De Godwin en de Potwin
De Wet van Godwin is nooit bedoeld om te voorkomen dat politici in de extreemrechtse hoek worden gezet. De nuchtere vaststelling van Mike Godwin dat er altijd wel iemand is die Hitler of de nazi’s bij een discussie betrekt, is niet meer dan dat. Niet de idioten die pak ‘m beet Bill Gates met Joseph Goebbels vergelijken, maar die linkse types die alles ter rechterzijde van D66 als nazi of fascist betitelden, zijn er de oorzaak van dat je nu nauwelijks nog serieus genomen wordt als je vaststelt dat politici de grens tussen terechte kritiek en haatzaaierij overschrijden.
Het vervelende van islamkritiek is dat de islam een broertje is van het jodendom. Wie klaagt over onverdoofd slachten, over voorschriften rond voedselbereiding, over gescheiden gebedsruimten (tot zelfs gescheiden openbaar vervoer aan toe) voor mannen en vrouwen, over bidden in de eigen taal en over kledingvoorschriften, die klaagt ook over het orthodoxe jodendom. Wilders en de zijnen wapperen echter duchtig met Israëlische vlaggen om maar vooral niet de schijn te wekken, iets tegen Joden te hebben.
Maar juist omdat islam en jodendom zo op elkaar lijken, lijken de argumenten van Wilders en zijn aanhang sprekend op die van antisemieten. Dat is het wat de PVV in de nationaalsocialistische traditie zet. Niet de “godwinners”, niet “oudlinks” of “extreemlinks”, maar het feit dat Wilders en zijn aanhang dezelfde dingen zeggen. Het is in het antisemitische Duitse kinderboekje Der Giftpilz (1938) dat we lezen dat ‘die anderen’ dierenbeulen zijn en dat ze een heilig boek hebben vol haat en minachting jegens ons. Van ze-zitten-aan-onze-vrouwen en het-zijn-vieze-pedo’s tot taqqiya en veroveringsdrang aan toe, het staat er allemaal in. Der Giftpilz lijkt op een handleiding moderne rechtspopulistische retoriek.