De wooncrisis is een mensenrechtencrisis

De kern van de wooncrisis is dat het woonbeleid niet uitgaat van huisvesting als basisbehoefte en een grondrecht dat door de overheid moet worden gegarandeerd, maar van huisvesting als verdienmodel. Woningcorporaties verkochten tussen 2009 en 2020 ruim 236.000 woningen, eerst vooral aan de zittende huurders of starters, maar sinds 2015 steeds vaker aan beleggers. Het leidde in Amsterdam onlangs tot een nogal ongewoon voorstel van de gemeente, namelijk om zélf corporatiewoningen te kopen om te voorkomen dat deze in de vrije sector belanden. Vaak wijzen woningcorporaties naar de verhuurderheffing, de belasting op sociale huurwoningen, waardoor corporaties te weinig geld zouden overhouden voor nieuwbouw, onderhoud en verduurzaming. De corporaties dringen aan op afschaffing van de heffing, maar de verkoop begon dus al veel eerder. Zowel het afstoten van corporatiebezit als de verhuurdersvergunning zijn onderdeel van een langer lopend overheidsbeleid, door Cody Hochstenbach een ‘ideologisch project’ genoemd, om huisvesting over te hevelen naar de vrije markt. Dat heeft geleid tot tal van negatieve effecten. Eigenwoningbezit gesubsidieerd Eigenwoningbezit wordt sinds de jaren negentig door de overheid gepromoot als het hoogste ideaal en gesubsidieerd door tal van belastingvoordelen. Met alle gevolgen van dien: maatregelen zoals de hypotheekrenteaftrek, de belastingvrije schenking en recent de eenmalige vrijstelling van overdrachtsbelasting, bedoeld om starters te helpen, stuwen zowel de woningprijzen als de hypotheken verder omhoog. Wie een koophuis bezit wordt vanzelf rijker, maar voor starters is het bijna onmogelijk geworden om zonder eigen vermogen (lees: rijke ouders) een woning te kopen. Een ander probleem in de wooncrisis is dat woningen voor investeerders interessant zijn geworden. Woningen zijn een langtermijninvestering zonder al te grote risico’s. In 2020 kochten investeerders maar liefst een derde van de woningen in de vier grote steden. Ook buitenlandse investeerders, die door onze laatste minister voor Wonen, Stef Blok (VVD), door een overheidscampagne naar onze woningmarkt zijn gelokt. Omdat huuropbrengsten niet wordt belast, is een tweede of derde woning om te verhuren ook voor kleine beleggers aantrekkelijk als een boterham voor later of een leuk extraatje. Tegelijkertijd ging de overheid steeds minder bescherming bieden aan huurders op de particuliere markt. Een deel van hen komt door strengere inkomenseisen niet meer in aanmerking voor sociale huur, hoewel zij zich ook niet redden op de particuliere markt. Bovenop de hoge huurlasten komt woononzekerheid: bijna de helft van de particuliere huurwoningen wordt voor tijdelijke verhuur aangeboden, zo bleek uit onderzoek vorig jaar. Hiervan profiteren de verhuurders, want zij kunnen bij elke nieuwe huurder de huurprijs verhogen. De benarde positie van huurders bevestigt dat een huurwoning ‘weggegooid geld’ is, en een huurder dief van de eigen portemonnee. Sociaal vangnet Ondertussen is huisvesting door woningcorporaties weer een sociaal vangnet geworden, dat door de strengere inkomensregels alleen nog toegankelijk is voor de laagste inkomensgroepen. Dat was niet altijd zo. In 1901 stelde de Woningwet arbeiders in staat om met overheidssteun woningbouwverenigingen op te richten. Al snel moesten gemeenten bijspringen om woningen voor de allerarmsten te bouwen – het begrip ‘volkshuisvesting’ werd geïntroduceerd. Tijdens de wederopbouw en daarna de stadsvernieuwing ontwikkelden de gemeentelijke woningbedrijven zich echter tot de belangrijkste woningbouwers, voor de allerarmsten én voor de middenklasse. Tijdens de liberaliseringsgolf van de jaren tachtig werd bedacht dat de verantwoordelijkheid voor huisvesting aan de markt moest worden gelaten. Dat mondde uit in de financiële verzelfstandiging van de toenmalige gemeentelijke woningbedrijven in 1997 – voortaan noemden we ze woningcorporaties. Woningcorporaties verkochten een deel van hun woningen aan zittende huurders en starters, maar ook aan beleggers. Daarop moest ‘middenhuur’ worden gebouwd, voor mensen die niet in aanmerking komen voor de sociale sector maar ook niet kunnen kopen. Pas in 2013 werd de verhuurdersheffing ingevoerd. Volgens Cody Hochstenbach was de verhuurderheffing dan ook geen gewone bezuinigingsmaatregel maar past het in een lange trend van liberalisering van de woningmarkt. Na een reeks financiële schandalen en een parlementaire enquête naar de corporatiesector volgde de herziening van de Woningwet in 2015. Het rijk bedong dat woningcorporaties terug moesten naar hun ‘kerntaak’: het huisvesten van mensen met lage inkomens of bijzondere doelgroepen. En zo zijn we honderdtwintig jaar na invoering van de Woningwet in zekere zin weer terug bij af:  mensen moeten in principe zelf voor hun huisvesting zorgen, de overheid ontfermt zich alleen over de allerarmsten. Zoals alle sociale voorzieningen, is ook een sociale huurwoning van een recht tot een gunst verworden. Solidariteit ondermijnd Het overheidsbeleid ter promotie van het eigenwoningbezit heeft volgens sociaal geograaf Barend Wind geleid tot groeiende vermogensongelijkheid. Journalist Hans de Geus, die onlangs een boek over de wooncrisis schreef, ziet een ‘tweekastenmaatschappij’ ontstaan. De mensen die woningen bezitten en eigenwoningbezit kunnen doorgeven aan hun kinderen varen wel bij het beleid, maar de mensen die niet kunnen kopen komen er steeds bekaaider vanaf. Daar komt bij dat de strijd om woonruimte de solidariteit ondermijnt. Dat zien we in de hetze jegens scheefwoners (mensen die te veel verdienen voor een sociale huurwoning) die moeten plaatsmaken voor de ‘echte’ doelgroep – ook als zij de hoge particuliere huren niet kunnen betalen. Daarbij vergeten we voor het gemak hoeveel mensen tegenwoordig door flexibilisering van de arbeidsmarkt hun inkomen ook niet zeker meer zijn. We laten het gebeuren dat ouders met een bijstandsuitkering hun volwassen kinderen op straat zetten, uit vrees voor de ‘samenwoonkorting’. Daklozen moeten eerst ‘aan zichzelf’ werken voordat ze een dak boven hun hoofd krijgen – de Housing First-aanpak, waarbij daklozen eerst een huis krijgen, zet in Nederland maar mondjesmaat voet aan de grond. De VVD en het CDA, die medeverantwoordelijk zijn voor de inkrimping van de sociale voorraad, grijpen de woningnood aan om xenofobe standpunten te verkondigen: zij vinden het ‘oneerlijk’ dat statushouders voorrang krijgen op andere woningzoekenden. Recent werd bekend dat het woningcorporaties en gemeenten niet lukt om locaties te vinden voor de bouw van 20.000 flexwoningen, bedoeld voor starters, statushouders en mensen die tijdelijk een dak boven hun hoofd nodig hebben, vanwege verzet uit de samenleving. De wooncrisis zet burgers tegenover elkaar. In Den Haag verzette een buurt zich tegen de huisvesting van zestig dakloze mensen in een leeg verpleeghuis. In Tilburg stapten buurtbewoners naar de rechter om een ‘Polenhotel’ voor 700 arbeidsmigranten tegen te houden. Wie heeft het meeste recht op een woning: jongeren, ouderen, starters, particuliere huurders, mensen met beperkingen? De 11.000 statushouders die het komende half jaar moeten worden gehuisvest, de 36.000 daklozen, de naar schatting 250.000 arbeidsmigranten uit Oost- en Zuid-Europa die nu via hun werkgever worden gehuisvest maar die hun woonruimte verliezen zodra ze hun werk kwijtraken? Mensenrechtencrisis De dominante beleidsvisies - eigenwoningbezit als investering en sociale huur als gunst - hebben het zicht ontnomen op wat huisvesting in de eerste plaats is: een basisbehoefte. Om de wooncrisis op te lossen is het dan ook niet voldoende om meer woningen te bouwen, al gebeurt het nog zo slim, snel, tijdelijk of tiny. Een nieuwe minister voor Wonen gaat niet helpen, als die ondertussen onze huurwoningen aanprijst als beleggingsobjecten bij internationale investeerders. De terugkeer van een minister van Volkshuisvesting kan een eerste stap naar een oplossing zijn, maar alleen als diens visie op huisvesting fundamenteel wijzigt. De wooncrisis is namelijk in de eerste plaats een mensenrechtencrisis. Dat is de boodschap van de beweging Make The Shift onder leiding van Leilani Farha, voormalig Speciale Rapporteur voor huisvesting van de Verenigde Naties. Als overheden zich onvoldoende inzetten voor adequate huisvesting voor iedereen, dan schenden zij het recht op wonen. En daarbij gaat het om meer dan het tegengaan van dakloosheid en huisuitzettingen. Erken huisvesting als een grondrecht, zei ook het Europarlement in januari tegen overheden, en beperk de financiële activiteiten die het recht op huisvesting ondermijnen. Er moet niet alleen voldoende beschikbare woonruimte zijn, maar ook de betaalbaarheid, kwaliteit en woonzekerheid moeten worden gegarandeerd. De Rotterdamse wethouder Wonen zei vorig jaar: “Een inclusieve stad is óók voor starters, middeninkomens die groter willen wonen of voor wie een penthouse wil.” Het recht op wonen vereist inderdaad dat de overheid woonruimte voor iedereen garandeert. Maar de overheid moet daarbij wel bijzondere aandacht hebben voor de aanzienlijke groep mensen die onvoldoende inkomen heeft om op de particuliere markt een woning te huren of kopen. Mensen die een penthouse kunnen betalen, zullen geen moeite hebben om huisvesting te vinden, ongeacht of er voldoende penthouses beschikbaar zijn. Maar omgekeerd zullen mensen met weinig inkomen wél moeite hebben om huisvesting te vinden als er onvoldoende betaalbare woningen zijn. Woonbeleid dat gebaseerd is op huisvesting als grondrecht, zoals waar de Rotterdamse actiegroep Recht op de stad voor pleit, heeft per definitie veel aandacht voor het garanderen van betaalbare huisvesting voor mensen met relatief weinig inkomen. Zulk woonbeleid ziet betaalbare en sociale huur (of sociale koop) niet als onaantrekkelijke of onrendabele woonvorm, of als gunst voor de allerarmsten, maar als een verworvenheid van een rijk land dat het recht op huisvesting voor alle inwoners garandeert. Alleen vanuit die gedachte zal het lukken om de wooncrisis bij de wortels aan te pakken. -- Dit artikel is een bewerkte versie van een opinieartikel dat op 14 mei in het NRC verscheen. De auteur is mede-initiatiefnemer van Recht op de stad.

Door: Foto: lO rEs (cc)
Foto: NiederlandeNet (cc)

Tweede Kamer incompleet

Prof. Dr. Bert van den Braak, medewerker van het Montesquieu Instituut, constateerde een opmerkelijk fout bij de Tweede Kamer. Dilan Yesilgöz-Zegerius (VVD) werd op 25 mei beëdigd als staatssecretaris. Ze staat op de website van de Tweede Kamer nog steeds als kamerlid vermeld. Dat kan niet, legt dhr. Van den Braak in deze column uit.

Een Kamerlid kan volgens artikel 57 van de Grondwet niet óók minister of staatssecretaris zijn. Uitzondering: bewindslieden die al in functie waren toen ze bij de verkiezingen tot lid der Staten-Generaal werden gekozen. Anders gezegd: de uitzondering geldt demissionaire bewindslieden.

Dilan Yesilgöz-Zegerius was bij de verkiezingen geen staatssecretaris, dus haar lidmaatschap van de Tweede Kamer dient beëindigd te zijn, betoogt dhr. Van den Braak. Het is, zo stelt hij, niet zomaar een formaliteit, want “als Kamerlid is zij lid van de VVD-fractie en kan zij daarin meepraten over het verloop van de formatie”.

Tot zo ver de column van Bert van den Braak.
Dit ‘foutje’ heeft ook nog andere gevolgen. De zetel van Yesilgöz-Zegerius dient leeg te zijn, want er is nog geen opvolger/vervanger benoemd. De Tweede Kamer zou momenteel dus 149 leden moeten tellen. De VVD-fractie telt nog steeds 34 leden, terwijl dat nu 33 leden moet zijn. In de recente stemmingen wordt de VVD echter nog voor 34 leden gerekend.

Closing Time | Blues Run The Game

Als zowel Nick Drake en Sandy Denny liedjes van jou hebben gecoverd, dan zegt dat wel wat. Dan heb je goeie liedjes gemaakt. Dan laat je, zoals in het geval van Jackson C. Frank, een paar goede liedjes na. Want de man leeft niet meer. Hij had, samengevat, een erg slechte lichamelijke en geestelijke gezondheid. En ook zowel maatschappelijk als sociaal ging het niet goed met hem. Tragisch. Hij stierf blut en bleef als artiest obscuur. Ik zit, terwijl ik dit typ, naar de hoesfoto van de cd van hem te kijken. Een netjes gekamde jongeman, glad geschoren, blouse met trui en met een verlegen oogopslag. Hij weet nog niet welk lot hem te wachten staat. De depressies, de schizofrenie, de ziektes, het ongeluk. Hij ging eerst liedjes schrijven, en zelf zingen. En met andere artiesten bevriend zijn die wereldberoemd zouden worden. De tekst staat trouwens als een huis. When I’m not drinking baby, you are on my mind. Hij wist de blues pijnlijk treffend te verwoorden.

Foto: Sergey Melkonov (cc)

Illiberaal Hongarije springplank voor China

De burgemeester van Boedapest, Gergely Karácsony, onthulde deze week vier nieuwe straatnaambordjes in zijn stad. Bijzondere straatnamen: de Oeigoerse martelarenweg, de Bevrijd Hongkongstraat, de Dalai Lamastraat en de Bisschop Xie Shiguangstraat. De nieuw benoemde straten liggen in dezelfde wijk waar de Hongaarse regering een nieuwe universiteit heeft gepland, een tak van de Chinese Fudan universiteit in Shanghai, die geliëerd is aan de communistische partij. De nieuwe straatnamen zijn een duidelijk politiek statement van de burgemeester van de hoofdstad tegen premier Viktor Orbán en zijn Fidesz partij, die enkele jaren geleden de liberale, westerse Central European University de stad uitjoegen.

Karácsony won in 2019 met ‘Dialoog voor Hongarije‘ de lokale verkiezingen in Boedapest. Het was voor het eerst dat de gehele oppositie met één kandidaat de strijd aanging tegen de Fidesz-hegemonie. Dat succes smaakt naar meer. Voor de presidentsverkiezingen van 2022 hebben de oppositiepartijen van links tot rechts opnieuw de handen ineen geslagen. Karácsony heeft zich kandidaat gesteld om de gezamenlijke lijst aan te voeren.

Beloning voor een derde kind

Daarmee is het einde van Orbán zeker nog niet getekend. In de peilingen houdt Fidesz voorlopig nog een voorsprong. Intussen werkt de Hongaarse premier na zijn afscheid van de christendemocratische Europese Volkspartij (EPP) gestaag verder aan een rechtser, conservatiever Europa. Afgelopen maand lanceerden de Visegradlanden (Hongarije, Polen, Tsjechië en Slowakije) een ‘pro-gezinscoalitie‘. Het doel van de nieuwe coalitie is het bevorderen van een gezinsbeleid op lokaal, nationaal en EU-niveau. De V4-ministers die belast zijn met sociale en gezinsaangelegenheden ondertekenden een gezamenlijke verklaring waarin ze hun “samenwerking om onderzoek te doen op het gebied van gezinsondersteuning en gezinsbehoeften, parallel in onze vier landen” uiteenzetten. Gegeven het lage geboortecijfer en de uitstroom van jongeren naar West-Europa geeft de Hongaarse regering al enige tijd een hoge prioriteit aan de ondersteuning van gezinnen. En dat lijkt succes te hebben. Met een flinke bonus op gezinsvorming is het aantal huwelijken in het land de afgelopen jaren fors gestegen. Gehuwde paren kunnen een lening van €30.000 krijgen die ze niet hoeven terug te betalen als ze een derde kind hebben gekregen. De stellen zijn volledig vrij om te beslissen hoe en wanneer ze de renteloze lening besteden. Ze moeten wel aan een aantal criteria voldoen: ze moeten getrouwd zijn, de vrouw moet tussen de 18 en 40 jaar oud zijn en het moet onder meer het eerste huwelijk zijn voor een van de twee.

Foto: Mizzou CAFNR (cc)

EarthBNB

COLUMN - Sinds een week of wat heb ik nieuwe huisgenoten. Nogal veel: inmiddels een paar honderd, schat ik. Ze hebben geen longen en in de open lucht stikken ze binnen het kwartier; als hun omgeving te nat is, verdrinken ze. Ze hebben liefst tien hartjes, die gepaard in hun lijfje zitten: vijf setjes van twee. Ze zijn verrassend sterk: als ze kronkelen, voel je de kracht waarmee ze zich verzetten. (Ik durf alleen de grote op te pakken, bij de kleintjes ben ik enigszins benauwd dat ik ze bezeer.)

Mijn huisgenoten zitten in een wormenton, waar ze mijn huis-, tuin- en keukenafval voor me composteren. Plus een boel karton, dat ze nodig hebben voor de cellulose. Ze zijn nu hard bezig de doos waarin zij en hun nieuwe onderkomen hier arriveerden, in stukjes en beetjes op te eten: een prachtig voorbeeld van de kleinschalige recycling waarvoor ik ze in huis heb gehaald.

Maar een roedel compostwormen verzorgen is iets anders dan omgaan met een kat of hond: je kunt niets aan hun snoetjes aflezen. Je moet hun gedrag bestuderen, en kijken of het goed gaat in hun EarthBNB. Dat kost tijd: je ziet de invloed van elke ingreep op z’n vroegst een paar dagen later. Alsof je een olietanker bestuurt, een mammoetschip gemaakt van tijgerwormen.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Closing Time | Slayer

Ok, we hebben ze nu twee keer gehad in en mashup, een keertje samen met Atari Teenage Riot, en ze staan in onze lijst van de beste live-albums… maar Slayer heeft zelf nog nooit een Closing Time gehad? Nooit? Het machtige Slayer, dat begin jaren 80 een enorme bijdrage heeft geleverd aan de (metal)muziek, en een ongelooflijke invloed gehad op talloze bands in het genre?

Dat we hier op Sargasso nooit aandacht aan hebben besteed, lieve lezers… hier past ons schaamte, diepe, diepe schaamte. Omdat ze zoveel goede muziek hebben (vooral uit de eerste tien jaar uit hun carrière gebiedt de eerlijkheid me te zeggen), begin ik maar waar het met mij mee begon: War Ensemble, het eerste nummer van hun vijfde studieplaat Seasons in the Abyss. Ik hoorde het voor het eerst op een langspeelplaat, geleend bij de lokale bibliotheek (nou ja, wel besteld in de dichtstbijzijnde stad, want Slayer, dat hadden ze niet in ons dorpje), en getrouw overgezet naar een vervolgens kapotgedraaid cassettebandje – die misdaad tegen de copyrightwetgeving is inmiddels wel verjaard, vermoed ik.

Foto: Bob Leckridge (cc)

De ondergang van de geesteswetenschappen

COLUMN - Ach ja, de geesteswetenschappen. Deze week is het de Martin-Luther-universiteit in Halle-Wittenberg en dit keer zijn het classici wier instituut wordt bedreigd. Twee weken geleden waren de archeologen in Sheffield de pineut. Er is een petitie hier en er is een petitie daar. U moet ze maar even tekenen, als u denkt dat het nog zin heeft.

Die laatste acht woorden zijn insinuerend. Natuurlijk heeft het wél zin er wat van te zeggen als universiteiten iets waardevols mollen. Dat ik die acht woorden toevoeg, is echter om diezelfde reden. Het is zinvol te noteren dat het geen verrassing is. Een jaar of zes geleden documenteerde ik in een stukje “Ex oriente nox” hoe het traditionele onbegrip voor de humaniora steeds vaker overging in sloop.

Ik had niet de verwachting of hoop dat het iets zou uithalen. De geesteswetenschappen zijn te verdeeld om nog gered te worden. Illustratief is dat maar weinig classici de petitie over archeologie in Sheffield onder de aandacht brachten en dat weinig archeologen de petitie voor de classici in Halle-Wittenberg delen. Zo gaat het altijd in de geesteswetenschappen. Wie wordt bedreigd, kan alleen terugvallen op zijn allernaaste collega’s. Ook in Nederland. Toen de Vrije Universiteit de studierichting Nederlands ophief, maakten vooral de neerlandici reuring. Ze hadden meer bijval verdiend van andere geesteswetenschappers.

Foto: Roel Wijnants (cc)

Luis in de pels

RECENSIE - Op Tweede Kerstdag 1986 wordt Assen rond 8 uur ’s morgens opgeschrikt  door een lichte aardbeving met een kracht van 2,8 op de schaal van Richter. Het KNMI meldt dat het de eerste aardschok is die in Drenthe wordt gemeten. Een link met de gaswinning wordt echter onmogelijk gehouden. Sociaal geograaf Meent van der Sluis gaat onmiddellijk op onderzoek uit, verzamelt getuigenissen en diept eerdere verhalen op over aardschokken in 1976, 1980 en 1984. Op 22 januari 1987 publiceert de NRC een artikel waarin Van der Sluis aan de hand van nogal technische beschouwingen zijn theorie uiteenzet over het verband tussen de aardschokken en de gaswinning. Hij acht de mogelijkheid van een ‘flinke klapper’ niet uitgesloten en waarschuwt voor de stabiliteit van de zoutkoepels die zijn aangewezen voor opslag van radioactief kernafval.

Bodemdaling en gaswinning

Die zoutkoepels hadden al eerder de aandacht van de Drentse activist Van der Sluis. Er was veel verzet in Drenthe tegen de plannen van de regering Den Uyl om de zoutkoepels te gebruiken voor atoomafval. In Gasselte vindt op 2 juni 1979 een demonstratie plaats van 25.000 mensen en er komen meer acties, zoals een ludieke ‘boortorenverbranding’. Meent van der Sluis onderbouwt de protesten met zijn kennis van de bodem in de noordelijke provincies. Hij neemt onvermoeibaar deel aan alle acties ter bescherming van het natuurlijk milieu in zijn omgeving en bereikt met zijn wetenschappelijk onderbouwde argumenten regelmatig de media. Als docent, eerste aan de Pedagogische Academie en later aan de Landbouwhogeschool neemt hij zijn studenten mee voor onderzoek naar de gevolgen van bodemdaling. In 1989 en 1990 publiceert hij twee rapporten over de bodembeweging in de noordelijke provincies in relatie tot de gaswinning. Van der Sluis is bijna twaalf jaar lid van de Provinciale Staten van Drenthe voor de PvdA. Daar zet hij zijn strijd tegen bodemdaling en de gaswinning voort. Het wordt hem niet in dank afgenomen. Hij wordt niet geloofd. Onder aanvoering van de afdeling PR van de NAM wordt hij weggezet als ondeskundige charlatan. In de PvdA blijft hij de onbehouwen, ondiplomatieke solist en dwarsligger die sommige van zijn collega’s liever zien gaan dan komen. Het is pijnlijk dat hij nooit heeft geweten dat zijn inzichten zoveel jaren na zijn vroegtijdige dood in 2000 nu gemeengoed zijn geworden.

Closing Time | Bill McClintock mashups

Enige tijd geleden trakteerde ik jullie al op wat uitermate vermakelijke YouTube-ongein. Er is daar natuurlijk nog veel meer moois te vinden. Zoals ‘mashups’: twee of meer nummers samenvoegen tot één geheel. Dat kan natuurlijk heel lelijk worden, maar meneer Bill McClintock is er uitermate bedreven in. Zoals jullie horen in bovenstaande samenvoeging van Careless van jaren ’80 pophelden Wham! en het geweldige Seasons in the Abyss van Slayer.

Quote du Jour | Vasthouden aan elke euro

Belangrijk voor komend jaar wordt solidariteit en samenhang: ondernemers én werknemers zitten in zelfde schuitje qua onzekerheid. Hoe meer we rekening met elkaar houden, inschikken en elkaar wat gunnen,hoe minder schade er ontstaat. Vasthouden aan elke euro is recept voor ellende

Met de wetenschap van nu zou Sywert van Lienden deze tweet waarschijnlijk niet hebben gepost. Maar waarom moet er nog meer gebashed worden op Sywert? Wel, o.a. hierom:

Closing Time | The My-O-My

Vriend A. te G. was bij zijn oudere neef op bezoek geweest en had bij die gelegenheid even rondgeneusd in zijn ouwe elpeeverzameling. ‘Kun je bij Sargasso niet een keer wat van die lowyoyo stuff van Captain Beefheart doen? Ik luisterde net naar Clear Spot, en dat is goed hoor.’ Nou is Captain Beefheart altijd een beetje aan mij voorbij gegaan. Ik ken hem niet. Behalve natuurlijk dan van die treffend, beroemde foto die Anton Corbijn van hem heeft gemaakt. Maar op youtube zag ik, al grasduinende in het oeuvre van de captain, ineens Sjef van Oekel voorbij komen. En Evert van der Pik ook nog. In Van Oekel’s Discohoek. (Hoe het zangeresje heet, weet ik niet). Daar trad kapitein biefstuk al onwennig playbackend op en doet The My-O-My. Maar volgens mij had hij het wel naar zijn zin. Hij dolt nog wat met pianist die op zijn verzoek een moppie Yesterday doet. En dan krijgt Don Van Vliet tot slot nog een beker, die opgehaald moet worden uit het toilet, uitgereikt, ‘vanwege zijn progressieve succes’, aldus Sjef van Oekel.

Quote du Jour | Ethiek

QUOTE - In februari van het eerste jaar begon het vak rechtsfilosofie. Het stond ingeroosterd op de donderdag aan het eind van de middag en op de vrijdagochtend daarna, de twee impopulairste momenten van de week. Vooraf hadden ouderejaars de geesten al rijp gemaakt voor het skippen van het hoorcollege. Waar het vak nog begon met een hoorcollege waarbij studenten op de trappen moesten zitten, was het aantal toehoorders in een week of drie gedecimeerd tot een man of tachtig. Als het mooi weer was en het terras lonkte, waren het er veertig.

Vorige Volgende