Gebruik je zintuigen

Smaakgarantie Goed nieuws van het supermarktfront. Albert Heijn stopt met het label “beste kwaliteit tot en met”, omdat het voedselverspilling in de hand werkt. Mensen zien het als een THT-datum (tenminste houdbaar tot) en gooien het na die datum dus weg. Terwijl het bedoeld is als een smaakgarantie, wat ik trouwens ook nogal arbitrair vind. Het wordt vooral op groente en fruit gebruikt, maar zeker fruit ligt bijna altijd onrijp in de schappen. Vanwege de houdbaarheid, maar ook omdat iedereen er met zijn fikken aan zit en in knijpt dat het een lieve lust is. Wat erop duidt dat mensen wel degelijk hun zintuigen gebruiken bij het beoordelen van kwaliteit, tenminste bij aankoop. Waarom doen ze dat dan thuis niet?

Door: Foto: varkensneus-1867180_1280_pixabay

Just a Vega day at the office

ACHTERGROND - Na een lange vergadering lopen we het bedrijfsrestaurant binnen. Lunchtijd!! En als we met klanten lunchen verzorgt onze cateraar een luxe lunch. Al pratend storten we ons op het buffet. Broodjes kroket, zalmwraps, filet americain… Snel graai ik twee broodjes kaas weg.

Ik werk voor een leuke organisatie en doe betekenisvol werk. Net als bij veel organisaties staat kostenbesparing voorop, maar wordt er ook aan maatschappelijk verantwoord ondernemen gedaan. Met die tweede heb ik altijd meer gehad dan met puur geld verdienen. Een bedrijf dat zijn verantwoordelijkheid pakt en zijn invloed gebruikt om iets goeds te doen voor de wereld. Afval scheiden, een milieuvriendelijk gebouw en projecten in derdewereldlanden. Goed voor de reputatie van mijn werkgever en goed voor de wereld. Een bedrijf met bovengemiddeld slimme en bewuste mensen. Dacht ik.

‘Lekker geluncht’ zegt de klant. Als we na de lunch opstappen werp ik nog een blik op de stapels overgebleven broodjes en ik schaam me. Kroketten, filet americain, rosbief, er ligt meer vlees dan ik op kreeg in een week, toen ik nog vlees at.

Je hoeft geen hoogleraar te zijn om te snappen dat de manier waarop wij vlees produceren en consumeren een enorme druk legt op het milieu, en bijdraagt aan de wereldwijde armoede. Voor een kilo rundvlees is 25 kilo groenvoer nodig en een derde van ons zoet water wordt gebruikt voor de vlees en zuivelindustrie (Stichting Een Dier een Vriend http://www.edev.nl/pages/vlees–en-zuivelindustrie-en-klimaatverandering.php). Alle problemen die we hebben, met voedsel en water en de vervuiling van het milieu door CO2 en bestrijdingsmiddelen, hebben mij doen besluiten om vegetariër te worden. Bewust en hip, steeds meer mensen kiezen er voor om één of meerdere dagen per week geen vlees te eten.

Is er genoeg vlees voor iedereen?

Hoogleraar Vaclav Smil gaat kort in op de vraag of er wel genoeg vlees is voor de gehele wereldbevolking. In zijn boek Should we eat meat? belichte hij al eerder de consumptie van vlees van verschillende kanten: o.a. vlees als onderdeel van onze voeding, de rol van vlees eten in de menselijke evolutie en de toekomst van vleesconsumptie passeren de revue.

(via)

Foto: Opgelet, onderstaande tekst kan sporen van ironie bevatten

KRAS | Schnitzelgate en identiteit

Dezer dagen vraag ik mij wel eens af wat er zou gebeuren als iemand op het idee kwam ‘vegetarische kipstuxkes’ te verkopen waar wél kip in zat. Want hé, als je ‘kip’ mag zetten op iets met 0% vogel, dan toch ook ‘vegetarisch’ op iets met 95% plantaardige ingrediënten. Het huis zou vermoedelijk weer te klein zijn, maar dan op een andere manier.

Iemand kan me vast wel uitleggen dat de vergelijking niet opgaat, maar Schnitzelgate is niettemin tekenend voor de asymmetrische identiteitscrisis in het eiwitschap. Margarine is al lang het stadium voorbij dat het zich wil afficheren als ‘vegaboter’. Denk tahoe. Denk falaffel. Denk tempé. De kipstuxkes zijn niet zozeer een symptoom van misleidende labeling als wel van een adolescent minderwaardigheidscomplex.

Duopolie | Onwetendheid

COLUMN - Drie weken geleden kreeg ik een rondleiding op een varkensboerderij. De vriendelijke boer vertelde trots over de sublieme efficiëntie waarmee hij het gehele varkensleven organiseert.  De vijftig zeugen zijn constant zwanger, een computer reguleert de temperatuur in de stallen en het voer (genaamd “brok”) is precies aangepast om de varkens in elke levensfase zo snel mogelijk te laten groeien. En dat doen ze dan ook: in amper zes maanden bereiken ze een gewicht van 110 kilo, waarna ze naar de slachterij gaan.

De groep stedelingen om mij heen in hun geleende laarzen en stofjassen waren weliswaar onder de indruk van de efficiëntie, maar keken toch lichtelijk versteld in het rond. Ze hebben medelijden met die zogende zeugen, die zich tussen de metalen hekken niet kunnen omdraaien. En met de 800 vleesvarkens, die op 0.8 vierkante meter per varken en zonder daglicht door elkaar krioelen. De speelbal die in elk hok ligt (dat moet van de overheid) is niet afdoende tegen de overduidelijke stress van de dieren.

De boer reageert met goed beheerste verontwaardiging op kritische vragen. Een varken brengt bij de slachterij 155 euro op. Na aftrek van kosten is de winst voor de boer 10 euro per varken. Je hoeft geen bedrijfskundige te zijn om te begrijpen dat zulke marges niet uitnodigen tot ecologische experimenten. Toch ziet de boer zijn dieren ook liever buiten, vertrouwt hij de groep toe. Maar ja, de consument wil goedkoop vlees, daar kan hij ook niets aan doen.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

‘Onvoldoende toezicht op Nederlandse vleessector’

Zo bericht Follow the Money:

Let wel, we hebben het hier dus over pakweg 2000 voetvalvelden van een meter hoog aan ‘dierlijke bijproducten’ (in casu slachtafval, zoals afgekeurde dieren en karkassen) op jaarbasis. (Nederland heeft in totaal zo’n 7000 voetbalvelden) Op de handelsstromen rond deze immense stapel aan bijproducten – volgens de Raad vooral in cosmetica en diervoeder gebruikt – is fysiek noch administratief weinig zicht. Een deel hiervan kan dus evengoed bewust of onbewust in onze humane consumptie terecht komen. De raad somt zelfs een paar voorbeelden op waarin sprake is geweest van humane consumptie van mogelijk gevaarlijk slachtafval.

Politiek Kwartier | Poep op je vlees

COLUMN - Volgens Klokwerk staat de verontwaardiging over het poepvlees in geen verhouding tot de echte gevaren van ons voedsel.

Alweer een vleesschandaal: er zit poep op ons vlees. Supermarkten en de politiek reageerden verbijsterd.

Een vriend van mij moet om dat soort hygiënekwesties altijd nogal lachen. Hij werkt als arts en microbioloog in Ho Chi Minh stad en doet onderzoek naar infectieziekten. De drang naar steriel vlees ziet hij als één grote illusie.

Daarbij is er het verschil tussen daar en hier. Als het in Vietnam de gewoonte zou zijn de keukens te sluiten waar de hygiëne niet volgens de westerse standaard is, bleef er voor hem buiten de deur maar weinig te eten over. En dat zou nogal zonde zijn. In de meest onooglijke hutjes kan je daar prachtige maaltijden krijgen. Met een beetje mazzel of opgebouwde weerstand word je er niet ziek van, en alles is vers. Vetarm, suikerarm, geen toevoegingen.

Nu pleit ik absoluut niet voor het overnemen van Vietnamese hygiëne-eisen. Ook zijn natuurlijke producten zeker niet altijd beter. Moeder Natuur heeft immers in haar producten met een sardonisch genoegen een grote hoeveelheid gif, virussen, schadelijke bacteriën en parasieten verwerkt. Daar willen we liever niet het slachtoffer van worden en daarom hebben we terecht allerlei eisen aan de hygiëne van onze voedselproductie. Prima dus.

Doe eens normaal, joh

COLUMN - Wie bepaalt eigenlijk wat normaal is, en kan wat normaal is nog veranderen?

Onlangs was ik op een filosofisch festival en daar kocht ik een pakje met kaarten, genaamd ‘Praatprikkels’. Het pakje bevat vijftig filosofische vragen voor kinderen. Toen ik de kaarten de volgende dag bekeek met een meisje van een jaar of tien, kwam ik tot de conclusie dat de kaarten ook voor ‘grote mensen’ nog best stof tot nadenken geven.

Vandaag wil ik in deze blog dan ook een van de vragen aan u voorleggen. Het is een vraag die mij bezighoudt: wie bepaalt wat normaal is?

Een week geleden woonde ik een debatje bij over duurzaamheidsvraagstukken. Op een gegeven moment gooide iemand de stelling in de groep: vlees eten moet verboden worden. Het voelt als een absurd idee, dat supermarkten ineens geen vlees meer in de schappen zouden hebben.

Maar terwijl ik daar zo over aan het nadenken was, kwam er een herinnering in me op aan een ander debat, een half jaar geleden. Ook in dat debat kwam een stelling over vlees voor en er waren daar waarachtig mensen die vonden dat er een positief recht was om vlees te eten. Het moest niet alleen niet verboden worden, maar de prijzen moesten bovendien zodanig zijn en blijven dat ook arme mensen iedere dag vlees konden eten. Als dat niet kon, was het namelijk niet eerlijk.

Onderzoeksraad: veiligheid van het vlees in Nederland niet gewaarborgd

Oepsie:

Vleesbedrijven in binnen- en buitenland werken niet altijd schoon, bij slachthuizen hebben de onderzoekers „talrijke hygiënische tekortkomingen geconstateerd”. Fraude met vlees, zoals het mengen van paardenvlees met rundvlees, is een „onderschat risico”, met „potentieel schadelijke gevolgen voor de volksgezondheid”.

En waar hebben we dit aan te danken? De zegeningen van de vrije markt!

Het toezicht op de vleesproductie wordt de afgelopen jaren steeds vaker overgelaten aan de bedrijven zelf. De overheid trekt zich bij het toezicht vaker terug, vertrouwend op ‘systeemcontroles’. Maar de vleessector is nog lang niet in staat om zelf alle controles uit te voeren. Het terugtreden van het publieke toezicht is daarom „voorbarig” geweest, aldus de Onderzoeksraad.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Compassion in World Farming (cc)

Megastallen voor megaconsumenten

OPINIE - Voor megastallen valt best iets te zeggen, maar wie het oprukken ervan wil tegenhouden, moet niet in verboden denken. Megastallen zijn slechts een symptoom van ons uit de hand gelopen consumptiepatroon.

Toen ik nog vlees at, kreeg ik dat op het laatst nauwelijks door mijn keel – bij elke hap keek het dier in kwestie mij bij wijze van spreken met onschuldige ogen recht in de ziel. Dergelijke gevoelens kan ik anderen niet opleggen, gelukkig, waardoor niet iedereen eenvoudig te bewegen is tot een vleesloos dieet. Toch is het belangrijk dat mensen zich bewust worden van de gevolgen van de wereldwijd snel toenemende vraag naar dierlijke producten.

Deze toenemende vraag is de voornaamste drijfveer voor onze zoektocht naar efficiëntere wijzen van productie. Megastallen zijn een uitwas van die op zich heilzame zoektocht. Toch is er vanuit het perspectief van dierenwelzijn niet veel in te brengen tegen deze gedrochten als bij bouw en inrichting ervan wordt geredeneerd vanuit de noden van de dieren. Vanuit breder milieuoogpunt zijn megastallen een verbetering ten opzichte van zowel de reguliere vee-industrie als de biologische dierhouderij. Goed, de stallen zijn geen lust voor het oog, maar ook dat is geen doorslaggevend argument; windmolenparken zijn dat evenmin, terwijl menig groendenker vindt dat we daar aan moeten geloven als we werk willen maken van schone energie.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Volgende