AI en kapitalisme: een structurele botsing

Er bestaat een hardnekkig verhaal dat kunstmatige intelligentie het huidige kapitalisme naar een nieuw niveau zal tillen. Efficiënter, productiever, innovatiever, voor iedereen. Alsof de machine eindelijk doet wat de spreadsheet altijd al beloofde, zelfs de aloude hypothetische 4-urige werkdag kwam weer eens om de hoek kijken. Tegelijk schuurt er iets fundamenteels. AI en dat soort kapitalisme versterken elkaar slechts tot op een bepaald punt. Daarna beginnen ze elkaar te ondermijnen. De kern van het probleem ligt in waardecreatie. Kapitalisme draait om schaarste, eigendom en het vermarkten van arbeid. AI ondergraaft precies die drie pijlers. niet in de nieuwe AI-markt, maar bijna alle dienstverlenende markten, op een ongekende schaal. Zodra een model teksten, beelden, code en zelfs beslissingen reproduceerbaar maakt tegen marginale kosten die richting nul gaan, verdampt schaarste in die markten. Wat overblijft is overvloed. En overvloed laat zich slecht vangen in een systeem dat afhankelijk is van prijsmechanismen. Het is al zichtbaar in de praktijk. Bedrijven investeren miljarden in AI, om vervolgens hun eigen markt te kannibaliseren. Denk aan softwarebedrijven die generatieve AI integreren waardoor maatwerkontwikkeling sneller en goedkoper wordt, met directe druk op hun eigen consultancy-inkomsten. Of mediaplatforms die AI-tools aanbieden waarmee gebruikers zelf content genereren, wat de vraag naar professionele makers op datzelfde platform ondermijnt. De efficiëntiewinst slaat terug op het verdienmodel. Daar komt een tweede spanning bij. AI is kapitaalintensief. De infrastructuur bestaat uit datacenters, gespecialiseerde chips en enorme datasets. De toegang daartoe concentreert zich bij een klein aantal bedrijven. Daarmee verschuift de economie bijna noodzakelijk van concurrentie naar oligopolie en misschien zelfs monopolie. Niet omdat dat efficiënter is, maar omdat de instapdrempel absurd hoog ligt. Kapitalisme kan met ongelijkheid omgaan zolang er een belofte van mobiliteit bestaat. Het kapitalisme dat ons is de afgelopen eeuw (natuurlijk deels onterecht) is voorgespiegeld deed dat. AI ondermijnt die belofteny. Wanneer productiviteit niet langer gekoppeld is aan individuele arbeid, maar aan toegang tot modellen en infrastructuur, verliest het individu zijn economische hefboom. Die kan overal worden vervangen. Wat resteert is een systeem waarin eigendom van technologie bepalend is voor inkomen. Daarbij valt weinig terughoudendheid te verwachten van eigenaren en gebruikers als het gaat om het aanhouden van personeel dat door AI kan worden vervangen. De prikkelstructuur wijst één kant op: kostenreductie. Dat kan, bij brede en snelle adoptie, uitmonden in een arbeidsmarktshock met systeemrisico’s die verder reiken dan individuele sectoren. De vraag die daaronder ligt is fundamenteler: waar blijft de arbeider in dit systeem, wanneer arbeid zelf structureel aan waarde verliest? De derde breuklijn is epistemologisch. AI-systemen worden getraind op collectieve kennis. Teksten, beelden en code die door miljoenen mensen zijn geproduceerd. Dat wordt vervolgens geprivatiseerd in modellen die eigendom zijn van bedrijven. Het resultaat is een vorm van extractie zonder duidelijke tegenprestatie. De commons worden leeggetrokken en opnieuw verkocht. Dat mechanisme bestaat al eeuwen, van omheining van land tot privatisering van kennis, alleen nog nooit zo totaal en op deze schaal. Dat leidt tot een paradox. Kapitalisme heeft innovatie nodig, maar AI versnelt innovatie op een manier die het verdienmodel ondergraaft. Als alles gegenereerd kan worden, wat is dan nog schaars genoeg om winst op te maken? Het antwoord verschuift naar controle. Niet de output is waardevol, maar de toegang tot de systemen die die output genereren. Daarmee verandert de aard van het kapitalisme zelf. Van een systeem dat draait om productie naar een systeem dat draait om toegang en beperking. Paywalls, API-tarieven, licenties. Kunstmatige schaarste als laatste verdedigingslinie. Dat is geen evolutie, maar een noodgreep. De vraag is dan of AI en kapitalisme samen kunnen gaan, en in welke vorm. Een scenario is verdere concentratie. Een handvol bedrijven controleert de infrastructuur en dicteert de voorwaarden, met voorstelbare verstrekkende gevolgen. Een ander, minder waarschijnlijk scenario is dat AI dwingt tot herverdeling. Als arbeid structureel minder waarde genereert, wordt inkomen losgekoppeld van werk. Wat in ieder geval duidelijk wordt, is dat de huidige logica wringt. Een systeem dat afhankelijk is van schaarste botst met een technologie die overvloed produceert. Dat conflict laat zich tijdelijk maskeren met prijsmodellen en juridische constructies. Structureel blijft het bestaan.

Door: Foto: Mike MacKenzie (cc)
Foto: Anees Ur Rehman on Unsplash

Wat is er tegen commerciële geo-engineering?

LONGREAD - Het idee om de aarde te koelen door zonlicht te reflecteren is al oud. Er zijn in de loop van de tijd vele bezwaren tegen gerezen. Nu zijn er commerciële initiatieven voor zonnestralingsmodificatie (Solar Radiation Modification, of SRM). Er zijn nogal wat risico’s bij de toepassing van deze technologie .

In Silicon Valley is het al tientallen jaren normaal: bedrijven die enorme bedragen weten los te maken bij investeerders, zonder goed te weten hoe ze ooit winst kunnen maken. Die bedragen zijn de afgelopen jaren nog veel hoger geworden, sinds de hype rond AI werd aangewakkerd dankzij de zogenaamde Large Language Models. In de schaduw van dat miljarden-geweld opereert sinds kort het Amerikaans – Israëlische Stardust Solutions met eenzelfde bedrijfsmodel. Alleen houdt dit bedrijf zich niet bezig met computertechnologie, maar met zonnestralingsmodificatie (ofwel Solar Radiation Modification, of SRM; die afkorting zal ik in de rest van dit stuk gebruiken.) De website van dit bedrijf biedt veel beloftes, nog meer mistflarden en heel weinig concrete informatie. Wat hun technologie precies inhoudt blijft onduidelijk, net zoals wie de 25 wetenschappers, technici en academici zijn die hier achter zitten.

Het Amerikaanse Make Sunsets heeft een ander bedrijfsmodel. Het vraagt donaties aan het publiek, om door middel van ballonnen zwaveldioxide in de stratosfeer te brengen. Daar vormt dat gas aerosolen, die zonnestraling reflecteren. Van alle slechte ideeën om de aarde af te koelen, zou dit wel eens het allerslechtste kunnen zijn. Ballonnen zijn een heel inefficiënte manier om zwaveldioxide naar de stratosfeer te vervoeren, veel minder efficiënt dan bijvoorbeeld raketten. Per ballon krijg je maar een klein beetje naar boven. Er is een hefgas als waterstof nodig om dat beetje zo hoog in de atmosfeer te brengen. Aardig wat gas, omdat er ook nog wat apparatuur mee naar boven gaat. Ik heb het niet nagerekend, maar ik vraag me af dat het afkoelende effect van dat beetje zwaveldioxide opweegt tegen de uitstoot die het gevolg is van de productie en het vervoer van de ballonnen, het hefgas en de apparatuur. Zeker omdat het zwavelaerosol binnen een jaar of wat alweer is verdwenen uit de stratosfeer, terwijl het effect van uitgestoten broeikasgassen dan nog eeuwen blijft duren. Waterstof, dat hier as hefgas wordt gebruikt, beïnvloedt ook nog eens verschillende chemische processen in de atmosfeer, en wordt wel eens een indirect broeikasgas genoemd vanwege de invloed daarvan op de temperatuur. Het remt onder meer de afbraak van het sterke broeikasgas methaan.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Illustratie Sara Mertens, met toestemming auteur en illustrator

AI is vreselijk

ESSAY - Door Teun van Son (Universiteit Antwerpen)

Deze tekst zal ongetwijfeld in de databases van AI-modellen zoals ChatGPT, Gemini en DeepSeek belanden. Die modellen maken namelijk gebruik van zogenaamde ‘scrapers’: programmaatjes die het web afstruinen op zoek naar data voor hun meesters. Die scrapers nemen data die vrij beschikbaar is – denk aan Wikipedia-pagina’s, sociale mediaposts, en blogposts – en gebruiken deze data voor commerciële doeleinden. AI-scrapers zijn maar nauwelijks tegen te houden; aan toestemming vragen doen ze niet. Ook deze tekst zal dus de ChatGPTs van deze wereld voeden. Hoe moet ik me daarbij voelen?

Door de gootsteen 

Laten we beginnen bij het meest voor de hand liggende euvel van generatieve AI (‘genAI’): het is enorm verkwistend. Een prompt in ChatGPT kost gemiddeld 10 keer zo veel energie als een zoekopdracht via Google. Dit zal de komende jaren alleen maar erger worden. Het genereren van een e-mail van 100 woorden door GPT-4 kost meer dan een halve liter water. De populaire beeldspraak dat deze diensten ‘in de cloud’ zouden leven, verhult de keiharde materiële werkelijkheid: genAI draait op datacenters, en die datacenters slurpen water en energie.

Google, een van de grootste spelers in het miljardenspel van genAI, beloofde in 2019 om zijn uitstoot tegen 2030 terug te dringen tot netto 0. Maar tussen 2019 en 2024 is Googles uitstoot niet gedaald; ze is gestegen met maar liefst 48%. De hoofdschuldige? Datacenters. GenAI is nu al verantwoordelijk voor 11% tot 20% van al het stroomgebruik van datacenters.

Foto: Illustratie Marc van Oostendorp

Taal en tanks

COLUMN - Als je je afvraagt of de bezuinigingen op het hoger onderwijs van ruim 1 miljard en de extra 5 miljard die naar het leger gaan iets met elkaar te maken hebben, lees dan het nieuwe advies van de Adviesraad voor Wetenschap, Technologie en Innovatie (AWTI), de raad waarvan de huidige OCW-minister, Eppo Bruins, tot voor kort voorzitter was.

De raad adviseert de universiteiten gebruik te maken van het groeiende financiële potentieel bij Defensie. Daar wil men het vrijkomende geld vast voor een deel besteden aan onderzoek. Door daar aan te kloppen kunnen de dramatische tekorten die bij universiteiten aan het ontstaan zijn worden gecompenseerd. Omgekeerd wijst de Adviesraad het ministerie van Defensie erop, dat het niet alleen gaat om de ontwikkeling van nieuw materieel, maar ook om “kennis omtrent logistiek (digitale) infrastructuur, cybersecurity, gedrag, energie, cultuurwetenschappen en media- en communicatiestudies.” Als er op de universiteiten geen Arabisch meer gegeven wordt, is er bij Defensie allicht nog emplooi voor.

Propagandatechnieken

Het rapport haakt slim in op een al langer bestaande ontwikkeling: dat wetenschap zich moet laten leiden door maatschappelijke vraagstukken (in plaats van zelf een diagnose te stellen van wat nodig is):

Eerder adviseerde de AWTI hbo/wo-instellingen al om zich meer te richten op de maatschappelijke vraag/verwachting. Daarnaast zal de verwachting die de maatschappij van hbo/wo-instellingen heeft, veranderen met toenemende dreigingen en de urgentie om ons land en onze samenleving te beschermen.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Afbeelding Ari He via Unsplash.

Kunnen we algoritmes maken die niet uitsluiten?

COLUMN - van Rosa van den Dool.

Met het toeslagenschandaal werd nogmaals duidelijk dat data en datatechnologieën niet neutraal zijn en kunnen discrimineren, net als mensen. Hoe kunnen we dit soort data-onrechtvaardigheid de das omdoen?

De Nederlandse overheid verzamelt grote hoeveelheden privacygevoelige data van en over burgers. Wat er vervolgens met deze gegevens gebeurt is niet altijd zichtbaar, maar kan wel grote impact hebben op ons levenWanneer ik inlog op de website van de Belastingdienst om belastingaangifte te doen, schrik ik van de hoeveelheid informatie die over mij in het systeem staat: de overheid weet beter wat ik dit jaar heb verdiend dan ikzelf.

Algoritmen helpen overheidsinstanties omgaan met de oneindige stroom aan binnenkomende data. Deze computerprogramma’s bepalen vervolgens op basis van jouw gegevens of jij bijvoorbeeld in aanmerking komt voor een steekproef, waarmee ze checken of je wel genoeg belasting betaalt of wel recht hebt op huurtoeslag. Heel efficiënt, maar hieraan kleeft ook een keerzijde: algoritmes die gebruikt worden om informatie te sorteren en verwerken zijn niet neutraal en kunnen discrimineren. Of jij dus wordt uitgekozen voor een steekproef, kan zomaar worden bepaald op basis van je naam of de buurt waarin je woont.

Discriminerende technologie

Cultuur- en mediawetenschapper dr. Gerwin van Schie (UU) onderzoekt hoe het gebruik van data en algoritmen kan leiden tot discriminatie en onrechtvaardigheid in Nederland. “Als je wordt geboren in Nederland, melden je ouders je aan bij de gemeente en komen je gegevens terecht in de databases van de overheid. Je leeftijd wordt geregistreerd, maar bijvoorbeeld ook je geboorteland én het geboorteland van je ouders.”

Foto: Sander Weeteling on Unsplash

“Voor mij zijn technologische oplossingen een last resort”

INTERVIEW - door Laura Mol

Al eeuwenlang proberen we het land met dijken, molens en deltawerken te beschermen tegen het water. Maar er loert ook een ander gevaar. Het grondwaterpeil is te laag en natuurwater is vervuild. Hoe voorkomen we een watercrisis?

Het lijkt misschien een beetje gek om na een natte herfst stil te staan bij de waterproblemen die we in Nederland hebben. Toch is het volgens experts twee voor twaalf. We hebben steeds meer last van lange droge periodes waardoor er een tekort aan regenwater dreigt. Bovendien is het Nederlandse water sterk vervuild. Volgens hydroloog dr. Niko Wanders (UU) moeten we aan droogte werken als het nat is. We spreken hem in aanloop naar het Science Café over water op 24 mei én omdat hij recent een grote beurs ontving voor zijn onderzoek naar meerjarige droogte.

Niko, gefeliciteerd met het binnenhalen van je beurs. Waarom is dit project zo belangrijk?

“Sinds 2018 hebben we, met uitzondering van 2021, bijzonder droge zomers gehad. Dat is natuurlijk zorgwekkend. Wij willen uitzoeken wat de impact is van meerdere droge jaren achter elkaar, wat dat doet met de natuur en het grondwater. Daarnaast willen we in kaart brengen hoe ons eigen watergebruik daar invloed op heeft.”

Experts spreken van meerdere watercrises. Er is droogte, maar we hebben ook te maken met sterk vervuild water, door het gebruik van pesticiden bijvoorbeeld. Is er een verband tussen droogte en waterkwaliteit?

“Tot op zekere hoogte wel. Als het in een bepaald gebied te droog is, wordt de concentratie slechte stoffen hoger en dus nog schadelijker voor de natuur. Er is tegenwoordig ook veel discussie over het grondwaterpeil. Dat hebben we historisch gezien altijd laag gehouden, omdat we droge grond beschikbaar willen houden voor de landbouw. Maar het zorgt er ook voor dat regenwater in natuurgebieden snel wegstroomt, omdat het grondwater in het gebied eromheen laag is. Water stroomt nu eenmaal van hoog naar laag. En dus worden natuurgebieden droger.”

Droogte wordt ook wel een onzichtbaar probleem genoemd. Waarom?

“Dat komt omdat het merendeel van ons water in de grond zit. En dát is het water dat we in ons dagelijks leven gebruiken. Om te drinken, om akkers mee te besproeien, of om van alles mee te produceren. Het zichtbare water in rivieren en sloten gebruiken we bijna niet. Wanneer de waterreserves opraken, het grondwater zakt of wanneer water verontreinigd is, dan zien we dat niet. Droogte komt heel langzaam, als je het eenmaal doorhebt, dan is het al veel te laat.”

Voelen beleidsmakers en politici dat er iets moet gebeuren?

“Het besef begint te komen. Het kost veel tijd om maatregelen te implementeren, maar het moet veel sneller. Ik moet wel zeggen dat er in 2022 minder problemen waren dan in 2018, terwijl het neerslagtekort even groot was. Dus de maatregelen die toen genomen zijn, hebben enig effect. Maar de veranderingen moeten structureel zijn. Het grondwaterpeil moet omhoog. Dat betekent vernatting van veen- en weidegebied. Vroeger dachten we dat alles maakbaar was, nu moeten we meebewegen met de natuur. Dat betekent soms natuurgebied of landbouwgrond opgeven en sloten dempen. We moeten minder gericht zijn op het afvoeren van water, en er alles aan doen om het vast te houden.”

Zijn er technologische oplossingen die een uitweg kunnen bieden, bijvoorbeeld het ontzilten van zeewater dat we als drinkwater kunnen gebruiken?

“Voor mij zijn technologische oplossingen een last resort. Dat doe je alleen als je alle andere oplossingen al hebt geprobeerd. Het ontzilten van zeewater is bovendien helemaal niet duurzaam. Het kost heel veel energie, stoot CO2 uit, en is hartstikke duur.”

Wat kunnen wij zelf betekenen in de watercrisis?

“We moeten met z’n allen minder water gaan gebruiken. Alleen dan kunnen we voorkomen dat er drastische maatregelen moeten worden genomen. Maar dat gaat niet vanzelf. Ik zou ervoor willen pleiten om een prijskaartje te hangen aan overmatig watergebruik. Begrijp me niet verkeerd, schoon drinkwater is noodzakelijk voor ieder huishouden en het is ook belangrijk dat het betaalbaar blijft. Volgens de WHO is er per huishouden 50 tot 100 liter water nodig. Nou, laten we in Nederland een maximum van 120 liter aanhouden. We zouden ervoor kunnen kiezen dat je voor iedere liter meer een hoger tarief betaalt. Er zou ook wetgeving kunnen komen die ons verplicht om regenwater van het dak op te vangen. Zo’n wet hebben ze in België. Schoon water is schaars en daar mogen we met z’n allen best weleens wat vaker bij stilstaan.”

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Kunst op Zondag kijkt door David Hockney’s Eye

VERSLAG - Na de grote Hockney-tentoonstelling in het Van Gogh Museum (2019) is er nu Hockney’s Eye in Haarlem. Voor Kunst op Zondag bezocht ik het Teylers Museum, een natuurwetenschappelijk en kunsthistorisch laboratorium. De Britse kunstenaar David Hockney is al heel lang gefascineerd door technische uitvindingen en het gebruik ervan door kunstenaars. In het Teylers Museum krijg je verschillende natuurwetenschappelijke objecten te zien in dialoog met bekende schilders en hun werk. Bekijk de wereld eens door Hockney’s Eye.

David Hockney Hockney's Eye collage © foto Wilma_Lankhorst

Hockney’s Eye sfeerbeelden © foto Wilma Lankhorst.

Het tweed jasje van Hockney

In de etalage van het museum zie ik een stoel staan waar het geruite tweed jasje aanhangt dat Hockney draagt op zijn meest recente zelfportret (2022) met kwast en sigaret. De Engelse kunstenaar David Hockney (1937) is een van de bekendste kunstenaars van dit moment. In de tentoonstelling Hockney’s Eye zijn werken van hem te zien in directe dialoog met tekeningen, schilderijen en natuurwetenschappelijke objecten. Maak kennis met Hockney’s theorieën over perspectief en het gebruik van optische hulpmiddelen. Ik ga ontdekken hoe Hockney hiermee experimenteert. In de expositie kijk je door zijn ogen naar het werk van oude meesters.

David Hockney Hockney's Eye de kunstenaar geeft uitleg over perspectief (still) © foto Wilma_Lankhorst

David Hockney geeft uitleg over perspectief (still) © foto Wilma Lankhorst.

Foto: Tobias Begemann (cc)

Wat je van dieren imiteren kan

Wat hebben de sluipwesp, wolf, boomkikker en termiet met elkaar gemeen? Meer dan je denkt! Steeds meer technologieën voor de mens worden namelijk geïnspireerd door het dierenrijk. Hoe leer je van de natuur?

Kijk! Een boomkikker. Daar aan het plafond. Hoe blijft het zo zitten op dat gladde oppervlak? Je zou denken dat het dier eraf glijden zou, maar dat is niet waar. Ze zullen een soort verfijnd systeem in hun vingers hebben, dat ze grip geeft zonder zich vast te klampen. Het verwondert en inspireert. Kun je dat systeem niet toepassen op een nieuwe uitvinding? Daarvoor duiken we in de wondere wereld van biomimicry.

Imiteren van de natuur

Biomimicry (biomimetica in het Nederlands) betekent letterlijk het imiteren van biologische ideeën om menselijke toepassingen uit te vinden, ze te verbeteren en duurzamer te maken. Zo laat biomimetica-onderzoeker dr. Dimitra Dodou van de TU Delft zich inspireren door dieren om nieuwe medische hulpmiddelen te ontwerpen. Gebiologeerd keek ze ooit naar de sluipwesp. Deze wesp plaatst haar eitjes met een zogenaamde legboor onder de huid van een slachtoffer. Zo’n legboor is ongekend flexibel en kan een grote hoek maken zonder ergens af te breken. Dat is interessant voor chirurgen. Bij kijkoperaties willen zij namelijk zoveel mogelijk onderhuidse ruimte kunnen ontdekken met een enkele prik door het oppervlak. Dodou en haar team onderzochten, imiteerden, testten en verbeterden de legboortechnologie van de wesp. Het resultaat: een ultradunne, stuurbare naald, die bijna niet te breken is.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: wbeem (cc)

Ook in een digitale wereld kunnen we autonoom zijn

Hoe vrij zijn we in een wereld die wordt geregeerd door data en algoritmes? Is onze autonomie uit handen geven onvermijdelijk? Of kunnen we zelf, als individu, nog iets doen om onze autonomie te behouden?

“Hoe heb je afgelopen nacht geslapen?” Het is een vraag die je tegenwoordig kan beantwoorden door naar je smartwatch te kijken. In gesprek met essayisten Bas Heijne en Miriam Rasch legt filosoof Joel Anderson uit dat zijn smartwatch meer weet over zijn nachtrust dan hijzelf. Op het apparaat draaien apps die het zuurstofgehalte in zijn bloed meten en zijn slaapcyclus monitoren. Met die data is de vraag exacter te beantwoorden. Waarom zou je zulke vondsten niet gebruiken om je leven beter te maken? De mens heeft altijd hulpmiddelen nodig gehad om te overleven, en dat is nu niet anders, betoogt Anderson.

Waar Anderson optimistischer tegenover technologie staat, neigt Heijne meer naar tech-pessimisme. In 2006 was de Time person of the year: You, omdat de digitalisering de macht zou leggen bij het individu. Heijne constateert nu dat die belofte niet is uitgekomen. Het is eerder omgekeerd, het individu wordt beheerst door grote bedrijven die geld verdienen met de datastromen die we produceren. Deze twee standpunten laten zien hoe ingewikkeld het is om individuele autonomie in de digitale wereld te begrijpen. Kiezen we er zelf voor omdat het ons leven makkelijker maakt, of zijn we marionetten van Facebook, Amazon, Google en dat soort bedrijven? Wat kunnen we doen om onze autonomie online te verstevigen?

Foto: Sleestak (cc)

Reality? Het is de schuld van fiction

Waarom denken sommige mensen dat achter de werkelijkheid de meest fantastische surrealiteit schuilt? Dat, hooggeëerd publiek, is de schuld van fictie.

Ik kwam op dat idee toen uit het stof van Sargasso’s archief een rubriek opdwarrelde, die precies tien jaar geleden ophield te bestaan. Woensdag 31 augustus 2011 stopte Victor (a.k.a.pokeythecat) met de Wondere Woensdagmiddag, een wekelijkse rubriek “met extra aandacht voor de nieuwste ontwikkelingen in Wetenschap- en Techniekland”.

De serie begon in 2007 met een stukje over “een idee dat dusdanig bizar was dat het tot dan toe alleen in SF-werk voorkwam”. En “de relatie tussen wetenschap en science fiction”, schreef Victor, “bleef niet alleen hem, maar veel uitvinders en onderzoekers fascineren”.

Voilà! Zowel voor- als tegenstanders van wetenschap zouden kunnen denken: ‘zie je wel, science is fiction’. De voorstanders menen dat uit fantasie een betere wereld kan worden geschapen. De tegenstanders zien er monsterachtige uitvindingen in, die van de mens roboteske zombies maken.
Om maar wat te noemen: Van Jules Verne naar de hedendaagse realiteit was al een kleine stap, van nu naar een Stars Wars-achtige toekomst is dichterbij dan we willen weten.

De bewijzen? In tachtig dagen de wereld rond met trein en stoomboot? Achterhaald! Het kan tegenwoordig in 56 dagen met de trein. Maar, teleurstelling, de aanbieder speelt vals. Het laatste stukje gaat per vliegtuig!

Foto: Brecht Bug (cc)

Mary Shelley’s Frankenstein laat ons nadenken over de wereld van nu

Het gruwelijke verhaal van monster van Frankenstein kent iedereen. Toch valt er meer te lezen in de klassieke horrorroman dan alleen een griezelverhaal. Frankenstein geeft een waarschuwing af over de kracht van technologie, kan gezien worden als feministische kritiek én laat ons op een andere manier naar onze eigen samenleving kijken.

Frankenstein kennen we als het beroemde verhaal van een gekke geleerde die een levend monster schept uit overgebleven lichaamsdelen. Het boek van Mary Shelley liet het publiek voor het eerst kennis maken met de mogelijkheden van technologie en sprak mede daarom enorm tot de verbeelding. Nu, ruim 200 jaar later, is Frankenstein nog steeds een icoon in popcultuur. In de serie Cover to Cover vertelt mediawetenschapper dr. Dan Hassler-Forest (UU) hoe je het ook boek met een feministische blik kunt lezen. Wat is de rol van de vrouw in de samenleving? En hoe houdt science fiction genderstereotypen in stand? Wat is de relatie tussen mens en technologie? De bestseller is een product van de tijd waarin het geschreven is, maar behandelt vraagstukken die ook nu relevant zijn.

Product van de tijd

Mary Shelley was pas 18 jaar toen ze Frankenstein schreef. Wat begon als een verhalenwedstrijd op een stormachtige avond, groeide uit tot een horrorklassieker én markeerde het begin van het science fiction genre. Wie cultuurproducten dieper analyseert, ziet dat ze vaak onderliggende verhoudingen in de samenleving weerspiegelen én de manier waarop we naar de wereld kijken vormen. Volgens Hassler-Forest is Frankenstein zo veel meer dan een griezelverhaal. Het is een belangrijk tegengeluid in een wereld gedomineerd door mannen en hun liefde voor technologie en controle. “De onverantwoordelijke wetenschapper maakt een wezen waarvan hij niet zo goed wist wat het was en waar geen plek voor was in de wereld van toen.” legt hij uit. Mary Shelley, een uitgesproken feminist in haar tijd, verwoordt hiermee de frustratie over het feit dat zij als vrouw geen plek had in de samenleving. Daarnaast is het boek een reflectie van de tijd waarin zij leefde. Frankenstein komt uit in 1818, een roerig jaar want het was het begin van de industriële revolutie. Technologie kreeg een steeds grotere rol in de samenleving en Mary Shelley beschrijft de verwarring, onzekerheid maar ook verwondering die hoorden bij die verschuiving. Het verhaal biedt een kijkje in de toekomst van technologie en dat slaat direct aan. Frankenstein groeit uit tot een bestseller waarvan de invloed en symboliek zelfs vandaag nog merkbaar is.

Foto: copyright ok. Gecheckt 22-04-2022

Kunst op Zondag | Digitale kunst, kunst of vermaak?

Sargasso’s kunstgalerie geeft ruimte aan kunstbloggers. Elke eerste zondag van de maand een bijdrage van Krina van der Drift van Kunstdwalingen.

Twee jaar geleden was ik voor een heerlijke herfstvakantie in Parijs. Daar bracht ik een bezoek aan ‘l Atelier des Lumières, een digitaal kunstcentrum gevestigd in een gerenoveerde gieterij uit de negentiende eeuw. Digitale tentoonstellingen die grote namen in de kunstgeschiedenis onder de aandacht brengen, worden geprojecteerd op de vloer en op de tien meter hoge wanden van de hal van het Atelier.

Op dat moment was er een tentoonstelling over Gustav Klimt. Een drie kwartier durend spel van licht en muziek, waarbij de werken uit de hele carrière van Klimt op gigantisch formaat overal om je heen waren. Zeker indrukwekkend vond ik, omdat je weliswaar met veel mensen was, maar toch alle ruimte had om te bewegen, in de donkere ruimte, en je eigen beleving te hebben. Een perfecte mix van kunst en vermaak. De tentoonstellingen worden zo om het half jaar veranderd en nu zag ik dat het gaat om Monet, Renoir en  Chagall. Zeker een aanrader als je nog eens naar Parijs gaat, maar dat is nu niet echt aan de orde in coronatijd. De laatste maanden bereikten mij echter verschillende berichten over dergelijke initiatieven in Nederland. Ik heb er twee bezocht en had twee  zeer verschillende ervaringen.

Volgende