In memoriam: Exit Spaink – mijn allerlaatste stukje

Karin Spaink is niet meer. 475 476 stukjes schreef ze voor Sargasso, en talloze meer elders. Medeoprichter van Bits of Freedom, feminist, actief in de gehandicaptenbeweging en bondgenoot van homoseksuelen, biseksuelen en transgenders, niet altijd vrij van controverse, zoals het hoort. We gaan je missen. Hieronder integraal het stuk dat ze op haar eigen site plaatste. Deze tekst schreef ik in februari en maart van dit jaar; inmiddels is het begin mei. Als alles volgens plan is verlopen, ben ik vanochtend overleden – een dood waarvoor ik zelf heb gekozen, en die ik maandenlang heb besproken en voorbereid. [fragment rouwkaart; foto: bert Nienhuis, 1993] Mijn denken over mijn leven en dood is sterk gekleurd door mijn eigen haperende gezondheid. Tussen mijn 19e en mijn 25e kampte ik met anorexia/boulemie; in 1986 begonnen de eerste verschijnselen van multiple sclerose; in 1994 werd een voorstadium van baarmoederhalskanker ontdekt; in 1995 kreeg ik een hersenbloeding. En in 2006 bleek ik borstkanker te hebben. Eind juli 2012 hoorde mijn hartsvriendin, Christiane Hardy, dat ze alvleesklierkanker had. We trouwden kort daarna. Nog geen zes maanden later stierf ze. (Meer daarover lees je hier). Daarna belandde ik in een diepe depressie, die pas in 2017 begon te wijken. Haar dood sloeg een gat in mijn leven; ik ben daar bijna aan onderdoor gegaan. [Ons huwelijk werd voltrokken door Riny Meijer] Telkens heb ik mezelf uiteindelijk herpakt, vaak met hulp van mijn vrienden. In 2018 ging ik bij Follow the Money werken; ik werd daar al snel chef eindredactie. Dat was buitengewoon inspirerend en zinvol werk: ik floreerde, en kon er een ijzersterk team opbouwen. ‘De strengste eindredactie van Nederland,’ pochte ik. Dat werk had ik graag nog jarenlang willen doen. Maar in mei 2023 haalde mijn lichaam me voor de zoveelste keer in, nu met een heftige ms-aanval – en ditmaal kwam het niet goed. Eerst trad ik af als chef eindredactie, later moest ik minder gaan werken. Desondanks bleef ik achteruitgaan. Uiteindelijk moest ik in april 2025 mijn werk neerleggen. Ook dat hielp niet. Erger: voor het eerst kon ik me ook thuis niet goed meer redden. Dat veranderde alles. Zo werden mijn planten me bijvoorbeeld te veel. Bij navraag bleek dat de Amsterdamse Hortus mijn collectie hoya’s en hertshoorns graag wilde overnemen. Toen ik begin dit jaar moest erkennen dat ik hun verzorging niet langer aankon, zijn mijn hoya’s naar de Hortus verhuisd. De hertshoorns kon ik nog net bijbenen; die volgen straks. [Mijn hertshoorns, maart 2026] Voor de dood ben ik niet bang, dat heb ik altijd geweten. Mijn ervaring tijdens die hersenbloeding in 1995, waarbij ik dacht te sterven toen ik volledig out ging, bevestigde me daarin: ik gleed weg in een dwingend zwartfluwelen gat, waarin geen ‘ik’ bestond. Het was niet eng: mijn ‘zelf’ verdween in al dat zwart – bijna achteloos. (Wel was ik licht verontwaardigd dat mijn plannen abrupt werden doorkruist: die avond zou ik immers met mijn lief naar de bioscoop gaan. ‘Ga nu film leven zien,’ schoot het door me heen, en pal daarna, ietwat bozig: ‘Zou naar gewone film.’ Merk op: daar kwamen geen persoonlijk voornaamwoorden meer aan te pas: geen ik, geen mijn. Mijn ‘zelf’ was al vertrokken.) Wat ik wél altijd vreesde, is afhankelijkheid. Mijn moeder haalde graag aan dat ik al als kleuter steevast – en overmoedig – beweerde: ‘Kan ik zelluf wel…!’ Die drang om op eigen benen te staan, handicap of niet, is een onvervreemdbaar deel van wie ik ben en hoe ik wil zijn. Juist daar liep het nu spaak: ik kon steeds minder en moest steeds meer opgeven – en al dat inleveren hielp niet eens. Want ondanks twee jaar intensieve fysiotherapie – drie keer per week krachttraining en stabiliteitsoefeningen – en nadat Ik was gestopt met werken, bleef ik achteruit gaan, de afgelopen maanden zelfs harder dan tevoren. Steeds vaker kwamen er dagen dat ik door mijn huis strompelde en me overal aan moest vastklampen, omdat mijn benen me niet goed hielden. [Nelis, mijn laatste kat, lift mee op mijn rollator] De hoop dat dit alles nog zou bijtrekken, voelde na ruim tweeëneenhalf jaar van marchanderen tevergeefs. Wanneer ik afhankelijk word, ben ik niet te harden: ook dat heb ik altijd geweten. Dan kan ik mezelf niet uitstaan, en word ik uiteindelijk zelfs tegen mijn liefste vrienden kattig. Het botst simpelweg met mijn karakter om vaak om hulp te moeten vragen. In plaats van af te wachten wat ik nog meer moest inleveren, verkoos ik daarom de dood. Te vroeg sterven vind ik oprecht minder erg dan het vooruitzicht mijn zelfstandigheid te gaan verliezen. Ook die radicaliteit zit in mijn karakter. Ik ga liever out with a bang: bij mijn volle besef, in staat om alles zelf te regelen – maar wel na daar uitgebreid met mijn intimi over te hebben gepraat. Wat die gesprekken lastig maakte, was dat ik uiterlijk volkomen oké leek. Zolang ik zat, merkte je niks aan me. Pas wanneer ik ging staan of wilde lopen, zag je wat er allemaal mis was: ik wankelde, mijn benen bibberden en werden spastisch, ik sloeg om de haverklap dubbel. Zelfs door een bemoedigende schouderklop lag ik soms al op de grond. Ik kon mezelf simpelweg niet meer overeind houden. [Spaink als kleuter] Voor mijn eigen vrede met mijn dood was essentieel dat ik mijn intimi daar op voorhand deelgenoot van zou maken. Als je vertrekt met open vragen van de mensen die je innig aangaan, zonder hun ongemak, onbegrip of verdriet erover te adresseren, wringt dat, vind ik. Dan laat je hen daar botweg mee achter, alsof het je niet aangaat – terwijl je dat alles heus zelf hebt veroorzaakt. Het ging me niet om hun toestemming. Wel wilde ik de mensen van wie ik houd ruimte geven voor hun vragen en hun verdriet, en vooral: daarover met hen praten. Ik wilde ze inzicht bieden in mijn eigen – au fond zelfzuchtige – beslissing; ze eraan laten wennen door ze er in te kennen, in plaats van hen voor een fait accompli te stellen. Zulke gesprekken voeren was tevens een uitvloeisel van een fundamenteel inzicht dat het feminisme me eerder had gegeven: ook het hoogstpersoonlijke is soms politiek. Uitzoeken op welke gronden je voor je eigen dood kiest en met anderen bespreken hoe zij daarover denken, rekening houden met hun pijn, en checken of je er zelf wellicht ergens een kromme redenering op nahoudt, is daar wellicht een ongewone versie van. Maar uiteindelijk is ook dat deels een sociale, publieke kwestie – en iets waar we zelden openlijk over spreken. [foto: Gon Buurman, 1991] Al vroeg in 2025 ging ik daar met mijn intimi over praten. Een jaar later – vanaf januari 2026, toen mijn besluit zich had geconsolideerd – heb ik langzaamaan ook andere vrienden en relaties ingelicht en gezorgd dat ik hen ‘nog een laatste (paar) keer’ kon zien en spreken. Dat was een mooi, lavend, soms heftig, en vooral intensief proces. Het was ook doodvermoeiend: inmiddels had ik bar weinig energie, en lag ik vaak halve dagen op bed. De wekelijkse borrels bij Brouwerij ’t IJ, waarvoor ik gaandeweg meer mensen uitnodigde, waren een uitkomst. (Het werden er uiteindelijk veertien.) Het openbare karakter daarvan hield de toon licht en het hart warm, en maakte – zo hoopte ik althans – dat rouw, verdriet en afscheid geen individuele ervaring hoefden te zijn, maar iets dat we konden delen. (Bovendien hadden we er dan tenminste goede bitterballen bij.) [IJ-borrel 29 april 2026, foto: Mirna van Dijk] Ik was immens blij met ieders aanwezigheid daar, al helemaal omdat veel mensen trouwe bezoekers werden. De borrels waren de afgelopen maanden oprecht het hoogtepunt van mijn week. Al kon ik niet met iedereen uitgebreid spreken: ik genoot intens van ieders aanwezigheid. Het was bijzonder te zien hoe mensen uit verschillende tijdvakken en domeinen van mijn leven plots onderling in gesprek raakten, of dat nu luchtige zaken of grote kwesties betrof. De gesprekken varieerden van de behoudendheid van ‘safe spaces’ en de perfide invloed van Big Tech, van Dora’s miniboks en verhalen van mijn exen die daar opdaagden, tot de ongekende impact van aids op ons leven. Het ging over rouw, omgaan met verlies, over zingen, verbeelding, het belang van taal, kunst en degelijk (journalistiek) onderzoek en over verzet. En al die tijd mocht ik ieders hand vasthouden, vrienden omhelzen, tegen ze aanleunen, zeggen dat ik van ze hield, zoenen uitdelen en krijgen, pardoes hoogstpersoonlijke gesprekken voeren. Ik zag hoe lief mijn vrienden voor me waren. Ze lieten zien hoe rijk mijn leven is geweest, en bewezen dat ik een imposante en trouwe schare vrienden had gevonden. Dat was ongelooflijk troostend.  Het voelde als sterven in schoonheid. [6 mei 2026: met mijn getrouwen op de laatste borrel. Foto: Heleen Emanuel] Het was ook onverwacht zwaar. Mijn besluit dat ik zo niet langer door wilde, was vooral rationeel ingegeven: iets waar ik eigenlijk amper verdriet over had gevoeld. Ik koos immers tussen twee kwaden, en dat ik die keuze überhaupt kon maken, vond ik een groot goed. Daarnaast wilde ik mijn aanstaande dood voor mijn vrienden graag ‘behapbaar’ maken – al wist ik dat ik hun verdriet daarmee niet kon wegnemen. Maar al die mensen plotseling zo intensief zien, pakte uit als een emotionele boemerang. Ik genoot van hun gezelschap, maar ervoer tegelijkertijd acuut hoe bijzonder al die mensen waren van wie ik afscheid aan het nemen was. Daardoor kwam iets raars bovendrijven. Geregeld dacht ik: ‘O lieverds toch, ik ga jullie straks zo ontzettend missen…!’ Dat was een sentiment uit het ongerijmde: want ‘straks’ was ik immers dood, en dan voelde ik niks. Maar nu voelde ik zelf ineens rouw en verdriet. Bovendien kampte ik onverwacht met iets dat naar schuldgevoel zweemde. Ik ging jullie allemaal in de steek laten. Dat voelde als verraad. Wekenlang was ik verlamd. Ik ging met plezier naar de wekelijkse borrels, maar deed niets om andere dingen fatsoenlijk af te ronden. En er moest veel gebeuren: mijn testament aanpassen, financiën op orde brengen, papierwerk afhandelen, afspraken met het Expertisecentrum Euthanasie bezegelen, bedenken wie welke spullen zou krijgen, mijn nabestaanden uitleggen waar dat dan allemaal lag of stond, adreslijsten voor de rouwkaart maken. Ik moest zelfs nadenken over een grafsteen. Ergens half maart snapte ik eindelijk dat ik mezelf had klemgezet. Ik besefte dat ik het leed van mijn vrienden niet kon voorkomen, maar dat van mezelf wel, en dat ik echt niet verder wilde. Dat hielp. Er kwam klaarheid. Daarna werd het makkelijker om door te pakken – ook omdat ik inmiddels alweer achteruit was gegaan. De tijd begon te dringen. [Nelis vindt alles best – zolang hij eten en liefde krijgt] Dit was mijn allerlaatste project: mijn eigen dood organiseren, zorgen dat ik zo goed mogelijk afscheid zou nemen van iedereen die me aanging, en ruimte voor gemeenschappelijke rouw en gedeeld verdriet kon scheppen. Wat ik mijn getrouwen en vrienden nogmaals op het hart wil drukken: terwijl ik er – gezien mijn brakke gezondheid – nooit op had gerekend ouder dan vijftig te worden, heb ik godbetere de 68 gehaald. Dat zijn liefst achttien bonusjaren. Weet dat ik een extreem rijk en vol leven heb gehad, mede dankzij jullie vriendschap, aanvuring, steun en eerlijkheid. Jullie snapten dat ik meer had aan frivoliteit, nuchterheid, confrontatie, valse grappen of een liefdevolle schrobbering dan aan medelijden, omzichtigheid, wegkijken of dingen inslikken. Weet vooral dat ik zonder spijt of berouw ben gestorven. Ik heb veel kunnen doen, ondanks die ms, aanzienlijk meer dan ik eerder vreesde; maar ik wilde simpelweg niet dat die ziekte alsnog het laatste woord zou krijgen. Ik wilde zelf mijn uiterste grens bepalen. Dat heb ik nu gedaan. Vandaag, op 8 mei 2026, ben ik in aanwezigheid van mijn zes getrouwen overleden: Tanja, Caroline, Ruud, Peter, Eric en Luuk. Dat zij erbij konden zijn, was een groot goed. Zonder hulp bij zelfdoding was ik zelf met pillen gaan fröbelen – die lagen al jarenlang klaar – maar dan had ik eenzaam moeten doodgaan, ongewis over de afloop, en zonder zo’n warm afscheid. Nu stierf ik in liefde. [Uitzicht vanaf mijn bed, voordat de hoya’s naar de Hortus gingen] Mijn hersenen en ruggenmerg heb ik aan de Hersenbank gedoneerd. Die doet onderzoek naar multiple sclerose, en naar PIRA (progression independent of relapse activity, ook bekend als the smouldering disease) – vermoedelijk het stadium waarin ik me sinds mei 2023 bevond. (Ze hebben daar serieus behoefte aan de hersenen van gezonde mensen, als controlegroep. Meld je vooral aan.) Mijn website blijft nog tien jaar in de lucht. Het auteursrecht van al mijn gepubliceerde columns, artikelen, lezingen, essays, vertalingen en boeken heb ik aan het publieke domein vermaakt. Doe daar vooral je eigen ding mee. Moge het jullie goed gaan. Ik hoop dat mijn vrienden nog een tijdje bij Brouwerij ’t IJ blijven borrelen – niet voor mij, maar voor elkaar. Ik wens jullie vooral veel liefde, moed, wijsheid en zinnig verzet toe in de barre tijden die in aantocht zijn, zowel politiek en ecologisch als qua nepnieuws, surveillance en AI. Besef daarbij dat je nooit meer hoeft in te leveren (of te verdragen) dan je zelf wilt of aankunt. Je mag altijd je eigen grenzen stellen, en daarnaar leven – of ervoor sterven.

Door: Foto: "Karin Spaink" by Guido van Nispen is licensed under CC BY 2.0
Foto: Nico Veenkamp (cc)

Opruimen

COLUMN - Nadat we Christiane’s huis na haar overlijden eindelijk leeg hadden – het heeft ons al met al tien weken gekost – ben ik in mijn eigen huis aan de slag gegaan. De exemplaren die ik uit de bibliotheek van Chris had meegenomen, pasten niet meer in mijn boekenkast; mijn eigen boeken pasten er eigenlijk al een paar jaar niet allemaal meer in.

In het afgelopen jaar was er een boel blijven liggen. Overal bevonden zich stapels papier en knipsels, de tuin had een grote beurt nodig, en de tuinstoelen waren helemaal grijs uitgeslagen. Mijn schoenenrek was veranderd in een stofnest, de kledingkast hing bomvol. En waar moest ik al die geërfde fotolijstjes laten? Ik had amper plek op mijn muren.

Voorjaarsopruiming, dus! Telkens blijkt dat ik heel blij wordt van klussen in het huis. Inmiddels heb ik drie boekenkasten uitgemest, de stapel dozen uitgezocht die godbetert al tien jaar onder de eettafel verstopt stonden, de tuinmeubels opgeknapt, alle videotapes en cassettebandjes weg gemieterd, en stapels papier de deur uitgedaan. Het schoenenrek is verplaatst, en alle schoenen zijn schoongemaakt. Mijn lange leren jas is weer zwart, alle snoeren van computers en toebehoren zijn ontward en weggewerkt. Ik heb een plan voor de kledingkast en voor een fotolijstenmuurtje.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Kiezen

COLUMN - Waarin de auteur na een aanvankelijk onverschillige houding tegenover sekse-identiteit met haar neus op de feiten gedrukt werd door de sekseverandering van Marjolijn Februari.

In Amsterdam hangen momenteel affiches met daarop een groot portret. De afgebeelde heeft een kort kapsel, een stevige kaak, een onvervaarde blik, plus een gezicht waarvan je niet meteen weet of het nu een mevrouw of een meneer toebehoort. Onder de foto staan twee niet afgestreepte vakjes: hokje ‘Man’, hokje ‘Vrouw’. We moeten kennelijk kiezen wat de sekse van de geportretteerde is.

Steeds als ik langs dat affiche kom, vul ik ’m niet in maar áán. Ik zet een ferme streep in het denkbeeldig vakje ‘Nou en?’ Want of iemand een mevrouw of een meneer is, is zelden mijn eerste preoccupatie. Of ze goed zijn in hun vak, iets zinnigs te vertellen hebben, onderhoudend of betrouwbaar zijn, is belangrijker dan hun sekse. Bovendien vind ik een beetje verwarring over uiterlijke kenmerken juist prettig: een aantrekkelijk teken dat we allerergste vormen van seksescheiding gelukkig achter de rug hebben.

Da’s allemaal heel liberaal van mij. Modern ook, alsdat we de seksen toch bijna voorbij zijn. Maar daaronder gaat stiekem een blasé standpunt schuil: een geslachtsverandering, dat hóeft toch tegenwoordig niet meer? Dat heb toch nergens meer voor nodig?

Voorzorg

COLUMN - Afwijkingen opsporen is het devies, in medische zaken. We zijn gaan geloven dat elke meetbare waarde in ons lichaam zich aan een algemeen gemiddelde hoort te houden, en elke afwijking van dat hypothetische gemiddelde op een ziektebeeld wijst.

Het devies bij een afwijking is: ingrijpen, ook al heb je momenteel nergens last van. Afwijken van de standaard betekent dat er iets mis is: al heb je nu niks, het bewijst dat je later iets kunt krijgen, en dus dat je nu maatregelen moet nemen!

Ga statines slikken, bijvoorbeeld, want je cholesterol was wat hoog. En je weet toch dat er een verband bestaat tussen cholesterol en vaat- of hartziektes?

Wat zelden iemand hardop zegt, is dat sinds de introductie van statines de grens van wat een ‘veilig’ cholesterolgehalte wordt geacht, drastisch is verlaagd. De afgelopen twintig jaar is de risicogroep opgerekt, en worden elk jaar aan meer mensen statines voorgeschreven.

Dat noemen we preventie. Zonder statines is de kans dat deze mensen hart- en vaatziekten zouden krijgen, een stuk hoger, menen we, en voor hun eigen veiligheid definiëren we de risicogroep graag breed. Want wie wil er nou doodgaan aan hartfalen? Bovendien is voorkomen toch goedkoper dan genezen?

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Ga stemmen

Uit protest overwegen veel mensen nu niet te stemmen. Verkiezingen halen toch niks uit, redeneren ze. Occupy Utrecht organiseerde zelfs een publieke verbranding van stemoproepen.

Wegblijven is werkelijk het allerlamste protest denkbaar. Dat stemmen niet idioot veel uithaalt, snap ik ook wel. Maar wegblijven betekent helemaal dat je niet wordt gehoord. Je zei immers niks! En hoezo, wegblijven uit protest? Niemand gelooft toch dat politici zich een hoedje schrikken wanneer er vandaag minder kiezers komen opdagen dan de vorige keer?

Wie tegen de huidige manier van politiek bedrijven is, moet snappen dat zélfs een opkomstdaling van twintig procent makkelijk kan worden weggemasseerd. En juist omdat u wegbleef, kan niemand vaststellen waarom u wegbleef. Dat ondermijnt uw protest nogal. Was het mooie weer de reden dat u verstek liet gaan, of juist de regen? Was u ziek, of op vakantie?

Over wegblijvers kun je alles zeggen. Derhalve zal abstinentie worden weggepraat. Daar sta je dan: heb je ‘bewust’ niet gestemd, maar nergens iemand te vinden die je afwezigheid in het stemhokje als pertinent zal duiden – want het is in niemands belang om die afwezigheid, zelfs indien die collectief is, als politiek protest te duiden.

Wegblijven bij verkiezingen bestendigt hooguit het idee dat burgers zich steeds minder voor politiek interesseren. Wegblijven geeft politici het gevaarlijke gevoel dat er toch niet op ze wordt gelet, en dat ze ‘dus’ kunnen doen wat ze willen.

Piraat Spaink verliest de buit uit het oog!

Afgelopen week nam Karin Spaink met een felle column afscheid van GroenLinks. Via de website van de partij diende Jorrit Nuijens, fractievoorzitter GroenLinks Amsterdam Centrum, haar van repliek met een open brief.

Beste Karin,

Omdat we samen op de kieslijst van GroenLinks Amsterdam Centrum staan (het Parool, 4 Maart 2010), voel ik me geroepen om je te schrijven over je afscheid van onze partij in het Parool van 31 Juli. Wat jammer om te lezen, en wat schrijf je weer prachtig. Scherp als een piraten-sabel zeg maar.

Roerend spreek je in je column over het “verkwanselen van alles waar GroenLinks voor stond”, en dat is retorisch natuurlijk prachtig. ’t Is theatraal, het bekt lekker, spaart geen kolen en geen geiten. Genieten dus, voor grage lezers zoals ik. Politiek is het echter onwaar.

Dramatisch is je hardheid voor Jolande Sap, maar goeddeels onverdiend. Zonder oog voor kiezerswinst toonde ze de civil courage om als enige linkse partijleider te onderhandelen over het Lenteakkoord. Ze onderhandelde niet alleen, maar wist daar verschrikkelijke bezuinigingen op sociaaleconomisch gebied en in de zorg terug te draaien, en ook nog eens te zorgen voor een aantal vergaande vergroenende maatregelen.

Voor alle lage en middeninkomens was het Lenteakkoord een verbetering, mede dankzij de door jou -terecht- bewonderde Ineke van Gent. Niet slecht, als oppositiepartij met tien zetels.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

De man die benen maakte

Er was eens een man, een coureur, die besloot benen te maken voor mensen die dat nodig hadden. Uiteindelijk kreeg hij een heus ballet.

Ik ben altijd jaloers geweest op schrijvers die verwondering kunnen scheppen uit de dagelijkse dingen. Karin Spaink – die ook op Sargasso blogt (en nee dit is geen superobjectief verhaal) – slaagt daar vaak goed in. In de kleine XS4ALL-publicatie Wie is U? schreef ze een boeiende geschiedenis over de telefoon. Daarin liet ze zien dat naar mate de telefoon kleiner en draadlozer werd, bellen steeds meer een privé-aangelegenheid werd. Totdat er een ommekeer kwam met de mobiele telefoon, waarmee de privésfeer juist weer uitdrukkelijk in de publieke ruimte werd gebracht.

Spaink toont zich weer een goed verteller in haar nieuwe boek De Benenwagen: het succesverhaal van de Canta. Canta’s zijn die vaak rode gehandicaptenwagentjes die zo normaal zijn in ons straatbeeld, dat je ze niet eens meer ziet. Het aardige is echter dat deze Canta’s een typisch Hollands fenomeen zijn. Ze worden gemaakt door ‘s-Neerlands grootste autoproducent Waaijenberg, het bedrijf van oud-coureur Dick Waaijenberg.

Spaink rijdt zelf in zo’n wagen. Voor haar was de Canta niet minder dan een bevrijding. Ze had weer benen. Dat is de rode draad in het boekje: hoe een innovatief idee van een betrokken coureur zoveel mensen hun vrijheid teruggaf. Voor Spaink zelfs de vrijheid om in het wagentje naar Berlijn te crossen met haar vriend.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Promoot een sekte

De Amsterdamse lokale omroep Salto ruimt zendtijd in voor Scientology. Karin Spaink is geschokt.

Iemand vroeg me of ik wist dat Salto (de lokale omroep van Amsterdam) geregeld zendtijd inruimt voor Scientology, de sekte die tien jaar lang oorlog tegen mij heeft gevoerd. Nee, dat wist ik niet. En ik had het ook niet verwacht.

Scientology is immers berucht. De sekte tracht critici de mond te snoeren door die kapot te procederen. Scientology houdt er strafkampen op na waar mensen worden uitgehongerd, intimideert haar leden, steelt documenten bij overheidinstanties, pleegt inbraken bij ministeries en rechtbanken, luistert mensen af, voert smaad- en lastercampagnes tegen critici, melkt haar leden financieel uit, chanteert haar leden, probeert critici via onnavolgbare opzetjes in de gevangenis te krijgen, doet valse aangiftes, steelt vuilniszakken en achtervolgt mensen in de hoop iets ‘bruikbaars’ op het spoor te komen, dwingt leden om met hun familie te breken, ontduikt de belasting, stopt verkrachting in de doofpot, eist abortus van de vrouwelijke leden van haar elitetroepen, onthoudt doodzieke leden urgente medische zorg, stopt mensen in isolatie, probeert critici uit te schakelen door ze valse bommeldingen en beschietingen in de schoenen te schuiven, schrijft leden hoogst schadelijke doses vitaminen voor, en vervalst haar eigen boeken (financieel, historisch en ideologisch) met hetzelfde pandoer als waarmee ze eerder de biografie van haar oprichter L. Ron Hubbard had herschreven.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Jay Phagan (cc)

Kijklust en cameratoezicht

Vrouwen zijn in de publieke ruimte onderwerp van kijklust. Niet door nafluitende mannen, maar door bewakingscamera’s. Dit is slechts een van de perverse gevolgen van cameratoezicht, stelt Karin Spaink. Het artikel is ook in Parool verschenen.

Onderzoek wijst steevast uit dat bewakingscamera’s criminaliteit niet doen afnemen. Dat we er niettemin zo dol zijn, is te wijten aan twee kapitale, elkaar tegensprekende denkfouten: enerzijds gaan we ervan uit dat mensen volkomen rationeel zijn, anderzijds dat ze zich niet aanpassen.

Geweld op straat is bij uitstek irrationeel: geen aanvaller of hooligan die eerst zijn pakkans berekent voordat-ie los gaat. Dieven zijn wél calculerend, maar geven hun stiel heus niet op vanwege camera’s. Ze zetten een muts of capuchon op, of verleggen hun werkterrein. (De stijging van gewelddadige overvallen in woonhuizen houdt rechtstreeks verband met de betere beveiliging van drukke straten, banken en winkels.)

Cameratoezicht heeft pluspunten. Wanneer mensen weten dat ergens bewakingscamera’s zijn, voelen ze zich vaak veiliger. En soms – hoewel minder vaak dan we denken – vergemakkelijken camerabeelden de opsporing. De vraag is wel of een illusie plus gering rendement de inzet van zoveel geld en menskracht legitimeert.

Dat prangt des te meer omdat cameratoezicht principiële nadelen heeft. Ons beeld van misdaad verschuift erdoor naar lijfelijke criminaliteit, naar spektakelmisdaad. Fraude, oplichting, omkoping, chantage, belastingontduiking – kortom: witteboordencriminaliteit – vang je niet met camera’s; zulke misdaden raken letterlijk uit ons zicht.