Remko van Broekhoven

6 Artikelen
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Foto: Eric Heupel (cc)

Tijd voor onze eigen revoluties

‘Bij al die mensen die nu zo enthousiast over Egypte doen vraag ik me af waar ze de afgelopen jaren waren.’ Zomaar een tweet op de avond van 11 februari, nadat Mubarak was afgetreden en Twitter inderdaad zinderde van hoopvolle opwinding. De tweet raakte bij mij een snaar, ook al was ik evenzeer als nogal wat anderen blij met wat verdacht veel op een geslaagde revolutie leek, een vreedzame bovendien. Hoe diep gaat ons idealisme als wij vooral de twitterende toeschouwers van andermans bloed, zweet en tranen zijn: anderen die in democratie geloven terwijl deze bij ons vooral een langgerekte geeuw oproept?

De Arabische opstanden van de afgelopen maanden hebben in het Westen allerlei verschillende gevoelens losgemaakt. Sympathie en euforie bij wie zijn eigen voorkeur voor vrijheid en democratie weerspiegeld ziet in anderen, moslims nog wel. Wantrouwen en cynisme, onder degenen die maar niet kunnen geloven dat ook Arabieren en islamieten democratische hervormingen wensen, al definiëren zij deze wellicht anders dan wij in het Westen zouden doen. En verscheurende dilemma’s voor wie zoals Obama het twijfelachtige genoegen heeft om ook daadwerkelijk in te kunnen grijpen. De keuze dus tussen passiviteit of interventie, waarbij welke stap dan ook zal worden bekritiseerd.

Foto: Eric Heupel (cc)

Niet klagen, zeggen de nitwits

Remko van Broekhoven is politiek filosoof en docent op de School voor Journalistiek.

Laatst had iemand een kopietje van een artikel op mijn bureau gelegd. ‘HBO-docenten moeten minder klagen’. Ik ben een HBO-docent. Dit ging dus over mij. Wat ik me allereerst afvroeg: wie had dit voor mij gekopieerd? Was het iemand die vond dat ik te veel klaag? Over, ik noem maar wat, luie studenten, suffe collega’s of irritant management? Of was het juist een medeklager, die op deze wijze zijn beklag wilde doen over mensen die vinden dat wij teveel klagen?

Goed, dat weet ik dus nog steeds niet. Toen maar eens gelezen wie dit dan wel gezegd had. Was getekend: Halbe Zijlstra, staatssecretaris van Onderwijs. En van Cultuur, waar de man ook al niet zoveel mee opheeft. Zei ik ook? Jawel, want net zo min als in dat van zijn minister is in Zijlstra’s cv ook maar enige praktijkervaring in het onderwijs terug te vinden. Hij heeft onderwijs genoten, dat is het zo’n beetje. Maar hij heeft dus wel een mening over mij.

Laat ik me dan bij míjn mening over hem in elk geval baseren op de feiten. Zijlstra doelde bij zijn aanklacht tegen het klagen, op de weerzin bij nogal wat HBO-docenten tegen onderwijsvernieuwingen. Docenten hadden toch medezeggenschapsraden? “Het is een kwestie van gebruikmaken van je verantwoordelijkheden en niet alleen klagen vanaf de zijlijn.” Zo, die zit, namens de man die zich op de site van het ministerie presenteert met ‘Gewoon zeggen waar het op staat.’

Foto: Eric Heupel (cc)

Wilders en wij

‘Politiek is antwoord geven op de vraag wie bij ons hoort en wie bij hen.’ Dat schijnt de fascistische filosoof Carl Schmitt ooit gezegd te hebben. Ik behoor tot degenen die menen dat je een enkele uitspraak kunt onderschrijven, zonder iemands gehele filosofie te steunen. Daarom mag ik ook graag uiteenlopende denkers citeren als – ik noem er maar een paar – Friedrich Nietzsche, Johan Cruijff en Ronald Reagan. Zei ik denkers?

Ik vind het dus belangrijk om vast te stellen bij wie ik hoor. En bij wie vooral niet. Laat me nog één andere grote denker aanhalen. Marx, Groucho Marx wel te verstaan. Die sprak ooit de gedenkwaardige woorden: ‘Ik zou nooit lid worden van een club die iemand zoals ik als lid zou accepteren.’ Daarom zou ik ook zo graag lid worden van de PVV. Die accepteert helemaal geen leden, op de Grote Blonde Leider na dan.

Op de PVV ga ik ook niet snel stemmen, trouwens. Bij Wilders bekruipen mij dezelfde twijfels als destijds bij Fortuyn. Heeft hij nu echt zo’n monomane hekel aan moslims, of denkt hij hiermee een gat te hebben gevonden in de electorale markt? Het eerste zou hysterisch zijn, het tweede cynisch, de combinatie van beide schizofreen. Wat niet wil zeggen dat ik me bij het koor van mensen wil voegen die Wilders en zijn partij liever vandaag dan morgen nog In Therapie zouden willen sturen.

Foto: Eric Heupel (cc)

Keuzestress

Als verkiezingen echt wat zouden uitmaken, waren ze al lang verboden. Zo las ik vanochtend op een bord tussen de posters van Rutte, Roemer en Cohen, terwijl ik naar mijn werk fietste. Ernaast de volgende aansporing: Stem niet, denk zelf!

Ook onze anarchistische vrienden mengen zich dus in het debat. Mooi, dat maakt Het Feest van de Democratie alleen maar fraaier. Tegelijk heb ik wat moeite met mensen die zulke dingen zeggen. Zo wens ik ze wel eens een enkele reis toe naar een ouderwetse dictatuur, zo eentje zonder verkiezingen. Misschien dat ze dan wat meer waardering tonen voor het democratische gekakel, hoe slaapverwekkend dit ook klinkt na vier weken campagnevoeren. Kiezen tussen meerdere partijen, vrijheid van meningsuiting, heftig maar vreedzaam van mening verschillen: wat mij betreft, kan er nooit te veel van zijn.

Toch hebben ze wel een punt. Niet voor het eerst namelijk vraag ik me af wat er bij de verkiezingen van morgen nu echt te kiezen is. Natuurlijk: ik kan op een partij stemmen die vóór of tégen de – OK, nog één keer dan – hypotheekrenteaftrek is. Ik kan op Wilders stemmen als ik de pest aan moslims heb, pardon: aan de islam. En ik kan het vakje van Roemer aankruisen als ik van politici houd die niet op politici lijken. Maar wat valt er te kiezen als je dit land en deze wereld écht veranderen wil?

Ik denk dat mijn probleem neerkomt op één dogma en twee taboes. Het dogma: bezuinigen moet, en wel met 29 miljard euro. Dat heeft het Centraal Planbureau vastgesteld, een instantie overigens die qua naam in een totalitaire staat niet zou misstaan. Je weet wel: zo eentje waar je ook een Ministerie van Informatie hebt, en waar oorlog vrede heet, en omgekeerd. Maar goed: dit is natuurlijk een wat flauwe verdachtmaking. Waar het me om gaat, is die suggestie dat Onze Lieve Heer Zelve een Gat in De Begroting heeft aangewezen en dat we dat allemaal samen moeten gaan betalen.

Foto: Eric Heupel (cc)

Enjoy idealism

Hieronder treft u een bijdrage van Remko van Broekhoven, politiek filosoof en docent op de School voor Journalistiek. Hij is sinds kort toegetreden tot de groep associated bloggers alhier.

‘Genoeg! Ik houd het niet meer uit. Vieze lucht! Deze werkplaats waarin men idealen fabriceert… ik vind het er stinken van de leugens!’ Aldus Nietzsche, 122 jaar geleden. Je kan veel zeggen van de filosoof-met-de-hamer. Dat hij vrouwen bij voorkeur met een zweep te lijf ging. Dat hij de laatste tien jaar van zijn leven als kasplantje doorbracht. Of dat hij hier en daar een ideetje poneerde waarmee later kampbeulen en cabaretiers verrassend goed uit de voeten konden. Allemaal waar. Maar een fijne neus voor idealisme en andere schijnheiligheden had hij zeker.

Wat Nietzsche ergerde – en waar hij met professioneel genoegen op inhamerde: zielige mensen, hun hulpverleners en hun woordvoerders, vol van ‘idealen’ en niet minder vervuld van morele superioriteit. OK, zij mogen dan niet rijk zijn, of machtig zoals Nietzsche’s Übermensch: ze hebben in elk geval alle gelijk van deze wereld, en natuurlijk verwerven zij ook de fijnste stoelen in de wereld erna. Zie Marcus 10: 25: ‘Voor een kameel is het gemakkelijker door het oog van een naald te gaan, dan voor een rijke in het Koninkrijk Gods te komen.’

Zo, weer even genoeg geciteerd. Ik moest aan de oude Friedrich en zijn rant avant la lettre denken toen ik afgelopen week eindelijk ‘Enjoy Poverty’ zag. In deze kruising van kunstwerk, pamflet en tv-documentaire reist Renzo Martens rond in Congo. Daar portretteert hij – even meedogenloos als hilarisch – hooggestemde hulpverleners, cynische oorlogsjournalisten en niet op de laatste plaats zichzelf. Hij vertelt de plaatselijke bevolking onder meer dat ze zich maar beter kan neerleggen bij haar armoede. Die verdwijnt toch nooit. En dat als de armen goed naar hem luisteren, ze er wellicht nog een slaatje uit kunnen slaan. Zo traint hij enkele lokale fotografen om voortaan in plaats van feestjes en partijen, uitgehongerde kindjes en verkrachte vrouwen te fotograferen. Dat verkoopt nu eenmaal beter, stelt Martens vast.

Foto: Eric Heupel (cc)

Kluun’s ode aan de leegte

portret2Deze week is-ie dan in première gegaan: Komt een vrouw bij de dokter – The Movie. Regie: Reinout ‘Kubrick’ Oerlemans, vrij naar Kluun’s gelijknamige meesterwerk uit 2003. Waarvan geheel toevallig ook net bekend is geworden dat er maar liefst een miljoen exemplaren van zijn verkocht. ‘Een ode aan de liefde,’ heet het op de promotiesite van de film. Een ode aan het je lul achterna lopen, zou ik het eerder noemen. Of aan de grote leegte meer in het algemeen, voor mijn part.

Twee jaar geleden las ik het boek, op aanraden nota bene van een zeer gevoelige vrouw. En op de kaft van het boek vertelde ook Linda (achternaam overbodig) me dat dit een bijzonder ontroerend verhaal was, waar ze menig traantje bij had weggepinkt. Dat verbaasde me nogal, nadat ik het eenmaal gelezen had… OK, dat seriële schuinsmarcheerders van het mannelijke geslacht genieten van een boek waarin een rondneukende man blijft rondneuken terwijl zijn vrouw aan kanker sterft… maar dat zoveel verder alleszins toerekeningsvatbare vrouwen dit zo’n mooi verhaal vonden, daar kon ik met mijn verstand niet bij.

Overigens ergerde ik me niet alleen aan Stijn, het alter ego van de schrijver wiens promotiecampagne steeds subtiel vermeldde dat ook hijzelf zijn vrouw aan kanker had verloren. Dat Raymond van de Klundert – zoals de schrijver in grote-mensentaal heet – het allemaal zo beroerd opschreef, vond ik minstens zo erg. Steevast korte zinnetjes, alinea’s en hoofdstukjes; songteksten (nooit onbekend, altijd populair); en uitslagen van Ajax’ Europese wedstrijden inclusief hun volledige opstelling: tja, dat krijg je als een provinciaal zich in De Hoofdstad Van Nederland vestigt, iets in de marketing gaat doen, en dan een boek over De Liefde schrijft zoals je dat van een reclamejongen mag verwachten. Ronkend. Overvol. En uiteindelijk: leeg.