De katholieke kerk is een achterlijk homofoob instituut. Dat is geen nieuws – inconsistentie op dit punt is één van de weinige dingen die je de kerk niet verwijten kunt – behalve blijkbaar voor een groep homoactivisten die ineens heel boos zijn dat ze in Den Bosch niet het lichaam van Jezus tot zich mogen nemen, omdat ze dat wel eens met het lichaam van een andere man doen. Dit geheel in de moderne lijn van “hoe trivialer de achterlijkheid, hoe groter de woede.” Zie ook: het hoofddoekje.
Het is nu ook al precies te voorspellen wat de boze katholieke homo’s gaan bereiken: niets. Het gaat namelijk om een theologisch conflict: wat de homo’s uiteindelijk willen is dat de katholieke kerk zijn interpretatie van een aantal Bijbelse passages herziet.
Het punt met theologische disputen is dat ze per definitie niet met redelijke argumenten te winnen zijn; geloof berust immers op openbaring, niet op ratio. Wat die geopenbaarde waarheid is, is dan weer een kwestie van pure, rauwe machtspolitiek binnen de kerk. De heersende kardinaalskliek heeft daarbij in de loop der eeuwen het stelsel zo ingericht, dat de gewone kerkganger, homo of hetero, daarbij totaal niets in te brengen heeft. Wat te doen?
Eén mogelijkheid is te proberen kerkdogma te laten veranderen door openbaring. Een engel verschijnt aan iemand en zie: God vertelt dat hij homo’s eigenlijk best ok vindt en dat de kerk het al die tijd fout heeft gehad. Beetje een goochelshow eromheen bouwen met bloedende stigmata en huilende heiligenbeelden om het aantrekkelijk te maken. Toch is zelfs dan de slagingskans niet groot. Officieel gelooft de kerk nog wel in dat soort onzin, maar in theorie slaken ze een zucht zo diep dat het weergalmt in de kathedraal als weer iemand met fantasy prone personality Maria heeft gezien in het dorpskerkje. Zo snel mogelijk de kop indrukken is dan het devies. Zeker als de revelaties van de verschijning de gevestigde orde dreigen aan te tasten.