Leerplicht als straatveger | deel 3

REPORTAGE - Sjors van Beek liep voor een reportage in De Groene Amsterdammer een week mee op de afdeling Leerlingzaken van de gemeente Utrecht. ‘Ze zien ons als een soort parkeerwachters van het onderwijs, maar meestal hebben we een andere rol.’  Donderdag- en gisteravond las u deel 1 en 2, vandaag de slotaflevering.

Het zijn luxe-problemen. Want ook op de basisschool spelen soms veel ernstiger zaken, vertelt de directeur. Laatst nog, een jongetje, agressief, bijten, krabben: ‘Zelfs de leerkrachten waren bang van hem. We hebben letterlijk de deuren op slot moeten doen. Zo’n kind kun je hier niet handhaven, de school heeft ook rust nodig. De enige oplossing is dan schorsen. Opvang voor dit soort gevallen is er niet, dat is echt een hiaat.’

Is een leerling 18 en niet meer leer- of kwalificatieplichtig, dan valt er niks meer te handhaven. Leerplicht mag zonder toestemming van de meerderjarige niet eens contact opnemen met de ouders. Nog sterker: als een ongeruste ouder zelf opbelt mag Leerplicht géén informatie geven. ‘Heel lastig, zeker als de jongere nog thuis woont.’

De leerplicht ophogen tot 23 of 27 jaar is niet zomaar de oplossing, zal de Utrechtse onderwijswethouder Jeroen Kreijkamp later die week filosoferen. ‘Want dan zit zo’n jongere op school terwijl hij helemaal niet wíl.’

Ondanks het gebrek aan een stok achter de deur probeert Utrecht de jongeren van 18 tot 23 zonder startkwalificatie op vrijwillige basis toch tot schoolgang te bewegen, onder meer met onaangekondigde huisbezoeken. Zoals deze middag bij een net 18 geworden Marokkaanse jongen, ‘een notoire niet-willer’, aldus ambtenaar Sarah van der Horst (36). Spijbelen, drugs, criminaliteit. De jongen heeft al eens een proces-verbaal gehad waarna de rechter hem heeft verplicht tot hulpverlening en het afnemen van een persoonlijkheidsonderzoek. De jongen weigert zich echter te laten onderzoeken en moet als vervangende straf nu 35 dagen de cel in. Zijn vader is ten einde raad, vertelt Sarah als ze aanbelt. De jongen blijkt niet thuis, vader neemt de zaken met Sarah door. ‘Mijn zoon kan het best maar hij doet het gewoon niet. Ik weet het echt niet meer….’

Leerplicht is ook: papier. Administratie. Bureaucratie. ‘Het is de kurk van ons werk,’ zegt Slaus van Dam (49), manager van de afdeling Leerlingzaken. ‘Als de registratie niet goed is, raken we leerlingen kwijt. En aan voortijdig schoolverlaten gaat áltijd verzuim vooraf. Het is een belangrijk signaal.’

Het klinkt eenvoudig: de school meldt het verzuim. De praktijk is weerbarstiger.  Op een vergadering van het voltallige team ambtenaren wordt gesoebat over de precieze wijze van registreren. De wet zegt: meer dan 16 uur verzuim per aangesloten vier weken moet worden gemeld. Op een basisschool betekent dat: 16 klokuren. In het voortgezet onderwijs: 16 lesuren. Van 35 of 50 minuten. Lessen van 70 minuten tellen als 2 x 35 minuten, en 35 minuten tellen dan weer als één uur. Het Openbaar Ministerie telt sowieso alles als één uur. ‘Een ouder zou daarover eens naar de rechter moeten stappen,’ flapt een van de ambtenaren er uit.

De wet zegt ook: ‘Verzuim terstond melden.’ Terstond is dan: binnen vijf werkdagen. Maar wat als de leerlingen binnen die vijf dagen wéér verzuimt? Wanneer begin je opnieuw te tellen?

En te laat komen: de ene school registreert het als ‘ongeoorloofd verzuim’, de andere niet. Teamleider Sandra Snippe (36): ‘Hoe meer we op de details gaan zitten, hoe groter de kans op verwarring. We houden aan: 16 uur in vier weken, binnen vijf dagen melden.’

Later vertelt ze dat het Openbaar Ministerie processen-verbaal soms seponeert omdat de verzuimadministratie niet aan de eisen voldoet en dus niet kan worden vastgesteld hoeveel uur er precies is gespijbeld. ‘Tja… Dan kunnen wij ons werk dus niet doen.’ Over het algemeen geldt: hoe kleiner de school, hoe nauwkeuriger de administratie, weten de ambtenaren uit ervaring.

Op het Tech College van ROC Midden Nederland controleren Edwin Baars en Annemijn de Gram later die week de verzuimadministratie. Tellingen in de klas: de drie afwezige leerlingen staan keurig vermeld. Daarna, steekproefsgewijs, de boekhouding van drie klassen van de voorgaande periode: één leerling is vier dagen te laat gemeld. De rest klopt. De directie krijgt een schouderklopje. ‘Heel goed! Na de vorige controle hebben jullie een enorme inhaalslag gemaakt. Alleen zouden we graag zien dat bij geoorloofd verzuim de reden ook nog wordt vermeld.’

Andere vestigingen van het ROC MN hebben het minder goed voor elkaar, heeft bestuursvoorzitter Leonard Geluk pasgeleden nog moeten ervaren. Zijn school heeft twee boetes gekregen van 3500 en 4500 euro: 500 euro voor elke nagelaten melding aan de Leerplicht. In een gesprek met Leerplichtmanager Slaus van Dam laten Geluk en zijn directeur Ebby Pelsma hun licht over de materie schijnen. ‘Alles kost tijd, de docenten vinden het soms louter bureaucratie. Of ze denken: deze leerling gaat stoppen, waarom moet ik zijn verzuim dan nog melden? Of: de leerling is ouder dan achttien, Leerplicht staat toch machteloos.’ Maar, vertelt Geluk, er zijn óók gemeenten die zelf doodleuk zeggen: laat die meldingen bij 18-plussers maar zitten, we doen er toch niks meer mee.

Hoezeer alle betrokkenen ook hun best doen om elke leerling op school te houden, toch vallen er jongeren tussen de wal en het schip, bijvoorbeeld bij de overstap van het voortgezet onderwijs naar het MBO. In Utrecht betreft het 69 leerplichtige jongeren die na peildatum 1 oktober nog niet bij een school stonden ingeschreven. Ze zijn bijvoorbeeld afgewezen bij het MBO van hun keuze en zijn niet begeleid naar een alternatief. ‘Met die groep hadden we dus éérder aan de slag gemoeten,’ beseft manager Van Dam. Tijdens een overleg met een ambtenaar van het ministerie proberen hij en zijn gesprekspartners de groep op de lijst te definiëren. ‘Zwevende kinderen,’ zegt de een. ‘Allemaal kwetsbaar,’ zegt de ander. ‘En met ouders die het geen ruk kan schelen,’ zegt een derde.

Openlijk toegeven zullen ze het niet, maar MBO-scholen zitten soms niet op ‘lastige’ leerlingen te wachten en doen hun best die buiten de deur te houden, zo vertellen diverse leerplichtambtenaren. ‘Scholen zien de zorgleerlingen soms als een gifbeker: liever niet dus.’ De reden: als een leerling zijn diploma niet haalt, krijgt de opleiding geen geld. De motivering om een leerling te weigeren, is soms ondoorzichtig en subjectief: ‘te weinig motivatie’, ‘kan het niveau niet aan’ of gewoon: ‘we zitten vol.’

‘Een paar jaar geleden nam het MBO iedereen aan. Nu krijgen ze boetes bij schooluitval. En dus selecteren ze strakker aan de poort,’ stelt ambtenaar Houria Bouzerda. Aan tafel zit ook José van der Ven (53), zorgcoördinator van het Horeca & Travel College van ROC Midden Nederland. ‘Vroeger zeiden we: autist? Kom maar, we proberen het wel. Maar experimenteren kan gewoon niet meer, vanwege die bekostiging. En voor de meest kwetsbare groep, de 16- en 17-jarigen die niet “schoolrijp” zijn of ernstige gedragsproblemen hebben, is binnen het MBO geen passend onderwijs. Dat vind ik heel erg…. En deze leerlingen, dát zijn dus de zorgenkindjes die bij Leerplicht belanden.’

Het stéékt, vertellen diverse leerplichtambtenaren, als het niet lukt om een welwillend kind op school te krijgen. ‘Als ze gaan dwalen op het MBO, dat vind ik echt lastig! Dan vertel je een mooi verhaal, maar dan kan het op school niet,’ zegt de een. ‘Je hebt leerplicht maar óók leerrecht hè…,’ zegt een volgende. ‘Het allermoeilijkste?’ aldus een derde: ‘Als je alle opties inzet maar de zaak toch niet kunt oplossen. Dan baal ik echt.’

Dit is de laatste aflevering in een drieluik over het werk van de leerplichtambtenaar. Hier vindt u deel 1 en 2. Sjors van Beek schreef deze reportage in opdracht van de Groene Amsterdammer.

  1. 2

    Over het weren aan de poort bv: http://www.nrc.nl/nieuws/2013/10/23/rocs-weren-bewust-autistische-leerlingen/

    In dat kader wordt het alleen maar wranger en wranger dat de participatiewet die eraan komt erop gericht is om die groep onder druk te zetten (minder instroom in de wajong, ze moeten maar aan het werk!), terwijl ze niet welkom zijn.
    Daar kan leerplicht niet zoveel aan doen, maar het geeft wel aan hoezeer je vermorzeld kunt worden als je tussen wal en schip valt.