Sinds de opkomst van beurskapitalisme is kapitaal sneller gaan bewegen dan alles wat het zou moeten begrenzen. Arbeid zit vast, regels slepen zich voort, politiek onderhandelt tot de randen eraf zijn. Maar geld vertrekt op het moment dat het ergens een paar basispunten meer ruikt. Dat verschil in mobiliteit is de motor van het aandeelhouderskapitalisme. Tijd krimpt tot kwartalen, weken en soms zelfs uren of minuten, verantwoordelijkheid verdampt zodra zij buiten de balans valt, en besluitvorming buigt richting wat nú rendeert.
Een beursgenoteerd bedrijf hoeft geen kwaadaardige intenties te hebben om structureel schadelijke keuzes te maken. Het hoeft alleen braaf te doen wat het systeem voorschrijft: rendement maximaliseren onder permanente dreiging van kapitaal dat wegloopt. In zo’n omgeving fungeert moraal als zo snel mogelijk te schrappen kostenpost.
De opdracht is eenvoudig: maximaliseer aandeelhouderswaarde. Alles daarbuiten wordt bijzaak, randvoorwaarde of PR. Bestuurders die die hiërarchie niet volgen, liggen eruit. Soms luidruchtig via activistische aandeelhouders, vaker stil via koersen, targets en ‘herijkte verwachtingen’. Het systeem selecteert. Wie te ver vooruit kijkt, of belangen van werknemers en omgeving zwaarder laat wegen dan de concurrentie, wordt ingehaald of vervangen. The only way is down, vanuit maatschappijkritisch opzicht.
Kortetermijndenken verschijnt daardoor als rationele – zelfs de enige – strategie. De beurs reageert direct, bonussen volgen die cadans, analisten zetten de lat en rekenen af. De toekomst wordt iets dat je klein houdt. Investeringen die pas later renderen krijgen argwaan. Schade die buiten de boekhouding valt, wordt verplaatst. Na ons de zondvloed, en zelfs een waarschijnlijke zondvloed is in het heden een acceptabel risico.
Het patroon is inmiddels routine. Kosten verdwijnen naar buiten waar ruimte ligt: milieu, sociale zekerheid, arbeidsvoorwaarden. Innovatie richt zich op optimalisatie van winst, minder op publieke waarde. Risico’s worden opgezocht tot aan de rand van wat juridisch kan, en daar net overheen zodra de verwachte opbrengst hoger ligt dan de sanctie. Vanuit de bestuurskamer oogt dat als verstandig management.
De morele dimensie verschuift naar de marge, de context doet het werk. Regulering probeert de ergste uitwassen te dempen, maar vaak onvolledig of te laat. Tegelijk blijft de kern intact. Kapitaal blijft mobiel, rendement blijft dominant. Wie zich inhoudt, creëert ruimte voor concurrenten die dat minder doen. Ethiek verandert zo in een concurrentienadeel, tenzij regels het speelveld collectief dwingen.
De conclusie is weinig spectaculair, maar wel dodelijk. Een oplossing vraagt dan ook geen morele oproep, maar een herontwerp van de spelregels. De hegemonie van aandeelhouderswaarde breken. Dat kan door eigendom en zeggenschap te verschuiven. Denk aan verplichte medezeggenschap met doorslaggevende stem voor werknemers in strategische beslissingen, plafonds op dividenduitkeringen gekoppeld aan langetermijninvesteringen, en zware belasting op kortetermijnkapitaalstromen zodat ‘weglopen’ minder triviaal wordt.
Ga verder en haal vitale sectoren uit de logica van de beurs: energie, zorg, infrastructuur onder publiek of coöperatief eigendom, met rendement gedefinieerd in maatschappelijke termen in plaats van winst per aandeel. Maak externe kosten intern via harde, niet-onderhandelbare normen en automatische sancties die hoger liggen dan de potentiële winst. En misschien het meest fundamenteel: vervang de kwartaalrapportage als sturingsmechanisme door langetermijnmandaten die juridisch afdwingbaar zijn. Zolang kapitaal de snelste actor blijft en rendement de enige taal, verandert gedrag niet. Draai je die twee knoppen, dan verandert het speelveld en daarmee wat ‘rationeel’ is.
Hopelijk.
Want de haalbaarheid van zo’n koerswijziging oogt intussen beperkt. Politiek opereert binnen dezelfde prikkels als bedrijven: korte termijnen, electorale druk, concurrentie tussen staten om kapitaal aan te trekken. Elke stap richting strengere regels of herverdeling van zeggenschap roept direct het dreigbeeld op van vertrekkend kapitaal, verlies van banen en internationale achterstand. Dat maakt halfslachtige compromissen waarschijnlijk en radicale ingrepen zeldzaam. Tegelijk verandert daarmee niets aan de noodzaak. Zolang de huidige logica intact blijft, stapelen de kosten zich elders op en groeit de druk uiteindelijk tot het systeem zelf instabiel wordt. De keuze is dus minder tussen haalbaar en onhaalbaar, en meer tussen gecontroleerde verandering of afgedwongen correctie op een later moment.
De vraag is dus niet of het kan, maar wanneer de rekening te groot wordt om nog te negeren.
Reacties (2)
Dat lijkt me geen kwestie van of of, maar van en en. En het echte probleem zit ergens in de laag daaronder. Ideologie. Of ontologie, zoals sommige sociaal wetenschappers zeggen. Het komt er simpelweg op neer dat status vrijwel uitsluitend is gekoppeld aan geld, en nauwelijks nog aan maatschappelijk verantwoord gedrag.
Meer mensen zouden moeten beseffen dat het grote graaien van deze tijd niet zo vanzelfsprekend is. Nog niet zo lang geleden vonden de meeste rijken en topbestuurders van bedrijven het platvloers om alleen maar bezig te zijn met winstmaximalisatie. Ze vonden zelf dat ze ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid hadden. Niet dat daar in de praktijk altijd evenveel van terechtkwam, maar het was wel een norm waar ze elkaar aan probeerden te houden. Nietsontziend winstbejag werd ook door de economische elite gezien als iets waarvoor je je zou moeten schamen. Ongepast voor de elite. En schaamte is een sterke drijfveer.
We mogen van de elite verwachten dat ze zich ook als elite gedragen. Met een zeker gevoel voor verantwoordelijkheid. Of een minimum aan beschaving, zo zou je het ook kunnen noemen. Het blijft belangrijk om daarop te wijzen. En om uit te leggen dat dat niet hetzelfde is als een oproep voor een communistische revolutie.
Ik denk dat het met de huidige feedbackloops onmogelijk is geworden voor bestuurders van beursgenoteerde bedrijven zich aan dit proces te onttrekken, en dat door het selectieproces er ook steeds minder bestuurders zijn die hier gevoelig voor zijn.