Ongelijkheid is immoreel
Een grote mate van ongelijkheid is niet alleen problematisch vanwege negatieve effecten op de kwaliteit van leven van velen, maar ook omdat het immoreel is.
In de Groene Amsterdammer ziet filosoof Sjaak Koenis enkele problemen in de huidige discussie en verontwaardiging over ongelijkheid. Koenis vindt het vaak onduidelijk wat nu precies het probleem van ongelijkheid is. In navolging van filosoof Harry Frankfurt stelt hij dat “gelijkheid op zich geen morele waarde heeft” en ongelijkheid op zich dus niet immoreel is. Het zou belangrijker zijn om te voorkomen dat mensen te weinig hebben (deprivatie) en dat anderen te veel hebben (hebzucht).
Als de ander (bij het streven naar gelijkheid) de maat levert, worden doelen volgens Frankfurt niet meer met het oog op eigen behoeften en omstandigheden van mensen beoordeeld, hetgeen afleidt van wat mensen zelf van belang vinden.
Natuurlijk moeten pogingen om de ongelijkheid te verkleinen niet afleiden van de verplichting om ervoor te zorgen dat iedereen genoeg heeft. Ervoor zorgen dat iedereen een waardig bestaan heeft moet prioriteit zijn. Theoretisch klinkt het nog wel redelijk, maar is er een realistische situatie denkbaar waarin de deprivatie van velen niet samenhangt met de hebzucht van anderen? Als het een samenhangt met het ander, maakt dat ongelijkheid dan niet per definitie immoreel?
