4 mei 2009
Amsterdam, Kinkerstraat, het verkeerslicht voor de Nassaukade. Het is 4 mei 2009, het is acht uur. Voetgangers en fietsers staan op de trottoirs stil. Een wat oudere dame zet de motor van haar kleine blauwe auto af. Misschien niet op de handigste plaats: voor een stoplicht.
Als het op groen springt, blijft ze stil staan. Dat is niet naar de zin van de chauffeur van de zwarte auto achter haar: de stilte wordt verstoord met luid getoeter. Het licht wordt rood, het licht wordt opnieuw groen, wederom getoeter. Een man uit de zwarte auto gooit zijn portier open en beent op het dametje af.
Wat hij haar toevoegt, valt van de plaats waar ik sta niet te horen, maar zijn driftige gebaren verraden dat hij boos is. De vrouw in de blauwe auto lijkt te gebaren dat ze met rust wil worden gelaten. Juist op het moment dat ik denk dat de man zijn geduld zal verliezen en ik ooggetuige zal zijn van de mishandeling van een bejaarde, begint ergens het Wilhelmus te spelen, springt het licht op groen en trekt de bestuurster van de blauwe auto op.
