Spaanse regering daagt de platformeconomie uit
De Spaanse regering van Pedro Sanchez werd onlangs de ’toortsdrager’ van het socialisme genoemd. Niet helemaal juist. Ook in Portugal regeren op dit moment socialisten. Finland heeft sinds december 2019 met de sociaaldemocrate Sanna Marin de jongste premier in Europa. In Zweden zijn de sociaaldemocraten ondanks de crisis deze zomer nog steeds aan de macht, wat premier Stefan Löfven overigens niet heeft afgebracht van zijn voornemen binnenkort zijn functie ter beschikking te stellen. En in Duitsland staat Olav Scholz van de SPD, een van de oudste socialistische partijen, nu nog minister van Financiën, zo goed in de peilingen dat hij wel eens de nieuwe bondskanselier kan worden.
Dat neemt niet weg dat Sanchez, zoals de Amerikaanse pofessor Jacob Soll op Politico schreef, een voorbeeld kan zijn voor een herstel van de klassieke sociaaldemocratie, de beweging die stem geeft aan de werkende bevolking. De regering-Sanchez heeft de bestrijding van de armoede en de sociale ongelijkheid hoog op de agenda gezet. Na een recente wijziging in zijn kabinet kondigde Sanchez deze week aan de minimumlonen onmiddellijk te gaan verhogen. Een belangrijke testcase wordt de dit voorjaar aangenomen wet die bepaalt dat digitale platforms zoals Uber personeel in dienst moeten nemen.