Vlees: hoe het ook kan
Tja, het is me wat met die vleesconsumptie. Die moet terug, en als u dat niet gelooft, dan wonen wij op verschillende planeten en ontbreekt elke basis voor begrip. Een ideaal moment, dunkt me, om het mooie adagium van Michael Pollan in de praktijk te brengen: “eat less, pay more”. Niks kiloknaller. Subliem vlees dat van een goede veehouder via een goede slager is gegaan. Duur, ja, maar aan zulk vlees één keer per week heb je vele malen meer plezier dan aan zevenmaal treurlapjes. Zo doe ik het.
Maar het kan natuurlijk ook anders. Je kunt ook op de fundamentalistische toer gaan en over al het vleselijke (van bord zo niet van bed) op vertoornde wijze de banvloek uitroepen. Er zijn individuen voor wie dat de Enige Juiste Weg is. Gewoonlijk spreken zij dit ook met die hoorbare hoofdletters uit.
Let wel, ik heb vegetariërs zowel onder mijn vrienden als in mijn familiekring. Prima mensen met wie wederzijds respect voor elkaars leefwijze heel goed mogelijk is. Over die mensen heb ik het hier nadrukkelijk niet.
Ik doel nu op die militante vegetariërs die menen hun boodschap het best over het voetlicht te kunnen brengen door in niet mis te verstane bewoordingen uit te weiden over de geestelijke onvolkomenheid van de primitievelingen onder ons die nog verkiezen zich met dood dier te voeden. Zij worden des te onuitstaanbaarder wanneer zij hun fundamentalistische visie overgieten met een pseudo-wetenschappelijk sausje dat er qua wolligheid zowaar in slaagt het geitenwollen gepsychologiseer van de jaren ’60 ruimschoots te overtreffen. Je houdt het anno 2011 niet meer voor mogelijk, maar het kan.
Windmolens van 