KSTn | Professionalisering MBO

Misschien lees ik het verkeerd, maar het recente voorstel voor de professionalisering van de medewerkers van het MBO komt over als de zoveelste onderwijsramp in wording. In al mijn onschuld denk ik bij dit onderwerp dat het hoofddoel is: betere docenten.
Waarom is dan het grootste deel van het voorstel gericht op meer bureaucratie en beter management? Er staat werkelijk geen enkel concreet punt in, anders dan de wens om meer docenten met afgeronde master-opleiding aan te nemen, waarmee direct het niveau van de docenten omhoog zou kunnen gaan.

Omdat ik weet dat de meesten van u te lui bent om de gelinkte stukken te lezen, hierbij ALLE voorstellen op een rijtje:

1. Professionalisering van onderwijspersoneel
• Vanaf 2011 nemen alle instellingen in hun plan voor MBO15–Kwaliteit op hoe en met welk resultaat zij hun onderwijspersoneel in de periode 2012-2015 in staat zullen stellen zich verder te professionaliseren.
• De MBO Raad onderschrijft de ambitie uit het actieplan Leraar 2020 om het aantal master-opgeleide leraren substantieel te verhogen. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap stuurt begin 2012 een brief over deze masterambitie naar de Tweede Kamer waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen beleid gericht op zittende en nieuwe leraren. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zal de gedachteontwikkeling bespreken met de sociale partners.
2. Bekwaamheid van het management
• In 2012 ontwikkelt de MBO Raad een competentieprofiel voor het management.
Hierin komen de specifieke mbo aspecten tot uiting, zowel de beheersmatige als de onderwijskundige, waaronder in ieder geval leiderschap.
• Voor 1 oktober 2012 stelt de MBO Raad voor alle managers de onderhoudseisen vast.
• Alle instellingen scholen hun managers op basis van de onderhoudseisen.
• Het MBO streeft ernaar dat ook voor managers een registerpilot wordt gerealiseerd in hetzelfde tijdspad als voor de leraren en de instructeurs. Dit register voor managers is een afzonderlijk register en staat los van het register van de coöperatie.
• Alle managers zijn in 2015 in staat tot het houden van gesprekken waarin opleidingsdoelen worden geformuleerd in overleg met medewerkers. Dit wordt zichtbaar doordat op alle instellingen met alle medewerkers functionerings- en beoordelingsgesprekken worden gevoerd en bekwaamheidsdossiers worden onderhouden. In 2013 is sprake van een duidelijke verbetering op dit punt.
3. Kwaliteitsverbetering van het HRM-beleid
• In de instellingsplannen MBO15-Kwaliteit wordt kwaliteitsontwikkeling binnen en tussen teams en instellingen vormgegeven. Onder meer door middel van peer review en kennismanagement.
• De MBO Raad en de HBO Raad maken een afspraak over de gezamenlijke verantwoordelijkheid van ROC’s en lerarenopleidingen voor een goede begeleiding van beginnende docenten in het mbo.
• De uitvoering van het HRM-beleid is verbeterd doordat structureel functioneringsen beoordelingsgesprekken worden gehouden. Bovendien worden de bekwaamheidsdossiers onderhouden. In 2015 is dit op orde. In 2013 wordt een tussenbalans opgemaakt.
4. Instroomroutes personeel
• De MBO Raad draagt in 2012 bij aan de ontwikkeling van een educatieve hbominor voor lesgeven in de beroepsgerichte vakken in het mbo.
• In schooljaar 2012-2013 verbeteren en harmoniseren de MBO Raad en de HBO Raad het zij-instroomtraject voor het mbo.
• De MBO Raad draagt bij aan de verdieping van de uitstroomprofielen van de lerarenopleidingen op basis van het beroepsprofiel docent mbo.
5. Prestatiebeloning
• Een substantieel aantal mbo-instellingen neemt deel aan de experimenten rond prestatiebeloning.

Natuurlijk zal er vast wel onder het eerste punt indirect iets van kwaliteitsverbetering bereikt worden. Maar waarom die omweg. Waarom al die vaagtaal over “bekwaamheidsdossiers” en “instroomroutes”? Waarom niet heel hard stellen dat er x geld gaat naar y extra opleiding per jaar voor de docenten en dat er z geld gaat naar betere inrichting van lokalen. En dat vanaf 2014 gewoon 50% van de startende docenten verplicht een mastergraad heeft.

Met bovenstaande aanpak weet je namelijk zeker dat 80% van de energie/geld/tijd gaat zitten in het maken van plannen, vergaderen, criteria bedenken, meetmethoden bedenken, processen aanpassen zodat je kan meten, mensen werven die gaan meten, formulieren maken, evalueren en constateren dat het te weinig opleverde. Om vervolgens in 2017 een nieuw bestuursakkoord te kunnen schrijven.
 
 
En ik ga weer over tot de orde van de dag.
KSTn = Selectie uit recente KamerSTukken.

  1. 1

    Waarom zouden MBO-docenten een mastergraad moeten hebben? Wat heeft dat met goed onderwijs te maken? Een mastergraad zegt niks over of iemand een goede docent is; net zo min als dat een lesbevoegdheid dat doet trouwens.

  2. 3

    Er wordt nog altijd gedacht dat beleid en management en onderwijskwaliteit gerelateerd zijn. Als dat zo is dan zijn de eerste twee omgekeerd evenredig aan de laatste.

    Dwz. dat meer beleid en management leidt tot slechter onderwijs en omgekeerd.

  3. 4

    Het mbo is over het algemeen een ramp, met name aan de beroepsopleidende kant. De meeste docenten hebben geen enkele band met het bedrijfsleven en de docenten die het wel hebben worden over het algemeen na drie jaarcontracten er uit geflikkerd (want dan kunnen ze weer nieuwe aannemen die na drie jaar ook hun oorspronkelijk vak verliezen). Docenten hebben een idioot aantal extra taken die eigenlijk door het management moeten worden gedaan.

    Dan het management:
    Oppervlakkige, contactgestoorde idioten, geen hart voor de zaak en meestal omhooggevallen ondermaatse docenten met een vast contract. Belachelijke salarissen in verhouding tot de docenten. Salarisnormen die keer op worden overtreden, en ze hebben een visie van een pond gehakt.
    Ik vermoed dat over een paar jaar een parlementaire enquête onvermijdelijk wordt als blijkt dat het mbo niet functioneert.

    Wat er moet gebeuren is dit:
    In plaats van 70% beroepsonderwijs en 30% algemene en maatschappelijke vakken dit precies omdraaien. Dat betekent 30% beroepsoriëntatie en 70% rekenen, talen enzovoorts.
    Het mbo staat dan voor Middelbaar beroepsoriënterende opleiding en een ROC voor Regionaal Oriëntatie Centrum.
    Dat kinderen van 15 jaar op die leeftijd een keuze uit 3850 gecertificeerde opleidingen moet kiezen en een school alleen maar op geld uit is maakt het mbo (en hbo overigens) een schande voor het land.

  4. 5

    Nederland kan nog veel leren van enkele andere Europese landen waar het beroepsonderwijs nog praktijkmensen aflevert met een goede theoretische basis.

    De theoretische basis wordt tegenwoordig overigens al om zeep geholpen in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Dit haal je vervolgens nooit meer in.

    Geef weer les is eigenlijk de meest gehoorde kreet onder leerlingen en ik sluit me hierbij volledig aan. Het competentiegericht gezeur moet afgelopen zijn, leerlingen hebben behoefte aan duidelijke lesplannen met concrete vakken en boeken die getoetst worden. Rond de opleidingen weer af met door kenniscentra ontwikkelde landelijke toetsen, zodat de scholen weten naar welk niveau ze de leerlingen moeten brengen. Slechte scholen vallen dan vanzelf weer door de mand.

    Leidt daarnaast gericht op voor de arbeidsmarkt en stop dus met alle vage en overbodige opleidingen. Een electromonteur communicatie en data is onzin, iedere electromonteur moet dit aan kunnen leggen.

    Een land waar ze nog goed opleiden in met name technische beroepen is Duitsland. Informatie hierover vindt je op http://www.culturescope.nl onder het kopje onderwijs bij Duitsland. Overigens kun je hier alle systemen van de EU vergelijken.