Kijklust en cameratoezicht

Vrouwen zijn in de publieke ruimte onderwerp van kijklust. Niet door nafluitende mannen, maar door bewakingscamera’s. Dit is slechts een van de perverse gevolgen van cameratoezicht, stelt Karin Spaink. Het artikel is ook in Parool verschenen.

Onderzoek wijst steevast uit dat bewakingscamera’s criminaliteit niet doen afnemen. Dat we er niettemin zo dol zijn, is te wijten aan twee kapitale, elkaar tegensprekende denkfouten: enerzijds gaan we ervan uit dat mensen volkomen rationeel zijn, anderzijds dat ze zich niet aanpassen.

Geweld op straat is bij uitstek irrationeel: geen aanvaller of hooligan die eerst zijn pakkans berekent voordat-ie los gaat. Dieven zijn wél calculerend, maar geven hun stiel heus niet op vanwege camera’s. Ze zetten een muts of capuchon op, of verleggen hun werkterrein. (De stijging van gewelddadige overvallen in woonhuizen houdt rechtstreeks verband met de betere beveiliging van drukke straten, banken en winkels.)

Cameratoezicht heeft pluspunten. Wanneer mensen weten dat ergens bewakingscamera’s zijn, voelen ze zich vaak veiliger. En soms – hoewel minder vaak dan we denken – vergemakkelijken camerabeelden de opsporing. De vraag is wel of een illusie plus gering rendement de inzet van zoveel geld en menskracht legitimeert.

Dat prangt des te meer omdat cameratoezicht principiële nadelen heeft. Ons beeld van misdaad verschuift erdoor naar lijfelijke criminaliteit, naar spektakelmisdaad. Fraude, oplichting, omkoping, chantage, belastingontduiking – kortom: witteboordencriminaliteit – vang je niet met camera’s; zulke misdaden raken letterlijk uit ons zicht.

Al dat monitoren van ieders gedrag in de publieke ruimte erodeert voorts onze notie van privacy. Stilletjes zijn we gaan geloven dat jezelf in de openbaarheid begeven voldoende reden is om van hogerhand bekeken, gevolgd en getoetst te moeten worden. We zijn gaan geloven dat je onschuldigen collectief mag volgen teneinde potentiële verdachten te vinden.

De kijkers – de instanties die ons gadeslaan – worden daarentegen juist anoniemer. We weten niet wie ons allemaal volgen, noch waarom; we weten niet hoe ons gedrag wordt geïnterpreteerd, noch op grond waarvan. De kijker hoeft nooit verantwoording af te leggen. De bekekene wél, en kan dat alleen doen door zich permanent te laten bekijken.
Ons leven wordt een panopticum. Steeds vaker vragen we ons af: ‘Gedraag ik me wel normaal?’ en zijn bang uit de massa gevist te worden.

De anonieme kijker die ons in de gaten houdt, is bovendien niet neutraal. ‘Verdachte’ bevolkingsgroepen worden vaker bekeken. Op ‘normaal uitziende’ mensen wordt amper gelet. Maar wist u dat vrouwen van nature verdacht zijn? In Korea moeten vrouwen tien maal vaker dan mannen door de bodyscan. De bewakers van Amsterdam CS bespieden met hun camera’s bij voorkeur vrouwen te en volgden graag decolletés.

Inderdaad, vrouwen zijn zelden terrorist. Maar een seksbom is toch ook een bom?

  1. 1

    Dat camera’s niets doen aan wibocri’s is geen argument. Witte boorden criminaliteit is ook misdaad, maar heeft een volkomen andere impact op individuen dan fysieke, tegen hen persoonlijk gerichte misdaad. Ook het effect op de samenleving is erg anders.
    Dat met camera’s wellicht weinig of geen misdaad wordt voorkomen kan zijn, maar helpt het wellicht bij opsporing en veroordeling? en zou het kunnen helpen bij ‘behandeling’ van delinquenten zodat op termijn toch een positief effect te verwachten is? Of moeten we alleen kijken naar de korte termijn?Toont Spaink hiermee diezelfde hijgerigheid die voorstanders van cameratoezicht soms hebben?
    En dat er meer naar vrouwen gekeken wordt dan naar mannen zal liggen aan de bezetting van de centrale post. De film ‘Red Road’ toont ons een vrouw die de camera’s bedient en gebruikt voor persoonlijke doeleinden. Maar in Spaink’s wereld zijn bewakers mannen met bijna kale schedels, die niks beters te doen hebben dan naar tieten staren. Misschien goed te melden dat moderne camera’s in kleur werken. Niet in zwart/wit.

  2. 2

    Camera’s helpen bij de opsporing vooral als de daders redelijk herkenbaar in beeld zijn, de politie is dan niet meer uitsluitend afhankelijk van mogelijk onbetrouwbare daderbeschrijvingen van getraumatiseerde slachtoffers als ze beelden hebben van de daders. Dat vergemakkelijkt de opsporing en daar gaat de auteur van bovenstaand artikel iets te makkelijk aan voorbij.
    De notie van privacy is trouwens niet iets vaststaands, het is continu aan verandering onderheving. Privacy anno 2011 is niet hetzelfde als privacy anno 1980.
    Een beetje privacy opgeven in ruil voor een verbetering in de opsporing van criminelen vind ik een aanvaardbare prijs, in bijv. Engeland werden een hoop relschoppers opgespoord en opgepakt dankzij camerabeelden.

  3. 3

    Interessant: “In Spaink’s wereld zijn bewakers mannen met bijna kale schedels, die niks beters te doen hebben dan naar tieten staren.” In mijn wereld zie ik ook ongelooflijk veel verveling bij bewakers. En bewaaksters zijn er ver in de minderheid. Hoe zit dat in de wereld van anderen?