De bluf van Viktor Orbán
ELDERS - Polen en Hongarije blokkeren de goedkeuring van de zevenjarige begroting van de EU waardoor ook het coronaherstelfonds in gevaar komt. De Hongaarse premier Viktor Orbán ligt op ramkoers. Gisteravond bespraken de EU-regeringsleiders de crisis. De verwachting was niet dat ze er in een keer uit zouden komen.
Het acute conflictpunt is de koppeling van subsidies aan de vereisten voor een rechtsstaat, maar je zou het ook kunnen zien als de climax van een reeks van disputen tussen enkele huidige Centraal-Europese regeringsleiders enerzijds en hun West-Europese collega’s, de meerderheid in het Europarlement en de Europese Commissie anderzijds. De Sloveense premier Janez Jansa, bondgenoot van Orbán, verklaarde de dissidenten te steunen omdat het koppelen van EU-geld aan de rechtsstaat ‘politiek gemotiveerd’ zou zijn en niets meer of niets minder betekent dan ‘het einde van de EU zoals we die kennen’. Orbán legde ter verklaring van zijn veto de link met een van de langste en heftigste conflicten tussen Brussel en Boedapest. Hij zei woensdag nog steeds achter zijn veto te staan. “Brussel beschouwt kennelijk alleen landen die migranten binnenlaten als rechtsstaat-landen.” De recente voorstellen van de Europese Commissie voor een nieuw en voor lidstaten vrijblijvender migratiebeleid hebben kennelijk geen indruk gemaakt.