Zinvolle geschiedschrijving?
Vanaf het begin van de 19e eeuw ontstond de moderne geschiedschrijving. De vader van de moderne geschiedschrijving Leopold Ranke (1795-1886) stelde dat iedere tijd een eigen uniciteit heeft. Als gelovig man stelde hij vast dat mensen voor de ogen van God gelijk zijn. Historici mogen dan ook geen ‘rechtertje spelen’ door mensen te veroordelen, maar moeten het verleden laten zien zoals het was. Zonder opsmuk, zonder veroordeling, zo nauwgezet mogelijk het verleden reconstrueren. Wat Ranke verstond onder geschiedenis is wat we tegenwoordig politieke geschiedenis noemen. Denk bijvoorbeeld aan: de geschiedenis van staten, koningen en diplomaten. Eind 19e eeuw verbreedde ‘de politieke geschiedenis’ zich naar ‘het politieke’. Tegenwoordig wordt gezegd dat geschiedenis om een drietal redenen nut kan hebben. Ter versterking van een nationale identiteit, ter lering of ter vermaak.
Als we de geschiedenis gebruiken om een identiteit te vormen, heeft dat niet alleen de consequentie dat we mensen insluiten, maar ook dat we mensen uitsluiten. Immers, we sluiten alle nieuwkomers die geen deel uitmaakten van ons verleden uit. De historicus kan aantonen dat geschiedenis een voortdurend proces is met iedere zoveel jaar wisselende waarden en normen. Zelfs koningen, talen en naties komen en gaan. Volgens mij moeten historici de geschiedenis niet gebruiken om een nationale identiteit te promoten. Het doel van geschiedenis is sinds Ranke de reconstructie van het verleden zoals het was, niet de constructie van een denkbeeldig gemeenschappelijk verleden.

De PVV is nu virtueel de grootste partij, ondanks de aanzwellende tsunami van kritiek vanuit linkse kerk. Of is de PVV de grootste dankzij alle kritiek? Hoe het ook zij: de PVV staat er 




