Jojanneke Vanderveen

20 Artikelen
13 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Jojanneke (1990) is zangeres en componiste bij de band Ranyáda, is masterstudent politieke filosofie aan de UvA, komt van Drentse bodem, woont sinds enkele maanden in 020 en beschouwt zichzelf als nogal groen en nogal links.
Foto: Moyan Brenn (cc)

Ethische kwestie #3: waarom anderen respecteren?

Het lijkt zo logisch: natúúrlijk respecteer je anderen, ken je hen waardigheid toe. Natúúrlijk neem je het leven of de belangen van anderen in ieder geval tot op zekere hoogte mee in je morele overwegingen. Maar waarom? Wat is er de reden van dat we anderen bepaalde rechten toekennen? En wie zijn dat, ‘anderen’? Tijdens mijn filosofische veldwerk sprak ik met Alex, die zei: ‘Je moet er naar streven om andere mensen, andere dieren, andere wezens niet bewust te laten lijden.’ Dit werpt de vraag op: wat is de basis van moreel respect? Is er daarbij een verschil tussen mensen en andere dieren?

Als we Alex’ theorie verder uitwerken, dan wordt pijn het criterium op basis waarvan een wezen morele overweging verdient. Kan iets pijn hebben? Dan moet je dat in ogenschouw nemen en ernaar streven de totale pijn die voortvloeit uit je handeling zo klein mogelijk te maken. Kan iets geen pijn hebben? Dan hoef je er in morele zin geen rekening mee te houden. Op basis van deze theorie kan je inderdaad zeggen, zoals Alex doet: ‘Dieren zijn onze zwakzinnige broertjes. Er is geen fundamenteel onderscheid tussen mensen en andere dieren.’

Deze trant van redeneren vinden we rechtstreeks terug bij Peter Singer, die een utilistische morele theorie neerzet. Het morele gehalte van een handeling is af te meten aan de hoeveelheid pijn (of genot) die eruit voortvloeit. Ook Singer wijst een strikt onderscheid tussen mensen en dieren resoluut van de hand. Zijn theorie speelt daarom een belangrijke rol in het ethische debat over dierenrechten.

Foto: Emilie Ogez (cc)

Ethische kwestie #2: heeft de idealist gelijk?

Het is al weer even geleden, een blog op Sargasso. Met een verhuizing en een gecrashte computer laste ik min of meer noodgedwongen toch nog een zomerstop in. Die computer is nog niet aan de praat, maar ik vond het weer tijd voor een blog. Het laatste gesprek dat ik in het kader van mijn filosofische veldwerk gevoerd heb, is tot aan de reparatie van mijn computer ontoegankelijk. Vandaag zal ik daarom putten uit een gesprek dat ontstond tijdens een familiedag afgelopen zaterdag.

De zin van die avond die in mijn gedachten is blijven steken: ‘Het vervelende aan discussiëren met idealisten is dat ze altijd gelijk hebben,’ zei een oom. Toen zei een neef, beamend: ‘Ik ben het er altijd wel mee ééns wat idealisten zeggen, maar wat hebben we daaraan? Wat schieten we daarmee op? Uiteindelijk houd ik gewoon van een biefstuk. En uiteindelijk draait het bij bedrijven toch gewoon om geld.’

Er ontstond een discussie die ik op Sargasso wel eens eerder heb aangestipt: als we bepaalde dingen belangrijk vinden, wie is er dan verantwoordelijk voor dat die dingen ook hun weerslag vinden in de realiteit? Oom en neef waren het erover eens dat de overheid kaders moet stellen. Dat konden we van bedrijven niet verwachten; die handelen pragmatisch.

Foto: Christian (cc)

Ethische kwestie #1: zwart/wit of grijze zone?

INTERVIEW - Wanneer en onder welke omstandigheden mag je afwijken van je principes?

Principes. Waarschijnlijk heeft iedereen er wel een paar, zeker als je er even een moment op reflecteert. De eerste drie deelnemers aan mijn filosofische veldwerk in ieder geval wel.

In alle drie de gesprekken kwam op een gegeven moment een variant op de Kantiaanse categorische imperatief voorbij, beter bekend als: ‘Wat u niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.’ Ook al speelde dit principe voor alle drie mijn gesprekspartners een rol, op de vraag hoe absoluut deze rol moet zijn, kwam geen eenduidig antwoord. De kwestie: onder welke omstandigheden mag je je principes inruilen voor pragmatiek?

John poneerde een uit zijn eigen leven gegrepen dilemma: ‘Ik heb een half jaar in een oorlog in Libanon gezeten. Daar gebeuren verschrikkelijke dingen. Je komt daar zelf ook aan de grenzen van je moraliteit. Als je dorst hebt en er rijdt en tankwagen met water langs die niet voor jou is bedoeld, dan ben je toch geneigd om ‘m tegen te houden. […] De tankwagen had echt, nou, ik denk wel 20.000 liter bij zich en wij hadden een ton van, zeg, 100 liter. We hebben die man aangehouden en we hebben gevraagd wat een druppeltje water kostte. Hij zei: “Niks.” Toen hebben we gezegd: “Druppel deze dan maar vol.” En ja, doe dat met verbaal en fysiek geweld en met dreiging van wapens en die man moet dat dan gewoon doen. Dat is niet netjes, maar het is wel een oorlog; het is hij of ik. Je komt dan vanzelf aan de grenzen van wat acceptabel is. Ik dacht: “Ja, één zo’n tonnetje uit zo’n hele grote ketel… Het is stelen, maar ja, ik moet ook vijftien man in leven houden en wij hebben ook water nodig.” […] Ik vond het moeilijk. Ik heb er heel erg over ingezeten.’

Foto: Helico (cc)

Filosofisch veldwerk

OPROEP - Een half jaar geleden begon ik met bloggen op Sargasso. Nu, 16 blogs later, is het tijd voor iets nieuws. Ik ga filosofisch veldwerk verrichten.

Alle blogs die ik geschreven heb, verhielden zich op de een of andere manier tot alledaagse moraliteit. Sommige stukjes riepen lange discussies op, die ik soms wel, maar soms ook niet kon bijhouden. Hoewel ik niet op alle discussies ben ingegaan, heb ik er wel veel van gelezen. En na een half jaar moet ik constateren dat de reacties van de Sargasso-lezers me niet onberoerd laten. Het zijn vooral de reacties van de mensen die het het felst met me oneens zijn, die me aan het denken zetten.

Met enige regelmaat word ik ‘moralistisch’ genoemd, of word ik van ‘verheven-vingertjes-gedrag’ beticht. Er zijn mensen die jeuk krijgen van mijn stukjes, en die meer voorstander zijn van pragmatisme. Er zijn mensen die denken dat je ethiek niet kunt funderen en dat het daardoor een heilloos project is. Er zijn mensen die niet geloven in individuele verantwoordelijkheid, maar die denken dat de overheid of ‘het collectief’ de taak van moraliteit en ethiek op zich moet nemen. Er zijn mensen die menen dat nadenken over ethiek er alleen maar toe leidt dat je je de hele tijd schuldig voelt over alles wat je doet en niet doet.

Feminisme

OPINIE - Feminisme is niet achterhaald, maar meer nodig dan ooit.

Gedurende de afgelopen anderhalf jaar ben ik geleidelijk feminist geworden. Daarvoor was ik expliciet géén feminist; gelijke kansen bestonden al en we hoefden nou toch zeker niet de ongelijkheid om te draaien en vrouwen superieur te achten, meende ik. Inmiddels zie ik in dat ongelijkheid nog bestaat en dat feminisme niet draait om een vermeende superioriteit van vrouwen. Ik denk niet dat ik met deze blog fundamentele inzichten zal toevoegen aan de feministische literatuur. Ik wil gewoon wat voorbeelden met u delen.

Een paar dagen geleden las ik deze blog op Vrij-Zinnig. De auteur haalt een onderzoek aan naar de afmetingen van vrouwelijke karakters in tekenfilms. Uit deze analyse blijkt dat 58 procent van de vrouwelijke tekenfilmfiguren letterlijk onmogelijk dunne tailles hebben. Bovendien zijn vrouwelijke figuren veel uniformer dan mannelijke figuren; die laatste komen in alle vormen en maten. Met die bevindingen nog voor in mijn hoofd, ging ik vrijdag naar de bioscoop. Daar kwam ik de set filmposters tegen die hierboven te zien is.

De linkerposter bevat een collectie ‘roar-some’ karakters die naar alle waarschijnlijkheid mannelijk bedoeld zijn. De rechterposter bevat nog zo’n collectie. Voor hen moet je ‘slightly afraid’ zijn. En de middelste poster… Dat zijn ‘the girls’. De girls zien er allemaal hetzelfde uit en blinken uit door erg lange, erg dunne benen en erg lange, erg dunne nekken. Ze zijn niet ‘roar-some’ en niet angstaanjagend. Ze zijn gewoon… meisjes. Een doorn in mijn feministische oog, uiteraard.

Nederland, ambitieland?

COLUMN - Wat hebben afval en moraliteit met elkaar te maken?

Sigarettenpeuken op de grond. Voor veel mensen de gewoonste zaak van de wereld. Ik verbaas me er altijd weer over. In de meeste gevallen is er op zeer bescheiden afstand een prullenbak te vinden en bovendien: sinds wanneer is je afval opruimen niet de gewoonste zaak van de wereld?

Ethici wordt vaak verweten dat ze redeneren vanuit een ivoren toren, dat hun getheoretiseer maar weinig te maken heeft met hoe het er in de ‘echte wereld’ aan toe gaat. Ik denk dat de mensen die die verwijten maken wel een beetje gelijk hebben. Laten we dan dus maar eens een voorbeeld rechtstreeks van de straat nemen. Je afval opruimen is altijd het eerste wat in me opkomt als ik op zoek ben naar een voorbeeld van een ‘morele wet’ waar iedereen het over eens kan zijn en waar geen diep getheoretiseer aan te pas hoeft te komen.

Misschien denkt u: ‘morele wet? Je afval opruimen is toch gewoon een kwestie van fatsoen?’ Dat is het ook, en fatsoen heeft alles met moraliteit te maken. Het gaat over hoe je met elkaar wilt omgaan, welke consequenties van je gedrag je acceptabel vindt, waar je anderen mee wilt opzadelen.

Foto: Eric Heupel (cc)

De Waarheid

COLUMN - Ik had het niet bevroed, maar toch lijkt het waar te zijn: veel mensen geloven niet in waarheid. Ik ben er nog niet achter welke vorm van waarheid het betreft – een soort statische ‘de waarheid’, ware dingen überhaupt, of waarheid over ideologische vragen. Het lijkt steeds een beetje te verschuiven en niet iedereen denkt hetzelfde. Toch zit er aldoor iets in wat mij verwondert; met het ontkennen van ‘waarheid’ komt steevast een verwerping van rationaliteit als een zinvolle manier om over de wereld na te denken.

Het leek me zo eenvoudig: je hebt de wereld. Dat is de werkelijkheid. Daar kun je een ‘belief’ over hebben, iets waarvan je denkt dat het klopt. Als je belief klopt, dan is het waar. Als het niet klopt, dan is het niet waar. Met andere woorden: als Klaasje boos is en ik kom tot de overtuiging dat Klaasje boos is, dan geloof ik iets waars. Als ik vervolgens zeg “Klaasje is boos”, dan zeg ik ook iets waars. Als de aarde rond de zon draait en ik kom tot de overtuiging dat de aarde rond de zon draait, dan geloof ik iets waars. Als ik dat vervolgens uitspreek, dan zeg ik bovendien iets waars.

Foto: Paul G (cc)

Praktisch pacifisme

OPINIE - Geconfronteerd met oorlogsverhalen overvalt me altijd een gevoel van machteloosheid. Zo ook afgelopen 4 mei, toen ik de herdenkingsbijeenkomst bij voormalig kamp Westerbork bijwoonde. Machteloosheid, want hoe los je een oorlog op? Maar meer nog: machteloosheid, omdat mensen elkaar op microniveau doorlopend geweld aandoen, meetrekken in een stille oorlog. Dat we in Nederland niet hoeven te vrezen voor een bom op ons dak, is meer een kwestie van mazzel dan van de deugdzaamheid van ons volk.

Op 4 mei sprak mevrouw Lous Steenhuis-Hoepelman bij de dodenherdenking in Westerbork. Ze vertelde haar verhaal, dat van concentratiekamp naar concentratiekamp leidde, en haar uiteindelijk weer terug bracht bij haar moeder, die de hele oorlog verzetswerk had gedaan. Ze sloot haar verhaal af met wat ze als haar levensopdracht is gaan zien:

Om steeds weer te vertellen wat de gevolgen zijn van vervolging, vernedering en discriminatie. Want nooit mag de herinnering vervagen aan de gruweldaden waar mensen toe in staat waren en waar wij, mensen van nu, evenzeer toe in staat zijn.

Is geweld inherent aan de menselijke natuur, of wordt het van generatie op generatie doorgegeven via een vicieuze cirkel? Kerstin Uvnäs-Moberg schrijft in haar boek The Hormone of Closeness:

Van dichte deuren en hypocrisie

COLUMN - Ben je hypocriet als je thuis vegetarisch eet, maar bij vrienden geen nee zegt tegen een kippenpootje?

Onlangs sprak iemand mij aan met:  ‘Hé, ik ken jou, jij blogt op Sargasso.’ Een geinig moment natuurlijk, maar daar bleef het niet bij. Hij kwam namelijk niet alleen om dat te zeggen, hij wilde met me in gesprek. Hij vroeg me hoe ik het vond als er heftige discussies ontstonden naar aanleiding van mijn blog. Was dat niet vervelend? Waarheidsgetrouw antwoordde ik dat ik het eigenlijk vooral interessant vind. Interessant om te zien wat het bij mensen losmaakt, of er nog argumenten voorbij komen die ik over het hoofd had gezien, hoe mensen het op zichzelf betrekken.

Maar mijn gesprekspartner had een kritische vervolgvraag achter de hand: gooide ik geen deuren dicht, als ik de dingen zo confronterend of provocerend opschreef? Joeg ik mensen dan niet vooral tegen me in het harnas? ‘Ik weet het niet,’ zei ik. ‘Ik denk dat het als een zeef werkt; sommige mensen haken af, sommige mensen raken juist geprikkeld.’ Een tekst wordt pas provocerend als iemand ervoor kiest hem zo te lezen. Gescheld zal je bij mij zeker niet vinden. Veel hangt daardoor af van de persoonlijke interpretatie.

Doe eens normaal, joh

COLUMN - Wie bepaalt eigenlijk wat normaal is, en kan wat normaal is nog veranderen?

Onlangs was ik op een filosofisch festival en daar kocht ik een pakje met kaarten, genaamd ‘Praatprikkels’. Het pakje bevat vijftig filosofische vragen voor kinderen. Toen ik de kaarten de volgende dag bekeek met een meisje van een jaar of tien, kwam ik tot de conclusie dat de kaarten ook voor ‘grote mensen’ nog best stof tot nadenken geven.

Vandaag wil ik in deze blog dan ook een van de vragen aan u voorleggen. Het is een vraag die mij bezighoudt: wie bepaalt wat normaal is?

Een week geleden woonde ik een debatje bij over duurzaamheidsvraagstukken. Op een gegeven moment gooide iemand de stelling in de groep: vlees eten moet verboden worden. Het voelt als een absurd idee, dat supermarkten ineens geen vlees meer in de schappen zouden hebben.

Maar terwijl ik daar zo over aan het nadenken was, kwam er een herinnering in me op aan een ander debat, een half jaar geleden. Ook in dat debat kwam een stelling over vlees voor en er waren daar waarachtig mensen die vonden dat er een positief recht was om vlees te eten. Het moest niet alleen niet verboden worden, maar de prijzen moesten bovendien zodanig zijn en blijven dat ook arme mensen iedere dag vlees konden eten. Als dat niet kon, was het namelijk niet eerlijk.

Moralisme vs. pragmatisme

COLUMN - Ben je moralistisch als je handelt naar je ideeën over goed en slecht? En is moralisme dan afkeurenswaardig?

Voor een filosoof is er weinig zo interessant als filosoferen met andere mensen. Ieder gesprek kan de gedachten slijpen, of ze juist afbreken door een gat tussen denken en realiteit bloot te leggen. Soms gebeurt er echter ook iets tussen die twee in. Dat overkomt mij de laatste tijd geregeld. Het werpt bij mij de vraag op: wat is het werkveld van ethiek? Waarop is ethiek van toepassing?

Als ik uitleg waar ik mij filosofisch gezien mee bezig houd op het moment, krijg ik regelmatig terug: ‘oh, ja, maar dat is dus een filosofische werkelijkheid, zo werkt het niet in de realiteit.’ Grappig genoeg is het alsof mensen dat niet eens een probleem vinden, dat iemand fulltime bezig is een gedachtewereld te creëren die met de realiteit niets van doen heeft.

Voor mij is dat echter wel een probleem, of – het zou voor mij een probleem zijn als die mensen gelijk hadden. Maar dat is nu de vraag: heeft een ethische theorie wel of niet iets te maken met de echte wereld? Ik heb de afgelopen jaren altijd gedacht van wel. Sterker nog, zo voelde dat niet alleen op papier, maar ook in de supermarkt. Daar heeft u de afgelopen tijd getuige van kunnen zijn hier op Sargasso.

Eigen verantwoordelijkheid

COLUMN - Walter Sinnot-Armstrong schrijft dat er niet zoiets bestaat als een verantwoordelijkheid van het individu om klimaatverandering tegen te gaan. Een conclusie die Jojanneke Vanderveen niet kan beamen.

Deze blogserie begon als verslaglegging van een project met vrienden. Gezamenlijk maakten we afspraken over hoe we wilden leven, wat we wel en niet wilden kopen, eten, doen. De reden dat ik met hen aan dat project begon, stond natuurlijk niet op zichzelf; het was voor mij een logische stap in de ontwikkeling van mijn overtuigingen, in mijn denkproces, mijn gefilosofeer.

Inmiddels zijn alle gemaakte afspraken wel zo’n beetje voorbij gekomen hier op Sargasso. Om te voorkomen dat ik in herhaling val, rek ik dan ook deze keer mijn onderwerp wat op: ik wil graag even met u filosoferen.

Afgelopen semester volgde ik binnen mijn master filosofie het vak Milieu-ethiek. Dat is precies wat de naam zegt; een vak waarbinnen je nadenkt over de ethische kant van milieuvraagstukken. Op een zeker moment lazen we een artikel dat me in het bijzonder boeide, omdat het zo dwars tegen mijn intuïtie inging. Het was geschreven door Walter Sinnott-Armstrong en droeg de veelzeggende titel “Its’ Not My Fault (pdf).”

Het punt van het artikel: er bestaat niet zoiets als een verantwoordelijkheid van het individu om klimaatverandering tegen te gaan. Waarom niet? Omdat het individu klimaatverandering niet veroorzaakt heeft, en ook niet op kan lossen. De bijdrage van een persoon is zo klein – Sinnott-Armstrong beweert zelfs dat de bijdrage nul is – dat het geen zin heeft als ik mijn auto verkoop. (In het geval dat ik een auto had, natuurlijk.) Zijn oplossing: de overheid moet het regelen.

Volgende