Stikstof: Boer zoekt eeuwigheid

Er zit een gek element in het Nederlandse landbouwdebat. Boeren worden daarin vaak behandeld alsof zij behalve eigenaar van een bedrijf ook houder zijn van een soort maatschappelijk verworven recht: het recht om boer te zijn, boer te blijven en dat bedrijf bovendien min of meer voort te zetten onder de voorwaarden waaronder het ooit is opgebouwd. Dat recht bestaat nergens anders. Een koetsenbouwer kon zich aan het begin van de twintigste eeuw ongetwijfeld beroepen op vakmanschap, familietraditie, gedane investeringen en het feit dat mensen altijd vervoer nodig zouden hebben. Het hielp hem weinig toen de auto doorbrak. Fabrikanten van typemachines konden even overtuigend uitleggen dat schrijven nooit zou verdwijnen. Daar hadden ze zelfs volkomen gelijk in (hoewel). Alleen volgde daar geen recht uit om tot in lengte van dagen typemachines te mogen produceren die dan moesten worden afgenomen. Economische activiteiten bestaan bij de gratie van de omstandigheden waarin ze rendabel en maatschappelijk aanvaardbaar zijn. Technologie verandert, consumenten veranderen, grondstoffen veranderen, concurrentie verandert en ook onze kennis over schade aan de omgeving verandert. Soms betekent dat dat een bedrijf zich moet aanpassen. Soms verdwijnt een sector grotendeels. Dat kan voor de betrokken ondernemers buitengewoon pijnlijk zijn zonder dat daarmee een aanspraak ontstaat op het stilzetten van de samenleving. Maar bij boeren ligt dat blijkbaar anders. Een verandering die al decennia onderweg is De huidige problemen rond mest, ammoniak en stikstof kwamen bovendien bepaald niet uit de lucht vallen. Nederland voert al sinds ongeveer 1990 beleid om de enorme milieudruk van mest en ammoniak terug te dringen. Het PBL spreekt zelfs expliciet over 'dertig jaar mestbeleid' en beschrijft hoe mestwetgeving en ammoniakregels sinds die periode zijn ingezet tegen de milieuproblemen van het Nederlandse boerenbedrijf. Dat beleid heeft ook effect gehad. Tussen 1990 en 2022 daalde de ammoniakuitstoot uit de land- en tuinbouw volgens het PBL met 67 procent. Tegelijk vlakte die verbetering sterk af en veranderde de uitstoot tussen 2013 en 2021 nauwelijks. Het onderliggende probleem is al evenmin nieuw: Nederland gebruikt door zijn intensieve veeteelt veel stikstof via kunstmest, dierlijke mest en geïmporteerd veevoer, met grote uitstoot als ammoniak en gevolgen voor stikstofgevoelige natuur. Wie vandaag doet alsof een boer plotseling wordt geconfronteerd met een volstrekt nieuwe maatschappelijke eis, moet dus een indrukwekkend deel van de recente Nederlandse boerengeschiedenis overslaan. Sterker nog, het bijzondere aan de sector is eerder hoeveel tijd er is geweest om die verandering uit te stellen. Decennialang is geprobeerd de bestaande productie zoveel mogelijk overeind te houden via technische maatregelen, mestregels, uitzonderingen, subsidies en steeds nieuwe beleidsconstructies, onder druk van een intensieve lobby. Ook het huidige beleid kiest nog steeds voor een route waarbij bedrijven veel ruimte krijgen om zelf te bepalen hoe zij hun uitstoot verminderen en waarbij de overheid financieel ondersteunt bij aanpassingen. Dat is een mate van begeleiding waarvan de gemiddelde ondernemer in een verdwijnende bedrijfstak alleen kan dromen. Boer zijn is een beroep, geen erfelijk recht De verwarring ontstaat deels doordat boeren blijkbaar meer is dan alleen een economische activiteit. Mensen worden als kind voorgelezen uit boekjes over idyllische boerderijen die in werkelijkheid al lang niet meer bestaan, Boerenbedrijven zijn vaak familiebedrijven. Een boerderij kan generaties in dezelfde familie blijven. Het werk hangt samen met grond, landschap, identiteit en levenswijze. Dat maakt verandering ingrijpender dan wanneer een fabrikant besluit voortaan een ander product te maken. Alleen verandert daarmee de maatschappelijke verhouding niet. Iemand kan een diepe persoonlijke band hebben met zijn beroep zonder daarmee het recht te verkrijgen dat de rest van de samenleving de voorwaarden voor dat beroep intact houdt. Een visser heeft geen recht op een zee waarin hij onbeperkt kan blijven vissen. Een mijnwerker heeft geen recht op een eeuwigdurende kolenmijn. Een taxichauffeur heeft geen garantie dat technologie, regelgeving of vervoerspatronen nooit veranderen. En een boer heeft geen afdwingbaar maatschappelijk recht op een bepaalde veestapel, een bepaalde hoeveelheid uitstoot, een bepaalde grondprijs of een bedrijfsmodel dat alleen rendabel blijft wanneer de externe kosten ervan elders terechtkomen. Toch wordt het debat regelmatig precies zo gevoerd. Een maatregel wordt beoordeeld vanuit de vraag of boeren hun huidige bedrijfsvoering kunnen voortzetten. Wanneer het antwoord nee luidt, geldt dat op zichzelf al als bewijs dat de maatregel onredelijk zou zijn. Daarmee wordt de volgorde omgedraaid. De relevante vraag is welke veeteelt binnen ecologische, juridische en maatschappelijke grenzen mogelijk is. Vervolgens kun je bekijken hoe boeren bij de overgang daarnaartoe geholpen kunnen worden. Het uitgangspunt kan onmogelijk zijn dat de grenzen zich moeten aanpassen aan ieder bestaand bedrijf. Zonder boeren geen eten Een van de meest effectieve slogans in dit debat is: zonder boeren geen eten. Dat klopt natuurlijk. Zonder landbouw geen voedselproductie. Alleen wordt met die constatering vervolgens vaak een veel sterkere conclusie meegesmokkeld: dat Nederland daarom ongeveer evenveel boeren, bedrijven, dieren en productie moet behouden als nu. Maar er zit een enorme ruimte tussen geen boeren en minder boeren. Nederland hoeft geen land zonder landbouw of veeteelt te worden om het aantal bedrijven, de veestapel of de totale milieudruk fors te verminderen. De relevante vraag is niet of we boeren nodig hebben, maar hoeveel productie we nodig hebben, voor welke markt en onder welke voorwaarden. Dat onderscheid is extra belangrijk omdat de Nederlandse landbouw en veeteelt veel meer produceert dan nodig is om alleen Nederland te voeden. Een aanzienlijk deel van de productie is onderdeel van internationale handelsstromen. De gedachte dat iedere vermindering van de sector automatisch betekent dat Nederlandse supermarkten leeg raken, is daarom vooral retoriek. Zelfs bij een kleiner aantal boeren kan Nederland ruim voldoende voedsel produceren voor de eigen bevolking, zeker wanneer het boerenbedrijf sterker wordt ingericht op voedselproductie voor menselijke consumptie in plaats van op maximale dierlijke productie en export, waarvoor enorme hoeveelheden plantaardig voer moet worden ingevoerd. “Zonder boeren geen eten” is dus waar op ongeveer dezelfde manier waarop “zonder bouwvakkers geen huizen” waar is. Het zegt niets over hoeveel bouwvakkers er precies moeten zijn, hoeveel huizen er jaarlijks gebouwd moeten worden of welke bouwmethoden maatschappelijk acceptabel zijn. De slogan verdedigt het bestaan van de sector. Vrijwel niemand betwist dat. In het politieke debat wordt hij alleen vaak ingezet ter verdediging van de huidige omvang en structuur. Dat is iets heel anders. De eeuwige boerderij Misschien is juist het romantische beeld van de boer hier een probleem. Niemand organiseert trekkerdemonstraties om de laatste Nederlandse fabrikant van faxapparaten te redden. Een boerenbedrijf wordt sneller gezien als iets wat er altijd was en er daarom altijd moet blijven. Landbouw zal er uiteraard blijven. Mensen moeten eten. Daaruit volgt alleen weinig over de vorm waarin landbouw wordt georganiseerd, hoeveel dieren Nederland houdt, hoeveel grond daarvoor nodig is of hoeveel milieuschade een individueel bedrijf mag veroorzaken. Mensen zullen over vijftig jaar nog steeds eten. Dat betekent evenmin dat iedere boer die vandaag bestaat het recht heeft om in 2076 op dezelfde manier hetzelfde product met dezelfde hoeveelheid grondstoffen en dezelfde milieudruk te produceren. Wie van boeren werkelijk ondernemers wil maken, zal dus ook de minder romantische helft van ondernemerschap moeten accepteren: soms verandert de wereld en moet je mee veranderen. Na ruim dertig jaar waarschuwingen, regelgeving, subsidies, uitzonderingen, innovatierondes en uitstel kan moeilijk worden volgehouden dat die wereld boeren onverwacht heeft overvallen. De vraag is inmiddels vooral hoeveel langer de rest van Nederland geacht wordt te wachten tot iedereen vrijwillig besluit dat de twintigste eeuw voorbij is.

Foto: "Greenwash Guerillas _G106048" by fotdmike is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

Greenwashing, een rekentruc en nepwetenschap van Big Agro

LONGREAD - door Hans Custers – Ik hoef onze lezers niet te vertellen dat het verbranden van fossiele brandstoffen weliswaar de belangrijkste oorzaak is van antropogene klimaatverandering, maar niet de enige. De landbouw levert ook een aanzienlijke bijdrage, onder meer door ontbossing en de uitstoot van broeikasgassen als methaan en lachgas. De problematiek zit voor een groot deel aan het begin van de productieketen, bij individuele boerenbedrijven. Voor veel van die bedrijven is het ondoenlijk om op eigen kracht een omslag te maken, onder meer omdat ze onder druk staan om zoveel mogelijk te produceren tegen zo laag mogelijke kosten. De marges zijn vaak klein, en dus kunnen boeren zich ook niet veel risico’s permitteren, zoals experimenteren met andere technieken. Laat staan dat ze stevig kunnen investeren in onderzoek en ontwikkeling.

Boerende koe

Een boerende koe. Tekening: Marije Mooren.

Claims van agrireuzen

Verderop in de productieketen zitten grote bedrijven die veel meer mogelijkheden hebben. Ze zouden de boeren, waar ze immers van afhankelijk zijn, kunnen ondersteunen bij de verduurzaming, die zo hard nodig is. Veel grote vlees- en zuivelbedrijven wekken ook graag de indruk dat ze dat doen. Daarbij overdrijven ze regelmatig flink, blijkt uit een recent gepubliceerd onderzoek. De onderzoekers keken naar de duurzaamheidsclaims die de 35 grootste bedrijven ter wereld in die sector deden in de periode 2021-2024. Een bedrijf viel af omdat het helemaal geen claims deed en een ander omdat het alleen publicaties in de Chinese taal had uitgebracht.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

OekraĂŻense pluimvee-gigant tart Europese boeren

Miljardair Yuriy Kosyuk heeft een lening aangevraagd bij de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling.

Kosyuk’s bedrijf MHP is al de gebeten hond bij collega-kippenboeren omdat hij via een gat in het befaamde associatieverdrag tussen de EU en Oekraïene zijn kippenborsten tegen lage prijzen dumpt op de Europese markt. Nu heeft hij een lening van 100 miljoen euro aangevraagd bij de EBRD, een bank die door Europese landen is opgericht om voormalige communistische landen de overgang te laten maken naar een markteconomie.

Foto: Fred Davis (cc)

Militairen en boeren houden niet van transparantie

COLUMN - Defensieminister Hennis (VVD) heeft de Tweede Kamer “keer op keer” onjuist geïnformeerd over de luchtaanval op de Iraakse stad Hawija in 2015, zo blijkt uit onderzoek van een commissie onder leiding van oud-minister Winnie Sorgdrager. Het zal niemand meer verbazen. Defensie heeft wat openbaarheid betreft een bijzonder slechte reputatie (zie bijvoorbeeld hier, hier, en hier). Dat wordt nu ook bevestigd door hoogleraar staatsrecht Wim Voermans. Hij deed onderzoek naar het onjuist of onvolledig informeren van het parlement. In de jaren 2001 tot 2020 telde hij 69 incidenten. 14 keer was Defensie de ‘schuldige’. Een greep uit die incidenten: in 2003 misleidde toenmalig minister Kamp (VVD) de Kamer over een schietincident in Irak. Eimert van Middelkoop (ChristenUnie) hield tussen 2007 en 2010 informatie achter over de kosten van de JSF. En in 2020 bleek dat de voortgang van de politietrainingsmissie in Afghanistan te rooskleurig en positief werden voorgesteld om politiek draagvlak te behouden. De huidige minister van Defensie Ruben Brekelmans belooft beterschap. De vraag is of dat gaat lukken in het huidige politieke en bestuurlijke klimaat. Dit kabinet staat bepaald niet bekend als voorvechter van de openbaarheid van bestuur.

Boeren

Dat blijkt ook uit de steun die landbouworganisaties van minister Femke Wiersma krijgen in een zaak van journalisten van FTM, NRC en Omroep Gelderland. Zij waren op zoek naar cijfers over aantallen dieren in Nederlandse boerenbedrijven. Boerenorganisaties hebben publicatie ervan tot dusverre weten te voorkomen. Dat deden ze via de rechter, de media en recentelijk ook via hun goede contacten met landbouwminister Wiersma (BBB). Tijdens een rechtszaak op 13 januari trok zij plots een bijna twee jaar oud besluit tot openbaarmaking van gegevens van boeren in. De journalisten werden al twee jaar aan het lijntje gehouden. De overheid hield al die tijd vol die gegevens wel te willen verstrekken, maar vanwege juridische procedures van boeren is dat tot op de dag van vandaag nog niet gebeurd. Op het laatste moment maakte Wiersma een draai met een telefoontje naar haar vertegenwoordiger in de rechtszaal om te vertellen dat ze van mening is veranderd. De BBB minister toonde zich daarmee een werktuig van de branchebelangen, waarbij je je kunt afvragen hoe serieus zij de rechterlijke macht neemt.

Ruimtelijke ordeningsverkiezingen 2023

OPINIE - De afgelopen 13 jaar was visie de olifant die het zicht belemmerde. Waar het eerste kabinet Rutte zo’n 10 jaar geleden verklaarde dat Nederland af is kondigde het laatste Kabinet Rutte de ‘grootste verbouwing van Nederland’ aan. Hoewel veel mensen dan denken aan het energiesysteem, gaat de verbouwing op veel meer terreinen spelen en veel meer aspecten van de leefomgeving raken. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) publiceerde vier scenario’s voor de inrichting van Nederland in 2050.

In deze vier scenario’s schetst het PBL wat de effecten zijn van verschillende keuzes voor de inrichting van Nederland. Het PBL heeft een scenario ontwikkeld waarin grote bedrijven de lead hebben, een scenario met nog verdere digitalisering waardoor afstanden verdwijnen, een scenario met veel ruimte voor de natuur en een scenario waarin burgers het initiatief nemen in hun eigen leefomgeving. De uitkomsten van de scenario’s laten zien dat er wat te kiezen valt en laat dat nou net zijn wat in november 2023 mag doen: kiezen.

Het belang van visie

Investeringen die nu gedaan worden in nieuwe woonwijken, (energie)infrastructuur of waterhuishouding gaan zeker 50 jaar mee. Het is daarom van belang om vooruit te kijken naar het land waar we over 30 tot 50 jaar in willen wonen. Hoe ziet het er uit? Hoe en waar verdienen we er ons brood? Hoe en waar wonen we? Hoe ziet onze energievoorziening er uit? Waar bufferen we water voor droge tijden? Hoe ziet onze zorg er uit? Hoe verplaatsen we ons binnen de stad, maar misschien juist wel in de gebieden buiten de stad? Zetten we landelijk nog steeds in op de auto, terwijl steden die stapsgewijs weg lijken te plaatsen?

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: no one cares on Unsplash

Landbouwinnovaties overlaten aan de markt, moet en kan het anders?

We innoveren erop los om efficiënter voedsel te produceren. Maar vernieuwende technologieën zoals de genetische modificatie van gewassen hebben een keerzijde: grote commerciële boerenbedrijven profiteren en kleinere, arme boeren blijven achter. Hoe creëren we een voedselsysteem dat niet alleen duurzamer is maar óók eerlijker is?

Ontbossing, verlies van biodiversiteit door monocultuur, chemische vervuiling door pesticiden en klimaatverandering. De lijst met uitdagingen voor ons voedselsysteem lijkt oneindig. Tegelijkertijd heeft de wereld steeds meer monden te voeden. Hoe lossen we dat op? “Vrijwel iedereen is het erover eens dat innovatie een belangrijke bron is om deze uitdagingen aan te gaan,” benadrukt innovatiewetenschapper dr. Koen Beumer.

Zo zorgen robotisering en automatisering van de landbouw ervoor dat ons land inmiddels 24 uur per dag bewerkt kan worden. Genetische modificatie verbetert onze landbouwgewassen door ze bijvoorbeeld ziekteresistent te maken, en met vleesvervangers proberen we de vleesindustrie drastisch te verminderen. Maar deze voedselinnovaties hebben een keerzijde, vertelt Beumer. Ze worden voornamelijk ontwikkeld via het marktsysteem gericht op het Westen. “En dat werkt ongelijkheid in de hand.”

Een tekortschietende markt

Hoe werkt dat precies? Voor het ontwikkelen en verspreiden van deze landbouwinnovaties is het marktsysteem erg effectief gebleken. “De markt is een specifiek soort economie waarbij goederen en diensten worden uitgewisseld met het gebruik van geld”, legt Beumer uit. Voor het ontwikkelen van nieuwe landbouwinnovaties, is winstmaximalisatie hierdoor de belangrijkste drijfveer. Nieuwe technologieĂ«n moeten dus geld opleveren en dat zijn ze vooral als ze op grote schaal ingezet kunnen worden.

Foto: Fossielvrij NL (cc)

Klimaatdoelen haal je nooit met kerncentrales

Gastbijdrage Jan Willem van de Groep

ANALYSE - Over de non-lineariteit van zowel CO2-emissie doelen als CO2-budgetten

Het einddoel kennen we allemaal, nul CO2-emissie per 2050. Voor veel politici lijkt dat een doel welke lineair behaald moet gaan worden met 2030 slechts als tussendoel. Sterker nog. Velen denken dat we nog volop tijd hebben om te oefenen, kleine stappen te zetten en aan het einde te versnellen. De discussie over het al dan niet toepassen van kerncentrales is er zo één. Lineaire verlaging van de CO2-emissie is echter niet de manier waarop we antwoord kunnen geven op deel 2 van de klimaatdoelstellingen van Parijs. Daar is namelijk ook afgesproken dat we opwarming van de aarde beperken op een waarde tussen 1,5 en 2,0 graden met een streven zo dicht mogelijk bij de 1,5 graden te eindigen in 2050 (tekst klimaatakkoord: “ruim onder de 2 graden”). Laten we daar eens op inzoomen.

CO2-budgetten  wereldwijd

Het CO2-budget is de hoeveelheid CO2 die nog uitgestoten kan worden tot 2050 om binnen de doelstelling van 1,5 tot 2,0 graden te blijven. Een flink aantal wetenschappers hebben daar met verschillende modellen aan gerekend. Het IPCC heeft uit al die publicaties een gemene deler gehaald (link) en met allerhande voorzichtigheden de zekerheid bepaald wat het meest aannemelijke getal is voor een 1,5 en 2,0 graden budget.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Hindrik Sijens (cc)

Kunst op Zondag | Boerenpoëzie

Vergezicht

Uitkijkend over de daken,
raakt een mensch
soms van ruimte bevangen,
en neemt dan
verschijnselen waar.

Zie daar!
Nee dĂĄĂĄr!!

Daar rijdt langs de wolken
een boer op z’n fiets.
Of zijn het er vier?

Uit Moderne gedichten(1981) – Jules A. Deelder.

ClichĂ©: Alles is eindig. Trekkers die voorbij gaan, files, woede – vreugde – rouw, het leven van dichters.

De laatste maanden doen boeren verwoede pogingen het wat al te geromantiseerde beeld dat burgers van een boer hebben, bij te stellen. De idylle van de godvrezende natuurmens , het idee van de stugge, zwijgzame boer, allemaal flauwekul.

Dat zo’n beeld van de agrariĂ«r heeft kunnen ontstaan is de schuld van de poĂ«zie. Vooral de ‘Ballade van de boer’, een gedicht van  J.W.F. Werumeus Buning, woekert hardnekkig voort vanwege de eindeloos geciteerde, gepersifleerde, geparodieerde regel: ‘En de boer, hij ploegde voort’.

Het gedicht beschrijft een onverstoorbare boer die, wat er in de wereld ook aan schokkends passeert, zijn werk volhard. Pas toen God het tijd vond hem naar het hiernamaals te halen, “toen spande hij zijn ploegpaard af”.

Hoe is het de boer, poëtisch gesproken,  verder vergaan?

De natuurbeschermende of ‘winzuchtige’ boer. In het gedicht van Jan Prins wil de boer de natuur naar zijn hand zetten. Er staat een weinig productieve boom in de weg, dus de bijl ter hand genomen.

Foto: United Soybean Board (cc)

Boeren als lichtbaken

ACHTERGROND - De laatste dagen riepen media het beeld op van militante boeren op oorlogspad. Uiteraard aangewakkerd door boude uitspraken van de voorman van Farmers Defence Force (FDF). Het resultaat van al die militante stoerdoenerij is dat er verdeeldheid begint te ontstaan, zowel binnen de agrarische sector als bij burgers die tot nu toe begrip voor de actievoerende boeren hadden.

Dat laatste is jammer, vooral omdat er zoveel boeren zijn die volop steun verdienen: de boeren die hard werken om landbouw en veeteelt te verduurzamen. Zij verdienen onder andere steun van de wetenschap.

Bij zijn inauguratie aan de Wageningse Universiteit zei Rogier Schulte dat de landbouw snel moet verduurzamen om in 2050 de wereld te kunnen voeden. En:

De traditionele manier van wetenschappelijk onderzoek (namelijk stapje voor stapje verbeteren) gaat daarvoor te traag. Mijn leerstoel Farming Systems Ecology specialiseert zich in welke oplossingen in 2050 nodig zijn en hoe we daar zo snel mogelijk komen.

Het kan en als bewijs voerde Schulte de Lighthouse Farmers op: een wereldwijd netwerk van boeren als lichtbaken.

Elf boerenorganisaties die een voorbeeldfunctie zijn voor collega’s die hun bedrijf willen veranderen. EĂ©n van hen is het Nederlandse Erf, dat experimenteert met technieken en nieuwe teeltsystemen op reservegronden in stedelijke gebieden om grote hoeveelheden biologisch voedsel te produceren voor consumenten in Nederland en Europa.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: CorporatieNL (cc)

Rapport Remkes gemiste kans voor woningbouw

In het rapport Niet alles kan worden geen maatregelen genomen om de woningbouw snel vlot te trekken. Marc Chavannes stelt in NRC dat het rapport een reeks bekende problemen schetst en allerlei vormen van aanpak suggereert die noch snel noch drastisch zijn. Het rapport ‘Niet alles kan‘ beschrijft wie waarvoor verantwoordelijk is en wie waarmee rekening moet houden. Het rapport-Remkes is volgens Chavannes meer een sociografisch-bestuurlijke schets van Nederland dan een advies over kortetermijnoplossingen voor de 18.000 projecten die stil zijn komen te liggen door de uitspraak van de Raad van State eind mei.

In een interview met NPO radio 1 programma 1 op 1 stelt Johan Vollenbroek, voorzitter van Mobilisation for the Environment (MOB), dat de milieuschade 31 miljard Euro per jaar bedraagt*. Waarvan 6,5 miljard door de landbouw. Dat is hoger dan de Nederlandse export aan vleeswaren en zuivelproducten van 19 miljard euro. Het inkrimpen van de veestapel levert maatschappelijk gezien dus winst op. Hetzelfde geldt voor de luchtvaart, die al jaren boven z’n stand leeft. Vollenbroek zegt mild geweest te zijn voor Schiphol door slechts het schrappen van 100.000 vluchten gevraagd te hebben. Wel moet de snelheid op snelwegen terug naar 100 kilometer per uur, waardoor veel forensen paradoxaal genoeg een kortere reistijd zullen hebben.

Foto: Nelis Zevensloot (cc)

Bossen: onze krachtigste high-tech klimaatoplossing

ACHTERGROND - Als we over klimaat oplossingen praten, gaat het gesprek bijna altijd over de vermindering van fossiele brandstoffen. Maar volgens Han de Groot, CEO van de Rainforest Alliance, is dat maar een deel van de oplossing en zou het veel meer over bossen moeten gaan: de meest krachtige en efficiënte CO2 opnemende technologie die het wereld ooit heeft gezien.

Het meest recente wetenschappelijke klimaatrapport van de Verenigde Naties neemt geen blad voor de mond als het gaat om de toestand van onze planeet: om een klimaatramp te voorkomen moeten we nu ingrijpen om een wereldwijde verandering te bereiken op een schaal die “geen gedocumenteerd historisch precedent” heeft.

Tot nu toe richten lobbyisten en politici zich vooral op een afname in het verbruik van fossiele brandstoffen via technologie en/of beleid (bijvoorbeeld een forse koolstofbelasting) als klimaatoplossing. Uiteraard zijn zulke voorstellen cruciaal voor de vermindering van door de mens veroorzaakte CO2-uitstoot, die voor 71% wordt veroorzaakt door slechts honderd bedrijven die draaien op fossiele brandstoffen. Daarom speelt uitstootvermindering ook terecht een grote rol in de nationale klimaatverplichtingen van de 181 landen die het Akkoord van Parijs hebben ondertekend.

Toch overschaduwt de internationale aandacht voor fossiele brandstoffen de krachtigste en meest kosteneffectieve technologie voor koolstofafvang die er tot nu toe voorhanden is: bossen.

Foto: tonynetone (cc)

“CO2 maakt de aarde groener”. Klinkt goed, maar is dat ook zo?

NIEUWS - Planten en bomen hebben CO2 nodig om te groeien en we stoten inmiddels 40 miljard ton per jaar uit, de atmosfeer in. Een aantal studies suggereren dat mensen door de uitstoot van CO2 bijdragen aan een wereldwijde toename in de fotosynthese. Reden voor sommige reageerders op Sargasso om te stellen dat de aarde voorlopig vooral groener wordt ten gevolge van de klimaatverandering. Tijd dus om er wat dieper in te duiken op basis van de gegevens van een van de onderzoekers naar het verschijnsel dat de aarde groener wordt ten gevolge van stijgende CO2 emissies.

Het goede nieuws

Om met het goede nieuws te beginnen. Het klopt dat de aarde groener wordt ten gevolge van hogere CO2-emissies. Elliot Campbell, een milieuwetenschapper van de Universiteit van CaliforniĂ«, en zijn collega’s publiceerden vorig jaar een studie waaruit bleek dat planten momenteel 31 procent meer CO2 omzetten in organische stof dan vóór de IndustriĂ«le Revolutie. Verschillende pseudo-sceptische denktanks doken dan ook meteen bovenop het artikel. Het Competitive Enterprise Institute verklaarde kort nadat de studie verscheen:

So-called carbon pollution has done much more to expand and invigorate the planet’s greenery than all the climate policies of all the world’s governments combined.

Ook het Heartland Institute (u weet wel, de denktank die mensen die vertrouwen hebben in de klimaatwetenschap vergeleek met de Unabomber) besteedde aandacht aan het onderzoek.

Volgende