Dibi en Diepenhorst
In 1993 wandelde ik op een mooie zomeravond door de lommerrijke lanen van Zeist. Toevallig kwam ik langs het huis van prof. mr. dr. I.A. Diepenhorst. Het was een grote vooroorlogse villa met meerdere erkers, loggia’s en groot balkon. De diepe voortuin was opvallend sober: veel groen en witte kiezelpaden. Het kwam mij voor alsof de jaren zeventig en tachtig aan de bewoner voorbij waren gegaan; de sfeer was zó jaren vijftig. Er was geen enkele frivoliteit aan het huis te bekennen, alles was zo degelijk als wat. Gereformeerd is misschien het beste woord, want prof. Diepenhorst was ARP-politicus. Hij woonde er op dat moment alleen, zijn moeder was enkele jaren eerder gestorven.
Deze kleine privégeschiedenis schoot mij vorige week te binnen toen ik een aflevering zag van het televisieprogramma Oog in Oog. In dat programma werd Tofik Dibi voor de voeten geworpen dat hij scheef zou wonen. Het ging ongeveer als volgt:
Kockelmann: ‘U bent 31. Woont u nog steeds bij uw moeder?’
Dibi: ‘Mijn moeder woont bij mij’
Kockelmann: ‘U moeder woont bij u, maar u woont nog steeds wel met z’n allen toch in datzelfde huis waar u bent opgegroeid in Amsterdam Slotervaart …Daar hebt u met z’n allen geleefd met een bijstandsuitkering…dat was niet makkelijk, u had het niet breed en nu wel, want u hebt een goed salaris als kamerlid met alle toelagen tot 120.000 euro bruto per jaar. U woont nog steeds in dat huis. In uw verkiezingsprogramma lees ik dat u tegen scheefwonen bent. Dat is toch geen voorbeeld?’

