ACHTERGROND - Als God bestaat en als Hij goed en almachtig is, waarom is er dan kwaad in de wereld? Er zijn diverse antwoorden mogelijk, maar geen daarvan is echt overtuigend. Leg aan iemand die een kind heeft begraven maar uit dat wat hij heeft ervaren als kwaad, in feite niet slecht is maar is gebeurd voor zijn eigen bestwil. Overtuigender antwoorden gaan ervan uit dat één van de drie aannames niet klopt niet: óf God bestaat niet, óf Hij is niet goed, óf Hij is niet almachtig.
Dat laatste antwoord kent weer verschillende varianten, en één daarvan is dat er naast God een tweede bovennatuurlijke persoon is, die Hem tegenwerkt. Een duivel. Dit dualisme is ouder dan het monotheïsme en wordt geassocieerd met de profeet Zarathustra, die ergens in het tweede millennium heeft geleefd in Centraal-Azië, en de mensen voorhield dat ze een keuze moesten maken tussen enerzijds de oppergod Ahuramazda en de goede goden, en anderzijds De Leugen. later zouden Zarathustra’s aanhangers het kwaad personificeren en de naam Angra Mainyu gaven, “geest van het kwaad”.
De joden, die monotheïsten waren, pikten het idee op. Het is in de Hebreeuwse Bijbel niet echt vaak te vinden (al blijft het zinvol 2 Samuël 24.1 te vergelijken met de hervertelling in 1 Kronieken 21.1), maar des te meer in de religieuze literatuur die niet in de canon is opgenomen. In de tekst die bekendstaat als de Testamenten van de Twaalf Aartsvaders staat de duivel aan het hoofd van een heel leger van demonen, zoals God beschikt over hemelse heerscharen van engelen. De individuele gelovige heeft maar te kiezen met wie hij mee wil doen. Ook de Dode Zee-rollen veronderstellen een dualistisch wereldbeeld.