Leraaraffaire legt benauwde situatie Israëlisch onderwijs bloot

Israël heeft dezer dagen te maken met een affaire, waarbij de vraag aan de orde is of het een leraar (aan een middelbare school) is toegestaan kritische geluiden te laten horen over het Israëlische leger en de politiek van de staat. Hoofdpersoon in het verhaal is een leraar maatschappijleer, Adam Verete, in het plaatsje Kiryat Tivon in Noord-Israël. Een leerlinge heeft over hem geklaagd in een brief aan de minister van Onderwijs, die uitlekte, omdat Michael Ben Ari, voormalig aanhanger van de racistische Kach-partij en parlementslid van de ultra-rechtse Nationale Unie, hem op zijn Facebookpagina zette:  Adam brengt zijn politieke opvattingen met nadruk in iedere les. Hij legde uit dat hij extreem links is, dat ... onze staat niet eens de staat van de Joden is maar van de Palestijnen en dat wij (Joden) hier niet horen te zijn. Hij onderstreepte ook dat de IDF (het leger, AbuP) abnormaal wreed en gewelddadig is, in tegenstelling tot andere legers. .. de IDF is volstrekt immoreel en hij schaamt zich voor zijn staat. Adam zei ook dat hij tijdens een conferentie in het buitenland "Viva Palestine" had geroepen. Toen ik mijn mening naar voren bracht en zei dat ik het met die dingen niet eens was, lachte hij en zei: "Jij wil gewoon alle Arabieren doden, dat is wat jij wilt.'' Natuurlijk is dat niet wat ik wil en ik vertelde hem dat, maar hij negeerde me en ging door met me te vernederen en te beledigen ten overstaan van de hele klas. Toen ik me hierover tot de schoolleiding wendde, hielden ze verschillende gesprekken met hem, waar Adam toegaf dat hij me uit had gelachen om wat ik had gezegd en hij heeft zelfs excuses aangeboden. Het belangrijkste is niet dat hij me belachelijk maakte tegenover de klas, maar het feit dat hij deel uitmaakt van het onderwijs-systeem, en dat hij zijn positie gebruikt om deze verkeerde gedachten over onze staat en ons leger over te brengen aan de leerlingen. Leraar Verete naar aanleiding van de klacht door de school aan de tand gevoeld.

Foto: European Parliament (cc)

Rol van Europa in onderwijs

ACHTERGROND - De Europese Commissie laat zeer regelmatig onderzoek doen naar de opinie van Europeanen. De zogenaamde Eurobarometer survey laat zien dat het vertrouwen in Europese instituties daalt. Ik zocht in de enquête naar het onderwerp onderwijs.

Onderwijs is een bevoegdheid van de lidstaten, en formeel heeft Brussel er dus niets over te zeggen. Maar toch is er een Europees “Ministerie van Onderwijs en Cultuur”. En ironisch genoeg is een van de meest bekende Europese projecten het Erasmus programma voor uitwisseling van studenten. Erasmus is zo’n bekende merknaam geworden, dat ze de naam nu voor alle Europese onderwijsprogramma’s hebben ingevoerd (Erasmus+). Eén op de vier hoger opgeleiden in Europa kent iemand die op uitwisseling is geweest met Erasmus.
Europa doet inmiddels wel wat meer dan mobiliteitsprogramma’s organiseren. Ze zet zich o.a. in voor het wederzijds erkennen van kwalificaties in het beroepsonderwijs, en stimuleert kennisuitwisseling tussen beleidsmakers. In de zogenaamde ET2020 strategie zijn streefdoelen neergelegd waaraan lidstaten in 2020 moeten voldoen. Uiteindelijk bedoeld om Europa ook economisch sterker te maken.

In 2007 vroeg men in de Eurobarometer survey specifiek naar de mening van burgers over de rol van Europa ten aanzien van onderwijs. Het grootste deel van de respondenten (meer dan de helft) antwoordt neutraal op de vraag of de EU een positieve of negatieve rol speelt. Men kon ook antwoorden “weet niet”, maar dat is een weinig betrouwbare antwoordcategorie omdat niemand graag toegeeft iets niet te weten (rond 8% zegt het wel).

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Gerard Stolk (cc)

Onderwijsinstellingen moeten buitenlandse netwerken promoten

ACHTERGROND - Ik zag gisteravond een prachtige documentaire over de HEMA, waarin de VPRO een jaar lang de topman Ronald van Zetten volgde. Van Zetten is al meer dan tien jaar CEO: dat is op zich al bijzonder. De manier waarop men met elkaar omgaat, doet me sterk denken aan een familiebedrijf, waarbij ook de lange termijnrelaties met leveranciers onderdeel zijn van de cultuur. Tegelijkertijd is de HEMA in handen van een buitenlandse investeerder, die snelle winsten wil, en is er stevige concurrentie van winkels die veel kortere productieketens hebben. Dat dwingt de HEMA te expanderen en te vernieuwen.

We zien Van Zetten met slechts een paar medewerkers op avontuur in Frankrijk en China. De manier waarop dat dan gaat komt wat knullig over. Zo vraagt Van Zetten aan een handdoekenfabrikant of hij wil samenwerken om HEMA-winkels te openen. De beste man heeft vier grote handdoekfabrieken voor ieder werelddeel, en de HEMA is een kleine klant. Of dat nu de meest logische zakenpartner voor expansie is? In Frankrijk test men een nieuwe formule uit, zonder rookworsten, en met kleine winkels. Het gaat allemaal zeer voorzichtig, en op eigen kracht. 
Dat is knap, maar met de grafiek van vandaag vroeg ik me twee zaken af:

  • weten bedrijven als HEMA dat veel onderwijsinstellingen een veel groter buitenlands netwerk hebben dan zij zelf?
  • waarom gebruiken bedrijven die netwerken niet veel beter?
Foto: Dietmut Teijgeman-Hansen (cc)

De kosten van zittenblijven: minder gemotiveerde leerlingen?

ANALYSE - De PISA-resultaten leidden begin deze maand tot een enorme hoeveelheid publiciteit en tweets. De ranking van landen op basis van PISA-scores trekt altijd de meeste aandacht van de media, maar de grotere impact van de OECD is de discussie over stelselkenmerken. ScienceGuide ging naar aanleiding van PISA bijvoorbeeld in op het onderwerp zittenblijven:

Nederland is van alle OECD-landen het land die het meeste geld besteedt aan zittenblijvers, blijkt uit het PISA onderzoek van de OECD. Een zittenblijver kost Nederland rond de 45.000 Euro. De totale kosten van doubleurs ligt rond de 12 procent van het Nederlandse budget voor het basis- en voortgezet onderwijs, berekende de OECD.

De cijfers over de kosten van zittenblijven variëren nogal en een brede kosten-batenanalyse ontbreekt. De grote vraag is of we met de cijfers van de OECD een discussie gaan beslechten die al sinds 1970 wordt gevoerd. Een aantal quotes maakt duidelijk dat dit niet de eerste keer is dat de kosten van zittenblijven zijn becijferd.

Elke zittenblijver in het voorgezet onderwijs kost ruim 4.000 euro. Het Centraal Planbureau becijferde een CDA-plan tegen zittenblijven op een jaarlijkse besparing van 340 miljoen euro.

Bron:  VK, Ferry Haan.

***

Allereerst die 4000 euro. Ik weet niet waar Haan die vandaan haalt, maar in het huishoudboekje van Nederland (CBS) staat dat een leerling in het voortgezet onderwijs 7400 euro per jaar kost. En daarmee zijn we er nog niet. Eigenlijk zou je ook willen weten wat een leerling (en de maatschappij) misloopt door een jaar langer op school te blijven, de zogenaamde ‘opportunity costs’. Een leerling komt bijvoorbeeld ook een jaar later op de arbeidsmarkt. De OESO bracht de totale kosten van zittenblijven voor onder andere Nederland in kaart. In 2009 hadden 50.000 leerlingen van vijftien jaar ergens in hun schoolcarrière een jaar overgedaan, wat de overheid met bijna 400 miljoen dollar aan ‘directe kosten’ opzadelde, omgerekend (ook naar PPP) ongeveer de eerder genoemde 7000 euro per leerling. 
De ‘indirecte kosten’ van het later op de arbeidsmarkt komen zijn volgens de OESO, afhankelijk van het uiteindelijke onderwijsniveau, zo’n 2 tot 2,7 miljard dollar, gebaseerd op wat iemand zou verdienen (gemeten met ‘arbeidskosten’, om een voor mij onduidelijke reden).

Het rare is dat de OESO vervolgens die totale kosten (ongeveer 2,4 tot 3,1 miljard dollar) deelt door het totaal aantal vijftienjarige schoolgangers  (ongeveer 183.000) waardoor de rekening per leerling slechts 13.000 tot 16.700 dollar is (omgerekend 11.000 tot 14.500 euro). Dat is alweer een stuk hoger dan Haan’s 4000 euro, maar ik zou toch denken dat je de totale kosten deelt door het aantal zittenblijvers, en dat je dan zelfs ergens tussen de 40.000 en 50.000 euro uitkomt. Ik ben het om een aantal redenen sowieso niet eens met deze berekening van de OESO – opportunity costs is een dubieus concept en de baten van zittenblijven op de arbeidsproductiviteit zou je ook mee moeten wegen – maar ik zou toch graag willen snappen wat de OESO hier nou precies aan het doen is.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Over die overvolle klassen

OPINIE - Onderwijsvakbonden voeren al een poosje actie tegen de overvolle klassen. De staatssecretaris vind dat de bonden overdrijven en staat dus recht tegenover hen. De discussie is echter niet consequent, vindt Hartger Wassink.

Wat me dwarszit aan de discussie over overvolle klassen, is niet dat ik vind dat klassen nog wel voller kunnen. Integendeel, ik zie en hoor ook dagelijks wat de nadelen en excessen zijn van te veel kinderen in een te kleine ruimte. Ik gun leraren ook de 24 kubieke meter die mij op de HU als gedeelde werkplek is toebemeten en die ik slechts met een of enkele gesprekspartners hoef te delen.

Waar het me om gaat, is dat ik de discussie niet consequent vind. Aan de ene kant willen leraren geen inmenging van de overheid in hun vak. Aan de andere kant wel, zodra het hun beter lijkt uit te komen. Zo blijven we ‘oud denken’ en komen we niet verder. Volgens mij worden er twee vragen door elkaar gehaald:

  • Wat is goed onderwijs?
  • Hoe verbeteren we de werkomstandigheden van leraren?

Beide zijn essentiële, belangrijke vragen, maar we moeten ze niet door elkaar halen. Een deel van de ‘volle klassen’-discussie gaat over werkdruk. Er is veel onderzoek dat laat zien, dat werkdruk bestaat uit twee componenten: de daadwerkelijke werklast én de mogelijkheden om daar mee om te gaan. Hoe minder ‘regelmogelijkheden’ en hoe minder steun leraren (en anderen) ervaren, hoe zwaarder de feitelijke werklast op hun schouders drukt. Leraren zouden dus niet om meer regels moeten vragen, want dat beperkt hun regelmogelijkheden nog verder.

Foto: Rex Pe (cc)

De school staat in brand

BRIEF - Minister van Onderwijs Jet bussemaker wil dat er meer taaldocenten worden opgeleid en stelt daar 4 miljoen euro voor beschikbaar. In een open brief aan de minister en de staatssecretaris legt docente Nederlands Michelle van Dijk uit dat de minister en de staatssecretaris de verkeerde prioriteiten leggen.

Hooggeachte mevrouw Bussemaker, hooggeachte heer Dekker,

De school staat in brand. Er is een extreem lerarentekort, dus trekt u vier miljoen uit voor meer taaldocenten. De alarmbel luidt: wat moeten we doen? Je kunt de brandslang pakken en blussen, met je handen in je zakken gaan staan kijken. Of wegrennen.

Natuurlijk probeert u de brand te blussen en te redden wat er te redden valt, maar gebeurt dat wel op een goede manier? Er gaat geld naar de lerarenopleidingen, naar beginnende docenten, maar er is nog niet één maatregel bedacht om het werk voor de ‘blijvers’ aantrekkelijk te houden. Wat zeg ik, aantrekkelijk? Ik bedoel burn-out-veilig. De werkdruk wordt steeds hoger en het toekomstperspectief is beperkt. Daardoor staan in het onderwijs veel mensen met de handen in de zakken. Waarom zou je jezelf overspannen werken als daar niets tegenover staat? Daarom stel ik (eerstegraads docent Nederlands) drie oplossingen voor, die nú nodig zijn om ons onderwijssysteem overeind te houden.

Amerikaanse scholieren 21e in wetenschap

De PISA-cijfers over de staat van het onderwijs die vorige week gepresenteerd werden, leidden wereldwijd tot nieuwsberichten. De Amerikanen waren not amused dat ze als 36e geëindigd waren, onder Slowakije nog wel. Jon Stewart denkt wel te weten waarom Amerika niet zo goed scoorde.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: *Lie (cc)

Leerplicht als straatveger | deel 3

REPORTAGE - Sjors van Beek liep voor een reportage in De Groene Amsterdammer een week mee op de afdeling Leerlingzaken van de gemeente Utrecht. ‘Ze zien ons als een soort parkeerwachters van het onderwijs, maar meestal hebben we een andere rol.’  Donderdag- en gisteravond las u deel 1 en 2, vandaag de slotaflevering.

Het zijn luxe-problemen. Want ook op de basisschool spelen soms veel ernstiger zaken, vertelt de directeur. Laatst nog, een jongetje, agressief, bijten, krabben: ‘Zelfs de leerkrachten waren bang van hem. We hebben letterlijk de deuren op slot moeten doen. Zo’n kind kun je hier niet handhaven, de school heeft ook rust nodig. De enige oplossing is dan schorsen. Opvang voor dit soort gevallen is er niet, dat is echt een hiaat.’

Is een leerling 18 en niet meer leer- of kwalificatieplichtig, dan valt er niks meer te handhaven. Leerplicht mag zonder toestemming van de meerderjarige niet eens contact opnemen met de ouders. Nog sterker: als een ongeruste ouder zelf opbelt mag Leerplicht géén informatie geven. ‘Heel lastig, zeker als de jongere nog thuis woont.’

De leerplicht ophogen tot 23 of 27 jaar is niet zomaar de oplossing, zal de Utrechtse onderwijswethouder Jeroen Kreijkamp later die week filosoferen. ‘Want dan zit zo’n jongere op school terwijl hij helemaal niet wíl.’

Foto: *Lie (cc)

Leerplicht als straatveger | deel 2

REPORTAGE - Sjors van Beek liep voor een reportage in De Groene Amsterdammer een week mee op de afdeling Leerlingzaken van de gemeente Utrecht. ‘Ze zien ons als een soort parkeerwachters van het onderwijs, maar meestal hebben we een andere rol.’ Vandaag aflevering 2 in een driedelige serie over leerplichtambtenaren en schoolverzuim. (Hier vindt u aflevering 1.)

Alles begint met een verzuimmelding door de school. Leerplicht bekijkt wat er aan de hand is en of er een helpende hand kan worden geboden. Is repressieve actie vereist, dan loopt dat op van een waarschuwingsbrief, via een ‘verzuimgesprek’ tot een ‘zorgmelding’ bij Jeugdzorg of Raad voor de Kinderbescherming. Eindstation: een proces verbaal. Is er, voordat de rechter zich er enkele maanden later over buigt, verbetering dan volgt vaak een sepot. Het breekijzer heeft dan wel gewerkt. Volgt er toch straf, dan is dat een verwijzing naar Halt, begeleiding door de Jeugdreclassering, verplichte hulpverlening of een boete.

Soms halen sancties niks uit, vertelt Ton van der Heijden (63), aanspreekpunt voor de Roma-leerlingen in Utrecht. ‘Bij de Roma gaan de familiebanden vóór alles. Oma in Italië ziek? Dan gáán ze. Maak je een proces verbaal op, betalen ze de boete niet en gaan gewoon een poosje zitten. En het probleem, het spijbelen, is nog steeds niet opgelost.’ Dus, wil hij maar zeggen, moet je het hebben van inpraten op de ouders, proberen hen méér ‘pro-onderwijs’ te maken. ‘En dat lukt, heel langzaam.’

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Schei toch uit met je excellentie!

OPINIE - Er begint een jachtige sfeer te hangen op scholen. Vakanties worden ingekort en examens zwaarder gemaakt. De ambitie om leerlingen, leraren en scholen excellent te laten presteren duurt voort. Zijn we op de goede weg? Jacqueline Boerefijn pleit voor meer aandacht voor geluk.

Excellentie is een term die het risico loopt tot op de draad versleten te zijn nog voor een substantieel deel van onze scholen het predicaat in bezit heeft. Verplichte eindtoetsen, publicatie van Cito-scores en lokale, landelijke en internationale rankings veroorzaken onzekerheid en angst. Ook een school die zich heeft vrijgekocht met het predicaat ‘excellent’, kan volgend jaar gewoon lager op de ranglijst terecht komen. De route die op dit moment uitgestippeld wordt richting de gewenste excellentie is een riskante.

Past het onderwijs wel?

Niet lang geleden ging 60% van de Nederlandse leerlingen naar het VMBO, en 40% naar havo/vwo. Nu is het andersom. Welke factoren hebben hier in meegespeeld? Is de intelligentie toegenomen? Is het onderwijs beter geworden? Zijn de ouders veeleisender? Wordt er massaal getraind voor cito-toetsen? Ik vrees vooral de laatste twee. Ik heb stellig de indruk dat veel leerlingen een te hoge Cito score behalen, die niet past bij hun kwaliteiten. Deze leerlingen stromen te hoog in in het voortgezet onderwijs, lopen daar op hun tenen en halen met kunst en vliegwerk de gewenste eindstreep. Of niet.

Vorige Volgende