De ondraaglijke lichtheid van beleidstaal

Het Nederlands is weer een paar lelijke woorden rijker. Almere krijgt kansenpanden en talenthuizen. De taaldiarree van beleidsmakers kan echter niet verhullen dat deze optimistische newspeak vaak een gapende leegte maskeert. Sterker nog, hoe lelijker het woord, hoe leger en kanslozer het beleid (ook al zo’n vreselijk nietszeggend woord). Kansenpanden en talenthuizen moeten sociale en economische initiatieven ontplooien. Maar wat klopt er niet in dit plaatje (ja ook lelijk woord): ,, Centraal in het plan staat het stimuleren van ideeën en gedachten van de mensen zélf. Almere wil ideeën over wonen en werken niet van bovenaf opleggen, maar initiatieven van onderop aanjagen en belonen. Dit bevordert volgens de stadsplanners de sociale samenhang en zorgt ervoor dat de wijk aantrekkelijk blijft.’’ We mogen niet meer van achterbuurten spreken, maar hebben het over kracht- en prachtwijken (sommige media doen daar daadwerkelijk aan mee). Amsterdam Oud-Zuid is volgens mij een prachtwijk, maar ja, daar wonen ook rijke mensen. Veel sterkte toegewenst aan degene die van Kanaleneiland Utrecht, Transvaal Den Haag, Spangen Rotterdam een krachtwijk wil maken. Was Vogelaarwijk overigens geen betere term? Leuk initiatief, maar net even te hoog gegrepen.

Door: Foto: Sargasso achtergrond wereldbol
Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

WW: Avatar’s Na’vi taal

De woensdagmiddag is op GeenCommentaar Wondere Woensdagmiddag. Met extra aandacht voor de nieuwste ontwikkelingen in Wetenschap- en Techniekland.

Een Navi-fotoshop (Foto: Flickr/Shelly and Roy)

Gisteren zag ik dan eindelijk James Cameron’s technisch meesterwerk Avatar, met een gigantische 3D-bril op de neus. Inderdaad, het is ‘Dances with Smurfs’ zoals een belangrijk filmcriticus opmerkte, maar na alles wat ik erover gelezen had viel de film mij 100% mee: we hebben hier inderdaad van doen met een fenomeen van het kaliber Star Wars, Jurassic Park, Titanic of Lord of the Rings. Wat je terugziet is het perfectionistisch oog voor detail waarmee James Cameron zestien jaar lang aan de film werkte. Over alle details is al veel geschreven, ook vanuit een wetenschappelijk oogpunt: de flora en fauna van de verzonnen wereld Pandora, over de astrofysica, ze passeren allemaal de revue. Mij viel ook het werk van die ene Ph.D. op de aftiteling van de film op: de verzonnen taal van de Na’vi, de blauwe reuzen die Pandora bevolken.

Voor de ontwikkeling van deze taal riep James Cameron de hulp in van Paul R. Frommer. Frommer is professor aan de University of Southern California (USC) en schnabbelt bij als linguistic consultant. Hij kreeg van Cameron de opdracht een nieuwe taal te maken die volledig nieuw was, niet teveel op één bestaande taal leek en relatief gemakkeliijk te leren viel.

Dat Frommer deze opdracht serieus nam blijkt uit het uiteindelijke product: het Na’vi. De taal heeft zo’n 1000 woorden (je kan een lijst hier downloaden) en een uitgebreide grammatica. De auteur van de taal geeft zelf een mooi overzicht van de fonologie (hoe woorden gesproken worden) in een post op een taalblog van de University of Pennsylvania. In december verscheen een stuk in de New York times waarin hij het Na’vi bespreekt, bij de digitale versie zit als bonus een stukje gesproken dialoog van een Na’vi-sprekende Frommer.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

het Saillant | Stop de politieke taalvervuiling

SaillantLOGOGenoeg is genoeg. Politici moeten ophouden met het vervuilen van onze taal met lelijke neologismen. En wel hierom.

De afgelopen jaren word ik als nietsvermoedende nieuwsconsument (sic!) keer op keer geconfronteerd met nieuwe woorden uitvindende politici, vooral van rechtse signatuur. Op zich is dat geen probleem, als het niet zo een taalvervuiling was. Ik vind dat een woord vooral moet weergeven wat het betekent en veel van die nieuwe woorden zijn nou niet bepaald taalkundige pareltjes.

De PVV en Wilders in het bijzonder zijn de vaderlandse aanjagers bij het bedenken van nieuwe woorden. Zo hebben we het afgelopen jaren kennisgemaakt met de kopvoddentaks, shariasocialisten, minnarettenreferendum, (Marokkaanse) straatterroristen, thuisslachten, islamisering en vandaag nog een keer met hooliganterreur.

Islamisering is de bekendste, maar tegelijkertijd ook de minst storende. De reden hiervoor is eenvoudig, islamisering drukt uit wat het betekent en met wat goede wil kun je het herleiden tot bekering of kerstening en zo heeft het begrip ook taalkundige wortels. Het is een onzinnig begrip, want een fictief fenomeen maar dat is niet erg. Voor fictieve fenomenen hebben we ook woorden nodig.

Een andere categorie zijn de onzinnige samenstellingen zoals thuisslachten en minnarettenreferendum. Wat is er mis met ‘thuis slachten’ en we hebben het toch ook niet over het Europesegrondwetreferendum?

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Speak je moerstaal mudderfukker!

sjoerwiekenThank God voor 5 december. Als onze jaarlijkse traditie van rijmelende spitsvondigheid niet zou bestaan, ging onze collectieve taalkennis waarschijnlijk nog harder down the drain. Pakjesavond zorgt er in ieder geval voor dat ook de average Joe nog eens probeert om een paar zinnen foutloos op papier te zetten. Een blessing in disguise, zou ik zo zeggen.

Want als het aan de verkopers van die kadootjes zou liggen, praten we allemaal een soort tenenkrommend polderengels. Daar houden zij, of vooral de reclamebureau’s die ze inschakelen, enorm van. Absoluut hun peacepiece of cake, zeg maar.

Zo heeft de organisatie die de rest van het jaar de pakjes rondbrengt een mooie slogan. Sure We Can! Lekker Obamaësk, en het zegt goed wat ze kunnen. U wilt een brief versturen? Sure We Can! Vanwege bezuinigingen tienduizend postbodes eruit? Sure We Can! Het is obvious dat een Nederlandse vertaling niet volstaat. Tuurlijk Kan Dat! bekt niet, en klinkt oubollig.

Maar waarom moeten die Engelse slogans dan toch zo Nederlands klinken? Veel kreten zijn van een tenenkrommende betekenisloosheid waar ook de native speakers hun neus voor ophalen. Zo wordt een reclame voor Cool Soothing Shaving Cream ineens Koel Soeding Sjeeving Kriem, of nog veel erger. Of wordt Palmolive Pallumolieve, wat dan wel weer koddig klinkt.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Weekendquote | Rekenen?

Het leren van wiskunde betekent op een bepaalde manier met elkaar communiceren in een bepaalde taal…..
De Maori’s hebben een andere wiskunde dan wij omdat ze een andere taal spreken. Ze spreken Maori-taal en hebben Maori-wiskunde.

Aldus Dolly van Eerde van het Freudenthal Instituut tijdens een congres over wiskunde in het onderwijs (via de Volkskrant, maar die snapt 2.0 nog niet).
En in één klap was me duidelijk waarom het wiskunde-onderwijs in Nederland langzaam maar heel zeker in het moeras zakt. Wiskunde is niet afhankelijk van taal, punt.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Als een duivel in een wijwatervat

tourdujourWieleruitdrukkingen zijn er in alle soorten en maten. Ik ken geen ander jargon waar een 404 pagina tellend lexicon van is verschenen. ‘Van asfalteczeem tot Zoetemelk positie’ is de ondertitel van het ‘Groot wielerwoordenboek’, een uitgave van uitgeverij Thomas Rap, onder redactie van Marc de Coster de sportkaternen, wielerverslaggevers en het internet afspeurt, op zoek naar nieuwe woorden en uitdrukkingen.

Ik kan me zelf nog goed herinneren, dat ik zelf voor het eerst mee werd geconfronteerd: die harde, spottende taal. Ook de amateurs kunnen er wel wat van. Het was een avondcriterium ergens op de Veluwe. Ik sneed een van de vele bochten op die achtbaan verkeerd aan, en sneed daardoor een jongen af. Wat deze jongen precies zei weer ik echt niet meer. Ik herinner mij alleen nog de woorden ‘pannenkoek’ (volgens het Groot wielerwoordenboek: sukkel, zwakkeling) en ‘koekwaus’ (niet in het boek opgenomen, maar synoniem voor koekenbakker, mafkees).

De ongekroonde koning van de wielertaal is ongetwijfeld de veel te jong gestorven Gerrie Knetemann. In zijn hoogtijdagen werd hij de ‘Kretenman’ genoemd. Misschien wel zijn mooiste uitdrukking is ‘de martgelgang van Kromme Leendert’, waarmee de Kneet bedoelde dat het een enorm zware onderneming was die dag.

Een andere koning van het vak is de Vlaming Michel Wuyts. Voor de Belgische televisie doet hij fraaie uitspraken, als is zijn taal met de jaren naar mijn mening wat minder poëtisch geworden. Misschien moest dat wel van zijn bazen. Toch zijn er weinig uitdrukkingen mooier dan zijn ‘wriemeldans’ (voorbereiding van de massasprint, ooit geniaal in beeld gebracht door de Duitse regie van de ARD die in de ronde van Duitsland een paar coureurs een klein cameraatje op de fiets hadden meegegeven).

Quote du Jour | Een leven lang leren

Deze oplossing moet verder uitgedacht en uitgewerkt worden, maar mensen die er verstand van hebben, zeggen dat je dit voor iedereen kunt verplichten.” Aldus Minister Van der Laan die een leeftijdsonafhankelijke leerplicht wil gaan instellen.

En dat is geweldig. Een leven lang leren, iedereen moet voldoen aan een minimum opleidingsniveau. Wordt het toch eindelijk nog wat met die kenniseconomie. We gaan de Tokkies verheffen! Niet dus, het is een andere manier om allochtonen aan het taalonderwijs te krijgen omdat een taalachterstand nadelig is voor hun kinderen en de maatschappij. Wat met de inburgering niet lukte wordt nu via een andere weg alsnog geprobeerd.

Quote du Jour | Je ding doen niet langer oké?

“Je ding doen is de winnaar van de Vaagtaalverkiezing 2009. Dat communiceren wij zeg maar proactief naar de stakeholders door. Trots presenteren wij daarom hier een stukje definitief eindconcept van de verkiezingsuitslag. Vaagtaal is immers onze kerncompetentie, daarmee blijven we dicht bij onszelf. Okééé, out-of-the-boxdenken is in principe ook niet slecht, zolang je beleidsbeleid maar transparant is.”

Dus. Als het ware. De uitdrukking ‘je ding doen’ is gisteren uitgeroepen tot vaagste vaagtaal van 2009 op de site Vaagtaal, waar een groep taaldeskundigen vijftig woorden en uitdrukkingen selecteerden uit ingezonden taalergernissen. In totaal 1950 mensen kwamen daar in de afgelopen twee maanden tot deze keuze. Vorig jaar was iets ‘een plekje geven’ de vaagste. Verder werden er intrigerende verschillen tussen mannen en vrouwen doorgecommuniceerd. Vrouwen blijken zich mateloos te ergeren aan ergens een plasje over doen. Mannen vinden dit juist heel normaal. Zou dat komen doordat deze laatste groep gewend is om zeg maar dagelijks een stuk gericht te plassen in-the-box? Dus in principe toch zeg maar een stukje penisnijd? De les van dit alles lijkt dat iedereen maar het beste dicht bij zichzelf kan blijven als hij dingen doorcommuniceert. Zijn we niet allemaal stakeholders in een stuk taalgebruik dat niet “onduidelijk, dubbelzinnig, misleidend, overbodig of storend” is?

Vorige Volgende