Richard Kroes

111 Artikelen
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Foto: sergio santos (cc)

Twitter

Sinds een paar weken zit ik op Twitter, gewoon, om het eens uit te proberen, ondanks alle twijfels die ik erover had. Ik besloot, zo rond de verkiezingen eens alle lijsttrekkers te volgen, plus mijn goede vriend Jona, twee wiskundigen: Hannah Fry en Ionica Smeets, twee Iran-gerelateerden: Hassan Rouhani en Thomas Erdbrink, taalkundige Marc van Oostendorp en twee mensen die niet in dat rijtje passen: omdat het nu eenmaal trending topic was Lale Gül, en Emine Ugur (met zo’n omgekeerd dakje boven de ‘g’), een moslima die enorm grappige twitterdraadjes schrijft. Kwade tongen beweren dat zij leiding geeft aan de Secret Working Group die de islamisering van Nederland moet bewerkstelligen, maar zoals iedereen weet, bestaat er natuurlijk helemaal geen Secret Working Group.

Mijn bevindingen:

Lijsttrekkers van grote partijen twitteren eigenlijk niet. Ik ben al die tijd 1 tweet van Mark Rutte tegengekomen, en ongeveer evenveel van Wopke Hoekstra. Sigrid Kaag tweet ietsje meer, maar meer dan vijf zijn het er zeker niet. Kleinere partijen tweeten meer en ik vraag me nu af of er een omgekeerd evenredige relatie bestaat met het aantal zetels. Lilian Marijnissen tweet reuze zakelijk, maar nooit iets wat me echt tot nadenken stemde. Sylvana Simons en Gert Jan Segers wel.

Foto: Lonnon Foster (cc)

7000 euro

COLUMN - Ik ken een mevrouw die via de Wajong in de bijstand terecht gekomen is. Dat is – zoals ze bij ons thuis zeggen – bepaald geen vetpot. Haar ouders wonen in het oosten des lands en als haar vader aanbiedt om haar treinkaartje te betalen zodat ze eens wat vaker langs kan komen, weigert ze dat. Of ze accepteert het en geeft dat braaf aan bij het DWI (voorheen de Sociale Dienst), mét uitdraai van OV-chipkaart.nl. Het DWI doet daar steevast niet moeilijk over, maar dat vermag niet te verminderen hoe consciëntieus ze het aanpakt.

Soms voelen we de behoefte haar een beetje bij te voederen, sociaal zowel als metabolisch. Ook dat weigert ze meestal, want als ze bij anderen kan eten, dan is dat steun in natura en ja, het DWI. Die doen daar niet moeilijk over, want in ons dorp is daar een maximaal bedrag voor vastgesteld en daar komt ze niet aan. Lang niet. Toch houdt ze eraan vast dat ook etentjes steun zijn.

Giften – ook al is het voor haar verjaardag – is precies hetzelfde verhaal en ook hierover – zij heeft dat gecheckt bij het DWI – doet men niet moeilijk. Toch blijft ze zich erop beroepen dat ze netjes met andermans belastinggeld om moet gaan.

Foto: Herr Toph (cc)

How to Lose a Country

In de boekhandel zag ik een boek met deze titel en dat leek een goede aanvulling op het onlangs door mij besproken How Democracies Die. Het is geschreven door de Turkse journalist Ece Temelkuran, die – gezien haar herkomst – zeker één geval van zeer dichtbij zal hebben meegemaakt. De inhoudsopgave wist me tot aankoop over te halen.

Waar How Democracies Die ingaat op het gehele proces dat leidt tot het verval van een democratie, diept Temelkuran één facet dieper uit, namelijk dat van het verval van de ‘omgangsvormen’ in een democratie. Daarbij kijkt ze niet alleen naar dat verschijnsel onder politici, maar ook en vooral onder het kiesgerechtigde gepeupel.

Ik kies dat woord met opzet, want waar How Democracies Die een wat afstandelijke, academische analyse is, is How to Lose a Country een veel persoonlijker en emotioneler boek. Ondanks dat lijdt het werk beslist niet aan een tekort aan heldere analyse en het biedt dan ook een uitstekende verdieping bij het onderdeel over de teloorgang van de politieke mores uit How Democracies Die. Alleen haar hoofdstuk over het overnemen van justitiële en politieke instituten is een doublure met het andere boek.

Op mij maakte Temelkurans schrijfstijl grote indruk. Ze schrijft niet alleen heel persoonlijk, maar gebruikt ook veel uitdrukkingen en metaforen. Ik weet niet of dat aan haar afkomst te wijten is, maar het is een bijzonder prettige bijdrage aan het genre. Verspreid over het boek komt een opvallend groot aantal gruwelijk rake observaties voor:

Foto: Kelly Garbato (cc)

Het vervallen huis van de islam

ANALYSE - Onlangs besloot ik te beginnen aan het boek van socioloog Ruud Koopmans Het vervallen huis van de islam, ondanks de flaptekst. Een cursist zou er eens vragen over kunnen stellen en dan sta ik niet graag met mijn mond vol tanden.

Het boek is geen kleine prestatie. Hoofdthese is de stelling dat de enorme achterstand in de islamitische wereld religieuze wortels heeft. De opkomst van het fundamentalisme in de afgelopen vijftig jaar zou die achterstand hebben aangejaagd. Dat is een punt dat door meer lieden wordt gedebiteerd, maar Koopmans is de eerste – ere wie ere toekomt – die dat tracht te adstrueren aan de hand van echte cijfers en wetenschappelijk onderzoek. Dat doet hij uitgebreid en daarbij verantwoordt hij de herkomst van zijn cijfers ook bijzonder goed. Daarnaast geeft hij ook vanuit zijn bevindingen kritiek op andere, alternatieve verklaringen naast de religieuze.

Ik moet zeggen: vooral bij het lezen van zijn eerste paar hoofdstukken had ik het idee dat hier eindelijk eens een beter onderbouwd stuk voorlag. Dat het niet lekker gaat in de islamitische wereld weten we wel, alleen: de oorzaken, daar lijkt nog wel een forse discussie over mogelijk. Ook met Koopmans, want een mogelijk omgekeerde causaliteit (achterstand veroorzaakt verspreiding van fundamentalisme) behandelt hij – helaas – in zijn boek niet. Dat neemt echter niet weg dat hij een boel nieuwe, frisse gegevens in de discussie aandraagt.

Foto: Leo Reynolds (cc)

Tellen

COLUMN - Tellen is een vak, u begint er niet voor niets al mee op de kleuterschool, ruim voordat u aan lezen en schrijven begint. En u gaat ermee door tot aan het einde van uw schoolcarrière. Desalniettemin helpt dat bij de meeste mensen niet.

Als ik een voorbeeld uit eigen ervaring mag debiteren: du moment dat ik iets rekenkundigs uitleg op een manier die zowel kort en bondig is als ondubbelzinnig, haken mijn collega’s vrijwel zonder uitzondering en onmiddellijk af. De kwestie hoeft niet ingewikkelder te zijn dan een reeks getallen die opgeteld en afgetrokken moeten worden.

Wie iets rekenkundigs wil uitleggen op een manier die zowel kort en bondig is als ondubbelzinnig, moet zich namelijk bedienen van een formulering die wiskundig is, of daar sterk op lijkt. Ik ben iemand die denkt – er zelfs van overtuigd is – dat het daar eenvoudiger en begrijpelijker van wordt, maar de meerderheid der mensheid denkt daar genuanceerder over. Ik vermoed dat hier ergens de definitie gezocht moet worden van het fenomeen ‘nerd’, maar dat terzijde.

Terzake:

die Welt am Sonntag publiceerde afgelopen 28 april 18 Jahre Terror (hier te vinden, pagina 12-14): een lijst van alle bekende islamitische aanslagen vanaf 9/11 tot en met 21 april j.l., waarbij meer dan 12 doden vielen, Drie krantenpagina’s lang, 3.071 aanslagen, 95.934 doden. Het totaal is nog indrukwekkender: 31.221 aanslagen met 146.811 slachtoffers.

Foto: Roel van Deursen - Spijkenisse / Nissewaard - Nederland (cc)

Heb dat voor nodig?

COLUMN - Wie het nut van literatuur, archeologie of voetbal niet inziet, heeft gewoon volkomen gelijk, maar daarmee nog niet voldoende argumenten om het maatschappelijk belang ervan terzijde te schuiven.

Het enige statistisch zekere feit dat ik voor u heb, is dat het altijd mannen zijn. Voor het overige heb ik de indruk – maar meer dan een impressie is dat dus niet – dat het vooral mannen uit het midden- en kleinbedrijf zijn: veehouders, tuinders, aannemers, kleine projectontwikkelaars, dat soort bedrijven. Collega’s van me delen overigens die impressie.

En dat is gek, want het zijn natuurlijk niet alleen MKB’ers die onevenredig zwaar getroffen kunnen worden door de in de wet vastgelegde plicht om bij bouwwerkzaamheden archeologisch onderzoek te laten doen. Ook particulieren treft dat lot, maar gek genoeg klagen die niet.

Dat wil zeggen: ze klagen wel, maar over dat het zoveel kost en soms over dat de gemeente ze heeft beetgenomen. En dat klopt: archeologisch onderzoek is voor de meeste particulieren een hele zware financiële dobber, vooral als het na het vooronderzoek uitloopt op een opgraving.

En lang niet alle gemeentes wijzen hun burgers tijdig op archeologie. Ik maak regelmatig klanten mee die pas vlak voor de deadline van hun vergunningaanvraag nog een seintje van de gemeente krijgen: O ja, doet u ook nog even archeologisch onderzoek? De gevolgen voor dit foutje van de gemeente dragen zij zelf, want iedereen wordt geacht de wet te kennen, ook als de ambtenaar van dienst die niet kent.

Foto: Roel Wijnants (cc)

De wet van Pieter Dirk Uys

COLUMN - Heeft u het ook gelezen? Dat paginagrote interview in het NRC met de voorman van Civitas Christiana, Hugo Bos? Een katholieke activistenclub die zich teweerstelt tegen abortus, homohuwelijk en meer in het algemeen streeft naar:

terugkeer naar de waarden die sinds de Verlichting omver zijn gehaald en onze samenleving in betekenisloze, seculiere chaos hebben gestort

Geen gebrek aan ambitie, zou ik zeggen. Vooroorlogs is misschien nog wel haalbaar, maar vóór de Verlichting? Dan moet je toch echt in een ander land gaan wonen en ik zou werkelijk zo gauw niet weten welk. De Verlichting is overal, zelfs waar hij niet is.

Civitas Christiana heeft drie hoofdcampagnes:

  • Stichting Recht zonder Onderscheid, die zich verzet tegen abortus;
  • Gezin in Gevaar, tegen de LGBT-plus propaganda en gender-ideologie en
  • Cultuur onder Vuur, dat behoud van de Nederlandse cultuur en christelijke tradities waaronder Zwarte Piet nastreeft.

Bij dat laatste denkt u wellicht aan een fout van de journalist, maar dit is geen vergissing.

Even verderop staat het er echt:

Ook niet-gelovigen willen behoud van onze christelijke tradities, zoals Zwarte Piet.

Ik heb mij een volle dag afgepijnigd hoezo en waarom Zwarte Piet een christelijke traditie zou kunnen zijn. Maar in de bijbel kom ik niet verder dan een zéér hoge Ethiopische ambtenaar, de koningen van Kush, de Koningin van Sheba, en het mooiste meisje van de hele wereld, maar geen Zwarte Piet.

Foto: Het Concilie van Chalkedon ((c) Livius.org)

Hulspas’ christenen en moslims

RECENSIE - Uit de diepten van de hel, het nieuwe boek van Sargasso-medewerker Marcel Hulspas, gaat weer over de islam. Nou ja: Hulspas pakt het net als in zijn eerste boek heel breed aan. De hoofdmoot bestaat uit een uitgebreide geschiedenis van de theologische debatten in het Byzantijnse Rijk over ingewikkelde kwesties als de vraag hoe dat nou precies zat met die Drieēenheid en hoe dat nou precies zat met de natuur van Christus: had-ie er nou één of twee? De goddelijke en/of de menselijke? En diezelfde vraag over persoon, natuur, energie en wil: één of twee van elk?

U denkt wellicht: waar gáát dit in vredesnaam over? Uw vraag is volkomen terecht. Hulspas legt het allemaal heel duidelijk uit, dus dat ga ik hier niet doen. Groot voordeel van zijn behandeling van de stof: het wordt heel duidelijk dat al die ‘theologische’ vraagstukken, tot op de dag van vandaag van belang voor de christenheid, niet alleen op basis van de schrift, theologische geleerdheid en vrome gedachtegangen aan een antwoord zijn gekomen, maar dat ook véél te grote ego’s van keizers en bisschoppen daar een niet geringe bijdrage aan hebben geleverd.

De doodgewone, ordinaire geschiedenis van macht, intriges en kuiperij komt in deze theologische geschiedenis uitgebreid aan bod en ook deze keer schuwt Hulspas de voetnoot niet voor de sappige details die hij in zijn hoofdlijn geen plek kon geven.

Foto: Mindaugas Danys (cc)

Kinderlijk

COLUMN - Toen ik terugkwam van mijn eerste reis naar Iran – dat was in 2004 – vertelde ik mijn ouders – die zich best zorgen gemaakt hadden – over mijn ervaringen daar. De mijne waren niet veel anders dan die van iedere westerse reiziger die er voor het eerst komt. Waar wij een land verwachtten dat bevolkt werd door geestelijken die nog in de middeleeuwen leven, onderdrukte vrouwen in chador, geheime politie, vervolgde dissidenten en religieuze fanatici die vlaggen verbrandden en ‘dood aan Amerika’ scandeerden, werd ons reisgezelschap vooral geconfronteerd met enorm vriendelijke mensen die heel erg open stonden voor westerlingen, genereus en gastvrij waren, er heel diverse opvattingen op na hielden en enthousiast reageerden als je pogingen deed hun taal te spreken.

Ik vertelde mijn ouders ook dat ik niet begreep hoe zo’n vriendelijk volk zichzelf de toch behoorlijk ruige revolutie had kunnen aandoen die het land tot nu toe zijn vorm geeft en hoe mensen met zulke opvattingen over gastvrijheid zich toch ook die opvallende haatdragendheid jegens bepaalde buitenlanders konden aanmeten (de recente geschiedenis van het land was me destijds nog niet zo in detail bekend).

Mijn vader zei toen iets dat me nog jarenlang stof tot nadenken heeft gegeven: in beide typen gedrag zat iets kinderlijks. Het mateloze enthousiasme en de grenzeloze haat waren weliswaar een tegenstelling maar ook loten aan dezelfde stam.

Foto: David Evers (cc)

Afvallige

RECENSIE - Wie Joram van Klaverens boek over zijn bekering tot de islam zou willen lezen om er achter te komen hoe dat nou in zijn werk gaat: een moslim maken van een oud-PVV’er, zal teleurgesteld worden. Dat heeft te maken met een aantal factoren. De thematische ordening – op zichzelf een hele legitieme keuze – maakt van het boek eerder een toelichting bij, en argumentatie van, zijn besluit dan de beschrijving van een chronologische Werdegang. De mens Joram en zijn worsteling met de materie blijft – op een heel enkel detail na – vrijwel buiten beeld.

Wel wordt duidelijk dat zijn besluit is voortgekomen uit twee min of meer separate kwesties. Allereerst is daar zijn orthodox gereformeerde achtergrond, die al sinds zijn tienerjaren leidde tot een aantal fundamentele twijfels ten aanzien van de Drie-eenheid, de erfzonde en de verzoeningsleer. Twijfels waar hij geen bevredigende antwoorden op vond. Diezelfde achtergrond vormde zijn nogal negatieve beeld van de islam, de tweede kwestie.

Om met dat laatste te beginnen: Van Klaveren wilde een boek schrijven dat de kwalijke kanten van de islam zou belichten en kwam tijdens zijn research zó veel informatie tegen die wees op zijn ongelijk, dat hij uiteindelijk geen andere keus meer had dan zijn mening herzien.

Foto: De moskee van Cordoba (foto Livius.org)

De Spaanse conquista en reconquista

RECENSIE - Op het eerste gezicht is het een indrukwekkend werk: De Spaanse conquista en reconquista 711 – 1492 van de Vlaamse schrijver Luc Corluy. Wel 453 pagina’s, met een uitgebreid notenapparaat, een plaatsen- en personenregister, veel kaartjes en een bibliografie. Op het tweede gezicht is het nog steeds een indrukwekkend werk. Bij eerste lezing valt onmiddellijk op dat de auteur niet alleen beschikt over een kolossale feitenkennis, maar zijn onderwerp ook breed en ruim aanpakt. Zijn eerste inhoudelijke hoofdstuk start rond 500 v.Chr. De in Spanje binnenvallende moslims laten dan nog meer dan 1000 jaar op zich wachten. “Met De Spaanse conquista en reconquista schreef Luc Corluy het eerste wetenschappelijk onderlegde boek over deze periode in het Nederlandse taalgebied”, zo meldt de flaptekst. Met zo’n aanpak over een breed front lijkt hij daar wel in geslaagd te zijn.

Tot je van iets dichterbij gaat kijken. De ondertitel acht eeuwen moeizaam samenleven tussen christenen, moslims en joden deed bij mij al een wenkbrauw rijzen. Elk samenleven van joden, christenen en moslims is nu eenmaal moeilijk, zou je nog kunnen denken, maar wie beseft dat geschiedschrijving vooral over het heden gaat, zal eerder gaan vermoeden dat in tijden van ‘minder, minder, minder’ en vuurwerkbommen op asielzoekerscentra een dergelijke ondertitel licht iets anders verraadt.

Arabisch

COLUMN - Een heel jaar lang ben ik ermee bezig geweest, in de trein op weg van en naar mijn werk: een beginnerscursus spijkerschrift. Nou ja: Akkadisch dus, dat is de taal. De spijkers zijn alleen maar het schrift. Met enige regelmaat werd ik door medereizigers aangesproken over wat ik nu aan het doen was en dat leidde altijd tot leuke gesprekken.

Sinds 24 juni 2016 doe ik hetzelfde, maar dan met Arabisch. Ik ben nu bij les 32 van de 40, dus u ziet hoe gestaag de vooruitgang is in de afgelopen bijna drie jaar. In al die tijd ben ik zegge en schrijve twee keer in gesprek geraakt met een medereiziger, in beide gevallen gehoofddoekte jongedames. Eén daarvan was zelf ook bezig, de ander was het van plan. De eerste heb ik mijn medeleven betuigd, de tweede heb ik van harte van haar plan af proberen te houden.

Niet dat mijn activiteiten niet zichtbaar zijn: ik heb een lesboek, een dik schrift (hardcover), een antwoordenboek en drie vulpennen nodig die ik steevast op het tafeltje uitstal. Ik ga dus ook vrijwel altijd in een vierzits-zitplaats zitten, medereizigers genoeg.

De steekproef is inmiddels groot genoeg om een conclusie te trekken: treinreizigers spreken Arabischlerenden significant minder vaak aan dan spijkerschriftstudenten.

Volgende