘goed’ of ‘slecht’.

Goed en kwaad

Prodikos verklaarde godsdienst als een verering van datgene wat ooit door mensen als nuttig werd beschouwd. Goed en kwaad zijn volgens Prodikos niets meer dan beelden die ontstaan uit afwegingen van belangen van mensen. Er bestaat volgens hem dan ook niet zoiets als ‘natuurlijk recht’, een recht dat gebaseerd is op een absolute rechtvaardigheid, omdat die absolute rechtvaardigheid volgens Prodikos niet bestaat. Het begrip van wat recht is, ontstaat in de gemeenschap.

Foto: Bron: Livius.org

De sofisten 4: Relativisme als basis voor democratie

ACHTERGROND - Wat je wellicht opvalt aan het denken van Protagoras en Gorgias, is hoeveel ze verschillen van hun voorgangers. Herakleitos, Parmenides en Empedokles hielden zich vooral bezig met de natuur. Ze vroegen zich af hoe die in elkaar zou zitten. Protagoras en Gorgias wendden zich radicaal tot de mens en zijn meningen.

Daar hadden ze een filosofische onderbouwing voor. Filosofie die over iets gaat dat losstaat van de mens, leidt volgens de ware sofist nergens toe. Dat is allemaal maar speculatief gedoe en leidt enkel tot dwalingen.

De sofisten hadden dan ook geen al te hoge dunk van hun filosofische voorvaderen. Die kwamen volgens hen niet verder dan onderlinge tegenstrijdigheden. Dat gehakketak over de ‘werkelijke wereld’ los van de mens, dat vonden ze maar waardeloos. Vooral voor Parmenides konden ze maar weinig respect opbrengen: die had er werkelijk niets van begrepen.

Waarheid versus mening

Sofisten bestuderen dus niet ‘de waarheid’ maar de menselijke mening. Volgens Protagoras zijn meningsverschillen fundamenteel kenmerkend voor de mensheid. ‘Over elke zaak bestaan twee opvattingen, die recht tegenover elkaar staan’, zegt hij. In zijn theorie is er dus geen fundamentele overeenstemming: integendeel. De waarheid wordt continu geconstrueerd in een levendig debat tussen mensen.

Foto: Bron: Livius

De Sofisten 3: Gorgias

ACHTERGROND - Gorgias was een tijdgenoot van Protagoras en geldt als de vader van de retorica: de kunst van het spreken. Hij was dan ook beroemd om zijn redevoeringen, waarin hij allerlei nieuwe stijlfiguren introduceerde, en andere uitwerkte: de zogenaamde ‘gorgiaanse figuren’. Iedereen die zich in de Oudheid wilde bekwamen in de welsbesprekendheid, zou die bestuderen, nog eeuwenlang.

Gorgias schreef ook over de kunst van het argumenteren. In zijn studies over de argumentatieleer verdedigt hij vaak expres onconventionele en soms ronduit absurde stellingen: het ging hem dan ook niet om het waarheidsgehalte van de stellingen zelf, maar om de argumentatie te kunnen bestuderen en oefenen.

Provocaties

Daarnaast schreef Gorgias een filosofische onderbouwing voor het belang van de retorica, provocerend getiteld Over het niet-zijnde of over de natuur. In dit werk ging hij uit van vier stellingen, die hij dit keer waarschijnlijk niet alleen maar als absurditeiten aanvoerde, maar uiterst serieus nam. Hier komen ze:

  • Er bestaat niets.
  • Zelfs als er al iets was, dan zouden wij het niet kunnen kennen.
  • Zelfs als we iets zouden kunnen kennen, dan konden we het nog niet in woorden uitdrukken.
  • Zelfs als dat zou lukken, dan zouden mensen het niet kunnen begrijpen.
Foto: Bron: Livius.org

De sofisten 2: Protagoras

ACHTERGROND - ‘De mens is de maat van alle dingen’: deze beroemde uitspraak komt van Protagoras. Het was de openingszin van zijn bekendste boek. Omdat dat, zoals met zoveel antieke teksten, verloren is gegaan, moeten we maar een beetje raden wat hij hier nou eigenlijk mee bedoelde. Het is dan verleidelijk aan te nemen dat de auteur stelde dat de individuele mens de hele wereld schept in zijn geest. Zo wordt Protagoras’ uitspraak dan ook vaak uitgelegd. Je zou ook kunnen denken dat hij bedoelde dat de mens de heerser hoort te zijn over alle dingen. Ook op die manier is zijn uitspraak wel geïnterpreteerd.

Die interpretaties stroken vermoedelijk niet met wat Protagoras werkelijk bedoelde. Het is waarschijnlijker dat hij wilde zeggen dat zaken als meningen en oordelen alleen met menselijke maatstaven kunnen worden gemeten. Er is niets anders dan de mens zelf om de juistheid van een mening of oordeel te bepalen. Er is geen macht boven de mens die bepaalt wat goed of slecht is. De enige die dit kan bepalen zijn de mens zelf, en zijn medemensen.

Zonder goden

Maar zijn er dan geen goden die als toetssteen kunnen dienen? Op dit vlak behoudt Protagoras een gepaste afstand. Misschien uit overtuiging, misschien uit eerbied voor de traditie, maar misschien ook vooral om niet meteen terechtgesteld te worden wegens blasfemie.

Foto: bron: livius.org

De sofisten 1: Wie waren de sofisten?

ACHTERGROND - In Griekenland rond 450 voor onze jaartelling kwam het beroep van ‘wijze’ vrij vaak voor. De wijzen trokken rond en hingen de goeroe uit, de kost verdienend met het geven van advies en onderwijs. We zouden ze vandaag de dag misschien ‘consultants’ hebben genoemd.

En zoals we net hebben gezien, was in Athene vanwege de democratisering van de samenleving behoefte ontstaan aan onderwijs in argumenteren. Veel van de rondtrekkende wijzen trokken dan ook naar deze stad en verbleven er voor langere tijd of zelfs permanent als onderwijzers en adviseurs.

Sofisten en filosofen

In die tijd, en overigens ook daarvoor, heetten alle filosofen sofisten. Oorspronkelijk betekende dat gewoon ‘wijzen’ of, iets speelser, ‘knappe koppen’. Pythagoras vond die titel echter wat aanmatigend, en gebruikte voor zichzelf liever de term ‘filosoof’: liefhebber van de wijsheid. Maar in de praktijk hadden zijn collega’s niet zo’n probleem met de titel sofist, en kwam het woord ‘filosoof’ pas later in zwang, toen latere filosofen het gingen gebruiken om zich af te zetten tegen de Atheense filosofen die we nu gaan bekijken. Zij heten ook in deze tijd nog ‘de sofisten’.

Deze sofisten hielden zich voornamelijk bezig met retorica: de kunst van het spreken. Sommigen van hen drongen zelfs door tot de hoogste kringen van de Atheense macht. Zij vormden geen groep of school met een centrale doctrine. Hun uiteenlopende denkbeelden werden juist versterkt doordat debatteren hun grote liefhebberij was, en ze daarom de verschillen juist opzochten.

Een zachte dood werd mijn moeder niet gegund

Juridische blokkades om een zachte dood mogelijk te maken drijven mensen tot wanhoop en veroorzaken ongeluk en ongelukken. Een goede regeling voor een ‘voltooid leven’ is de juiste manier om waardig met de dood om te gaan.

Nu twee maanden terug besloot mijn moeder niet meer te eten en te drinken. Twee weken later is zij overleden.

Mijn moeder was bijna 82, maar lichamelijk nog behoorlijk fit, en bijzonder actief: ze organiseerde leesclubs, lezingen, speelde piano en viool, sprak luisterboeken in voor slechtzienden, las veel filosofie, en tot een aantal jaar geleden roeide ze zelfs nog wekelijks. Voor de meeste mensen om haar heen kwam haar beslissing als een donderslag bij heldere hemel.

Leven is lijden

Toch, voor mijn moeder was het leven lijden geworden. De eenzaamheid die zij na de dood van mijn vader voelde was een leegte die niemand om haar heen kon vullen: haar sociale bezigheden niet, haar kinderen niet en haar kleinkinderen niet. Het was een leegte die gepaard ging met wanhoop en angstaanvallen, die in plaats van af te nemen met het klimmen der jaren enkel groeiden in aantal en duur.

Mijn moeder heeft verschillende therapieën en medicijnen geprobeerd. Veel troost haalde ze ook uit de filosofie en cognitieve zelftherapie. Haar drukke bezigheden vormden meer en meer een vlucht. Maar dat alles gaf op zijn best alleen maar tijdelijk verlichting.

Volgende