Mauro & de Raad van State
Terwijl minister Leers wordt afgedroogd door de voltallige oppositie, al dan niet verkleed als pratende vuilniszak, wappert Fritsma tevreden met de uitspraak van de Afdeling. Die had tenslotte de beslissing van de rechtbank om Mauro te laten blijven vernietigd en zelf geoordeeld dat het niet onrechtmatig was om Mauro een verblijfsvergunning te weigeren. De oppositie reageerde dat de minister helemaal niet in hoger beroep had mogen gaan, maar dat is een raar verwijt. Er ligt een fundamentele vraag op tafel: heeft de Raad van State de kwestie terecht aan het CDA-Drenthe overgelaten of verdient de Afdeling ook de hoon van de twitteraars?
Mauro is door zijn moeder te vondeling gelegd bij de Nederlandse Staat, zoals dat best nog wel vaak gebeurt door Angolese ouders. Ideaal is het allemaal natuurlijk niet, maar daar heeft een tienjarig jongetje niets aan. Die is gebaat bij pleegouders. Als we dat acht jaar laten duren zitten we met de rare vraag of we een voetballende Angolees met een zachte ‘g’ het land uit moeten knikkeren.
Juridisch is dat een kwestie van ‘family life’, zoals dat beschermd wordt door onder andere artikel 8 van het EVRM. Op basis van dat artikel besloot de rechtbank dat Mauro kon blijven. Zijn belangen wogen zwaarder dan de belangen van de Minister bij de onverkorte handhaving van het beleid. In hoger beroep tikte de Afdeling de rechtbank op de vingers omdat de rechtbank zelf een afweging had gemaakt. Dat mag een bestuursrechter niet doen van de Raad van State. Hij mag uitsluitend marginaal mag toetsen. Dat betekent: bezien of de Minister zich