De burger volgens de overheid
Onze MP is een welgemoed man en een slimme retoricus. Maar heeft hij ook een visie? Zo wurmt hij zich uit onder het onbehaaglijk thema van de stijgende armoede, door te zeggen dat er alleen lage inkomens zijn. Vergeleken met het Afrikaanse consumptieniveau klopt dat wel, maar het is natuurlijk op het randje van onbehoorlijk. Maar laten we de politicus Rutte links liggen en kijken naar zijn inhoudelijke voornemens met hervormingen. De slagzin die onmiddellijk op komt: “een kleinere, sterkere overheid”.
Het is niet een doelstelling waar ik direct voor uit mijn stoel kom, maar onzin is het ook niet. Het past in langjarige traditie en bij het liberale denken. Laten we eens kijken wat hier achter schuilt.
Het doel “kleiner en sterker” zegt iets over de waargenomen verhouding tussen staat en burger. De overheid moet zich minder bemoeien met de burger (kleiner), maar als de overheid dat wel doet, moet de burger beter luisteren. (sterker) Dat laatste geldt bij Rutte c.s. vooral op het vlak van de veiligheid.
Dat is tamelijk dubbel: een kleinere overheid betekent minder beheersing, een sterkere overheid vergt juist meer beheersing. Hoe je hiermee omgaat, wordt bepaald door je visie op de gewenste verhouding tussen overheid en burger. Die visie wordt vrij sterk gevormd door je geloof in de regulerende werking van het marktmechanisme.
De zoveelste top der toppen bleek wederom een flop. Het echte probleem bleef buiten schot, het fantoomspook werd wel stevig aangepakt. Merkozy en Rutte zeggen het al wekenlang: de schuldencrisis moet aangepakt worden. Het 