Goed volk | Zwarte Piet (1)
LONGREAD - Je kunt van het ons met enige regelmaat falende rechtsapparaat zeggen wat je wilt, maar het ruim één maand vóór de nationale intocht van Sint Nicolaas voor de rechter slepen van vierendertig ‘Helden van Dokkum’ getuigt van een perfecte timing. Als het een beetje meezit hebben we er na de definitieve uitspraak van de rechter begin december vierendertig ‘martelaren’ bij. Een betere scheut olie op het vuur had ik niet kunnen bedenken.
Diezelfde timing dwong mij ertoe een idee over een blog over Zwarte Piet vervroegd te realiseren. Ik kan bij de naderende burgeroorlog niet doen of mijn neus bloedt en ik wil de feiten voor zichzelf laten spreken. Ik zal de zwartepietendiscussie niet mijden, maar wil me er niet al te diep in mengen. Lafhartig schuif ik die Zwarte Piet door (de uitdrukking komt overigens uit een kaartspel), maar ik zal aan het slot wel enkele conclusies trekken.
Het is uiteraard onmogelijk in twee of drie columns een doorwrochte studie over Zwarte Piet te publiceren. Dat zou minstens een geschiedenis ter grootte van een ‘lijvig, in kalfsleder gebonden band’ (Maarten Toonder) vereisen en zo soepel is de redactie van Sargasso qua plaatsruimte niet. Zelfs historicus Frits Booy had voor zijn minimale overzicht Het verhaal van Zwarte Piet (2014) nog vijftien pagina’s nodig. Ik moet helaas een hoop namen, termen, feiten en zinnige hypothesen onbesproken laten en mij tot een rode draad beperken, hetgeen bij een zo complex fenomeen als Zwarte Piet ook geen kwaad kan. Ik zoek een antwoord op slechts deze vragen: