Recette de la potée
COLUMN - Hoe Oud Zeikwijf van driegangenmenu’s verzorgd door kokkinnen naar marktafval vreten ging. Plus een recept voor een (min of meer) klassieke potée.
Wat betreft het emigreren heb ik gedaan zoals mijn grootmoeders, beiden uit Italië naar Frankrijk verkast: zo snel en zoveel mogelijk integreren (“Il faut hurler avec les loups”), zo min mogelijk terugkijken. Ik heb me met overgave in mijn nieuwe thuisland gestort. Een paar dingen gingen stroever dan de rest. Met name: voedsel.
Heerlijke melange met vierkantjes karton
De eerste vier jaar had ik geen cent te makke, vrat ik het afval van de markt en had ik geen last van neerbuigendheid. Ik was telkens de hemel dankbaar voor het miserabele beetje dat ik in mijn maag kreeg. Een decennium en veel eetperikelen verder was dat anders. Nederland was het Oostblok, wat voedsel betrof, was ik achter gekomen. De inwoners waren door de eeuwen heen altijd zo zuinig met eten geweest dat de lekkere dingen nooit werden verkocht: die kreeg je ook niet meer te koop. Exporteurs uit zuidelijke landen wisten het al: de beste kwaliteit ging naar Frankrijk, de minste naar Nederland. Want die letten alleen op de prijs. De supermarkten stonden vol met de allergoedkoopste spullen, die je destijds in Frankrijk niet eens aan je dieren gaf. Zo was er maar één soort koffie, en nergens op de verpakking kon je lezen of het arabica- of robustabonen waren. Dit soort subtiliteiten waren niet aan de Nederlanders besteed. ‘Een heerlijke melange,’ stond op de koffieverpakkingen. Een melange die Douwe Egberts voor de Nederlander had bedacht, zo efficiënt en goedkoop mogelijk. En de verrukkelijke theebiscuitjes van Lu? Dat waren hier vierkantjes karton, waarvan je op bezoek slechts één kreeg bij één mok slappe thee.