Ongelijkheid doet roesten (2)
Rutte zei een tijdje geleden: “Wij hebben geen armoede, wij hebben lage inkomens”. Ik heb het hier ‘het liegen van de waarheid’ genoemd. Kijk naar de bootvluchtelingen van Lampedusa en schaam je. Tegelijk ontkent Rutte een vraag, die er voor een groot deel van de mensen in het land wel degelijk toe doet, namelijk hoe de rijkdom in dit land wordt verdeeld. Dat is de klassieke vraag in de politiek: door Lasswell ooit samengevat in de vraag: ”Who gets what, when and how”.
“Geen armoede, maar lage inkomens”: ik probeer me het Haagse kantoor of de kroeg voor te stellen waar deze soundbite bedacht is. Het moet de ambtenaren of de politici buitengewoon veel genoegen hebben gedaan, toen ze deze boodschap vonden. Het is dicht bij de waarheid, een feitelijke opmerking en hij gaat voorbij aan de impliciete vervolgvraag of die inkomens misschien te laag zijn en of weer iets mee zouden moeten. Maar inderdaad, wie krijgt wat, wanneer en hoe?
Op mijn tekst van vorige week met deze titel werd gereageerd volgens een oud grapje: ”Ik heb kennis, jij hebt een mening, hij heeft een ideologie.” Als er iets is waar wij ideologisch over denken, dan is het wel het thema gelijkheid in de samenleving. Heeft Thatcher nu het vrije westen gered of heeft zij de ongelijkheid in Engeland sterk bevorderd? Het is maar welk deel van de realiteit je wilt zien en wat je wegfiltert. Waarom zijn we zo selectief in wat we zien?

Helaas, het leek zo hoopvol, maar toch geen zestiende 