De conservatieve homofobie II

Een paar dagen geleden schreef ik een stuk waarin ik ageerde tegen Rutger Schimmels impliciete stelling dat het homohuwelijk het traditionele huwelijk devalueert. Hierop reageerde hij met een tegenstuk dat gebaseerd is op de premisse dat ik hem verkeerd begrepen heb. En hij heeft een punt, want hij schrijft inderdaad dat het homohuwelijk een gevolg is van de devaluatie van het huwelijk, geen oorzaak.
En ja, daar had mijn artikel misschien wel wat nuance kunnen gebruiken. Echter, Schimmel kan niet ontkennen dat homoseksuelen die geijverd hebben voor het homohuwelijk in zijn optiek weldegelijk hebben bijgedragen aan de devaluatie die hij in zijn eerste artikel noemt. Het proces tot acceptatie van het homohuwelijk moet dan ook wel bijgedragen hebben aan dezelfde waardevermindering. Er werd immers gepoogd een draagvlak te creeëren voor dat huwelijk. Daarnaast kan het niet anders dat het mogelijk zijn van het homohuwelijk mensen laat wennen aan een situatie waarin het huwelijk – in de optiek van Schimmel – gedevalueerd is, wat wel tot verdere aftakeling van het concept leidt. Gevolg of geen gevolg, het draagt net zo goed bij aan de veranderde perceptie van het huwelijk als de vele echtscheidingen, die de kern vormen van zijn eerste betoog. Oorzaak en gevolg vallen hier niet los te zien van elkaar. Daarbij gaat hij overigens niet in op mijn constatering dat het aantal echtscheidingen de laatste vijf jaar is gestabiliseerd, dus dat de devaluatie van het huwelijk al een half decennium niet verder lijkt door te zetten.
Ik vind het dan ook nogal vreemd dat hij het eens is (‘couldn’t agree more‘) met mijn kwalificatie dat het niet aan te tonen is dat mensen door het homohuwelijk het traditionele huwelijk minder waarderen. Het brengt hemzelf immers in een logische spagaat.




De onderstaande gastbijdrage is van schrijver / columnist 
