Reclassering: regelvrij of vogelvrij?
Door efficiëntere bedrijfsvoering leek de reclassering bijna een productiebedrijf. In een pilotproject mocht het keurslijf van regels worden afgelegd, en kregen reclasserings-werkers weer de kans om te doen wat nodig is voor een cliënt. Maar dat verliep anders dan verwacht, vertellen Corine von Grumbkow, werkzaam bij Stichting Verslavingsreclassering GGZ en Jaap van Vliet van het Leger des Heils, Jeugdzorg & Reclassering.
Reclasseringswerkers hebben vaak voor hun vak gekozen om ex-bajesklanten te kunnen helpen met ‘reclasseren’, ofwel terug te laten keren in de samenleving. Maar in de praktijk is de reclassering heel anders geworden dan we denken, namelijk veel meer een uitvoerder van de opdrachten van de Officier van Justitie of de rechter.
Daarnaast is er een andere gedaantewisseling, eentje die meerdere professionals op verwante werkterreinen ook hebben ondergaan: de werkzaamheden zijn in afzonderlijke deeltaken opgeknipt. De indicatiestelling, advisering en het toezichthouden door de reclassering zijn van elkaar losgekoppeld, en de cliënt ziet dus steeds andere begeleiders. De basis voor deze ontwikkelingen is te vinden in het New Public Management (NPM) en de wetenschappelijke stroming ‘What Works?’. Dit eind jaren tachtig opgekomen NPM bereikte met enige jaren vertraging ook het reclasseringsveld. De achterliggende gedachte was dat de overheid met instrumenten als prestatiemeting en prestatiebeloning efficiënter en effectiever zou gaan werken.
