De fictie van de strijd om het Torentje

van dhr. Daniel Boomsma Ook deze Tweede Kamerverkiezingen was het weer raak: politici die zich als ‘kandidaat-premier’ presenteren in de ‘strijd om het Torentje’. Onbevangen de peilingen negerend meldden zelfs lijsttrekkers van kleine partijen zich bij het loket van de minister-president. Het begon met Joop den Uyl die met zijn PvdA in 1977 campagne voerde met de slogan ‘Kies de minister-president’. In 1986 deed Ruud Lubbers iets vergelijkbaars met zijn inzet ‘Laat Lubbers zijn karwei afmaken’. In 2010 zou de ‘titanenstrijd’ tussen Job Cohen en Mark Rutte plaatsvinden. Twee jaar later werden eerst Rutte en SP-leider Emile Roemer, en daarna Rutte en PvdA-voorman Diederik Samsom opgelijnd voor het ‘hoogste ambt’. In 2017 ging het ‘premiersdebat’ van RTL Nieuws tussen Rutte en Wilders alleen niet door, omdat de redactie ook Jesse Klaver voor dat debat wilde uitnodigen. Maar de realiteit is dat de Nederlandse kiezer de minister-president niet kiest. Het premierschap is volkomen ‘vrijblijvende ambitie’, zoals politicoloog Tom van der Meer al eens zei, en komt neer op kortzichtig ‘Amerika’tje spelen’. De kiezer kan zetels verdelen over partijen, maar heeft feitelijk niets te zeggen over wie de uitvoerende macht gaan vormen. Daarom is de ingesleten praktijk van partijleiders die doen alsof dat wél zo is schadelijk. De kiezer krijgt het idee dat er inderdaad gekozen wordt voor een kandidaat met een programma voor Nederland dat na de verkiezingen wordt uitgevoerd. Dat is een fictie. De werkelijkheid is dat de pretentie van een duidelijke politieke keuze voor stemmers, direct na de verkiezingsuitslag wordt losgelaten. De werkelijkheid is dat dan de onzichtbare rituele dans begint en een compromis in elkaar wordt geknutseld dat niemand had voorzien. Als klap op de vuurpijl eindigen ‘premierskandidaten’ die zich als ‘alternatieven’ hebben gepresenteerd vaak samen in een kabinet. Dat zal ook na aanstaande woensdag vast en zeker weer gebeuren. Het was D66-oprichter Hans van Mierlo die erop wees dat deze “karikatuur van een gewone parlementsverkiezing” door politici met ongekende gretigheid wordt omarmd, omdat men heus wel ziet dat de rondtollende kiezers behoefte hebben aan duidelijkheid en échte invloed op de macht. Een meerderheid was in 2017 voor het rechtstreeks kiezen van de premier. Maar zolang dat geen realiteit was, bestreed Van Mierlo’s D66 de schone schijn van een strijd die “alle instincten probeert te mobiliseren op een imaginaire race naar het Catshuis.” Die vorm van schijninvloed vond zijn partij (toen nog) staatsrechtelijke gemarchandeer. Bovendien gaat het ten koste van de vele kandidaat-parlementsleden, die in zelfs in hun eigen regio’s in relatieve anonimiteit de verkiezingscampagne doormaken. Hans Goslinga waarschuwde er vier jaar geleden ook al voor. Maar, zou je je kunnen afvragen, (Raoul du Pre, Volkskrant sept. 2020) de grootste partij levert toch gewoon de premier? Ja dat is zo, maar de kern van de zaak is dat de “imaginaire race naar het Catshuis” pretendeert dat de kiezer kiest tussen alternatieven. Een race suggereert op z’n minst een strijd tussen alternatieve coalities. Maar de keuze wie met wie gaat regeren is voorbehouden aan de partijleiders – die de facto weer naar voren zijn geschoven door de top van politieke partijen. Zij mogen de verkiezingsuitslag gaan interpreteren. Dat zou anders zijn als potentiële meerderheden het tegen elkaar opnemen. Zogenaamde alternatieven zoeken nu wel de confrontatie op, maar delen daarna gezamenlijk in de regeringsmacht. Dat maakt de voorafgaande strijd van deze ‘premierskandidaten’ tot een tergend ongemakkelijk toneelstukje. Een gezond systeem pretendeert niet iets anders te zijn dan het is. Waar een kloof tussen werkelijkheid en pretentie ontstaat, wordt teleurstelling en cynisme gevoed. Het zou dus het één of het ander moeten zijn: óf politici laten de pretentie van de “imaginaire race” naar het premierschap los, óf er komt een systeem of een praktijk waarbinnen de premier daadwerkelijk gekozen wordt. Die eerste optie vraagt om niet veel meer dan het hoog houden van staatsrechtelijke zuiverheid. Op 17 maart kiest Nederland de leden van het parlement. That’s all. De tweede optie is óf een praktijk van stembusakkoorden óf een nieuw systeem. Stembusakkoorden bieden duidelijkheid vooraf over wie er werkelijk tegenover elkaar staan. Zo’n praktijk vraagt om moedige partijen die voorbij hun partijbelang durven kijken. Toch ligt een verandering op dit gebied niet voor de hand. Ons systeem lokt zulke stembusakkoorden helemaal niet uit. Het was Jan Glastra van Loon, rechtsfilosoof en ‘man van de gekozen minister-president’, die al in 1968 in Acta Politica stelde dat het in een gefragmenteerd landschap zonder duidelijke meerderheden simpelweg loont om ‘zolang mogelijk, ook na de verkiezing, de handen vrij [te] houden voor het onderhandelen met andere partijen over de samenstelling van regering en regeringsprogramma.’ Ons stelsel, vervolgde hij, vormt het grootste risico voor partijen die het duidelijkst zijn, omdat zij met hun kleurbekentenis de eenheid in hun partij op het spel zet. Na de verkiezingen is dat veel minder sterk aan de orde, want dan kúnnen partijen niet anders. Toch maar de gekozen premier dan? Invoering daarvan zou inderdaad het bestaande parlementaire stelsel omver werpen, zoals ook Van der Meer stelt. Het zou dan ook vragen om hervorming van de evenredige vertegenwoordiging en een sterker parlement (met bijvoorbeeld 250 leden) om de balans tussen een premier met een direct mandaat en de controle op die machtspositie te herijken. In ieder geval is de huidige praktijk er één van ‘doen alsof’. Zo’n parlementaire democratie is slecht voor de legitimiteit van de macht en de geloofwaardigheid van coalitiepolitiek. En het laat de kiezer straks weer teleurgesteld achter als de strijd om het Torentje toch weer iets heel anders blijkt te zijn dan aanvankelijk is gesuggereerd: niets meer dan een strijd om een plekje aan de formatietafel, waar volgens oude verzuilde spelregels een kabinet wordt uitgedacht waar geen partij of kiezer zich vooraf over heeft uitgesproken. Daniël Boomsma is auteur van De keuze van D66 (2016) en De canon van het sociaal-liberalisme (tweede druk 2020). Dit artikel verscheen eerder bij het Montesquieu Instituut.

Foto: Minister-president Rutte (cc)

Dan maar een gekozen minister-president?

OPINIE - Een gekozen minister-president is een slecht idee en de strijd om het premierschap uitvechten via de Tweede Kamerverkiezingen is eveneens ongepast, betoogt Tom van der Meer in een eerder bij Stuk Rood Vlees verschenen artikel.

Het lijsttrekkerschap is niet meer voldoende. Veel kandidaat-lijsttrekkers spreken direct ook de ambitie uit om premier te worden van Nederland. Nu komt die trend niet uit de lucht vallen. Politici, media en spindoctors voeden al jarenlang het frame dat de grootste partij automatisch ook de premier mag leveren. Tot begin jaren tachtig was dat niet vanzelfsprekend. Het was zelfs niet evident dat de grootste coalitiefractie het premierschap zou krijgen. Inmiddels is dat anders.

In een versplinterd partijlandschap zet je jezelf op achterstand als je niet zo’n premiersambitie uitspreekt. Media slikken deze ambitie als zoete koek, en dragen gretig bij aan het frame dat de lijsttrekker ook premierskandidaat is.

Denk aan de beruchte ‘premiersdebatten’ die RTL4 al jarenlang organiseert met de lijsttrekkers van de grootste partijen, inclusief nabeschouwingen. Of denk aan de nu al jarenlange speculaties welke CDA-kroonprins het tegen Rutte zou kunnen opnemen om het premierschap. Bij De Jonge (CDA) en Kaag (D66) zien we hoe de uitgesproken ambitie van het premierschap aandacht genereert voor hun kandidaatstelling (!) voor het lijsttrekkerschap van in de peilingen niet al te grote partij. De aandacht verschuift door deze anticipatie al snel van inhoudelijke ideeën naar vermeende leiderschapskwaliteiten.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: ydant (cc)

Verdwenen partijdemocratie

COLUMN - van Prof. Dr. Joop van den Berg.

De veel te vroeg overleden politicoloog Peter Mair is in 2013 breed bekend geworden als auteur van Ruling the Void, 1) een boek waarin hij betoogt dat de klassieke politieke partijen zozeer aan ideologische betekenis hebben verloren dat zij in een regering onderling verwisselbaar zijn geworden. Regeringsbeleid is een kwestie geworden van kleurloze technocratie onder het motto: ‘There is No Alternative’. Dat maakte zulke partijen, vooral van links, onherkenbaar voor hun kiezers. Die kregen bovendien het vermoeden dat belangrijke kwesties onder het tapijt werden geveegd. Deze combinatie van depolitisering en verwaarlozing werd de voedingsbodem van het Europese populisme als succesvolle politieke beweging.

Merkwaardig eraan was onder meer dat zij niet voor een nieuw pluralisme pleitte – grotere politiek georganiseerde diversiteit – maar zich juist daartegen keerde door het weg te zetten als een samenzwering van een corrupte elite tegen de onschuldige, verweesde bevolking.

Populisme houdt vervolgens het streven in naar een nieuwe meerderheid die de bevolking weer echt zou representeren. Die ook een einde zou kunnen maken aan de macht van allerlei instellingen zoals de rechter, die zonder te zijn verkozen de voorkeuren van ‘de meerderheid’ kunnen blokkeren. Behalve door deze weerzin tegen de democratische rechtsstaat kenmerkt zich het populisme ook door chauvinistische afkeer van ‘globalisering’ en Europese integratie.

De kwaal en de middelen

COLUMN - van Prof.Dr. Bert van den Braak

Zelfverrijking, pensioenkortingen, een latere AOW-leeftijd, geringe kansen op de arbeidsmarkt, hogere zorgkosten, financiële gevolgen van de energietransitie, niet-nagekomen beloften, vermeende Europese bemoeienis, regeldruk, komst van migranten, moeizame integratie, vrees voor terrorisme, mislukte overheidsprojecten, het bestaan van voedselbanken. Het zijn allemaal – afzonderlijk of in combinatie – redenen, met name voor lager opgeleiden, om ontevreden te zijn over ‘de politiek’. Daarbij geldt zeker een gevoel van zich ‘niet gehoord’ voelen. ‘Ze doen maar en ze luisteren toch niet naar ons’.

De analyse in het eindrapport van de Staatscommissie parlementair stelsel dat er sprake is van een kloof tussen hoger en lager opgeleiden is op zichzelf juist. Dat is echter primair een politieke kloof en heeft hoogstens indirect met ‘het stelsel’ te maken. Betwijfeld moet dan ook worden of wijzigingen in het stelsel die kloof kleiner zullen maken.

De stem van ontevredenen is wel degelijk in het parlement vertegenwoordigd. Partijen als SP, PVV, 50PLUS en Forum vertolken dat geluid. Dat doen ze op een eigen toon en met eigen voorstellen voor een ander beleid. De SP kwam bij de afgelopen verkiezingen met een voorstel voor een ander zorgstelsel. 50PLUS heeft duidelijke voorstellen om de positie van gepensioneerden en van oudere werknemers te verbeteren. De PVV en Forum bepleiten een Nexit en directe democratie. Dat de ‘ontevreden’ zich toch onvoldoende vertegenwoordigd achten, komt omdat deze oppositiepartijen nauwelijks kans maken om tot regeren te komen. De SP had in 2006 een electoraal hoogtepunt (25 zetels), maar wist dat succes niet te bestendigen en kon zich niet herstellen, zelfs niet bij het smadelijke verlies van de PvdA in 2017. De gedoogconstructie van de PVV (2010-2012) liep spoedig spaak. Deze oppositiepartijen, en het geldt ook voor het kleinere 50PLUS, zijn vrij machteloos. De stem van onvrede wordt wel vertolkt, maar vindt geen weerklank.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Eric Heupel (cc)

Toch weer constitutionele toetsing

COLUMN - door Prof.Dr. Joop van den Berg.

© Sargasso logo democracy-shaun-apple-3Nederland is een zeldzaamheid geworden als het gaat om de bevoegdheid van de rechter wetten aan de Grondwet te toetsen. In verreweg de meeste landen om ons heen is er een vorm van constitutionele toetsing door ofwel een apart daartoe ingesteld hof of door de gewone rechter.

Dat is niet altijd zo geweest. In de meeste landen van Europa waar een democratie tot stand is gebracht, werd de rechter (als niet-gekozene) ongeschikt verklaard om wetten aan de grondwet te toetsen. Zoiets moest voorbehouden blijven aan de wetgevende vergadering, bij ons Tweede en Eerste Kamer. Juist de parlementaire democratie, die zo zeer het zwaartepunt van de politieke macht legt bij de (gekozen) wetgevende vergadering, stond op gespannen voet met een eigen rol van de rechter bij de interpretatie van de grondwet. Het waren daarentegen presidentiële stelsels waar het bestaan van een constitutioneel hof, naar Amerikaans voorbeeld, gebruikelijk werd. Noch het Britse koninkrijk, noch de Franse derde en vierde Republiek, noch landen als België en de Scandinavische landen waren met een constitutionele rechter vertrouwd.

Vooral in de periode na 1945 is de constitutionele rechtspraak gebruikelijk geworden, zowel in presidentiële democratieën als in parlementaire stelsels. Waarschijnlijk heeft daarbij het belangrijke Duitse Bundesverfassungsgericht een rol gespeeld als voorbeeld. In de meeste Midden- en Oost-Europese staten zijn de nieuwe democratieën van na 1990 voorzien van constitutionele rechtspraak (met intussen alle problemen van dien!). Zelfs Groot-Brittannië kent nu een vorm van rechterlijke toetsing aan de constitutie, ook al is daar geen geschreven grondwet. Nederland is dus min of meer alleen komen te staan, meer nog dan bij het referendum.

Foto: Ritzo ten Cate (cc)

Activistisch of actief?

COLUMN - door Dr. Bert van den Braak.

Het beeld van beide Kamers is de afgelopen vijfentwintig jaar onmiskenbaar veranderd. Sommigen spreken van een activistischer Eerste Kamer, die meer aan ‘politiek’ doet dan in het verleden en dan zij ‘eigenlijk’ zou moeten doen. Daar is overigens wel wat op af te dingen. Tegelijkertijd zijn Tweede Kamerleden zich in hun parlementaire werk anders gaan ‘gedragen’. Ik durf wel te stellen dat juist die Kamerleden ‘activistischer’ zijn geworden. In het licht van de advisering door de Staatscommissie verdienen beide Kamers aandacht.

Allereerst de Eerste Kamer. In welk opzicht is die Kamer zich anders gaan gedragen en hoe moet dat worden beoordeeld in het licht van haar ‘taak’? Er wordt altijd gesproken van de erkenning van het politieke primaat van de Tweede Kamer. De Eerste Kamer zou, gelet op de indirecte verkiezing, een zekere terughoudendheid in acht moeten nemen. De terughoudendheid van de Eerste Kamer is er allereerst in een beperkter gebruik van controlerechten en in het veel minder houden van beleidsdebatten. Uiteraard leidt het ontbreken van het amendementsrecht ook tot een minder gedetailleerde behandeling van wetsvoorstellen.

De belangrijkste taak van de Eerste Kamer is het oordelen over door de Tweede Kamer aanvaarde wetsvoorstellen. Hoe zij dat doet is staatsrechtelijk niet begrensd. Net als de Raad van State kent de Eerste Kamer een (weliswaar informeel) toetsingskader met wetstechnische eisen, zoals noodzakelijkheid, uitvoerbaarheid en rechtmatigheid. Maar de Eerste Kamer spreekt zich primair politiek uit over voorstellen en dat politieke oordeel is zelfs leidend. Dat is altijd zo geweest, alleen merkten we dat in het verleden minder. Dat soms de gehele oppositie tegenstemde was voor het resultaat tot omstreeks 2012 niet zo relevant.

Bestel je boeken bij Bazarow

Bazarow is een verkopende boekensite, waar je ook recensies, nieuws, een agenda en een digitaal magazine kan vinden. Nog niet alles is af, maar veel boeken zijn al te vinden en er komt de komende maanden steeds meer bij.

Het doel van Bazarow is om een site te vormen die evenveel gemak biedt als de online giganten maar die wél teruggeeft aan de boekensector. Tegen roofkapitalisme, en voor teruggeefkapitalisme, bijvoorbeeld door te zorgen dat een flink deel van de opbrengst terug naar de sector gaat en door boekhandels te steunen.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Foto: Eric Heupel (cc)

Einde aan de fictie

COLUMN - door Dr. Bert van den Braak.

© Sargasso logo democracy-shaun-apple-3Er is niemand die ontkent dat de huidige procedure voor grondwetsherziening onbevredigend is. De gang van zaken na de verkiezingen van 2017 versterkte die onvrede nog. GroenLinks liet openlijk weten afhandeling van het voorstel over de constitutionele toetsing te hebben getraineerd in de hoop dat er nu wel een meerderheid voor zou zijn. En (eerdere) initiatiefnemers weigerden voorstellen voor de tweede lezing van een grondwetsherziening in te dienen, waardoor zelfs onduidelijk was of die tweede lezing er wel kon komen. Het ging om twee zaken die evident strijdig waren met de bedoeling van de grondwetgever.

Fundamenteler is dat de uit 1848 daterende regeling al zeker een eeuw niet tot het beoogde doel leidt, namelijk kiezers de kans geven zich uit te spreken over voorliggende voorstellen tot grondwetsherziening.

Toen de regeling in 1848 werd bedacht, kenden we nog geen partijen. Tweede Kamerleden werden op basis van absolute meerderheid per district gekozen. Kiezers konden stemmen op een voor- of tegenstander van de herziening en de uitkomst zou dan – zo kon toen nog worden verwacht – duidelijk zijn. De zware procedure met versterkte meerderheid in de Eerste Kamer, moest overigens vooral verhinderen dat de liberale hervormingen van 1848 door conservatieven en Koning zouden worden teruggedraaid.

Politici, aan de kant? Staatscommissies en het lange-termijn-perspectief

ANALYSE - door Karin van Leeuwen.

In december 2016 verscheen ‘Kind en ouders in de 21ste eeuw’ van de staatscommissie-Herijking Ouderschap: een dik rapport vol goed onderbouwde aanbevelingen over onder andere meeroudergezinnen en draagmoederschap. Hierop voortbouwend beloofden acht politieke partijen, waaronder VVD, D66 en CDA, in maart 2017 in het Regenboog Stembusakkoord snel een meerouderschapswet in te voeren. Toch liet minister Dekker onlangs weten pas minimaal over een jaar met voorstellen te komen. Volgens het regeerakkoord tussen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie is er namelijk eerst nog nader onderzoek nodig.

Nu is het begrijpelijk dat de door de staatscommissie onderzochte vraagstukken vooral bij de kleinste coalitiepartners gevoelig liggen. Tegelijkertijd roept het door Dekker aangekondigde onderzoek vragen op over de betekenis van staatscommissies anno nu. Het lot van de staatscommissie-Herijking Ouderschap staat immers niet op zichzelf. Ook met de aanbevelingen van een recente staatscommissie-Grondwet is niet veel gedaan, terwijl de huidige staatscommissie-Parlementair Stelsel evenmin zeker is van het gehoor dat haar adviezen eind dit jaar zullen vinden. Hoe kan het eigenlijk dat rapporten van deze eminente commissies zonder al te veel omkijken aan de kant worden geschoven? En waartoe dienen staatscommissies dan eigenlijk nog?

De vijf functies van de staatscommissie

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Open Knowledge (cc)

Betrek burgers bij politiek met technologie

OPINIE - Nederlandse burgers willen graag meer betrokken worden bij nationale politieke besluitvorming. Digitale technologie kan hierbij helpen, zo laten buitenlandse voorbeelden zien.

Auteurs: Ira van Keulen en Arthur Edwards

Dinsdag 19 januari debatteerde de Eerste Kamer over de invoering van een Staatscommissie Bezinning parlementair stelsel. Deze commissie gaat onderzoeken hoe het Nederlandse parlementaire stelsel, dat dit jaar haar 200ste verjaardag viert, toekomstbestendig te maken. Belangrijke vraag daarbij is hoe burgers beter kunnen worden betrokken bij politieke besluitvorming. De kansen die digitale instrumenten bieden, mogen daarbij niet ontbreken.

Het Comité GeenPeil haalde onlangs meer dan 427.939 handtekeningen op voor een nationaal referendum over een verdrag tussen de EU en Oekraïne. Bestuurlijk Nederland was verrast. Zo’n hoeveelheid –  twee pallets met 140 dozen A4’tjes –  was niet voorzien. Dit onderstreept de conclusies van allerlei rapporten, kranten en peilingen: veel burgers zijn ontevreden over de manier waarop politieke besluiten worden genomen. Ze nemen geen genoegen meer met de vierjaarlijkse gang naar de stembus. De meerderheid van de Nederlanders wil meer directe invloed op politiek en beleid.

Denk- en daadkracht

In de lokale politiek krijgen burgers dat ook steeds vaker. Al dan niet gedwongen door bezuinigingen, maken Nederlandse gemeenten inmiddels volop gebruik van de denk- en de daadkracht van burgers. Gemeenten intensiveren burgerparticipatie met hulp van open dataportalen of netwerkbesluitvorming. Ze organiseren G1000-bijeenkomsten, laten het beheer of de controle van dorps- en wijkbudgetten aan burgers over, en faciliteren allerlei burgerinitiatieven.

Schuif parlementaire vernieuwing niet op de lange baan

OPINIE - Het Comité Geen Peil  haalde onlangs meer dan 427.939 handtekeningen op voor een nationaal referendum over een verdrag tussen de EU en Oekraïne. Heel Nederland was verrast. Zo’n hoeveelheid –  twee pallets met 140 dozen A4’tjes –  had niemand zien aankomen.

Pikant detail: het comité haalde anderhalf keer meer handtekeningen op dan het totale aantal Nederlanders dat lid is van een politieke partij. Dit onderstreept de conclusies van allerlei rapporten, kranten en peilingen: veel burgers zijn ontevreden over de manier waarop  politieke besluiten worden genomen. Ze nemen geen genoegen meer met de vierjaarlijkse gang naar de stembus. Ze willen meer directe invloed op politiek en beleid.

Gisteren zou de Eerste Kamer debatteren over de invoering van een Staatscommissie Bezinning parlementair stelsel. Maar VVD senator en belangrijkste pleitbezorger voor die commissie, Loek Hermans, moest aftreden. Dezelfde avond besloot de voorzitter van de Eerste Kamer om het debat van de agenda te halen. Maar een staatscommissie die onderzoekt hoe het Nederlandse parlementaire stelsel toekomstbestendig te maken, blijft actueel en urgent. De echte vraag daarbij is hoe burgers beter kunnen worden betrokken bij politieke besluitvorming. Laat van uitstel geen afstel komen, is onze boodschap.

Al dan niet gedwongen door bezuinigingen, maken Nederlandse gemeenten inmiddels volop gebruik van de ideeën, de denk- en de daadkracht van burgers. Gemeenten intensiveren burgerparticipatie met hulp van open dataportalen of netwerkbesluitvorming. Ze organiseren G1000-bijeenkomsten, laten het beheer of de controle van dorps- en wijkbudgetten aan burgers over, en faciliteren allerlei burgerinitiatieven.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.