Houd eens op over toptalenten
BRIEF - Sander Dekker moet ophouden leerlingen van nu als toekomstig exportproduct te zien en echt durven investeren in het onderwijs, vindt Gabriëlle Jurriaans.
Beste Sander Dekker,
Twee weken terug zat u bij Pauw en Witteman. Ik heb niet geturfd, maar de term ’toptalent’ kwam erg vaak voorbij. Ik ben moeder van zo’n ’toptalent’. Een jongetje van negen, dat qua denkvermogen bij de 2% van alle leerlingen hoort. Een jongetje dat onlangs volledig overspannen is uitgevallen op school. Hij ging letterlijk op de grond liggen en wilde niet meer opstaan. ‘Mama, ik kán niet meer,’ zei hij.
Door jarenlang relatief onderpresteren – dat wil zeggen dat mijn kind nog steeds redelijk hoge cijfers haalde, maar ver onder zijn eigen kunnen presteerde – is bij mijn kind de koek op. Net als leerlingen die met moeite de cito-norm halen, moest mijn zoon zichzelf voegen naar de middelmaat, maar dan naar beneden toe. De basisschool waar hij op zit kan hem maar een klein beetje helpen.
Geld voor dit soort kinderen is er niet. Onderwijs speciaal voor hoogbegaafden zal ons bijna tweeduizend euro per jaar gaan kosten. En we hebben waarschijnlijk nog zo’n kind. Voordat onze kinderen van de basisschool komen, zullen we dan 12.000 Euro armer zijn. En veel liever laten wij onze kinderen op een ‘gewone’ school, gemengd met kinderen van alle soorten en maten. Want dat vinden wij namelijk óók belangrijk. Wij zitten met onze handen in het haar, want hoe gaan we dit oplossen?



