De allerlaatste dagen der mensheid (4)

De Allerlaatste Dagen der Mensheid / Aart Clerkx     Proloog, scène 6
    De oudste NRC-abonnee en de een-na-oudste NRC-abonnee zitten aan de leestafel bij café Scheltema. Aan dezelfde tafel zit de kniesoor voor zich uit te somberen boven een onaangeroerd broodje kroket en een glas lauw, donker Engels bier.
    De oudste NRC-abonnee: Ze hebben, ze hebben, ze hebben…
    De een-na-oudste NRC-abonnee: Als het om mensenlevens gaat, moet de staat niet voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten.
    De oudste NRC-abonnee: Ze hebben, ze hebben…
    De een-na-oudste NRC-abonnee: Optreden door aftreden. Dat is heel goed gezegd.
    De oudste NRC-abonnee: Ze hebben Donner de laan uitgestuurd! Onze laatste integere politicus! …
    De een-na-oudste NRC-abonnee: Nee, nee. HIj heeft zijn politieke verantwoordelijkheid genomen. En dat siert hem.
    De kniesoor (kijkt op uit zijn mijmering en mengt zich in het gesprek): Heren, weet u nog hoe dat ging ten tijde van de brand in het cellencomplex? Eerst zou het gaan om criminelen en toen werden het illegalen. En inmiddels zijn dat inwisselbare begrippen geworden. Een illegaal is een crimineel, alleen hij wordt nog slechter behandeld. Want als je ze goed behandelt, komen ze daarna weer terug. Maar wat is een illegaal, au fond? Het is gewoon iemand zonder papieren.
    De oudste NRC-abonnee: Ja, ze hadden er helemaal niet moeten zijn. Dan was er niks gebeurd.
    De een-na-oudste NRC-abonnee: Als ze er niet geweest waren, waren ze er niet geweest.
    De kniesoor: En dan waren ze er niet geweest.
(changement.)

    Proloog, scène 7
Minister Verdonk in een zwart heksengewaad voor een altaar waaraan omgekeerde crucifixen hangen. Op het altaar ligt het jongetje Hui vastgesnoerd. Minister Verdonk zwaait met scherpgeslepen messen uit de Blokker messenset (made in China) en incanteert de rituele formules.
    Minister Verdonk: O grote Demo Cratzi Putzli, aanvaard dit offer, opdat alles weer goed komt in Nederland. Ik ben zelf geen voorstander van mensenoffers, maar regels zijn regels, en als de regels gevolgd worden, zal ook morgen de zon opgaan, zo u het wil, O Grote Demo Cratzi Putzli. Uw wens is ons bevel. Het bloed van deze onschuldige zaal vloeien, opdat er geen bloed van andere onschuldigen zal vloeien.
(Zij steekt toe. Om haar heen gestalten in witte gewaden die de armen heffen en het Wilhelmus neuriën, achterstevoren.)
(changement.)

Proloog, scène 8
    Aan de leestafel van Café Scheltema.
    De oudste NRC-abonnee: Zeg, weeje wie d’r een column heeft gekregen op de Achterpagina? Die jongen die ze hebben weggepest bij die zender Talpa. Keujige jongen, kan niet anders zeggen. Praat zeer beschaafd. En hij kan nog schrijven ook. Hier moeje horen: ‘Herfst. Heerlijk regen en wind. Chaos. Een herfstig gevoel.’ Da’s toch heerlijk?
    De kniesoor: De wereld staat in brand en een afgedankte pias van de commerciële omroep mag z’n waren slijten in de kwaliteitskrant.
    De oudste NRC-abonnee: Hier dan: ‘Ik verheug me op de bladeren in het bos, tamme kastanjes poffen in de haard.’ Das toch schitterend?
(changement.)

De Allerlaatste Dagen der Mensheid / Aart Clerkx

::: Meer over de serie De allerlaatste dagen der Mensheid, de schrijvers Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes en illustrator Aart Clerkx :::