Machinaties, meneer Pechtold, machinaties
Frans Weisglas is boos op Alexander Pechtold. En hoe. Weisglas suggereert dat Pechtold de landelijke politiek maar moet verlaten als hij het zo slecht naar zijn zin heeft: “Als ik het in Den Haag zo slecht naar mijn zin zou hebben als Alexander Pechtold zou ik gewoon een enkele reis naar Wageningen nemen.”
“Ik heb al vaker gezegd dat ik het slecht vind dat politici zelf bij voortduring afgeven op hun eigen vak”, aldus Weisglas. “Dit is ongeloofwaardig voor de burgers in Nederland. Het voedt de gedachte dat het in Den Haag alleen om het spel en het eigenbelang gaat. Dit is gewoon niet waar. Politici werken met veel inzet en gedrevenheid aan het realiseren van de inhoudelijke opvattingen waar ze voor staan. De kritiek van minister Pechtold op een aantal van zijn collega’s vind ik ronduit oncollegiaal en deloyaal.”
Natuurlijk, Weisglas heeft groot gelijk dat het ten koste van de geloofwaardigheid van politici gaat. Maar laten we wel zijn: het is al sinds 2002 bon ton om anderen voortdurend van “Haags geneuzel” te beschuldigen. Sterker nog, het meest Haagse spelletje van het moment is het elkaar beschuldigen van Haags geneuzel. Pechtold heeft dus eigenlijk óók groot gelijk als hij de spelletjes in Den Haag bekritiseert: “Machinaties, machtsspelletjes, persoonlijke belangen, partijbelangen die meespelen bij de benoeming van personen of het nemen van besluiten…”
In het winkelcentrum hoorde ik laatst de ene vrouw aan de andere stellig mededelen: “Ik weet niet of je het erg vindt, maar ik volg een assertiviteitscursus.” Met droge ogen, zonder te lachen. Daarna ging het gesprek al snel over de verharde samenleving. De cursusmevrouw dacht dat het allemaal meeviel en vond het een kwestie van perceptie. Daar heeft ze volkomen gelijk in, maar één ding zag ze niet in: percepties tellen ook mee. Misschien wel sterker dan ooit.
“Voor privédoeleinden bellende, surfende en mailende werknemers kosten bedrijven veel geld. Gemiddeld steken werknemers 4,4 uur per week in het afhandelen van zaken die niets met het werk te maken hebben als zij op kantoor zijn. Daar staat tegenover dat de werknemers thuis 2,3 uur per week bezig zijn met werk. Per saldo betaalt de baas dus 2,1 uur per week, waarin mensen andere dingen doen dan werken.” Dat las ik
Het probleem neemt al tijden een stukje van mijn brein in, de vraag wat internet aan ons als mens verandert. Tuurlijk, we waarderen parate kennis wat minder, want we hebben Google. Uiteraard definiëren we contact niet meer geheel lichamelijk want we hebben e-mail. Maar dat is wat oppervlakkig. Hoe ziet de conclusie van het toekomstig sociologieboekje eruit in het hoofdstukje ‘internet en de mens’?
Door de onfortuynlijke dood van Louis Sévèke werd ik weer eens uitgebreid met het fenomeen geconfronteerd: kraken. Meestal verloopt die kennismaking hier in Nijmegen voor mij op prettige wijze: krakers zijn meestal aardige mensen, organiseren interessante evenementen – en feesten! – en soms zorgen ze bij een uitzetting voor het nodige
Over tientallen jaren zullen ze erover praten, als ware het een vreemd sociologisch experiment: de anonimiteit op internet. Bij weblogs, in online kranten, in forums en chatboxen kun je woorden laten vloeien zonder dat iemand weet wie je bent. Een beetje techneut blijft zelfs de opsporingsinstanties mijlenver voor. Iedere psycholoog kan je uitleggen wat het gevolg is: alle reacties worden uitvergroot omdat je nu eenmaal het gezicht van de ander niet ziet en je de blikken van de anderen niet op je gericht voelt. Hoewel ik al jaren probeer te strijden voor de vrijheid van meningsuiting (onder andere via de