Niet elke blaffende hond is een waakhond

Het is de tijd van ‘de hondsdagen’, kondigen Jan Gruiters, algemeen directeur van IKV Pax Christi en Leon Willems, directeur van Free Press Unlimited aan.  Op menig raam, voordeur of tuinhek hangt een bordje met een afbeelding van een vervaarlijk uitziende Dobermann, vergezeld van de waarschuwende boodschap ‘Hier waak ik’. Hoewel het bordje anders doet vermoeden, weet iedereen dat er acht van de tien keer een keffertje woont dat misschien best vervaarlijk kan aanslaan, maar dat als het er op aankomt banger is voor bezoekers dan zij voor hen. Soms huist er wel degelijk een angstaanjagend exemplaar, dat zich blaffend en grommend vertoont aan iedereen die zijn alleen maar territorium passeert. Weliswaar een plaag voor menig wandelaar, maar eigenlijk weet iedereen wel dat van dergelijke dolle viervoeters niets te vrezen valt. Waakhonden die écht serieus te nemen zijn, hun baas daadwerkelijk van dienst zijn door zich alleen -al dan niet letterlijk- vast te bijten in mensen die kwaad in de zin hebben, zijn doorgaans op één hand te tellen. Vele maatschappelijke organisaties hebben als missie om in ontwikkelingslanden, in fragiele contexten en repressieve staten maar ook in hun eigen samenleving het beleid van overheden en andere machthebbers te volgen en te veranderen. Daarmee vervullen zij de zo cruciale rol van waakhond binnen samenlevingen. Zoals een echte waakhond het bezit van zijn eigenaar beschermt, zo bewaken deze organisaties de naleving van internationale normen die de menselijke waardigheid als grondslag hebben.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Foto: Eric Heupel (cc)

De Nederlandse NGO van de toekomst

Onder het motto ‘So you think you can help’ hebben Vice Versa, het vakblad over ontwikkelingssamenwerking, en Cordaid op de website van de Vice Versa een online discussie over de toekomst van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid gelanceerd. Sargasso publiceert een selectie opinieartikelen uit deze discussie, dit maal een bijdrage van Michel Groenenstijn, directeur van Be-More.

Na enkele weken discussie op blijkt volgens Michel Groenenstijn, directeur van Be-More, in elk geval één ding. De sector moet veranderen, innoveren, anders redt zij het niet. Het daagt uit tot een interessante vraag: hoe zit de Nederlandse NGO van de toekomst er eigenlijk uit? Bij deze een voorzetje.

De NGO van de toekomst stelt zich op als een ultieme netwerkorganisatie. Ze is in de steeds sneller globaliserende wereld de verbinder binnen én tussen samenlevingen. Wat haar uniek kwalificeert voor die rol is dat ze een universeel doel nastreeft. Een doel dat dwars door alle samenlevingen wereldwijd hetzelfde is. Ze wil de wereld verbeteren en de status quo van ongelijkheid doorbreken.

Ze is Hivos’ matchmaker tussen ondernemers hier en daar. Ze is gesprekspartner voor de overheid als het gaat om maatschappelijke verandering. Ze is de mediator tussen particuliere weldoener en worstelende partner. Ze is de plek waar de zwermen uit mijn vorige stuk neerstrijken.

Foto: Eric Heupel (cc)

U bent schuldig aan klimaatdoden!

Dat is nu jammer voor de communicatiejongens en meisjes van Hivos. Het Hivos-spotje ‘Energiebesparing hier scheelt rampen daar’ roept bij mij niet de gewenste reactie op. Ik voel niet de aandrang tot gedragsverandering. Ik draai de doucheknop niet eerder uit om de levens van Pakistanen te redden. Zou een verandering van het regime dáár niet veel meer slachtoffers voorkomen? Ook laat ik mijn auto niet staan om klimaatrampen te voorkomen, maar omdat het parkeren in het centrum zo duur is. Ten slotte zorgt mijn autogebruik niet voor rampen. Al rij ik de godganse dag in mijn benzineslurpende vierwieler rond, de aarde zal niet gaan schudden. Echt niet.

Enfin, even zonder muggenziften nu. Laten we aannemen dat wij westerse consumenten dé veroorzaker zijn van klimaatrampen. Zou deze campagne dan zorgen voor minder CO2 gebruik? Ik geloof er niets van. Dat komt volgens mij door het gebrek aan respect voor de ontvanger van de boodschap. Een goed verhaal is geen van a tot z voorgekauwd verhaal over hoe de wereld in elkaar steekt. Een goed verhaal zet je op subtiele wijze aan het denken en geeft niet direct alle antwoorden op een presenteerblaadje. Daarbij komt: een goede boodschapper neemt de ontvanger serieus, niet alle consumenten zijn achterlijk.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Eric Heupel (cc)

Mogen wij de crisis afwentelen op ontwikkelingslanden?

Onder andere VVD’er Mark Rutte pleit momenteel voor flinke verlaging van de ontwikkelingshulp. Deze verlaging moeten de maatregelen om het financieel economische stelsel in Nederland overeind te houden mede te financieren. Zo wil hij de overdrachtsbelasting tijdelijk verlagen van 6 naar 3 procent en meer van dat soort maatregelen.

Ontwikkelingshulp vind ik persoonlijk een lastig onderwerp. Ik weet niet zo goed of ik voor of tegen ondersteuning van andere landen via directe financiering of NGO’s ben. Enerzijds zit ik met een moreel issue waarbij ik een dergelijke ondersteuning van harte ondersteun, anderzijds heb ik het idee dat deze methodiek in essentie niet deugt en uiteindelijk alleen maar leidt tot meer corruptie, meer ongelijkheid en uiteindelijk dus meer ellende. Recentelijk ben ik zijdeling betrokken geweest bij een automatiseringsproject voor de overheid van een Afrikaans land in opbouw, overigens geen project waarbij geen Nederlands ontwikkelingsgeld is betrokken. Kijkend naar dit project en de manier waarop de focus niet ligt op kennisopbouw bij het lokale personeel, maar op simpelweg hardware en software in westerse landen aanschaffen en in essentie gewoon over de muur gooien naar een organisatie die daar niet voor geëquipeerd is, is stuitend. Hoezo ontwikkelingshulp? Is dit niet de zoveelste goedbedoelde tractor die het eventjes doet, maar die bij gebrek aan onderhoud en expertise binnen de kortste keren staat te verstoffen en verroesten? Welke machten spelen bij dit soort beslissingen een rol? En hoezo kent dit soort hulp een links imago? Het zijn ook hier uiteindelijk toch weer gewoon de grote westerse ondernemingen die als enige winst halen uit instandhouding van een dergelijke situatie.

Foto: Eric Heupel (cc)

NGO Maffia

Gin is associated blogger bij Sargasso en blogt vanuit Sierra Leone.

Vanaf uw kant van de wereld zal het er ongetwijfeld fantastisch uitzien, hulpverleningsland. We doen met z’n allen wat aan het leed in de wereld, dat is fantastisch! En eerlijk gezegd, dat is het ook. Dat u van uw zuurverdiende geld iets voor een ander over heeft. Het is alleen zo vreemd dat u er zo weinig voor terugverwacht. Dat liefdadigheidsinstellingen helemaal niet zo goed functioneren, dat weet u best wel, niets nieuws onder de zon. Die discussie wordt nu al jaren gevoerd. Maar ach, is uw reactie, ook al helpen ze een klein beetje, dan is het nog altijd beter dan helemaal niets doen. Geoorloofd dus, die slecht functionerende NGO’s. En ach, dat hun personeel zich soms meer dan misdraagt in hun hulplanden, dat noemen we ontspanning, of overspanning. Moet kunnen. Het is een hele opoffering om onder die idiote arme lui te werken, dus moet je je overmatig kunnen uitleven. De boog kan niet altijd gespannen zijn natuurlijk. En dat is waar, en ontspannen kan natuurlijk alleen met andere westerlingen, met duur eten, en duur drinken. Duur alles eigenlijk. Het geld is toch gratis. Een paar centen uit de spaarpot van pietje, een paar centen van een geldinzameling van school x en kerk y, een tientje van mevrouw de Wit, een paar honderd euro’s van dat bedrijf dat toch geld als water heeft.

Als u er werkelijk zo over denkt, dan moet u eens een goede handdoek aanschaffen, om u achter uw oren behoorlijk droog te kunnen wrijven. De humanitaire sector is de derde economie ter wereld. Er gaan miljarden in om.
Miljarden. Laat dat maar even goed bezinken. Uw eigen bescheiden bijdrage mag dan niet zoveel lijken, maar alles op een hoop gegooid, zijn het toch bedragen waar je iets voor mag verwachten, toch? En laten we het woord ‘helpen’ eens onder de loep nemen. Heeft u zich weleens afgevraagd waar dat woord voor staat? Eerst en vooral gaat het om assisteren, bijstaan, meehelpen, ondersteunen. Nergens staat geschreven dat helpen ‘maar wat doen’ betekent. Helpen kent grenzen. Daar waar helpen overgaat in veranderen, zou toch iemand eens aan de noodrem moeten trekken. Toch? Puur volgens taaltechnische interpretatie bekeken. En heeft u zich weleens afgevraagd of het niet ontzettend arrogant en hautain is om een hulpbehoevend land binnen te banjeren met je miljoenen, maar even de lakens uit te komen delen zonder te weten waar je over praat, vervolgens een goed deel van de economie om zeep helpt, en de cultuur volkomen ontwricht? Moet u zich eens voorstellen dat Nederland in lastig vaarwater terechtkomt, en dat Saudi Arabiërs ons komen vertellen dat ze ons wel willen helpen, maar dat we dan eerst onze barbaarse manier van leven op moeten geven. Stelt u zich eens voor dat u net uw derde kind heeft begraven, en de laatste twee zijn constant ziek van ondervoeding. De Algerijnen besluiten geld in te zamelen om ons te helpen, maar dan komen ze met die grote zak geld en doen ze er vervolgens dingen mee, die kant noch wal raken. Kind nummer vier gaat dood, en nummer vijf ligt op het randje. Zou u dan niet vreselijk kwaad worden als de Algerijnen de hele wereld proberen wijs te maken dat ze ons zo fantastisch helpen? Of zegt u dan ook nog: ‘Ach, zelfs al helpt het maar een beetje, dan nog is het allemaal prachtig.’

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Eric Heupel (cc)

NGO’s vrezen boek ‘De Crisiskaravaan’

Sargasso heeft plek voor gastbijdragen. Vandaag is de digitale vloer voor Frans Weerts (weblogger en eurohopper).

Noodhulp is anno 2008 big business. De hulpindustrie is inmiddels uitgegroeid tot de vijfde economie ter wereld. Er gaan ook in ons land tientallen miljoenen in om, die jaarlijks via de Niet Gouvernementele Organisaties (NGO’s) naar de brandhaarden vloeien. Maar komt die hulp wel terecht op de juiste plekken, of worden pardoes de aggressors gefinancierd en zorgen de geldstromen juist voor destabilisatie en meer ellende voor de getroffen bevolking?

Dezer dagen verscheen het boek ‘De Crisiskaravaan‘. Achter de schermen van de noodhulpindustrie’ in de schappen van de boekhandel. En naar verluidt zijn de vele NGO’s behoorlijk zenuwachtig geworden van de publicatie, die een heel ander licht werpt op de effectiviteit van vele hulpacties.

Auteur is Linda Polman, freelance journaliste met vele publicaties op haar naam over de situatie in crisisgebieden als Rwanda. Haar boek is explosief materiaal, als het gaat om de rol van NGO’s in rampgebieden. Niet zelden laten ze zich voor het karretje spannen van de partijen die juist de oorzaak zijn van alle ellende. Polman analyseert vele voorbeelden van noodhulp, die juist tot verdere ontregeling hebben geleid in bijvoorbeeld Darfur of Kosovo.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.