Leve de publieke omroep!
Afgelopen donderdag heeft de Italiaanse autoriteit die de onafhankelijkheid van de pers waarborgt een officiële waarschuwing uitgedeeld. Drie toonaangevende nieuwsrubrieken – waaronder het journaal van RaiUno – hebben een veeg uit de pan gekregen wegens ‘een sterke vooringenomenheid jegens de zittende regering’ van Berlusconi. Nou is dat op zich weinig nieuws – Italië blijft per slot van rekening een halve bananenrepubliek: dat Berlusconi zijn eigen kanalen schaamteloos inzet om zichzelf aan de macht te houden weten we al jaren, en dat Italiaanse politici bij de RAI een dikke vinger in de pap kunnen hebben is ook al meermalen aangetoond. Het toont vooral aan dat er in Italië een groot, en structureel probleem is met de kwaliteit van de informatievoorziening. Over de kwantiteit hoeven we het overigens niet te hebben. De gemiddelde nieuwsuitzending gaat na vijf minuten pseudopolitiek gedimdam over op Hart-van-Nederland-achtige huis-tuin-en-keuken-ellende. Vooral de maandagavonduitzendingen – als iedereen die zich het voorbije weekend heeft doodgereden de revue passeert – zijn een genot voor de morbide medemens. Het credo is: geef de kijker zo min mogelijk relevante informatie, en breng de informatie waar je echt niet omheen kan zo ongenuanceerd mogelijk. Het gebrek aan goede informatie corrumpeert en verlamt het Italiaanse politieke debat de laatste jaren meer dan ooit, en als je als Nederlander een tijdje daadwerkelijk afhankelijk bent geweest van dergelijke pulp, ga je de kwaliteit, integerheid, diepgang én (relatieve) objectiviteit van onze media pas echt waarderen. Daar moeten we zuinig op zijn.
Het begint nu langzaam erop te lijken dat ‘we’ in Nederland vinden dat we die publieke omroep wel even af kunnen schaffen. Het is immers een oud instituut, uit een verleden tijd, en tegenwoordig kunnen we dat heel goed aan andere partijen overlaten – de markt, filantropen, de gek die er wat voor geeft. Dit is althans de teneur van recente betogen van Huub Bellemakers en Simon Otjes. Nou kan je een heel eind meegaan met het idee dat het huidige bestel ‘oud’ is en ‘niet meer van deze tijd’, en er zijn goed argumenten te verzinnen om een aantal zaken te veranderen, maar beide betogen maken uiteindelijk een klassieke utopistenfout – dat de oplossing voor problemen zou zijn om het bestaande volledig uit te wissen en er iets geheel nieuws voor in de plaats te zetten. Een van de weinige constanten in de geschiedenis tot op heden is dat dat wat je terugkrijgt dan altijd minder is als dat wat je had. Bovendien, er zijn, Italië indachtig, gegronde redenen om buitengewoon zuinig te zijn op onze publieke omroep.

De nieuwe regering krijgt opnieuw de vraag van de NAVO voorgelegd of Nederland weer mee wil doen in Afghanistan. Wat moeten we daar, hebben we in de vorige missie iets zinnigs uitgevonden? De vraag licht op in mijn kop als ik deelnemers aan een Tea-party rally geinterviewd zie worden. “Obama is een communist, hij is moslim en bezet het Witte Huis”. De interviewer vraagt beleefd hoe hij daar dan gekomen is: toch niet door een staatsgreep? Hij is gekozen door het volk, met een forse meerderheid en zijn geloof lijkt toch wel christelijk. Maar de Tea-Partygangers zijn onverbiddelijk: dit is een democratie en zij mogen een mening hebben.
Hatseflats! The Economist geeft Weimar II Rutte I ervan langs. Dit liberale weekblad dat voor een internationaal publiek de vrije markt economie propageert is niet mild voor de kersverse VVD premier. In het artikel 
