Van verschil, naar overeenkomst

De volgende bijdrage bestaat uit twee delen: een inleiding van Bert van den Braak, naar aanleiding van Joop van den Bergs boek Geduldig papier. Formeren in stad en land, gevolgd door een reflectie van Martijn Balster vanuit de gemeentelijke praktijk. Dit artikel verscheen eerder in De Hofvijver, een uitgave van het Montesquieu Instituut. Het vormen van kabinetten en van gemeentelijke colleges zijn belangrijke momenten in het bestuur. Er zijn vaste patronen en veelal informele regels en gewoonten. Emeritus-hoogleraar en, onder meer, oud-hoofddirecteur van de VNG, Joop van den Berg, geeft in het onlangs van zijn hand verschenen boek Geduldig papier. Formeren in stad en land een mooi overzicht van deze processen. Er zijn overeenkomsten, maar zeker gezien het feit dat er gemeenten met verschillende specifieke kenmerken zijn, zijn er evenzeer verschillen. Zowel landelijk als gemeentelijk deden zich bovendien ontwikkelingen voor. Gemeentelijk was bijvoorbeeld het in 2002 geïntroduceerde dualisme van belang. Niet langer komen de wethouders (uitsluitend) uit de raad. Zowel landelijk als gemeentelijk is er sprake van versplintering – vaak nog meer dan landelijk. Een veelheid van fracties maakt het vormen van colleges lastiger. Landelijk zien we al langer dat formaties een moeizaam en soms maanden durend proces zijn. Landelijk verscheen al in 1951 de informateur, die als wegbereider moest optreden voor de daadwerkelijke formatie. Later kwamen er pre-informateurs en verkenners. Dat laatste was het gevolg van een fundamentele verandering in 2012, toen de Tweede Kamer zelf het voortouw nam bij kabinetsformaties. Verkenners kwamen vanaf 2002 ook in gemeenten. Van den Berg noemt de hoogleraar Rinus van Schendelen, die in dat jaar na de winst van Leefbaar Rotterdam van Fortuyn als eerste een weg moest banen naar een college waarin die nieuwe partij ook een plek moest krijgen (en kreeg). Zowel landelijk als gemeentelijk spelen vragen als: welke personen zijn het beste geschikt om een rol te spelen en moet dat er één of meer zijn? Is een buitenstaander beter of is (vooral gemeentelijk) iemand die juist ingevoerd is in specifieke onderwerpen niet beter? Verder spelen altijd vragen rond openbaarheid. Is beslotenheid niet beter? Tenslotte moet er een akkoord komen. Wat is de waarde daarvan, in welke mate is er sprake van binding en hoe breed moet de steun (liefst) zijn? En wat is uiteindelijk de betekenis van een akkoord? Gaat het slechts om geduldig papier of is daadwerkelijk de basis voor een daadkrachtig bestuur? Wat de aard en de bestendigheid van de akkoorden zal zijn, moet de komende tijd blijken. Dat het niet zelden ingewikkeld is tot goede afspraken te komen, beschrijft Martijn Balster vanuit de gemeentelijke praktijk. Van verschil, naar overeenkomst De warmste dagen van het jaar markeren in veel gemeenten niet alleen het begin van de zomer, maar ook een bestuurlijk scharniermoment. Jaarrekeningen worden vastgesteld, er wordt teruggekeken. Voorjaarsnota’s schetsen de financiële kaders voor het komende jaar, en – in verkiezingsjaren – verschijnen coalitieakkoorden: gestolde compromissen die richting geven aan lokaal beleid voor de komende vier jaar, en vaak langer. Na een jaar waarin politieke verschillen doelbewust zijn uitvergroot, verschuift de dynamiek na de verkiezingen onvermijdelijk. De nadruk komt weer te liggen op gezamenlijke ambities voor stad en dorp. Tegelijkertijd laat een verkiezingsjaar sporen na. Polarisatie als strategie heeft een prijs: persoonlijke verhoudingen staan onder druk, en ook op lokaal niveau wordt conflict steeds minder geschuwd. Met name de winnaars en onderhandelende partijen hebben dan ook juist nu een belangrijke rol in het weer normaliseren van verhoudingen. Welke inhoudelijke keuzes zijn achter (vaak) gesloten deuren gemaakt? Wat betekenen die keuzes voor de beleidspraktijk van de komende jaren? Ik sta stil bij drie ‘schuurpunten’ die op veel tafels het gesprek bepaalden. Asiel en opvang: tussen verplichting en politieke aarzeling Weinig thema’s domineerden de lokale verkiezingscampagnes zo sterk als de Spreidingswet en de huisvesting van statushouders. De electorale kracht van lokale partijen, gecombineerd met groei op de rechterflank, vertaalt zich in een zichtbare terughoudendheid ten aanzien van rijksbeleid. In sommige gevallen uitmondend in expliciete afwijzing. Die politieke aarzeling staat echter op gespannen voet met een steeds dwingender juridisch kader. Gemeenten hebben niet alleen een taakstelling voor statushouders, maar worden met de Spreidingswet ook geacht een ‘fair share’ te leveren in de opvang van asielzoekers. De beleidsruimte is daarmee beperkter dan menig lokaal politiek verkiezingsdebat suggereerde. De spanning wordt verder vergroot door het grote tekort aan betaalbare woningen. Woningnood fungeert vaak als argument tegen opvang en huisvesting. Maar juist dat argument impliceert een andere beleidsverantwoordelijkheid: een versnelling van de bouw van betaalbare woningen, en het benutten van instrumenten zoals woningdelen en splitsen. Bovendien zal, onder invloed van de Wet bevordering regie volkshuisvesting, een groter deel van de woningvoorraad worden toegewezen aan zogenoemde aandachtsgroepen, waaronder mensen uit de maatschappelijke opvang, beschermd wonen of detentie. De vraag is dan niet óf gemeenten moeten handelen, maar hoe consistent hun beleid is: wie woningnood als bezwaar opvoert, kan moeilijk om een ambitieuzer, betaalbaarder woningbouw heen. Een lakmoesproef in veel gemeenten. Gemeentefinanciën: ambities onder druk De coalitievorming vond/vindt opnieuw plaats tegen een somber financieel decor. Structurele tekorten in de jeugdzorg, voorgenomen bezuinigingen op huishoudelijke hulp en onzekerheid over rijkscompensatie van gestegen kosten, beperken de handelingsruimte van gemeenten aanzienlijk. Tegelijkertijd scherpt het minderheidskabinet de begrotingsdiscipline verder aan, met strengere normen dan in veel andere Europese landen. De implicatie is duidelijk: de financiële ruimte voor gemeenten blijft beperkt, terwijl de opgaven – van woningbouw tot energietransitie en sociaal domein – juist toenemen. Gemeenten staan wederom voor een klassiek dilemma. Zonder aanvullende rijksmiddelen resteren bezuinigingen op voorzieningen, sociaal domein, de eigen slagkracht; of het verhogen van lokale lasten. Kostendekkende tarieven voor afval en parkeren, en stijgende onroerendezaakbelasting liggen voor de hand. In de praktijk zal een combinatie van deze strategieën zichtbaar worden. De ruimte voor nieuw beleid is daarmee beperkt, ook voor het inlossen van (te) grote beloften in de verkiezingscampagnes. Politieke versnippering en de krimpende horizon De opkomst van lokale partijen, de groei van partijen op de flanken (met name ter rechterzijde) en de toenemende versnippering in gemeenteraden hebben een duidelijke bestuurlijke consequentie. De nadruk verschuift naar direct zichtbare, lokale kwesties en individuele belangenbehartiging. Dat draagt een grote belofte in zich voor meer nabijheid en meer vertrouwen. De ontwikkeling gaat echter ook vaak gepaard met een groeiende neiging om externe factoren als oorzaak aan te wijzen voor falend gemeente- of overheidsbeleid in het verleden: ‘Den Haag’, ‘de politieke elite’, of het zondebokken op ‘klimaatdrammers’, of ‘nieuwkomers’. En mogelijk: een beweging waarbij gemeenten zich meer terugtrekken achter de dijken, gefocust op zichtbaar, korte termijnresultaten voor de eigen bewoners. Hier clashen de traditionele partijen (met landelijke worteling) geregeld met de flanken en lokale partijen. Een risicovolle dynamiek, die niet zelden in polarisatie ontaardt. Met als gevolg: afnemende aandacht voor taaie langetermijnvraagstukken en voor taaie thema’s die de gemeentegrens overstijgen. Woningnood, noodzakelijke energietransitie, hervorming van de jeugdzorg, het in goede banen leiden van migratie; al deze vraagstukken vereisen juist samenwerking en interbestuurlijke daadkracht. Boven het maaiveld In een context van tanend politiek vertrouwen rust op gemeenten als ‘eerste overheid’ een groeiende verantwoordelijkheid om nabij en responsief te zijn. Tegelijkertijd kunnen de grote maatschappelijke opgaven van deze tijd niet binnen de grenzen van één gemeente worden opgelost. Sterker nog: is het onvermogen om de basis op orde te houden precies de reden voor het onbehagen onder veel burgers, zoals Catherine de Vries in haar boek ‘Symfonie van onvrede’ zo krachtig betoogt. Dat legt een dubbele opgave bloot. Enerzijds moeten gemeenten de verbinding met hun inwoners versterken en lokaal ‘leveren’. Anderzijds moeten zij actiever de samenwerking zoeken ook met regio, provincie en Rijk en oog hebben voor de taaie lange termijn. Voor die hogere overheden geldt hetzelfde: stijgende verwachtingen van burgers vragen om zichtbare prestaties en effectieve samenwerking, na een periode van bestuurlijke stilstand. De huidige politiek-bestuurlijke temperatuur biedt daarmee niet alleen beperkingen, maar ook een kans. De symfonie van onvrede vraagt om een orkest van daadkracht. Een orkest dat in staat is uit meerdere registers te tappen. Dat verlangt enorm veel van nieuw aantredende bestuurders, zowel in het verbinden als in de noodzakelijke daadkracht. Het kan wél. Zo echoot een campagne van net voor de gemeenteraadsverkiezingen nog steeds. Volgend jaar kiest Nederland alweer de provinciale besturen en getrapt de nieuwe Eerste Kamer. Het zal hoe dan ook een belangrijke graadmeter zijn voor nu getoonde leiderschap en samenwerkingsgeneigdheid nu. Zowel in Den Haag, als lokaal.

Door: Foto: Peter van der Sluijs, CC BY-SA 4.0 , nieuwe gemeenteraad in Nissewaard via Wikimedia Commons.

Ik zeg toch, VVD!

De koopkracht daalt. Voor iedereen, zo blijkt uit de doorrekening van de coalitieplannen. Voor lagere inkomens net iets harder. Verrassend is het nauwelijks. Het is het grote bewijs dat je als kiezer ver weg moet blijven bij D66. Vooral de linkse kiezer lijkt bij de partij vaak aan het kortste eind te trekken. En nu zitten we weer met VVD-beleid, verkocht als onvermijdelijk: lasten verschuiven, prikkels versterken, “werken moet lonen”. In de praktijk betekent het vooral dat de rekening steeds weer onderin de samenleving belandt.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: gokhan polat on Unsplash

Yay! Het nieuwe kabinet gaat ‘aan de slag’!

Je hebt kabinetsmotto’s en kabinetsmotto’s. Van de weidse ambitie van “Samen werken, samen leven” tot de technocratische mildheid van “Bruggen slaan”, de taal van kabinetten probeerde altijd iets groots te suggereren. Besturen als morele missie. Politiek als verheven project.

En toen kwam: “Aan de slag”. Yay.

Geen belofte. Geen toekomstvisie. Geen samen. Geen vertrouwen. Geen verantwoordelijkheid. Alleen dit. Een zin die ook op een bouwbord langs de A7 had kunnen staan. Of op een vergeeld A4’tje in een buurtcentrum. Of op een koffiemok van een middelmatig consultancybureau.

“Aan de slag”. Alsof Nederland een half afgemonteerde Billy-kast is en iemand eindelijk heeft besloten de inbussleutel te pakken. Met frisse tegenzin uiteraard.

Managementtaal op zijn kaalst
Eerdere kabinetten probeerden het nog. “Samen werken, samen leven” wilde harmonie uitstralen. “Vrijheid en verantwoordelijkheid” probeerde ideologie te verkopen als morele noodzaak. “Vertrouwen in de toekomst” was waarschijnlijk een collectief verzoek om vooral niet te kritisch te kijken naar wat er in het nu misging. “Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst” was bestuurlijke multitasking in één zin.

Allemaal vaag. Allemaal leeg. Allemaal marketing. Natuurlijk. Maar ze deden tenminste nog alsof er een idee achter zat.

“Aan de slag” doet dat niet eens meer. Dit is managementtaal in zijn meest uitgeklede vorm. Geen verhaal, geen kader, geen richting. Alleen activiteit. Beweging. Drukte. Iets doen. Maakt niet uit wat.

Foto: De interruptie microfoon in de plenaire zaal van de Tweede Kamer Credit: www.tweedekamer.nl

66 zetels en geen richting: het kabinet dat niemand echt wil

Het wordt dus een minderheidskabinet van D66, VVD en CDA met samen 66 zetels. Een typisch symptoom van politieke uitputting. Dat het als serieuze optie wordt gepresenteerd, zegt minder over bestuurlijke moed dan over de mate waarin de Nederlandse politiek vastgelopen is in haar eigen uitsluitingslogica. Dit kabinet ontstaat niet omdat het inhoudelijk klopt, maar omdat bijna alles wat wél zou kunnen, vooraf al onbespreekbaar is verklaard, vooral door de VVD, die het formatieproces gijzelde.

Formeel is een minderheidskabinet volkomen legitiem. In de praktijk betekent het dat het kabinet structureel afhankelijk wordt van partijen die het zelf niet wil omarmen, maar wel nodig heeft om te overleven. Dat vergt openheid, onderhandelingsbereidheid en een zekere ideologische bescheidenheid. Precies die eigenschappen ontbreken bij de drie partijen die hier samen optrekken. De VVD wil regisseren zonder toe te geven. D66 wil hervormen maar weet niet waar voldoende medestanders te vinden zijn. Het CDA wil relevant blijven maar weigert te kiezen. Samen leveren ze geen experimentele bestuursvorm op, maar een permanente formatiefase.

Wat hier verkocht wordt als pragmatisme, is in werkelijkheid het ontlopen van politieke verantwoordelijkheid. Dit kabinet heeft geen gezamenlijk verhaal over de richting van het land. Er is geen gedeelde analyse van de crises die spelen, alleen een gedeelde wens om niet opnieuw te hoeven onderhandelen met partijen die inhoudelijk of electorale risico’s opleveren. Dat leidt tot beleid dat per dossier moet worden bijeengeschraapt, met wisselende meerderheden en steeds weer nieuwe concessies. Besturen wordt zo een tactisch spel, geen politieke keuze.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

De formatie: titel kabinet gezocht!

Rob Jetten, de komende premier namens D66, erkent dat de formatie van het nieuwe kabinet met VVD en CDA (nog) niet rond is, vooral omdat de financiële knopen nog niet zijn doorgehakt. Maar de titel van het kabinets- en regeerakkoord staat al wel vast zei Jetten, zonder die titel te onthullen.

Voor de lezers van Sargasso een uitnodiging: denk mee over wat die titel zou kunnen zijn. Wat vangt zo’n toekomstig minderheidskabinet eigenlijk? Hoe vat je, in een paar woorden, de politieke smurrie samen waar Jetten, Yesilgöz en Bontenbal zich door worstelen? Suggesties zijn welkom, meerdere per persoon, prijs: eeuwige roem (of iets wat erop lijkt).

Foto: Kilian Seiler on Unsplash

De formatie: verzoening als rookgordijn

Er is een hardnekkige misvatting in het Haagse debat over polarisatie: dat die verdwijnt zodra je de juiste mensen rond dezelfde tafel zet. Alsof maatschappelijke spanningen het gevolg zijn van logistiek falen. In de NRC-opinie van historicus en politicoloog Kemal Rijken waarin wordt betoogd dat het betrekken van rechts bij de formatie Nederland dichter bij elkaar zou brengen, wordt die misvatting niet alleen herhaald, maar verheven tot morele plicht.

De redenering klinkt redelijk. Nederland is verdeeld. Er is wantrouwen. Er zijn kiezers die zich niet vertegenwoordigd voelen. Dus moeten partijen die zichzelf profileren als anti-establishment worden opgenomen in het bestuur, om zo het systeem weer geloofwaardig te maken. Het probleem is niet dat dit idee nieuw is, maar dat het telkens opnieuw wordt gepresenteerd alsof het een neutrale observatie is, en geen politieke keuze met duidelijke winnaars en verliezers.

Wat hier gebeurt, is dat polarisatie wordt gedefinieerd als een communicatieprobleem. Te weinig luisteren. Te weinig samenwerken. Te veel morele scherpte. Daarmee wordt de inhoud buiten beeld geschoven. Alsof het er niet toe doet waaróver men verdeeld is. Alsof de kloof tussen partijen primair gaat over stijl, toon en temperament, en niet over fundamentele meningsverschillen over rechtsstaat, minderheden, wetenschap en macht.

Foto: Bas Bogers (cc)

Minder Minder PVV

COLUMN, OPINIE - “Ik zal niets nalaten om te voorkomen dat Wilders aan de macht komt”. Aldus Timmermans op zijn partijcongres afgelopen zaterdag.

Dat Wilders die uitspraak interpreteert als een oproep tot geweld, zegt vooral iets over zijn eigen verrotte manier van denken. Zoals de waard is vertrouwt-ie zijn gasten.

Een normaal mens  begrijpt dat binnen de context waarin de uitspraak gedaan is, namelijk een politieke, democratische bijeenkomst en dat Timmermans bedoelt dat hij alle politíeke middelen zal gebruiken om te voorkomen dat Wilders aan de macht komt. Hij heeft zich tot voor kort zelfs redelijk afzijdig gehouden van die hele formatie – totdat hij een deadline stelde waarbinnen de formerende partijen eruit moeten komen. Wat heel logisch is, gezien het eindeloze ge-emmer van die vier, die ondertussen zeiken dat het demissionaire kabinet doorregeert. Ja wat wil je dan, dat we het hele land platleggen terwijl jullie elkaar de tent uitvechten?

Wat me ook ergert, is de reactie van het Wilders-voetvolk op zijn belachelijke oproep om aangifte tegen Timmermans te doen. Koekje van eigen deeg – een antwoord op een soortgelijke oproep van Timmermans na de “minder-minder Marokkanen”-uitspraak van Wilders. Want dát kun je niet anders interpreteren dan dat hij de Marokkanenpopulatie wil decimeren, al zegt-ie er niet bij hoe – dat mag je zelf bedenken.

Closing Time | Het is toch een act dit

Afgelopen weekend speelde Sam Bettens van K’s Choice een ietwat, eh, geactualiseerde versie van hun megahit ‘Not an addict‘, in ‘Even tot Hier’. Hij vraagt zich af hoe het nou verder moet de formatie, en noemt het gesteggel ’typisch Nederlands’, een subtiel grapje van de Belg, neem ik aan.

Foto: Roel Wijnants (cc)

‘Loser’ zijn of ‘loser’ spelen?

Het begon met een vroom gestelde tweet, waarin Geert Wilders zei dat hij het premierschap prijs gegeven had omdat hij daarvoor onvoldoende steun had gevonden bij zijn gesprekspartners in de kabinetsformatie van VVD, NSC en BBB. Maar de totstandkoming van een rechts kabinet was belangrijker dan zijn persoonlijke ambities, zo schreef hij. Zo wisten wij allemaal dat Geert Wilders, lijsttrekker van de grootste partij in de Tweede Kamer, geen minister-president zou worden.

Lang duurde deze sereniteit echter niet. Toen hij voor de tv werd geïnterviewd, meldde hij dat hij het gebrek aan steun voor zijn premierschap ‘unfair’ vond, ‘ondemocratisch’ en ‘staatsrechtelijk onjuist’. De leider van de grootste partij bij verkiezingen werd immers premier? Daarbij liet hij en passant weten (zonder namen te noemen) dat BBB zijn premierschap wel had willen aanvaarden, de VVD dat liever niet wilde maar er ook niet ‘dwars voor had willen gaan liggen’, maar dat NSC dat niet acceptabel had gevonden.

Allereerst maar even de onjuistheden in Wilders opmerkingen.

De grootste partij bij verkiezingen krijgt in Nederland lang niet steeds het premierschap. Zoals in 1977 kan een partij de grootste zijn maar toch in de oppositie terecht komen, zoals de PvdA met Joop den Uyl in dat jaar overkwam en in 1982 opnieuw. Voorts kan een partij de grootste zijn en ook het premierschap verwerven, maar dat hoeft niet de partijleider te zijn. Zo werd in 1959 de KVP de grootste, maar werd niet partijleider Carl Romme maar de van buiten komende Jan de Quay de premier.

Foto: Schermafbeelding video @ Tweede Kamer staande ovatie voor Renske Leijten

Het einde van het coalitiesysteem

Open brief aan de informateur en leden van de Tweede Kamer:
Stop de coalitieonderhandelingen! Het zou veel beter zijn het kabinet direct te kiezen, zonder coalitieakkoord.

Geachte heer Ronald Plasterk,
beste leden van de Tweede Kamer der Staten Generaal,

Wat te gebeuren stond gebeurde ook: de formatie is vastgelopen, tot chagrijn van ongetwijfeld u zelf, maar vooral de kiezer. Wekenlang is er in het geheim onderhandeld, en het resultaat? Niets. Partijen die elkaar de schuld proberen te geven en een snel dalende sfeer. Iedereen begrijpt dat de vorming van een kabinet zeker nog enkele maanden op zich zal laten wachten. Een kabinet installeren voor de zomer lijkt alweer geen haalbare kaart meer.

Maar u weet ook: een zogenaamd positief resultaat van de besprekingen zou ook bij veel mensen tot onvrede geleid hebben, en niet alleen bij de niet-formerende partijen. Coalitieakkoorden zijn namelijk de facto compromissen, waarbij de partijen die deelnemen altijd concessies moeten doen, en daarmee voor de kiezer een deel van hun gezicht en betrouwbaarheid verliezen. Het is precies daarom dat het voor u zo moeilijk is om een coalitie te vormen.

Hoe nu verder? Uw collega Pieter Omtzigt pleit voor een extraparlementair kabinet, maar is onduidelijk over hoe een en ander vorm te geven. Wellicht heeft hij daar ook nog geen duidelijke ideeën over. In dat geval zou ik u er graag één aan de hand doen. Want het kan zo helder en simpel zijn, en zoveel beter. Het vergt een beetje omdenken, maar het is er wel de tijd voor. Naar mijn idee heeft het coalitiesysteem namelijk zijn langste tijd gehad, en kan het beter vervangen worden door een volkomen ander systeem.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Roel Wijnants (cc)

Nieuw: ministers zonder tijd

COLUMN - van Prof.Dr. Bert van den Braak

Zijn aanstelling als informateur was voor Wouter Koolmees reden om zijn werkzaamheden als minister neer te leggen. Inmiddels is er een scala aan soorten ministers: echte, ministers zonder portefeuille, projectministers, tijdelijk waarnemende ministers, ministers zonder taken en ministers die geheel of deels op non-actief zijn. Je kunt je afvragen of dat wenselijk is.

Omstandigheden maakten vervanging van ministers geregeld nodig, waarbij problemen met de gezondheid het vaakst voor kwam. Lange tijd werd dan een andere minister tijdelijk waarnemer. In 1906 liet minister Kraus van Waterstaat zich overigens enige maanden vervangen vanwege een opdracht als ingenieur in Chili, waartoe hij zich eerder contractueel verplicht had.

Er zijn talrijke voorbeelden van tijdelijke vervangingen. Marga Klompé verving bijvoorbeeld enkele keren de door ziekte uitgeschakelde minister van Onderwijs Jo Cals. Zij loodste toen zelfs belangrijke wetsvoorstellen door het parlement.

In 1987 vond voor het eerst een tijdelijke wisseling plaats, waarbij zelfs een staatssecretaris tot minister werd gepromoveerd. Minister Kees van Dijk werd vanwege een operatie vervangen door zijn collega Jan de Koning en diens portefeuille werd overgenomen door staatssecretaris Louw de Graaf. Van Dijk bleef echter wel minister. Erik Jurgens wijdde daar een kritische beschouwing aan.

Het voorbeeld uit 1987 kreeg onder Rutte III navolging toen minister Kajsa Ollongren vanwege gezondheidsproblemen was uitgeschakeld. Staatssecretaris Raymond Knops werd tijdelijk minister. Ollongren bleef wel minister, zoals dat eerder ook het geval was met Ronald Plasterk, die in Rutte II eveneens tijdelijk werd vervangen.

Foto: Roel Wijnants (cc)

De ChristenUnie heeft wèl een sleutel tot de formatie in handen

COLUMN - De formatie lijkt een patstelling, ook nadat Kaag dit weekend met haar ogen knipperde. Maar is het niet. Vijf middenpartijen kunnen alleen bewegen door hun verlies te nemen en weigeren dat allemaal. Maar de zesde partij heeft de oplossing in handen. Door een stap te zetten waarbij ze zelf wint, kan ze de formatie vlot trekken. Het probleem is dat ze niet bij machte lijkt haar macht ook echt te gebruiken.

Vijf partijen hebben zichzelf in een positie gemanoeuvreerd, waar ze niet zonder gezichtsverlies uitkomen. Dat geldt voor VVD en CDA als ze alsnog met GroenLinks en de PvdA gaan onderhandelen. Dat geldt voor de PvdA en GroenLinks als ze elkaar loslaten. En dat geldt voor D66 als ze alsnog met de ChristenUnie om tafel gaat.

Diezelfde posities zetten zich voort in het alternatief dat Kaag dit weekend nogmaals aanhaalde. Een zespartijenkabinet met ChristenUnie, maar dus ook met de PvdA en GroenLinks. Een optie waarvan Rutte eerder heeft aangegeven daar niets in te zien. Meer partijen dan nodig voor een meerderheid en niet stabiel (waarmee hij niet op het CDA doelt). Maar waarmee hij vooral zegt niet met links te willen. En dat is precies wat Kaag wel blijft willen.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Volgende