Quote du Jour | WODC rapporteurs voelen zich niet gehoord

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Zowel het vorige kabinet als het huidige negeert de conclusies van een WODC rapport over demonstratievrijheid, constateren medeauteurs mr. dr. B. (Berend) Roorda, mr. N.J.L. (Noor Swart), mr. C.V.J. (Joachim) Bekkering en prof. dr. H.B. (Heinrich) Winter in een beschouwing in De Hofvijver,  de digitale krant van het Montesquieu Instituut.

Het rapport is op 19 december aan de Tweede Kamer aangeboden. Ondanks de conclusie dat ingrijpende wijzigingen van de wetgeving niet nodig zijn komen de de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en de minister van Justitie en Veiligheid (J&V) van het kabinet-Schoof met een hele reeks aanpassingen.

Zo (1) kondigen de ministers aan een aparte strafbaarstelling voor het blokkeren van vitale infrastructuur en het beschadigen en vernielen van cultureel erfgoed te gaan onderzoeken, (2) brengen ze een wetsvoorstel om het dragen van gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties te verbieden in consultatie,2) (3) leggen ze een wetsvoorstel voor aan de Afdeling advisering van de Raad van State waarin de politie de bevoegdheid krijgt toegekend tot stelselmatige informatievergaring in online bronnen ten behoeve van de openbare-ordehandhaving, (4) willen ze het verbeteren van het naleven van de kennisgevingplicht gaan verkennen en nagaan welke gevolgen verbonden kunnen worden aan het (niet) tijdig kennisgeven, (5) onderzoeken ze op welke wijze het lokaal gezag en (andere) partijen kunnen worden ondersteund bij het verhalen van schade, (6) verkennen ze de mogelijkheden tot aanvullingen op de bewapening en bescherming van de Mobiele Eenheid en (7) verkennen ze of de inzet van camera’s bij demonstraties kan worden verbeterd om degenen die welbewust vernielingen aanrichten, geweld plegen of anderszins de wet overtreden, kunnen worden gestraft.

In het regeerakkoord van het kabinet-Jetten klinkt een mildere toon ten aanzien van het demonstratierecht. Maar ook al schrijven D66, VVD en CDA in hun regeerakkoord dat het demonstratierecht een fundamenteel onderdeel is van onze democratie, vervolgens wordt toch de stelling betrokken dat demonstreren “zoals we de afgelopen tijd zagen” soms doorslaat in grootschalige verstoring van de openbare orde.

Bij dat ‘soms’ plaatsen de auteurs deze kritische kanttekening:

De Inspectie Justitie en Veiligheid van het ministerie van J&V concludeert in 2025 dat van de 3% van alle demonstraties tussen 2015 en 2022 waarbij zich incidenten voordoen, in driekwart van die gevallen sprake was van slechts één incident. Slechts bij 0,03% van alle demonstraties (let wel: 3 op de 10.000 demonstraties!) gaat het om meer dan tien incidenten. Op grond hiervan concludeert de Inspectie dat demonstraties in het leeuwendeel van de gevallen niet voor grootschalige problemen zorgen.4) Deze conclusie van de Inspectie wordt in het WODC-rapport bevestigd door gesprekspartners van gemeenten, de politie, het Openbaar Ministerie en wetenschappers.

Daarnaast stellen de auteurs vragen bij het voornemen van de coalitie om de burgemeesters meer bevoegdheden te geven voor bestuurlijke handhaving of verplaatsing. Het WODC rapport heeft andere oplossingen. Ook hebben bekritiseren zij voor de plannen van het kabinet om zwaardere straffen mogelijk te maken.

Waarom de coalitie naast de bestuursrechtelijke aanpassingen de wet tevens in strafrechtelijke zin wil herzien, teneinde de strafrechter ertoe te bewegen om strafbare feiten begaan tijdens demonstraties zwaarder te wegen, is ons een raadsel. Dat voornemen staat op gespannen voet met de lijn in de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), waaruit blijkt dat autoriteiten juist terughoudend dienen te zijn met strafrechtelijk optreden tegen demonstranten vanwege de verdragsrechtelijke bescherming die demonstranten toekomt.

Het is duidelijk dat de rapporteurs van het WODC zich niet gehoord voelen:

Wat ons misschien nog wel het meest verwondert aan de aanbiedingsbrief van het kabinet-Schoof en het regeerakkoord van het kabinet-Jetten, is dat er in het geheel geen aandacht wordt geschonken aan de aanbevelingen uit het WODC-rapport die zien op een verdere bescherming van de demonstratievrijheid. We lichten de meest prangende aanbeveling uit: de artikelen 5 en 7 van de Wet openbare manifestaties dienen in overeenstemming te worden gebracht met internationale mensenrechtenverdragen door de bevoegdheden te schrappen op grond waarvan de burgemeester een demonstratie kan verbieden of beëindigen vanwege het niet (tijdig) aanmelden van een demonstratie of vanwege het in strijd handelen met een opgelegde beperking.

0

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren

*
*
*