Zin en onzin van de griepprik

Waarin de auteur zich afvraagt waarom mensen zo gewillig een griepprik gaan halen. Is dat wel nodig? Sinds een week of twee staan ze ongeduldig te trappelen aan de balie van de dokterspraktijk. De patiënten die voorzichtig en bezorgd vragen of ze ‘m wel krijgen dit jaar: de griepprik. Ik begreep het eerst niet zo goed. Waarom zou je zo graag een prik willen? Tenzij het voor een goed doel is, zoals een Gele Koorts of Hepatitis A-vaccinatie omdat je naar een ver en tropisch land op vakantie gaat. Geloof mij ook dat de mannen die voor een gonorroeprik komen, niet zo jofel de datum in hun agenda zetten. Aan de griepprik wordt als onderdeel van een grootschalig vaccinatie-verhaal ontzettend veel geld aan verdiend, allemaal in het kader van nationale gezondheid. Maar hoe noodzakelijk zijn die massavaccinaties? Worden we niet gewoon opgelicht?

Door: Foto: samantha celera (cc)
Foto: Gerard Stolk (cc)

Rot op met je ‘Dank je wel Albert Heijn’

OPINIE - Waarin gastschrijver Ties Joosten zich groen en geel ergert aan gratis weg-geef-acties op Facebook.

Het is weer eens zover. Het mij totaal onbekende Giftsandcardss.com beweert via een Facebook-applicatie dat de Albert Heijn boodschappenbonnen ter waarde van duizend euro weggeeft. Het enige dat de Facebooker ervoor hoeft te doen is “Dank je wel Albert Heijn” posten. Daarnaast moet je de applicatie natuurlijk toestemming geven om je persoonlijke gegevens te bekijken en op te slaan. Ondanks een gigantische taalfout in de ondertitel van de applicatie (“Albert Heijn geeft bonus vouchers verjaardag te vieren”) stroomt mijn timeline vol met vrienden die de grootgrutter een bedankje sturen.

Ik vind het meer dan ergerlijk. Een belangrijke oorzaak van de huidige economische en ecologische crises ligt er volgens mij in besloten dat consumenten de intrinsieke waarde van producten niet langer begrijpen. Zij staan te ver van het productieproces van een biefstukje of een iPhone af, waardoor zij de tijd en energie die hierin zijn gestoken niet langer bevatten.

Helaas doen bedrijven maar weinig hun best om deze intrinsieke waarde naar hun klanten te communiceren. Op ieder pak melk staat een lachende graskoe en eieren komen louter van vrolijk scharrelende kippen. In de supermarkt worden producten nog altijd op een eendimensionale wijze aangeprijsd: alleen de veronderstelde kwaliteit (‘nu nóg lekkerder!’) en goedkope prijs (‘laagste-prijs-garantie!’) worden aangeprezen, terwijl ze de tijd, energie, kennis, passie en enthousiasme die ze in hun producten steken onvermeld laten. McDonalds weigert zelfs zijn klanten te vertellen dat het enkel vis met het MSC-keurmerk verwerkt, omdat zij de McFish anders wellicht als te duur ervaren.

Foto: Steve Snodgrass (cc)

Overheid moet niet pamperen

ANALYSE - Hoe kun je als overheid een gezonde leefstijl voor burgers vanzelfsprekend en plezierig maken? Door ze te pamperen, aan hun lot over te laten of door een wondermiddel in te zetten? Beter is: laat samenleving en individu beiden hun verantwoordelijkheid nemen.

Nudging wordt geregeld als panacee beschouwd om gedrag te beïnvloeden: je hoeft maar een paar dingen in de omgeving van consumenten aan te passen en het komt bijna vanzelf goed. Vooral maatregelen in de trant van gezonde gerechten op de voorkant van de menukaart van het restaurant of gezonde producten op ooghoogte in de schappen van de supermarkt, zouden consumenten er als vanzelf toe verleiden om geen vette, zoete en dikmakende voedingswaren te kopen of te eten.

Maar dat is te simpel. Net als de ideeën die mensen zouden moeten stimuleren om meer te bewegen. Voorstellen om een trap middenin een gebouw te plaatsen en de liften naar de donkere hoeken te verbannen, lijken aardig, maar gaan voorbij aan de vraag wie bepaalt hoe een gebouw wordt ontworpen. In de regel zijn dat geen sociaal wetenschappers of voedingsdeskundigen.

Nudging kan mensen helpen om ze te stimuleren om gezondere keuzes te maken. Maar daarnaast mogen mensen wel op hun eigen verantwoordelijkheid worden aangesproken. Daarbij moet ook de overheid zelf een gezonde leefstijl bevorderen.

Foto: Benny Lin (cc)

Over waardig sterven en een onthutsende wet

COLUMN - Waarin gastredacteur Michel van Baal een eerbetoon brengt aan zijn vader, die hem liet zien hoe je waardig kunt sterven als het echt niet meer gaat. En waarin hij een aanklacht tegen de hypocrisie van de huidige euthanasiewet formuleert.

Mijn vader is twee jaar geleden, op 23 augustus 2010, op een indrukwekkende manier doodgegaan. De herinnering aan die bijzondere dag koester ik, samen met het gemis en het verdriet. Dankzij onze liberale euthanasiewetgeving heeft mijn vader zelf voor dat moment mogen kiezen en daarvoor ben ik dankbaar. Tegelijkertijd ben ik nog steeds onthutst over de manier waarop euthanasie in die wet een misdrijf is en wat dat voor huisarts en familie betekent als je het van nabij meemaakt.

We krijgen waarschijnlijk een nieuw ‘paars’ kabinet. Ik hoop dat de politici dat moment gebruiken om er een wet van te maken die niet alleen zorgvuldig, maar ook respectvol is voor nabestaanden en betrokken medici.

Imposant

Mijn vader was een imposante man. Met zijn 1.92 m, brede postuur, stevige buik en forse baard was het iemand die redelijk onbekommerd door een donker steegje kon kuieren. Hij doceerde Nederlands op een school voor moeilijke opvoedgevallen en zijn sterkste wapen was zijn zware bas. Ik weet nog goed hoe hij me, toen ik rond de twintig was, een keer het zwijgen oplegde in een verhitte discussie over niks. Alleen maar met een simpele stemverheffing. Toch was dat imposante vooral uiterlijk vertoon, want het was een zachtaardige man. Mijn vader was heel goed met taal, had een geraffineerd gevoel voor humor en hij kon bijzonder eigenwijs en koppig zijn.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Alec Vuijlsteke (cc)

Vijf essentiële Franse zinnen

COLUMN - Waarin gastschrijver Vrouwke van Stavast, woonachtig in lichtstad Parijs (ook wel het Eindhoven van Frankrijk) uitlegt hoe u zich om kunt vormen tot quasi Parisienne met vijf eenvoudig te leren Franse zinnetjes.

Vergeet grammaire en vocabulaire, passé composé, un en une. In Frankrijk heb je slechts vijf zinnen nodig om voor vol te worden aangezien.

Tijdens mijn eerste weken in Parijs was overleven noodzaak. Voor taalcursussen had ik geen tijd. Ik redde mijzelf met slechts vijf zinnen die deuren voor me openden, onverstaanbare conversaties tot een goed einde brachten en me tegelijkertijd het imago gaven van een buitenlandse die razendsnel op weg is naar het ultieme doel: être une quasi Parisienne (een echte is niet haalbaar). 

1. Ça marche (pas)

In ons fijne authentieke appartementengebouw werkt de lift vaker niet dan wel. De buurvrouw en ik staan samen vergeefs op de lift te wachten. Ik:”Ça marche pas hein?” Schouders ophalend nemen we de trap. Hetzelfde doet een uurtje of wat later de monteur van Orange, die mijn internetverbinding komt maken. Wij kijken naar de router. Zijn blik is zorgelijk. Ik: “Ça marche pas?”. Hij: “Non….. bladiebladie et ohlalala”.  Als die avond de boodschappen via de trap omhoog worden gebracht door de Carrefour bezorger wijs ik naar de lift en zeg: “Ça marche pas!” Ik neem de boodschappen van hem over, waarbij ik me zichtbaar vertil. Hij kijkt ietwat vragend, maar ik zeg snel: “Ça marche, ça marche”. ‘Ça marche’ werkt onder alle omstandigheden.

Foto: Henry Jose (cc)

De mode is verraderlijk veranderlijk

COLUMN - Waarin Johnny Volente de modewereld probeert te doorgronden en uiteindelijk de trendwatcher in zichzelf ontwaart.

Wijnrood wordt de kleur van deze herfst, kopte Elsevier. Hoewel het me werkelijk geen fluit interesseert, besloot ik om er eens op te letten. Na drie weken herfst moet ik teleurgesteld concluderen dat ik geen opvallende toename in wijnrode kleding heb gesignaleerd. Daarbij moet ik aantekenen dat ik in een bejaardenbuurtje woon. Hier is de kleur van de herfst al zeker drie decennia lichtblauw met bloemetjes.

Elsevier schrijft zoiets natuurlijk niet zomaar. Ik ga de boel niet factchecken, maar ik geloof best dat Gucci, Carven en Haider Ackermann inderdaad alle drie wijnrood in hun modeshows lieten zien. Het kan natuurlijk per ongeluk een keertje gebeuren dat alle modehuizen dezelfde kleur kiezen, maar dergelijke overeenkomsten komen net even te vaak voor om vol te kunnen blijven houden dat er sprake is van toeval. Dat de grote modekoningen onderling afspraken maken, is eveneens uitgesloten. Geloof me, ik ken die types.

Modehuizen zijn geen buiten de maatschappij staande partijen die in achterkamers beslissen wat de kleur van de herfst wordt. Ze hebben een heel leger trendwatchers in dienst en die zagen het wijnrood al jaren aankomen. Onderbewust was die trend namelijk al ingezet. De modehuizen versterken het alleen maar, daarbij geholpen door de media.

Coca Cola is de vijand

Frisdrank is slecht voor je, lieve mensen. Dat weten de meeste van ons wel, maar voor wie het nog niet wist: kijk dit treurige filmpje over een ijsberenfamilie, van wie de papabeer een poot kwijtraakt omdat hij diabetes heeft gekregen omdat hij teveel frisdrank heeft gedronken.

Via Osocio.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Vorige Volgende