Burgerbrieven aan OCW

Kijk, dat vind ik nou leuke statistieken. OCW ontving in 2012 per dag gemiddeld 2600 brieven van burgers. In 2011 waren dat er nog 2100 per dag. Ik zie een hele grote postkamer voor me, maar de brieven kunnen ook in de vorm van e-mails binnenkomen. Onder de term ‘burgerbrief’ wordt volgens de definitie van de Nationale ombudsman verstaan: Elk schriftelijk stuk dat een overheidsinstantie van een burger ontvangt. Het medium (brief, fax of e-mail) maakt daarbij niet uit. Ook het begrip burger is breed. Hieronder worden niet alleen individuele burgers verstaan, maar ook groepen burgers en organisaties. In het rapport worden de soorten brieven verder toegelicht. Het aantal aanvragen is het sterkst gestegen, maar dat heeft te maken met een adminstratieve verandering bij DUO.

Foto: copyright ok. Gecheckt 01-03-2022

Politiek mengt zich in eindexamenteksten

OPINIE - Rechtstreekse bemoeienis van politici met het eindexamen hoort niet thuis in een democratie.

Kamerleden laten graag van zich horen als ze ergens boosheid vermoeden. Met Kamervragen is het doorgaans eenvoudig scoren. Zeker als je kunt meeliften op de aandacht die de media toch al geven aan een gebeurtenis die veel emoties oproept bij het grote publiek. Soms vraag je je af of onze volksvertegenwoordigers niets beters te doen hebben dan bewindslieden te confronteren met het ‘gesundes Volksempfinden’.

Deze weken wordt de aandacht van veel jonge Nederlanders en hun ouders gedomineerd door het eindexamen. Opwinding daarover is altijd goed voor het nieuws. CDA-kamerlid Geurts dacht een graantje mee te kunnen pikken met Kamervragen over de havo-examentekst Nederlands. Dat was een tekst van hoogleraar Roos Vonk over vegetarisme. Volgens Geurts zat er een eenzijdig pleidooi in tegen vlees eten. En dat vindt Geurts niet goed, want hij meent dat leerlingen die lang met deze tekst bezig zijn hierdoor beïnvloed kunnen worden. Hij heeft aan staatssecretaris Dekker gevraagd of hij deze tekst acceptabel vindt. En hij vraagt of er geen melding gemaakt had moeten worden van de berisping van Vonk wegens onzorgvuldigheid.

Ik hoop dat Dekker antwoordt dat hij niet over eindexamenteksten gaat, dat de politiek dit moet overlaten aan de professionals in het onderwijs en dat hij het kritisch vermogen van HAVO-scholieren hoger inschat dan Geurts.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Serge de Beer (cc)

Follow the money bij OCW

ACHTERGROND - Zo kleurig als de uitgave Kerncijfers, zo sober is het Jaarverslag van OCW over 2012, dat op dezelfde dag verscheen. Zelfs de grafiek is in zwart/ wit.

Maar uiterlijk is schijn. Het huishoudboekje van OCW is interessant leesvoer, met veel details over de uitgaven van het ministerie en verantwoording over het gevoerde beleid. Wie wil weten wat OCW doet: “follow the money.”

Bron: OCW Rijksjaarverslag 2012.

Via Onderwijs in Grafieken.

Foto: nasa hq photo (cc)

Meer bèta-meisjes gezocht

ACHTERGROND - Nederland loopt achter wat betreft het aantal vrouwen dat afgestudeerd is in een béta-vak. Talloze initiatieven van de overheid en de sector moeten dat verhelpen, maar uiteindelijk spelen ook stereotypen en verwachtingspatronen een rol.

Nederland heeft een groot tekort aan mensen in de bètasector. Vorige week werd het techniekpact tussen overheid, werkgevers, werknemers en het onderwijs getekend om te zorgen dat meer mensen de techniek in gaan. Vooral vrouwen kiezen deze richting weinig en daar kunnen we wat aan doen.

Meisjes scoren over het algemeen even hoog als jongens op exacte vakken als natuurkunde en wiskunde, maar toch kiezen minder meisjes voor een bètastudie of bètaprofiel. Nederland heeft in vergelijking met andere Europese landen het laagste aantal vrouwelijke afgestudeerden in een bètarichting. Hoe kunnen we meisjes enthousiast maken voor technische beroepen? En waarom kiezen zo weinig meisjes op de middelbare school voor een technische richting?

Spelen met techniek

Minister Bussemaker kwam vorige week in het nieuws met haar hoofdlijnenbrief over het emancipatiebeleid, waarin ze ook in gaat op het verschil tussen jongens en meisjes in het onderwijs. Dat meisjes minder vaak kiezen voor technische opleidingen en jongens minder vaak voor opleidingen in de zorg, lijkt onder andere een gevolg te zijn van genderstereotypen. Om bètaprofielen populairder te maken kwam ze eerder al met een voorstel waarin kinderen al op de basisschool meer met techniek in aanraking komen. Techniek moet worden verweven in andere vakken, zodat de kinderen vaardigheden leren die voor wetenschap en techniek belangrijk zijn. Maar hoe geef je les in techniek als je zelf niet zo’n bètaknobbel hebt? Ook pabo-studenten moeten meer weten van techniek. Daarom wordt vanaf 2014 het vak ‘natuur en techniek’ ingevoerd, om ervoor te zorgen dat pabo-studenten genoeg kennis hebben om de bètakant van leerlingen te stimuleren en ze hier enthousiast voor te maken.

Foto: Pepijn Schmitz (cc)

Risicogestuurd toezicht in het onderwijs

ACHTERGROND - Kan de Inspectie van het Onderwijs aan de hand van informatie die zij heeft over scholen risicogestuurd toezicht in het onderwijs mogelijk maken?

Het Onderwijsverslag verscheen vorige week al en ik was van plan er een mooie grafiek uit te selecteren. Maar zoals wel vaker dwaalt mijn aandacht af, als er een interessante voetnoot bijstaat. In de webversie van het Onderwijsverslag staat een verwijzing naar een proefschrift uit 2012, van A. Timmermans.

Dat proefschrift gaat over de “toegevoegde waarde” indicator. Omdat scores aan het einde van een onderwijsloopbaan weinig zeggen over de kwaliteit van een school, is een “toegevoegde waarde” indicator in theorie veel geschikter om de kwaliteit van scholen te bepalen. De Inspectie heeft in diverse documenten aangegeven bezig te zijn met studies naar de bruikbaarheid van deze indicator. Het proefschrift “Value added in educational accountability: Possible, fair and useful?” van Timmermans geeft een goed overzicht van de theorieën, de beschikbare modellen en de obstakels bij het invoeren van een dergelijke indicator. Het is bovendien goed leesbaar en gericht op een actueel vraagstuk van maatschappelijk belang.

Het interessantste hoofdstuk vind ik aan het einde. Het gaat over het risicogestuurde toezicht dat de Inspectie hanteert.
Een simpele uitleg daarvan zag ik donderdagavond op televisie. Medici kunnen sinds vandaag op basis van een bepaalde formule uitrekenen hoeveel procent kans een hart- en vaatpatiënt heeft om in de komende tien jaar opnieuw gezondheidsklachten te ontwikkelen. Een aantal variabelen wordt daarbij gemeten: bijvoorbeeld de aard van voorgaande klachten en bloedwaarden. Het voorspellende model staat op een half A4-tje en schijnt revolutionair te zijn.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Gerard Bierens (cc)

In etnisch gemengde klassen wordt vaker gepest

ACHTERGROND - Pesten op school is van alle tijden. Uit onderzoek blijkt dat in een klas met meerdere etniciteiten weliswaar meer gepest wordt, maar dat etnische motieven daarbij geen rol spelen. Toch zou het zinvol zijn voor leerkrachten om oog te ontwikkelen voor de sociale relaties in de klas.

Onderzoekers als Lex Herweijer hebben aangetoond dat de etnische samenstelling van de klas nauwelijks gevolgen heeft voor de leerprestaties. Veel minder bekend is of de etnische samenstelling van de klas interetnische relaties beïnvloedt.

De idee is dat gemengde scholen bijdragen aan wederzijds begrip en aan de reductie van stereotypen waardoor vooroordelen en discriminatie – ook later in het leven – minder kans hebben. En het klopt dat de beeldvorming verbetert als er positieve relaties ontstaan in gemengde klassen. (zie Tobias Stark). Helaas blijven vriendschapsnetwerken op gemengde scholen voor een belangrijk deel gevormd langs etnische scheidslijnen (zie Anke Munniksma). Bovendien is interetnisch contact in de klas niet per se positief. Ook de mogelijkheden voor conflicten tussen etnische groepen nemen in gemengde klassen toe. Een duidelijk voorbeeld van negatief contact is pesten. Als er in gemengde klassen relatief vaak gepest wordt tussen etnische groepen, vormt dit een bedreiging voor de ontwikkeling van positieve interetnische relaties.

Rol van etniciteit bij pesten

Foto: Sharon Drummond (cc)

Nederland best hoog op ranglijst ‘on-the-job training’

ACHTERGROND - In Nederland zijn voldoende mogelijkheden om bij te scholen, maar er wordt weinig in geïnvesteerd.

Met de invulling van levenlang leren gaat Nederland scoren op de ‘global competitiveness index’, stelde Rinnooy Kan deze week in de krant naar aanleiding van het sociaal akkoord. Nederland staat nu al vijfde, maar bij de indicator om- en bijscholing stond ‘jaar na jaar een rood licht’. ‘Hier schoolt maar 17% van de werknemers bij of om. Dat zou 35% moeten zijn. Nederland als kenniseconomie wens ik toe dat hier nu serieus werk van wordt gemaakt.’

Ik zocht even op hoe Nederland precies scoort op deze indicator. In de database van de global competitiveness index staat één indicator voor “on-the-job training”, die is samengesteld uit twee deelvragen.

Nederland scoort tweede als het gaat om het aanbod van trainingsmogelijkheden, maar een stukje lager als het gaat om investeringen door bedrijven in opleidingen (tussen 8 en 11 in de laatste jaren).

Ik weet niet of Rinnooy Kan precies verwijst naar deze cijfers, want er wordt niet gesproken over percentages, maar over een score op een waarderingsschaal van 1 tot 7.

Feit is dat het in Nederland relatief lastig is om op latere leeftijd bij te scholen; dat geldt eigenlijk voor alle niveaus. Op mbo-niveau staan de O&O-fondsen alleen open voor werknemers. Die hebben het door de hoge arbeidsproductiviteit in Nederland veel te druk om bij te scholen. En als je dan een tijdje een verplichte sabbatical hebt, omdat je tussen twee banen in zit, is het aanbod of te duur, of te inflexibel om deel te kunnen nemen.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Gerard Stolk (cc)

Woon-werkmobiliteit in mbo-schoolverlaters

ANALYSE - Afgestudeerden in het mbo nemen ten opzichte van afgestudeerden van het hbo en wo eerder een baan dicht bij huis. Gemiddeld is de uitgaande pendel onder gediplomeerde schoolverlaters van het mbo 20%. Eén op de vijf schoolverlaters werkt dus in een andere regio dan waar hij woont.  Een arbeidsmarktregio met veel uitgaande pendel wijst erop dat deze regio voor een belangrijk deel voor een of meer andere regio’s opleidt.

Er zijn grote regionale verschillen. In Zuid-Limburg (6%) en Groot-Amsterdam (9%) wordt het minst gependeld. De grootste pendel is te vinden in Zaanstreek/ Waterland, Midden-Holland en Rivierenland (meer dan 40%). Geringe pendel is deels te verklaren door de beschikbaarheid van banen in de eigen regio, deels door de begrenzing door buurlanden België of Duitsland. 
Bron: ROA (2013). Doelmatigheid mbo in de regio. D. Bertrand-Cloodt, F. Cörvers, S. Dijksman, J. van Thor
Maar de onderzoekers van het ROA gebruiken het cijfer ook om te kijken naar de doelmatigheid van het mbo in de regio. Als een groot deel van de afgestudeerden uit een arbeidsmarkt pendelt, kan dit erop wijzen dat de transitie tussen onderwijs en arbeidsmarkt in die arbeidsmarktregio te wensen overlaat. Afgestudeerden zullen in de regel immers een baan dicht bij huis verkiezen boven een baan in een andere regio. Dit is zeker het geval voor mbo’ers die relatief vaak voor een baan dicht bij huis kiezen.
Foto: copyright ok. Gecheckt 10-02-2022

Politiek Kwartier | Marokkanenstatistiek

COLUMN - Waarin Klokwerk zich na het Marokkanendebat nog één keer helemaal uitleeft in de Marokkanenstatistiek.

Uiteraard werd er niets nieuws gezegd. Maar om toch nog even gezellig na te pruttelen op het zinloos gebleken Marokkanendebat, vandaag in Politiek Kwartier een overzicht van wat Marokkanencijfers. Als service voor uw volgende verhitte Marokkanen-twitterdiscussie.

Eerst de criminaliteit. Meer dan de helft van de Marokkaanse jongens kwam ooit in aanraking met de politie. Dit wist u. In vrijwel alle commentaren op het Marokkanendebat werd dit vermeld. Maar om het toch in verhouding te plaatsen: dit is twee tot drie keer zo vaak als autochtone jongens, waarvan een kwart ooit wordt verdacht.

Nu is lang niet iedereen die ooit verdacht wordt zijn leven lang crimineel, maar andere cijfers leveren een vrij consequent beeld. In verschillende onderzoeken zien we dat Marokkanen jaarlijks twee tot vier keer zo vaak worden veroordeeld als autochtonen (1 of 2 tegen bijna 4%).

Bij de sociaal-economische achtergrond zien we dezelfde verhoudingen. Het percentage werkloze Marokkanen is ongeveer drie keer zo hoog als het percentage werkloze autochtonen. Het percentage Marokkanen dat met een laag inkomen moet rondkomen is zelfs bijna vier keer zo hoog.

Kijken we naar het gemiddelde Marokkanen-opleidingsniveau, dan krijgen weer iets soortgelijks te zien. Rekenend met de gegeven cijfers zien we dat Marokkanen bijna vier keer zo vaak als autochtonen niet verder dan het basisonderwijs komen. En autochtonen gaan weer drie keer zo vaak naar het hoger onderwijs als Marokkanen.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: cybrarian77 (cc)

Iedere leerkracht een master?

ACHTERGROND - Moeten alle leerkrachten een masterdiploma hebben? En zoja, wat moet de overheid doen om dat te bereiken?

Ooit hadden we een kweekschool, is mij verteld. Dat heeft niets met bloemen te maken, maar wellicht hadden we de naam moeten houden, dan waren wij nu Finland. Op de kweekschool kwam je alleen als je wat kon, en als je ervan kwam dan verstond je het vak van onderwijzer. Ik geloof dat echt; als je de historie van de opleidingen tot onderwijzer leest, dan valt op hoe selectief men was bij aanname van leerkrachten in de opleiding.

De minister wil de toelatingseisen voor de PABO verder verhogen en dat lijkt me goed. Bij toeval kwam ik deze grafiek tegen over het opleidingsniveau van leerkrachten in de VS. De VS zijn interessant, met vijftig verschillende staten en culturen. Daar vind je grote verschillen, die een natuurlijk experiment mogelijk maken. Het rapport gaat over de regionale verschillen en laat het effect zien van een hoger opgeleide bevolking op de economie.

Onderwijsgrafiek - Masters plus in de US
In 8 van de 50 staten moet je een masters hebben om leerkracht in het basisonderwijs te mogen zijn. In 2010 had bijna de helft van de basisschoolleerkrachten een master’s degree, en 94 procent een bachelor. In aanvulling op een bachelor, moet men beschikken over een licentie. Omdat het een overheidsgereguleerd beroep is, is de variatie over het land niet zo groot. Echter, kijk je op lager niveau naar de stedelijke gebieden, dan zijn de verschillen wel groot.

Vorige Volgende