De atheïst en de moslim
GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Vandaag voor ASH, die ook schrijft op haar eigen blog: Pastoor Poncke.

Als atheïst heb ik een broertje dood aan religie. Ik heb grote moeite met het feit dat ik word geacht respect te hebben voor mensen die in mijn beleving geloven in sprookjes en vanuit die Efteling invloed uitoefenen op de samenleving, de politiek en die inmiddels betekenisloos geworden begrippen waarden en normen. Het frustreert mij dat de meerderheid van de conflicten in de wereld voortkomt uit religie. De onmacht van een atheïst is nooit groter dan wanneer hij wordt gevraagd stelling te nemen in een conflict waarin beide partijen zich beroepen op iets waar hij zich geen voorstelling van kan en wil maken. De vraag ?waar gáát dit over?? is echt één van de meest fundamentele en frustrerende verzuchtingen die je je maar kunt voorstellen.
Tegelijkertijd wil ik heel graag dat de mensen die naar Nederland zijn geëmigreerd of gevlucht deel gaan nemen aan onze samenleving. Ik ben het geruzie zat, ik wil geen onrust, ik ben nog steeds van mening dat we over 1 of 2 generaties allemaal min of meer samen kunnen leven. Of elkaar met rust laten in ieder geval. En begrijp me niet verkeerd, ik heb echt niet de illusie we allemaal vriendjes worden. Maar ik wil dat ze zich hier thuis voelen, dat ze dezelfde rechten, plichten en vrijheden hebben als wij. En daar hoort volgens onze grondwet ook vrijheid van godsdienst bij.


In 1988 viel er een parkeerboete op de mat. Uit Doetinchem nota bene, waar ik pas vier jaar later voor het eerst zou komen. Soort back-from-the-future maar dan via de PTT (zo heette TNT-post toen). Ik weet niet hoe boetes tegenwoordig gaan, oppassend burger als ik ben, maar toen stond er een telefoonnummer op van de Dienst Centrale Inning Parkeerboetes of iets dergelijks. Ik dus opgebeld met een heel aardige dame die mij eerst mijn kenteken vroeg en daarna het nummer van de boete. Zij had in no-time de brongegevens gevonden en zag al meteen dat het om een heel ander kenteken ging. Verder werd het voertuig omschreven als een blauwe sunny, terwijl ik een witte escort had. Vraag mij (en haar trouwens ook) niet hoe zo’n vergissing mogelijk is. Wel was de reactie helemaal zoals die hoort te zijn. De boete trok zij ter plekke in.
Het is een koude en winderige dag in Washington D.C., 20 januari 2009. Een lange, zwarte man in een grijze, statige winterjas zwaait naar het publiek dat in groten getale is komen opdagen. Het belooft een historische dag te worden in de geschiedenis van de Verenigde Staten. Vandaag wordt voor het eerst iemand van Afrikaans-Amerikaanse afkomst ingehuldigd als president, fluistert een opgetogen vrouw haar dochtertje in, die staat te huiveren van de kou.
Calimero Wilders schreeuwt weer moord en brand: hij heeft een gesprek gehad met de ministers Verhagen en Hirsch Ballin en
Polarisatie is inmiddels alweer een tijdje een hippe term in de media en binnen de politiek. Volgens de voorstanders is polarisatie