Europees Hof veroordeelt Nederland voor vreemdelingetje pesten
Terwijl de karavaan die de griffierechten wil verhogen zich niets gelegen laat liggen aan blaffende honden, rokeert het Hof in Straatsburg alvast wat stukken om de rechtsbescherming te verstevigen. In een klacht onder artikel 8 EVRM ziet het EHRM eigenlijk een klacht onder artikel 13 EVRM, waarmee de bescherming van artikel 6 EVRM wordt uitgebreid.
Het ging om een Afghaanse asielzoeker die hier al een tijdje is. Zijn vrouw en drie kinderen zijn reeds Nederlanders geworden, maar hij geldt als een zogenaamde ’1f-er.’ Men vermoedt dat hij geen onschuldige schapenboer was. Hoe dan ook: in Nederland wil hij graag bij zijn gezin blijven, en dus verzoekt hij om een verblijfsvergunning. Dat betekende: 830 euro aftikken. Hij had het geld niet, en hij vindt dat hij vanwege artikel 8 EVRM niet hoeft te betalen. Daar bestaat ook wel een regeling voor, maar die acht de minister hier niet van toepassing omdat er onvoldoende papieren zijn overgelegd. Een verzoek om een voorlopige voorziening bij de rechter loopt vervolgens ook op niets uit.
En zo arriveert de zaak in Straatsburg, alwaar zijn klacht onder artikel 8 ontvankelijk wordt verklaard. Dat betekent ook dat er sprake is van een ‘arguable claim’ in de zin van artikel 13 EVRM, dat recht geeft op een ‘effective remedy’ als er verdragsrechten in het geding zijn. Uit eigen beweging veroordeelt het EHRM Nederland voor een schending van dit artikel.

