Eindtoets primair onderwijs belemmert onderwijstoekomst

OPINIE - De eindtoetsen in het primaire onderwijs zijn sinds dit schooljaar verschoven van februari naar april. Omdat vóór 1 maart alle basisscholen hun leerlingen in groep acht moeten hebben geadviseerd over de te volgen leerroute in het voortgezet onderwijs, zal de verplichte eindtoets hierbij veel minder een doorslaggevende waarde hebben dan voorheen. Dat is een gunstige ontwikkeling.

Maar is het (basis)onderwijs hiermee klaar voor de toekomst?

Basisscholen krijgen dit schooljaar de vrijheid om naar eigen inzicht te kiezen uit enkele, door de minister goedgekeurde, eindtoetsen voor de leerlingen van groep acht. Vóór 1 februari moeten alle 6500 scholen een keuze hebben gemaakt uit het geringe aanbod van eindtoetsen. Dat de Centrale Eindtoets, in de volksmond ‘Cito-toets’ genoemd, hierin een monopoliepositie heeft is niet vreemd. Het befaamde nationale toetsorgaan drukt immers al vele decennia een belangrijke stempel op de toetsing van de basisschoolleerlingen in ons land.

Wanneer we enkele van de goedgekeurde overgebleven toetsen met elkaar vergelijken, zien we wel wat verschillen. Bijvoorbeeld dat de Centrale Eindtoets zowel op papier als digitaal kan worden aangeboden, de IEP-toets enkel op papier en de Route8-toets alleen digitaal. Waar de Centrale Eindtoets kiest voor een traditionelere lay-out, maakt de IEP-toets juist gebruik van afbeeldingen die meer bij de belevingswereld van de leerlingen van nu aansluit (vraagvorm in Facebookposts).

Een grote diversiteit zit ook in de opbouw van de vragen. Zo begint de IEP-toets bijvoorbeeld met vragen die in moeilijkheid oplopen en wordt in de Route8-toets de moeilijkheid van de vragen aangepast aan de vaardigheid van de leerling. Een kenmerkend onderling verschil tussen de toetsen is daarnaast de benodigde tijd. Deze varieert van drie dagdelen (Centrale Eindtoets) tot één dagdeel (afhankelijk van de snelheid en het niveau van de leerling, Route8-toets).

Deze toenemende diversiteit van de verschillende toetsen en het minder nadruk leggen op de eindtoetsen door ze later in het jaar af te nemen, geeft hoop voor de onderwijstoekomst in de komende jaren. Een hierop volgende stap zou dan ook kunnen zijn, dat we onze nationale toets-fetisj voorgoed vaarwel gaan zeggen in het primair onderwijs. In plaats daarvan zouden we ons meer en meer kunnen gaan richten op de vaardigheden die een leerling van nu pas écht nodig heeft in de 21e eeuw en waar de maatschappij inmiddels naar verlangt.

Dit zijn vaardigheden die niet alleen te maken hebben met pure cognitieve ontwikkelingen. Ze bieden een veel breder palet aan ‘skills’ van deze tijd, die kunnen bijdragen aan een positief en effectief functioneren voor de toekomst. Hierbij kan worden gedacht aan het aanleren van diverse communicatietechnieken, mediawijsheid, omgaan met verschillen tussen mensen, sociale en culturele vaardigheden, leren samenwerken, probleemoplossend denken en het bevorderen van creativiteit in de breedste zin van het woord. Voeg daarbij de expertise en het vertrouwen van de leerkrachten en de aanwezigheid van een, weliswaar aangepast, leerlingvolgsysteem met het oog op de stap naar het voortgezet onderwijs.

Wanneer op deze manier het onderwijs kan worden ingericht, zal tevens de druk afnemen van het móeten presteren voor zogenaamde allesbeslissende toetsen, waarmee evenredig het welbevinden van de leerlingen en het vertrouwen in de toekomst zal stijgen. Daar kan uiteindelijk geen enkele (eind)toets tegenop!

  1. 1

    Positief en wellicht ietwat naïeve gedachte dat onze toetscultuur doorbroken zou kunnen worden.

    Wel een puntje: Vaardigheden (…) die kunnen bijdragen aan een positief en effectief functioneren voor de toekomst [zoals] diverse communicatietechnieken. Heb je wel eens gezien hoe vaardig een elfjarige vandaag de dag is met tablets, smartphones en al die andere gadgets? Die kunnen hun leraren mogelijk meer leren dan andersom. Is wel weer goed voor hun zelfvertrouwen…..

  2. 3

    @1: Dat is niet meer dan wat knopjes indrukken op een interface. Toon mij het basisschool kind dat verder kan dan wat een app ze kan aanbieden.

    @0: Wat moet ik mij in hemelsnaam voorstellen bij culturele vaardigheden? Je eigen argumenten komen nu niet verder dan wat wollige termen waar kinderen zich op zouden moeten focussen. Daarnaast zijn er ook onderwijsvormen die zich niet richten op vaardigheden die nuttig waren tijdens de 2e industriele revolutie. Montessori om maar een voorbeeld te noemen.

    Wat ik mij nu voorstel bij jouw gebruikte termen, maatschappelijke opvoeding, is niet iets wat ik wenselijk vind van een school. Dan heb je al helemaal geen zeggenschap meer over de opvoeding van je kind. Beter is om te hameren op de verantwoordelijkheid van ouders en men er weer op drijven om werk tussen 9 en 5 te houden.

  3. 5

    Is het niet belangrijk dat het kind gelukkig is en hun eigen weg kan gaan. Als het kind buiten wil spelen, laat hem buiten spelen. Als het kind niet wil leren, laat maar, het komt later allemaal goed. En zo toets schaadt kinderen enorm, de enorme druk is niet meer van deze tijd. Volg het advies op van de juf en alles komt goed.