De rellen en plunderingen in Parijs leiden tot grote verontwaardiging. Winkeliers zien hun levenswerk vernield, werknemers hun inkomen bedreigd en complete winkelstraten veranderen in een ravage. Wie een winkelruit inslaat om een zaak leeg te roven, verdient weinig sympathie.
Toch is het opmerkelijk hoe selectief onze verontwaardiging over plundering is. Want terwijl de beelden uit Parijs de wereld overgaan, worden elders voortdurend bedrijven leeggetrokken. Alleen gebeurt dat door keurig geklede zakenlieden, met behulp van accountants, advocaten en investeringsbanken. We noemen het private equity, en in plaats van arrestaties levert het doorgaans vooral indrukwekkende rendementen op voor even indrukwekkend weinig mensen.
Neem de Amerikaanse investeringsmaatschappij KKR. Die kocht in 2004 samen met AlpInvest het Nederlandse Vendex KBB, eigenaar van onder meer V&D, HEMA en de Bijenkorf. De overnamesom bedroeg ongeveer 1,4 miljard euro voor de aandelen, of 2,4 miljard inclusief schulden.
Amper een jaar later verkochten de investeerders 73 winkelpanden voor ongeveer 1,4 miljard euro. Vrijwel evenveel als de volledige aankoopprijs van de aandelen van het concern. De winkelketens moesten hun eigen panden daarna terughuren, vaak voor tientallen jaren. Na financiële verrekeningen leverde de vastgoedverkoop het concern 618 miljoen euro aan contanten op.
En daarmee was de geldmachine nog lang niet uitgewerkt. In maart 2006 keerden de eigenaren zichzelf een superdividend van maar liefst 460 miljoen euro uit. Dat geld kwam uit extra leningen die het bedrijf zelf moest aangaan. De kredietwaardigheid van de onderneming werd vervolgens verlaagd. Dit alles staat keurig beschreven in een onderzoek van de Erasmus Universiteit in opdracht van het ministerie van Financiën.
De investeerders hadden dus een concern gekocht, het vastgoed verkocht voor een bedrag vergelijkbaar met de aankoopprijs van alle aandelen, en zichzelf vervolgens honderden miljoenen laten uitbetalen met geleend geld. De winkelketens bleven achter met huurverplichtingen en extra schulden. Daarna werd het concern in stukken verkocht.
Dat maakte de investering voor deze zogenaamde ‘durfinvesteerders’ een stuk minder risicovol. Een belangrijk deel van de waarde was immers al verzilverd en honderden miljoenen waren rechtstreeks naar de eigenaren gevloeid. Het financiële risico verschoof steeds verder naar de onderneming zelf. Als het misging, moesten de werknemers, leveranciers en schuldeisers de gevolgen dragen, en de belastingbetaler natuurlijk. De investeerders hadden ondertussen al een aanzienlijk bedrag veiliggesteld.
De officiële uitleg was dat zo kapitaal werd vrijgemaakt en de bedrijven zich beter op hun kernactiviteiten konden concentreren. Kennelijk was het bezit van de panden waarin je je winkels exploiteert een hinderlijke afleiding. Dat je jezelf vervolgens honderden miljoenen laat uitkeren door het bedrijf extra schulden te laten maken, hoort blijkbaar ook bij die concentratie op de kernactiviteiten.
Er is een bijzonder soort ondernemerschap voor nodig om bedrijven met geleend geld te kopen, ze vervolgens de rente van de lening waar ze mee zijn gekocht te laten betalen en ondertussen jezelf honderden miljoenen uit te keren. Zelfs als je investering uiteindelijk verloren gaat, kun je jarenlang aan het bedrijf hebben verdiend. De durf zit vooral bij de maatschappij en degenen die hun baan, inkomen of pensioen op het spel zien staan. De investeerders hebben hun risico ondertussen zoveel mogelijk bij anderen neergelegd.
KKR heeft bepaald geen patent op deze praktijken. Het is schering en inslag. Ook ziekenhuizen blijken uitstekend geschikt voor deze vorm van financiële exploitatie. Investeringsmaatschappij Cerberus verdiende volgens Amerikaanse senatoren ongeveer 800 miljoen dollar aan Steward Health Care. Onderdeel van de constructie was de verkoop en terughuur van ziekenhuisvastgoed, waardoor de zorginstellingen met enorme financiële verplichtingen achterbleven. In 2024 ging Steward failliet. De investeerders hadden hun geld toen allang binnen.
Het mechanisme is telkens vergelijkbaar. Koop een onderneming, financier de overname met schulden, verkoop waardevolle bezittingen, haal geld uit het bedrijf en probeer vervolgens de resterende onderneming met winst door te verkopen. Als het misgaat, betalen werknemers, leveranciers, schuldeisers, de patiënten en de maatschappij de prijs. De investeerders zijn dan vaak alweer vertrokken.
Natuurlijk zijn er verschillen tussen een winkel plunderen en een bedrijf financieel uitkleden. Het eerste is strafbaar, het tweede vindt plaats binnen de kaders van het ondernemingsrecht. Juist dat verschil verdient aandacht. We hebben een economisch systeem ingericht waarin het uithollen van ondernemingen een legale en soms buitengewoon lucratieve investeringsstrategie kan zijn.
De maatschappelijke schade van dit soort financiële plundering kan zich uitstrekken over duizenden werknemers, hun gezinnen en complete gemeenschappen. Alleen levert het zelden spectaculaire televisiebeelden op.
Voor een ingeslagen winkelruit komt de politie. Voor het financieel leegplunderen van een complete winkelketen komt vaak applaus.
Plunderen met een stropdas, dat mag dus wél.