In de lik na een computerfout?
“Dan halen we de politie d’r toch bij!” Het werd echt tegen me gezegd maar het kón niet waar zijn. Ik was werkelijk onschuldig aan het mij ten laste gelegde: zwart rijden met de trein. De hele situatie was absurd. Maar ik zat er middenin en het leek erop dat ik een nacht zou gaan doorbrengen in een politiecel.
Ik was onderweg van Schagen naar Amsterdam. Ergens bij Heerhugowaard had een conductrice mijn kaartje gezien en mijn kortingkaart gescand. Er was niets mis mee geweest. Nu, tussen Castricum en Zaandam, werd ik opnieuw gecontroleerd en dit keer zou mijn kortingskaart ineens al acht maanden verstreken zijn. Gek toch dat het zojuist niet was gezien. Of de dag ervoor in de trein uit Den Haag. Of de dag daarvoor in de trein naar Den Haag.
Ik probeerde de conducteur uit te leggen dat zijn collega nog geen kwartier daarvoor geen problemen had geconstateerd, maar hij was het stadium van het vaststellen van de feiten al voorbij. Of ik me, nu de overtreding was geconstateerd, maar wilde legitimeren. Omdat ik die middag geen redelijke aanleiding had gehad te vermoeden dat ik me die avond zou moeten legitimeren, had ik natuurlijk geen paspoort bij me, waarop me werd aangekondigd dat ik op het volgende station zou worden overgedragen aan de politie.






