Economie, gij waart om niets beducht

Aan de metaforen die we gebruiken, kun je zien welke onbewuste aannames we maken. Hoe wij denken over economie is bijvoorbeeld goed te zien in de analyse van het ‘Europees herstel’ waarmee de Volkskrant gisteren opende, geschreven door Peter de Waard: 'Ook economie beleeft lente'. De Volkskrant is in juichstemming. Het stuk staat vol met meteorologische beeldspraak die daar bij past. Het ‘economische voorjaar’ is nu echt aangebroken want, zo leren we, het begrotingstekort ‘smelt als sneeuw voor de zon’. Staatssecretaris van Financiën Eric Wiebes wordt geciteerd met de uitspraak dat hij ‘weer een soort zon [ziet] schijnen’. Verderop in het artikel wordt ons, onbedoeld ironisch, meegedeeld dat de zon zelfs ‘rond de Middellandse Zee weer [zal] schijnen’, uiteraard alleen als ‘grote tegenslagen uitblijven’.

Door: Foto: Sargasso achtergrond wereldbol
Foto: Truthout.org (cc)

Piketty voor dummies

ACHTERGROND - Onlangs verscheen in The New York Times een lang commentaar van David Leonhardt gewijd aan het boek van dit moment: Thomas Piketty’s Capital in the Twenty-First Century.

Piketty’s centrale thesis is dat groeiende economische ongelijkheid de historische norm is. De egalitaire, na-oorlogse samenleving (in de VS en West-Europa) is zodoende een historische anomalie. Inmiddels zijn we dan ook weer hard op weg een erfelijke, economische aristocratie te creëren.

Dit betekent tevens dat als we onze relatief egalitaire, ‘onnatuurlijke’ samenleving willen behouden, we daarvoor actief maatregelen moeten treffen. De ‘vrije markt’ gaat dit niet voor ons oplossen.

Het bovenstaande zal voor degenen die alle commentaren en discussie rondom Capital in the Twenty-First Century een beetje hebben bijgehouden niet als een verrassing komen.

Maar waarom neemt economische ongelijkheid onder normale omstandigheden voortdurend toe? Commentator David Leonhardt zocht het voor ons uit:

For all of the clarity of Piketty’s historical analysis, I emerged from the book not quite grasping the mechanics of rising inequality. What is it about market economies that typically cause the assets and incomes of the rich to rise more rapidly than those of everyone else? So I called Piketty at his office in Paris, and he agreed to walk me through it.

He suggested imagining a hypothetical village from centuries ago in which neither the population nor the economy was growing. Every year, the village produced the same amount of goods for the same number of people to divide — a reality that was typical before the Enlightenment, when material living standards and human longevity barely rose. (The peasants of the 15th century were not better off than peasants in ancient Rome.) Even in a zero-growth society, however, assets that helped people produce goods — also known as capital — had value. Capital, Piketty told me, counts as anything “useful, any kind of equipment. Basic tools. Stones in prehistorical times.” Anything, in other words, that “makes people more productive.”

In our hypothetical village, a large farm might produce $10,000 worth of crops in a year and yield $1,000 in profit for its owner. A small farm might have the same 10 percent rate of return: $1,000 in annual crop sales, yielding $100 in profit. If the large farmer and small farmer each spent all of their money every year, the situation could continue ad infinitum, Piketty said, and the rate of inequality in the village would not change.

But one of capital’s great advantages is that its owners can make enough income to spend some of their money and sock the rest of it away. If the large farmer saved $500 of that $1,000 profit, he could buy more capital, which would bring more profit. Perhaps a few owners of smaller farms had debts to pay, and one of the large farmers bought them out. Eventually, the owner of the expanding farm might find himself owning land that yielded $1,500 or $2,000 in annual profit, allowing him to put aside more and more for future capital acquisitions. Less-stylized versions of this story have been playing out for centuries.

I have come to think of this idea as Piketty’s First Law of Inequality. The fact that the rich earn enough money to save money allows them to make investments that other people simply cannot afford. And investments — whether stones, land, corporate stock or education — tend to bring a positive return. Piketty describes the relationship formally as r > g: the rate of return on capital usually exceeds economic growth.

Foto: copyright ok. Gecheckt 10-02-2022

Geen consumentenvertrouwen in Brussels lof

Zolang het consumentenvertrouwen en de consumentenbestedingen niet aantrekken, zal het voorspelde economisch herstel in Nederland niet doorzetten, meent Jasper Klapwijk.

De Europese Commissie is gisteren in de spring forecast uitzonderlijk positief over de Nederlandse economie. Waar de groeiverwachting voor de hele Eurozone voor dit en volgend jaar naar beneden bijgesteld werd, kwam Nederland positiever uit de bus dan ons eigen CPB twee maanden geleden nog voorspelde. De groeiverwachting voor 2014 is verhoogd naar 1,2% en voor 2015 zelfs naar 1,4%. Dit jaar zal de economie vooral profiteren van bedrijven die investeren, maar volgend jaar zullen de consumenten eindelijk hun hand van de knip halen. Dat is de afgelopen jaren al vaker gezegd. Zou het nu echt gebeuren? Ik heb er weinig vertrouwen in.

Begrotingstekort

Het gaat volgens de Europese Commissie uitzonderlijk goed met Nederland, en vooral met het begrotingstekort. Dat daalt tot 2,8% in 2014 en verder naar 1,8% in 2015 door hogere belastinginkomsten. Maar die hebben geen direct effect op de bestedingen; daarvoor zou de overheid meer moeten uitgeven, of zouden de belastingen omlaag moeten. Dat wordt lastig. Dijsselbloem heeft al gewaarschuwd dat de overheid nog steeds te veel uitgeeft en dat hij weinig ruimte heeft op de begroting. Hogere overheidsinvesteringen, bijvoorbeeld in defensie of terugdraaien van lastenverzwaringen lijken daarom niet goed mogelijk. De voorspelde groei is dus vooral afhankelijk van export en consumentenbestedingen.

Foto: Rareclass (cc)

Ongebruikelijke methoden

OPINIE - ‘Quantitative easing’, ofwel geldverruiming, doet niets voor de reële economie, maar wel voor de institutionele spelers in het ‘financiële casino’.

Hoera! Het gaat eindelijk weer wat beter met de economie in Europa. Maar wat in de juichstemming vaak onderbelicht blijft is de reden dat het weer wat beter gaat: er wordt minder bezuinigd. Dat was een belangrijke oorzaak dat het zo slecht ging de laatste jaren. Als je daarmee stopt is het logisch dat het weer beter gaat. Paul Krugman vergeleek het onlangs met iemand die stopt met zichzelf op de kop te slaan en zich beter gaat voelen. Dat is geen verdienste.

De matige groei die we nu hebben is bovendien lang niet genoeg om de achterstand die we hebben opgelopen sinds 2008 in te halen. Aan beide kanten van de Atlantische oceaan is de werkloosheid nog steeds erg hoog en het herstel is erg traag. Terwijl regeringen bezig waren met het ‘op orde brengen van hun huishoudboekjes’, waren alleen de centrale banken van Europa en de VS nog in staat om de economie te stimuleren met ongebruikelijke methoden.

Meer geld

Voor de kredietcrisis konden banken de economie stimuleren door de rente te verlagen, maar dat kan niet meer omdat de rente al extreem laag is: bijna 0%. Centrale banken hebben nog een ander middel om de economie te stimuleren: meer geld in circulatie brengen. De dure term voor het maken van meer geld is quantitative easing. Ik gebruik de Nederlands term: geldverruiming.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Europese financiële transactietaks vanaf 2016

Dat is althans de bedoeling:

European finance ministers are designing a financial-transaction tax on equities and derivatives that could start in 2016 for the 11 nations that have signed up to participate.

O ja, Nederland doet niet mee:

Germany, France, Spain, Italy, Belgium, Austria, Portugal, Greece, Estonia, Slovakia and Slovenia are the countries that have signed on to the transaction-tax effort. Backers say the tax is needed to raise revenue and limit risky market speculation, and that it could expand over time.

Foto: James (cc)

Een herziene aardbevingen top 20

DATA - Nu we weten dat de plaatsnaamtoewijzing door de KNMI nogal slordig is, komt de vraag op wat dat betekent voor de eerder gepresenteerde data. Tijd voor een nieuwe aardbevingen top 20.

In de aardbevingen top 20 van 10 januari voerde Midlaren Noordlaren de ranglijst aan, gevolgd door Roswinkel (Drenthe) en Overschild:

aardbevingen top 20

Dit overzicht werd gepresenteerd onder de titel “Meest getroffen plaatsen in Groningen”. Een enigszins voorbarige conclusie. Immers, een aardbeving in Loppersum kan, afhankelijk van de zwaarte, zeker ook gevolgen hebben voor nabij gelegen plaatsen. Om die reden zijn voor het samenstellen van de herziene aardbevingen top 20 alle plaatsen meegenomen die binnen een bepaalde afstand tot een beving liggen.

Rondom elke beving is een fictieve cirkel getrokken met een straal ter grootte van het kwadraat van de kracht van de beving. Voor een beving met een kracht van 3.0 betekent dit een cirkel met een straal van 9 km. Alle plaatsen die binnen deze cirkel liggen, werden vervolgens aan de betreffende beving toegewezen. Een eenvoudige telling resulteert dan in de volgende herziene aardbevingen top 20:

herziene aardbevingen top 20

De nieuwe aanvoerder van de ranglijst is Garrelsweer met kort daarachter Loppersum en Westeremden. Naast de gewijzigde volgorde is ook goed te zien dat het aantal bevingen waar de verschillende plaatsen last van hebben aanzienlijk hoger is dan de oorspronkelijke lijst aangaf. En dan is dit nog een conservatieve schatting. Een beving met een kracht van 3,0 wordt nog gevoeld op een afstand van 15 à 16 kilometer.

Foto: Duopolie

Duopolie | CoCo

Bij het horen van CoCo denk je misschien in eerste instantie aan een modeontwerpster, een talkshow-presentator of de bijnaam van George Costanza uit Seinfeld. Maar voor Duitse banken betekent de term sinds kort een aanzienlijke bron van nieuw waardepapier. Converteerbare obligaties (Contingent Convertible Bonds, ofwel CoCo’s) zijn volgens sommigen dé manier om te zorgen voor meer financiële stabiliteit. Maar het is sterk de vraag of converteerbare obligaties de problemen in de financiële sector oplossen.

Allereerst wat het is: Een converteerbare obligatie is converteerbaar omdat deze wordt omgezet in aandelen zodra er een bepaalde gebeurtenis plaatsvindt. Wat die gebeurtenis precies is, verschilt per obligatie. Omzetten kan automatisch, bijvoorbeeld wanneer het aandelenkapitaal te laag wordt, of op initiatief van de toezichthouder. Als voorbeeld: in 2010 was de Rabobank een van de eerste banken die converteerbare obligaties verkocht. Die obligaties werden omgezet in eigen vermogen zodra het eigen vermogen minder dan 7% van de activa waard was.

Converteerbare obligaties vormen een extra buffer wanneer banken flinke verliezen maken: wanneer een bank in de problemen dreigt te raken, veranderen de obligaties in aandelen zodat de bank extra aandelen heeft en minder schuld. Met een beetje mazzel zorgt dit ervoor dat de bank dan niet failliet hoeft te gaan, wat de kans op overheidsingrijpen verkleint.

Prognose Europese werkloosheid: langzaam herstel

Trouw:

Opgetogen geluiden in Brussel. De economische groei in de Europese Unie verbreedt zich, en ook het aantal werklozen daalt sneller dan verwacht. “De tekorten zijn afgenomen, de investeringen trekken aan en, heel belangrijk, de arbeidsmarkt begint zich te herstellen”, aldus de Europese Commissie in de jongste prognose.

Maar het is niet alsof de vlag al uit kan:

De werkloosheid in de EU daalt van 10,8 procent vorig jaar naar 10,1 procent volgend jaar. Voor de achttien eurolanden bedragen die percentages achtereenvolgens 12,0 en 11,4. Niet dat de meeste Griekse en Spaanse werklozen straks weer aan de slag zijn: volgend jaar zit in beide landen nog altijd 24 procent van de beroepsbevolking zonder werk. Dan doet Portugal het beter. Drie maanden geleden raamde de commissie voor 2015 nog een werkloosheid van 16,5 procent. Nu is dat 14,8 procent.

‘Leef eens van een schoonmakersloon’

Waarom zou een reus van een multinational als Shell, met een nettowinst van meer dan 12 miljard euro, zijn schoonmakers niet in dienst kunnen nemen en een leefbaar loon kunnen betalen? Het zou zo mooi zijn als de liefde voor ‘werk, werk en werk’ zich nu eindelijk ook vertaalt in ‘loon, loon en loon’ voor de hardste werkers. Herwaardering van noeste arbeid van werkers in de schoonmaak, de thuiszorg en lagere loonschalen hoort bij progressief Nederland.

Arme landen lopen miljarden aan belastinginkomsten mis

Niet alleen arme landen, durf ik te wedden:

Arme landen lopen jaarlijks miljarden euro’s mis omdat grote multinationals als Apple, Google en Ikea de belasting ontwijken. Dat schrijft Oxfam Novib vrijdag in een rapport.

Volgens de hulporganisatie kunnen de belastinginkomsten in sommige landen met meer dan 100 procent stijgen als internationale bedrijven belasting zouden betalen in de landen waar ze werken.

Vorige Volgende