Ironie en samen naar een concert gaan

Een van de fascinerendste verschijnselen in de communicatie is ongetwijfeld de ironie. Het is typisch menselijk: ik geloof niet dat er diersoorten zijn die elkaar ironisch bejegenen, en  kunstmatige intelligentie is er bij mijn weten ook nog niet aan toe. Het is alleen de vraag hoe je het gebruik van ironie precies moet begrijpen. De klassieke definitie is dat je bij ironie het ‘omgekeerde zegt van wat je bedoelt’. Je kijkt uit het raam, het regent pijpenstelen, en je zegt ‘lekker weer, hè’. Dat voorbeeld is alleen minder kenmerkend dan je zou denken. Er zijn allerlei problemen met die definitie, en in een recent (ongepubliceerd) artikel vatten de Amerikaanse taalkundigen Cohn-Gordon en Bergen die aardig samen. In de eerste plaats is niet duidelijk waarom mensen ooit de behoefte zouden hebben om het omgekeerde te zeggen van wat ze bedoelen. Dat is wel het grootste probleem met ironie: ze lijkt omslachtig en zo ongeveer bedoeld om misverstanden te creëren, dat alles maakt het lastig te begrijpen waarom mensen zich aan zoiets overgeven. Bovendien zeggen mensen die ironisch praten lang niet altijd ‘het tegenovergestelde’ van wat ze bedoelen. Stel dat je met een vriend naar een vreselijk amateuristisch concert bent geweest van een kraaienvalse zanger. Bij het naar buiten gaan zeg je “Waar heeft die op het conservatorium gezeten?” Dat is ironisch, maar het is niet ‘het tegenovergestelde van wat je bedoelt’, want het is niet duidelijk wat ‘het tegenovergestelde’ van een vraag is. En tot slot kun je ook niet over alles ironisch zijn door het tegenovergestelde te zeggen. Na het concert loop je met je vriend de straat op. Daar staat een auto waarvan je allebei duidelijk ziet dat een paar ruiten gebroken zijn. Je kunt dan zeggen “alle ruiten van die auto zijn nog heel”. Dat is wel vervreemdend, maar geen ironie.

Foto: Eric Heupel (cc)

Dikpraatjes en burgerwetenschap

© Arizona State University Line drawing of men with BMI 25 outside at a pool party in swim trunks. Line drawing courtesy of Cindi SturtzSreetharan 2019

© Arizona State University Line drawing courtesy of Cindi SturtzSreetharan 2019

COLUMN - Het is een minigenre, een gesprekvorm die over het algemeen al is afgelopen voor je met je ogen geknipperd hebt. Iemand zegt tegen iemand anders ‘Ik voel me zo dik’, of ‘Geeft die broek me geen dikke kont?’ en daar reageert de ander dan op (‘Ben je een haartje betoeterd!’). Fat talk wordt het door de deskundigen genoemd; dikpraatjes.

Het blijkt niet gemakkelijk te zijn om te onderzoeken, bijvoorbeeld omdat het zo kort duurt en over het algemeen nu ook niet echt gesprekken oplevert die de deelnemers zich nog lang heugen. Stel dat je wil weten wat voor antwoorden er nu zoal gegeven worden op zo’n opmerking over iemands BMI, wat doe je dan?

In een nieuw artikel in het Journal of Sociolinguistics gaan een aantal onderzoekers van de Universiteit van Arizona in op deze kwestie. Het artikel gaat dus niet zozeer over die dikpraatjes zelf (misschien is daar ook echt niet zo heel veel over te zeggen) als wel over een algemener probleem in de taalkunde: hoe weten we hoe het echt zit? 

Die dikpraatjes zijn maar een aardig voorbeeld van het fenomeen. Mensen kwebbelen de hele dag wat af, maar wat gebeurt daar nu eigenlijk? Je kunt geschreven bronnen gebruiken (van de bijbel tot en met Twitter), maar geschreven taal is maar een magere afspiegeling van wat er de hele dag wordt gezegd. Je kunt mensen gaan opnemen, maar dan heb je alleen die mensen die toestemming willen geven, en bovendien gaan mensen mogelijk altijd toch net wat anders praten dan als ze niet worden opgenomen.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Foto: Garry Knight (cc)

Kunst op Zondag | Roeptoeter

Afgelopen week mag wel de week van de roeptoeter worden genoemd, waardoor wij genoodzaakt zijn, ja, geroepen tot een renaissance van de roeptoeter in de oorspronkelijke betekenis van het woord.

Want inmiddels heeft het begrip roeptoeter een negatieve betekenis gekregen: schreeuwlelijkerds die mensen uit elkaar drijven. En, bijvoorbeeld, er niet voor terugdeinzen kunst te misbruiken. Terwijl de roeptoeter van oorsprong een hulpmiddel is om afstanden te overbruggen, zodat van elkaar verwijderde mensen toch nader met elkaar kunnen communiceren.

Het mooie van de ouderwetse konische spreekbuis is de tweezijdigheid ervan. De ‘reteotpeor’ helpt luisteren. Mag ik een open deur verder openzetten door te stellen dat de hedendaagse roeptoeters zich eens wat vaker zouden moeten omkeren?

Hoe zien kunstenaars de roeptoeter? Spreekbuis of luisterend oor? Afstand scheppend of afstand  overbruggend?

Philip Aguirre y Otegui – Man met toeter (2003).
cc Flickr FaceMePLS photostream Kunst Voorstraat Kaprijke

In 2002, bij de herdenking van 700 jaar Guldensporenslag, schreven de Belgische gemeente Kaprijke en de provincie Oost-Vlaanderen een wedstrijd uit om een standbeeld te vinden dat symbool kon staan voor de Vlaamse geschiedenis en tevens eerbetoon kon zijn voor de ‘Vlaamse taalminnaars’ (taalkundigen die in de 19e eeuw voor erkenning van het Vlaams ijverden). Ze kozen voor het werk van Philip Aguirre y Otegui.

Foto: Ken Whytock (cc)

Mijn vriendin is een anti-vaxxer. Wat nu?

COLUMN - Het vertrouwen in de wetenschap staat onder druk. ‘Anti-vaxxers’ en klimaatontkenners vieren hoogtij. Wat gaat er mis? Hoe dichten we de kloof tussen onderzoekers en het algemene publiek?

Zou ik mijn kinderen vaccineren? De vraag serieus oproepen klinkt voor mij al absurd. De risico’s van vaccineren zijn miniem en wegen niet op tegen de baten. Mensen die hun kinderen niet vaccineren staan ver van mij af. Althans, dat dacht ik. Totdat het onderwerp ter sprake kwam bij een goede vriendin die met een serieuze blik verkondigde dat ze haar zoontje niet ging laten vaccineren: “Ik laat hem niet injecteren met in een lab gekweekte ziektekiemen die de ontwikkeling van zijn immuunsysteem onderdrukken.”

Mijn maag draaide om en de moed zakte in mijn schoenen: Zegt ze dit nu écht? Is mijn vriendin een ‘anti-vaxxer’? Het deed me extra pijn. Ik studeer zelf geneeskunde en zie van dichtbij met hoeveel toewijding artsen zich inzetten om mensen te helpen.

Twijfelt ze aan hun oprechtheid? Ik was boos. Ik verzamelde al mijn feitenkennis en stortte het op haar neer: vaccinaties zijn veilig, klaar. “Als je je kind niet vaccineert, ben je echt dom,” voegde een vriend toe. Een verwijt dat ik niet durfde te uiten, maar wel mijn gevoel verwoordde. In stilte keken we naar de tafel.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Free Press/ Free Press Action Fund (cc)

Nepnieuws is meer dan alleen een statelijke factor

De PvdA vindt dat minister van Binnenlandse Zaken, Kajsa Ollongren (D66) niet doorpakt in de bestrijding van nepnieuws (NRC, 21 februari 2019). Lezing van een (oude) brief aan de Kamer (van 13 december 2018) geeft de sociaal-democraten gelijk. Daarin uiterst summiere plannen om beïnvloeding van Nederlandse verkiezingen tegen te gaan. Summier omdat maar een half aangrijpingspunt (van de drie) in de bestrijding van nepnieuws door Ollongren wordt aangegrepen. Belangrijk omdat de brief staand beleid is.

Beleid

Een bron, een boodschap, een kanaal en publiek – veel eenvoudiger kan een communicatiemodel niet. Veel eenvoudiger kan beleid om nepnieuws te bestrijden evenmin. Wie is de bron?, wat weten we van het kanaal?, wat is dan de boodschap en welk effect heeft dat op het publiek? Ollongren vraagt het wetenschappers, maar stelt ook direct grenzen aan zowel de bron, de boodschap als het kanaal.

Bron

Zo richt haar ministerie zich alleen op statelijke actoren. Niet-statelijke actoren van nepnieuws hebben nadrukkelijk niets van de Nederlandse overheid te vrezen. Vreemd.

Nederlandse ambtenaren in strijd tegen nepnieuws moeten dus eerst aantonen dat een bron een statelijke actor is (of daaraan gelieerd) voordat … ja, voordat wat eigenlijk? De bron wordt onthuld? Van internet geweerd? Opgepakt als hij op vakantie komt in Amsterdam? Hopelijk gelekt naar journalisten voor een kek verhaal.

Foto: r2hox (cc)

Foutverbeterende codes

COLUMN - In de wiskunde bestaan “foutverbeterende codes”. De codes worden onder andere toegepast bij het corrigeren van foutjes die kunnen ontstaan bij grote berekeningen. Een voorbeeld was de verzending per satelliet van foto’s van Mars. Daarbij passeren vele, vele bits-and bytes. Op één van de gepubliceerde foto’s was een foutje te zien. Een aantal pixels was niet gecorrigeerd en daardoor leek een rots op het Marsoppervlak vaagjes op een menselijk gezicht.

Nu is de vraag natuurlijk hoeveel informatie verkeerd aan ons wordt gepresenteerd omdat er géén “foutverbeterende codes” zijn toegepast. In dit tijdperk waar de gigantische hoeveelheid bits-and-bytes je om de oren vliegen, kan natuurlijk wel eens een bitje of een bytje verkeerd terecht komen.

Dat er codes zijn die andere codes kunnen verbeteren is wel weer een gegeven met perspectief. Wat dacht je bijvoorbeeld van het repareren van “ongelukkige uitspraken”?

Je voert een gesprekje via je mobieltje, je zegt wat onbetamelijks. Je gesprekspartner gelooft de oren niet en zegt: Hè? Wat zeg je?”
Nu moet je nog klungelen met uitspraken als: “Ja, sorry, de verbinding viel even weg” of “Heb jij ook zo’n gekraak?” en vervolgens moet je iets verzinnen dat lijkt op wat je juist zei, maar nu veel positiever klinkt.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Foto: Eric Heupel (cc)

Is onze taal toe aan groot onderhoud?

nwa_logo_nlMarc van Oostendorp gaat in op voor taalkundigen onverwachte vragen die ‘het publiek’ gesteld heeft aan de Nationale Wetenschapsagenda.

Zou het verschijnsel van het gezonken cultuurgoed ook in de natuurwetenschappen bestaan? Dat je inzichten moet bestrijden die honderd jaar geleden inderdaad gebruikelijk waren, maar dat inmiddels onder onderzoekers niet meer bestaan? Je hebt natuurlijk mensen die de evolutietheorie ontkennen, maar dat is toch wat anders – ik geloof niet dat zulke mensen dan in plaats daarvan lamarckianen zijn.

In de menswetenschappen is het schering en inslag: terwijl onderzoekers een bepaalde manier van kijken onderhouden, halen hun tijdgenoten hun schouders op over zoveel wereldvreemdheid. En als de onderzoekers erachter komen dat die manier van kijken inderdaad niet werkt, begint die oude manier van kijken door te sijpelen en wordt voortaan als de normale beschouwt.

En zo denken sommige mensen nog hetzelfde als zeventiende-eeuwers over taal, getuige vragen aan de Nationale Wetenschapsagenda als de volgende:

 Is onze taal niet toe aan groot onderhoud?

COLUMN - Taal is het middel voor de overdracht van kennis en betekenis tussen mensen. Intermenselijke communicatie blijkt nu vaak een bron van misverstanden soms leidend tot misverstanden en conflicten. De effectiviteit van taal als instrumentarium om kennis en betekenis als zender zo te kunnen coderen resp. als ontvanger zo te kunnen decoderen dat optimaal is gewaarborgd dat berichten goed overkomen, kan worden vergroot door o.a.: 1) Het verwijderen van ambiguïteit d.m.v. a) reductie van synoniemen en homoniemen en b) eenduidige definiëring van begrippen o.b.v. een heldere taxonomie van concepten (met “ding” als ultiem, abstract, generiek supertype bovenin de klassenhiërarchie). Door terugkeer naar zelfverklarende woorden met: 2a) kwartier wordt kwartuur, eekhoorn wordt eikhoorn, oorzaak en oorsprong worden oerzaak en oersprong en bijv. twintig wordt tweetien, dertig wordt drietien, etc. Bijv. 324 wordt dan driehonderd tweetien vier. En met 2b) uitleg over de herkomst van woorden. Bijv. dat woorden met “scoop” erin verwijzen naar skopeeo = Grieks voor kijken zodat bioscoop = levenskijk, microscoop = kleinkijk, periscoop = omkijk, etc. Door 3) herintroductie van naamvallen zodat de rol van woorden binnen zinnen duidelijk is (wie of wat is de operator?, wie of wat de operand?, etc.)

Foto: ITU Pictures (cc)

Pim

COLUMN - Er zijn weinig mannen waar ik zoveel van geleerd heb als van Pim. Pim was ingehuurd door mijn baas om ons een cursus communicatie te geven. Dat bleek een wat aspecifieke aanduiding van wat uiteindelijk heel specifiek een verkooptraining bleek. Daar heb ik ook wel wat van opgestoken, maar Pim zélf, die was pas echt leerzaam.

Pim was van het type: nét iets te enthousiast en nét iets te amicaal. Het ging slechts om een fractie verschil, maar je merkt zoiets meteen. U kent ze wel, een bepaald slag managers kan er ook zo’n last van hebben. Maar hoewel het wel wat aanpassing vraagt van het lijdend voorwerp om normaal te reageren op iemand die je nét iets te vaak en onnodig bij je voornaam noemt, is daar nog wel – na enige oefening – prima mee om te gaan.

Andere eigenaardigheden van Pim bleken lastiger. Als je met hem in gesprek was, had je voortdurend het idee dat het gesprek niet helemaal normaal verliep. Je kon er de vinger niet op leggen, maar er was iets dat je ongemakkelijk in je stoel deed schuiven. Pas aan het einde van het gesprek realiseerde je je dat Pim de conversatie de hele tijd had zitten sturen om bij een conclusie aan te komen die hij vooraf al had bedacht. Dat is al irritant genoeg, maar wat gebeurde er nu precies tijdens het gesprek? Waar merkte je aan dat er wat loos was?

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Anders nog iets? | Evolutionaire miscommunicatie

COLUMN - Eigenlijk is het gewoon de schuld van de evolutie. Al die veranderingen in de afgelopen miljoenen jaren hebben ons geen goed gedaan. Zo zijn we bijvoorbeeld rechtop gaan lopen. Een houding die, lichamelijk en menstechnisch gezien, onnatuurlijk blijkt te zijn. We moesten zo nodig primitieve werktuigen ontwikkelen om in leven te blijven. Een uitvinding die zeer urgent bleek te zijn destijds, maar in de loop der duizenden eeuwen is geëvolueerd tot het vervaardigen van moord- en massavernietigingswapens. En er moest een vorm van communicatie ontstaan, om elkaar beter te begrijpen wanneer er kreten werden uitgeslagen die ook nog gepaard gingen met gebaren en een scala aan emotionele gezichtsuitdrukkingen!

Dat zou een probleem gaan opleveren, blijkt nu achteraf. Het leven bestond miljoenen jaren geleden namelijk niet uit vaardigheden ontwikkelen, die ervoor zorgden dat men zo empathisch mogelijk en sociaal verantwoord met elkaar zou gaan communiceren. Daar waren onze hersengebieden destijds nog te marginaal voor ontwikkeld. Het bestaan was letterlijk een gevaarlijk spel op leven en dood, waardoor de standaard rolpatronen tussen mannen en vrouwen het minst zijn geëvolueerd ten opzichte van de grote sprongen die we op andere gebieden hebben gemaakt. Iets wat nu nog steeds ten koste gaat van ons menselijk communiceren en de onderlinge verstandhoudingen tussen mannen en vrouwen.

Zo was het in het allereerste menselijke begin gebruikelijk dat de mannen dagelijks op jacht gingen en hun territorium verdedigden. En waarschijnlijk is het voor de man op dat punt misgegaan met het herkennen en beleven van de emotionele gezichtsuitdrukkingen van de vrouw en het bijbehorende wederzijdse begrip. Onderzoeken hebben namelijk aangetoond dat mannen veel moeite hebben met het herkennen en begrijpen van de vele gezichtsuitdrukkingen van een vrouw. En dat is dus weer te herleiden naar de vroegere jachtvelden. Naarmate de mannen meer gingen jagen en vechten voor hun levensbestaan, werd het steeds belangrijker om de gezichtsuitdrukkingen van hun mannelijke opponenten te herkennen. Deze blikken zijn door de miljoenen jaren heen zó goed opgeslagen bij de man, met als gevolg dat de gezichtsexpressie van de vrouw niet of nauwelijks wordt herkend en begrepen. Met alle gevolgen van dien.

Foto: Petra van der Ree (cc)

Bos met whiskey

COLUMN - Een week geleden ging de telefoon. Niet mijn mobiele toestel, maar het zwarte plastic kastje dat aan het uiteinde zit van onze vaste lijn. Ik hoor het geluid zo zelden dat ik altijd even moet nadenken welk apparaat mijn aandacht probeert te trekken.

Ik nam op en noemde mijn naam. Er volgde een korte stilte, een toon, en toen een vrouwelijke computerstem die vertelde dat iemand een sms-bericht had gestuurd naar dit nummer. Ze las het nummer op van de afzender. Ik herkende het niet, maar dat zegt weinig. Het enige nummer dat ik uit mijn hoofd ken is dat van mijn ouders, omdat ik dat al dertig jaar bel. Al bel ik het vaker niet, zo hebben mijn ouders wel eens opgemerkt.
           Als twintiger belde ik ongeveer met de frequentie van de Elfstedentochten. Tijdens een van die gesprekken vroeg mijn vader of ik een foto wilde opsturen, zodat ze zouden weten hoe ik er uitzag. Dat vond ik een redelijk verzoek, maar het bleek een grapje te zijn.

De computerstem werkte hakkelend het sms-bericht af. Alleen flarden kon ik volgen. Er was een “we” die in het bos lekker aan de whisky zaten en alles was goed. Toen werd de lijn verbroken.

Ik vroeg mijn vrouw of ze iemand kende die in het bos aan de whisky zat. Ze keek me aan alsof ik haar een moord in de schoenen probeerde te schuiven.

Een paar dagen later ging weer de telefoon. Opnieuw de stilte gevolgd door de computermevrouw. Het nummer herkende ik nog steeds niet. Deze keer kon ik niets volgen van de korte boodschap. Ik voelde een lichte paniek. Iemand probeerde hier te communiceren. Waarschijnlijk niet met ons, maar toch. Ik wist echter geen manier om het bericht te laten herhalen.

Vandaag ging weer de telefoon. Nu hoorde ik: “Hallo lieverds, we zijn weer veilig geland. We zien jullie zondag bij pappa’s verjaardag.”

Dat was het dus. Ouders die hun kinderen probeerden te bereiken, vanuit een bos met whisky. Ze hebben geen antwoord van hun kinderen gehad. En dat was precies wat ze hadden verwacht, vermoed ik.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Volgende